rijk/ministeriele-regeling/regeling-archeologische-monumentenzorg/BWBR0022456
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling archeologische monumentenzorg BWBR0022456 ministeriele-regeling geldend 2013-11-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022456 Regeling archeologische monumentenzorg

Regeling archeologische monumentenzorg

Artikel 1

Als depot als bedoeld in artikel 51, derde lid, van de Monumentenwet 1988 wordt aangewezen het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Lelystad en Zeewolde.

Artikel 2

Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg wordt vastgesteld op € 0,50 voor de provincies en op € 2,50 voor de gemeenten.

Artikel 3

Het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg, bedraagt voor het jaar 2008 € 2.000.000, voor het jaar 2009 € 2.500.000, voor het jaar 2010 € 1.876.000, voor het jaar 2011 € 2.875.000 en voor het jaar 2012 € 250.000.

Artikel 3a

Het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg, bedraagt voor het jaar 2013 € 0.

Artikel 3b

Het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg, bedraagt voor het jaar 2014, alsmede voor het jaar 2015, € 0.

Artikel 4

1.

Als versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg, wordt aangewezen:

a. a. wat betreft het deel Landbodems versie 3.3, en b. b. wat betreft het deel Waterbodems versie 3.1.

2.

Als onderdelen van de versie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen:

a. a. het Protocol Inventariserend veldonderzoek, b. b. het Protocol Opgraven, c. c. het Protocol Archeologische begeleiding, en d. d. het Protocol Programma van eisen.

3.

Als onderdelen van de versie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen:

a. a. het Protocol Inventariserend veldonderzoek waterbodems, b. b. het Protocol Opgraven waterbodems, c. c. het Protocol Archeologische begeleiding waterbodems, en d. d. het Protocol Programma van eisen waterbodems.

Artikel 5

De Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten wordt ingetrokken.

Artikel 5a

1. Aanvragen om een specifieke uitkering als bedoeld in de Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten die voor 1 januari 2008 zijn ingediend, worden afgehandeld overeenkomstig die regeling, zoals die op 31 december 2007 luidde.

2. Op bezwaar en beroep tegen een besluit met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is de Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten van toepassing zoals die op 31 december 2007 luidde.

Artikel 6

1. Deze regeling treedt met uitzondering van artikel 5 in werking met ingang van 1 september 2007.

2. Artikel 5 treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling archeologische monumentenzorg.