rijk/ministeriele-regeling/regeling-adviescommissie-individuele-trajectafdelingen/BWBR0037040
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling adviescommissie individuele trajectafdelingen BWBR0037040 ministeriele-regeling geldend 2015-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037040 Regeling adviescommissie individuele trajectafdelingen

Regeling adviescommissie individuele trajectafdelingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *adviescommissie:* een commissie als bedoeld in artikel 22c, vijfde lid, van de wet;

b. b.

    *individuele trajectafdeling:* een afdeling, aangewezen op grond van artikel 22c, eerste lid, van de wet;

c. c.

    *de wet:* de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

Artikel 2

De adviescommissie heeft tot taak:

a. a. aan de selectiefunctionaris schriftelijk advies en inlichtingen te geven over de verzoeken tot plaatsing van jeugdigen op een individuele trajectafdeling; b. b. schriftelijk te adviseren ten aanzien van de voortgang, de voorzetting van het verblijf en de door- en uitstroom van de jeugdigen die op de individuele trajectafdeling verblijven.

Artikel 3

1. De leden van de adviescommissie worden door de minister benoemd en ontslagen. De leden van de adviescommissie worden door de minister benoemd voor de tijd van twee jaar. Zij kunnen voor herbenoeming in aanmerking komen.

2. De leden wijzen uit hun midden één van hen als voorzitter aan.

3. De adviescommissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.

4.

De adviescommissie is zo breed mogelijk samengesteld. Van de adviescommissie maken in elk geval deel uit:

a. a. twee gezondheidszorgpsychologen dan wel andere deskundigen op het gebied van pedagogische hulpverlening werkzaam in een justitiële jeugdinrichting, die niet de bestemming heeft van individuele trajectafdeling, en b. b. een onafhankelijke kinder- en jeugdpsychiater verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie.

5. Aan de adviescommissie is een secretaris verbonden. Deze is geen lid van de adviescommissie. De minister voorziet in de secretariële ondersteuning.

6. De adviescommissie kan uit haar midden één of meer plaatsvervangende secretarissen aanwijzen om, in overleg met de secretaris, bepaalde secretariaatswerkzaamheden te verrichten en de secretaris bij diens afwezigheid te vervangen.

7. De minister beslist binnen twee maanden op een verzoek tot benoeming als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid.

Artikel 4

1.

Een lid van de adviescommissie wordt door de minister tussentijds ontslagen:

a. a. op eigen verzoek; b. b. bij de aanvaarding van een ambt of betrekking, dat onverenigbaar is met het lidmaatschap van de adviescommissie; c. c. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij een dergelijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. d. wanneer hij naar het oordeel van de minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen;

2. Aan een lid van de adviescommissie kan door de minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmee de benoeming heeft plaatsgevonden.

3. Hangende de procedure voor ontslag kan de minister het lid van de adviescommissie in de uitoefening van zijn functie schorsen.

Artikel 5

1. De adviescommissie vergadert ten minste eenmaal in de twee maanden.

2. De directeur brengt ten behoeve van iedere vergadering een algemeen verslag uit over de samenstelling van de individuele trajectafdeling in de inrichting en van de ontwikkeling en de voortgang van de op die afdeling verblijvende jeugdigen. De directeur van de inrichting waar een individuele trajectafdeling is of een door hem aangewezen vertegenwoordiger kan de vergaderingen van de adviescommissie bijwonen.

3. De adviescommissie kan besluiten buiten tegenwoordigheid van de directeur van de inrichting waar een individuele trajectafdeling is of de door hem aangewezen vertegenwoordiger te vergaderen.

4. De minister is bevoegd vergaderingen van de adviescommissie door een, door hem aan te wijzen ambtenaar van zijn ministerie, te doen bijwonen.

Artikel 6

1. De selectiefunctionaris vraagt, al dan niet op verzoek van de directeur van de inrichting waar de jeugdige verblijft, advies aan de adviescommissie ten behoeve van de plaatsing op een individuele trajectafdeling.

2. Voor de adviesaanvraag wordt een door de minister voorgeschreven formulier gebruikt.

3. De selectiefunctionaris brengt alle voor de uitoefening van de taak van de adviescommissie belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de adviescommissie.

4. Indien voor de adviesaanvraag de volgende vergadering van de adviescommissie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, niet afgewacht kan worden, bereiken de leden van de adviescommissie schriftelijk overeenstemming en brengen schriftelijk advies uit.

Artikel 7

Indien de adviescommissie de selectiefunctionaris adviseert een jeugdige op een individuele trajectafdeling te plaatsen, dan adviseert zij tevens over de plaats van tenuitvoerlegging.

Artikel 8

1. De kosten voor het instandhouden van de adviescommissie worden door de Staat gedragen.

2. Voor zover een lid, de secretaris of de plaatsvervangende secretaris van de adviescommissie geen ambtenaar is, komt deze in aanmerking voor vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn vastgesteld.

Artikel 9

Deze regeling treedt op 1 oktober 2015 in werking.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling adviescommissie individuele trajectafdelingen