rijk/ministeriele-regeling/regeling-agressieve-dieren/BWBR0005841
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling agressieve dieren BWBR0005841 ministeriele-regeling geldend 1993-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005841 Regeling agressieve dieren

Regeling agressieve dieren

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Als diersoorten en categorieën van dieren, bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de wet worden aangewezen de soorten en categorieën van dieren als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 3

1.

Het in artikel 73, tweede lid, van de wet bepaalde is niet van toepassing, indien:

a. a. de houder beschikt over een dierenpaspoort dan wel een geldig ontvangstbewijs als bedoeld in artikel 7, derde lid, dat is voorzien van een identificatiemerk waaruit blijkt dat sprake is van een dier dat behoort tot de desbetreffende in bijlage 1 bedoelde soort of categorie; b. b. het dier is voorzien van een door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, dat gelijk is aan het in het dierenpaspoort, bedoeld in onderdeel a, aangebrachte identificatiemerk, en c. c. het dier ingeval het zich op een voor het publiek toegankelijk terrein of op het terrein van een ander bevindt, kort is aangelijnd en is voorzien van een muilkorf en de houder het dierenpaspoort of ontvangstbewijs bij zich draagt.

2. Het verbod om een dier in Nederland te brengen, bedoeld om artikel 73, eerste lid, van de wet is niet van toepassing indien voldaan is aan de onderdelen a en b van het vorige lid.

3. Onverminderd het eerste en het tweede lid, is artikel 73, eerste en tweede lid van de wet alleen niet van toepassing indien de houder beschikt over een stamboom van het dier en deze stamboom is erkend door een bij de Fédération Cynologique Internationale aangesloten organisatie.

Artikel 4

Het in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde identificatiemerk wordt slechts in het dierenpaspoort geplaatst en als tatoeage aangebracht indien de houder van het dier een door een dierenarts afgegeven en gedagtekende verklaring overlegt waaruit blijkt:

a. a. dat het dier onvruchtbaar is gemaakt, of b. b. dat het dier jonger is dan zes maanden, of c. c. dat het dier drachtig is en wat de te verwachten geboortedatum van de pups is.

Artikel 5

1. Het identificatiemerk, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b, bestaat ingeval het gaat om een dier als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, uit een door de stichting te bepalen kenteken, te weten een tatoeage verdeeld over beide oren, en ingeval het gaat om een dier als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, uit de helft van dit kenteken, te weten de tatoeage in het linker oor.

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het kenteken bij honden met oren die daarvoor naar het oordeel van de stichting niet geschikt zijn, in de lies worden aangebracht, met dien verstande dat de helft van het kenteken in de linker lies wordt geplaatst.

Artikel 6

1. Een dierenpaspoort als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, danwel een identificatiemerk als daar bedoeld ingeval de houder van het dier reeds beschikt over een geldig dierenpaspoort, dient binnen tien weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling te worden aangevraagd bij de stichting op een daartoe bestemd formulier. Aanvragen die na het verstrijken van de periode van tien weken door de Stichting zijn ontvangen, worden niet meer in behandeling genomen.

2. Op de achterzijde van het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid, dient de desbetreffende verklaring te zijn vermeld, bedoeld in artikel 4. Indien de houder van het dier reeds beschikt over een dierenpaspoort wordt dit meegezonden.

3. Indien sprake is van een dier als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, dient de houder binnen zeven weken na de geboorte van de pup of de pups voorts een verklaring als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, toe te zenden aan de stichting met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier.

Artikel 7

1. Indien sprake is van een dier als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, dient de houder binnen zeven maanden na de geboorte van het dier een verklaring als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, toe te zenden aan de stichting met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier.

2. De stichting draagt zorg voor de aanpassing van het identificatiemerk overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, binnen vier weken na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde verklaring.

3. Indien de stichting ten behoeve van de aanpassing het eerder afgegeven dierenpaspoort inneemt, verstrekt zij een ontvangstbewijs waarop de geldigheidsduur is aangegeven.

Artikel 8

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling agressieve dieren.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 1993.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 1. Honden van het Pit-bull-Terriër-type, waaronder wordt verstaan honden die in belangrijke mate voldoen aan de navolgende karakteristieken of in belangrijke mate gelijkenis vertonen met de navolgende afbeeldingen

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]