40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming | BWBR0040509 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-02-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040509 | Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming |
Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
besluit: Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
-
categorie 1-stof: radioactieve stof die is aangewezen als categorie 1-stof in bijlage 4.1 of die op grond van de in die bijlage opgenomen voorwaarden behoort tot categorie 1;
-
categorie 2-stof radioactieve stof die is aangewezen als categorie 2-stof in bijlage 4.1 of die op grond van de in die bijlage opgenomen voorwaarden behoort tot categorie 2;
-
categorie 3-stof: radioactieve stof die is aangewezen als categorie 3-stof in bijlage 4.1 of die op grond van de in die bijlage opgenomen voorwaarden behoort tot categorie 3;
-
cyclotron: circulaire versneller; a. diploma: diploma, certificaat of ander getuigschrift:
a. als bedoeld in de Tijdelijke regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen 2013, b. als bedoeld in de Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen zoals deze regeling luidde op 19 juli 2003, of c. dat is afgegeven door een erkende instelling;
a. a. als bedoeld in de Tijdelijke regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen 2013, b. b. als bedoeld in de Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen zoals deze regeling luidde op 19 juli 2003, of c. c. dat is afgegeven door een erkende instelling;
- erkende instelling: instelling als bedoeld in artikel 5.11 van het besluit;
- erkenning: erkenning als bedoeld in artikel 5.11 van het besluit;
- Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- Ministers: Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Minister voor Medische Zorg;
- opleiding: opleiding of opleidingen van de instelling waarvoor een erkenning is aangevraagd of verleend;
- opleidingsverantwoordelijke: persoon of personen die door de instelling zijn aangewezen voor de borging van de kwaliteit van de opleiding;
- register: register als bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, van het besluit;
- stralingsbeschermingseenheid: stralingsbeschermingseenheid als bedoeld in artikel 5.9 van het besluit.
Hoofdstuk 2. Rechtvaardiging
Artikel 2.1
1. De in bijlage 2.1, onderdeel A, genoemde categorieën of soorten handelingen of maatregelen worden generiek als gerechtvaardigd aangewezen overeenkomstig artikel 2.3, eerste lid, van het besluit.
2. De in bijlage 2.1, onderdeel B, genoemde categorieën of soorten handelingen of maatregelen worden generiek als niet-gerechtvaardigd aangewezen overeenkomstig artikel 2.3, eerste lid, van het besluit.
Hoofdstuk 3. Controlestelsel
Paragraaf 3.1. Handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal
Artikel 3.1
1. Als categorieën of soorten handelingen als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van het besluit, waarbij van nature voorkomend radioactief materiaal is betrokken en werknemers of leden van de bevolking daardoor een blootstelling ondergaan of kunnen ondergaan die vanuit het oogpunt van stralingsbescherming niet kan worden verwaarloosd, worden aangewezen de in bijlage 3.1, onderdeel A, genoemde categorieën of soorten handelingen.
2. Als handelingen met natuurlijke bronnen als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, van het besluit, waarvoor vanuit het oogpunt van stralingsbescherming bezorgdheid bestaat dat een handeling kan leiden tot de aanwezigheid van in de natuur voorkomende radionucliden in het water, waardoor de kwaliteit van het drinkwater of andere blootstellingsroutes wordt of worden beïnvloed, worden aangewezen de in bijlage 3.1, onderdeel B, genoemde handelingen.
Paragraaf 3.2. Vergunning, registratie en kennisgeving
Artikel 3.2
Een complexvergunning is vereist:
a. a. in een onderneming en op locaties, indien in verschillende organisatieonderdelen of op verschillende locaties door de ondernemer verschillende handelingen met in totaal meer dan 100 bronnen worden verricht; b. b. in specifieke overige door de Autoriteit bij de aanvraag om een vergunning aangewezen gevallen, waarin sprake is van een qua risico’s vergelijkbaar complex van handelingen als bedoeld onder a.
Artikel 3.3
In gevallen, waarin krachtens artikel 4.2, 6.2 of 10.1 een beveiligingsplan, bedrijfsnoodplan of beëindigingsplan is vereist, worden bij een aanvraag om een vergunning gegevens met betrekking tot die plannen verstrekt als bedoeld in artikel 3.6, derde lid, aanhef en onderdeel e, van het besluit.
Paragraaf 3.3. Vrijstelling en vrijgave controlestelsel
Artikel 3.4
1. Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor onbeperkte hoeveelheden als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel A.
2. Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de totale activiteit als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel B, kolom 3.
3. Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor handelingen met matige hoeveelheden van elk type materiaal als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel B, kolom 2.
Artikel 3.5
Vrijgavewaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor handelingen met onbeperkte hoeveelheden radioactieve materialen als bedoeld in artikel 3.20, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel A.
Hoofdstuk 4. Algemene regels voor bronnen en handelingen in geplande blootstellingsituaties
Paragraaf 4.1. Beveiligingsplan
Artikel 4.1
Deze paragraaf is niet van toepassing voor zover:
a. a.
hoofdstuk IIIa, § 3, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is,
b. b.
hoofdstuk IIIa, § 4, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is, of
c. c. hoofdstuk Ia, van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen van toepassing is.
Artikel 4.2
De verplichting tot het zorgen voor een beveiligingsplan krachtens artikel 4.7, eerste lid, van het besluit, berust op de ondernemer die houder is van een vergunning voor het verrichten van handelingen met categorie 1-, 2-, of 3-stoffen.
Paragraaf 4.2. Financiële zekerheid hoogactieve bronnen
Artikel 4.3
Het minimumbedrag waarvoor per volume-eenheid af te voeren hoogactieve bron, de daarbij behorende bronhouder en de vaste afscherming financiële zekerheid als bedoeld in artikel 4.15, derde lid, van het besluit, wordt gesteld, bedraagt € 175 per dm^3, of gedeelte daarvan, af te voeren materiaal.
Hoofdstuk 5. Informatie en deskundigheid
Afdeling 5.1. Stralingsbeschermingsdeskundigen
Paragraaf 5.1.1. Eisen deskundigheid en opleiding
Artikel 5.1
Deskundigheid van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.4, derde lid, van het besluit, voor een handeling waarvoor een vergunning, registratie of kennisgeving is vereist of voor een maatregel of blootstellingsituatie waarvoor een kennisgeving is vereist, is ten minste van het niveau:
a. a. van een algemeen coördinerend deskundige, overeenkomstig artikel 5.2, voor:
1°.
omvangrijke handelingen of handelingen die een uitgebreide bescherming tegen ioniserende straling vereisen en waarvoor een complexvergunning is vereist;
2°.
handelingen waarvoor overeenkomstig artikel 5.28 een stralingsbeschermingseenheid wordt vereist;
3°.
door de Autoriteit bij beschikking of verordening aangewezen specifieke handelingen met een aanmerkelijk risico; of
1°. 1°. omvangrijke handelingen of handelingen die een uitgebreide bescherming tegen ioniserende straling vereisen en waarvoor een complexvergunning is vereist; 2°. 2°. handelingen waarvoor overeenkomstig artikel 5.28 een stralingsbeschermingseenheid wordt vereist; 3°. 3°. door de Autoriteit bij beschikking of verordening aangewezen specifieke handelingen met een aanmerkelijk risico; of b. b. van een coördinerend deskundige, overeenkomstig artikel 5.4, voor andere dan in onderdeel a bedoelde handelingen, maatregelen of blootstellingsituaties.
Artikel 5.2
1.
Aan de eisen met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, wordt voldaan, indien:
a. a. een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige bij een erkende instelling is gevolgd, en b. b. de deskundige beschikt over de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.1, onderdeel B.
2. Aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens voldaan door een persoon die overeenkomstig paragraaf 5.1.3 heeft aangetoond te beschikken over competenties en kwalificaties die gelijkwaardig zijn.
Artikel 5.3
Een opleiding bij een erkende instelling tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige:
a. a. voorziet cursisten van de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.1, onderdeel B; b. b. beschikt over faciliteiten die nodig zijn om cursisten van de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld onder a, te voorzien; c. c. beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging als bedoeld in de artikelen 5.25 en 5.26; d. d. heeft een opleidingsverantwoordelijke die is geregistreerd als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a; en e. e. verstrekt uitsluitend diploma’s tot algemeen coördinerend deskundige aan cursisten die de opleiding, bedoeld in de aanhef, met goed gevolg hebben doorlopen.
Artikel 5.4
1.
Aan de eisen met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, wordt voldaan indien:
a. a. een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige bij een erkende instelling is gevolgd, en b. b. de deskundige beschikt over de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.1, onderdeel C.
2. Aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens voldaan door een persoon die overeenkomstig paragraaf 5.1.3 heeft aangetoond te beschikken over competenties en kwalificaties die gelijkwaardig zijn.
Artikel 5.5
Een opleiding bij een erkende instelling tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige:
a. a. voorziet cursisten van de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.1, onderdeel C; b. b. beschikt over faciliteiten die nodig zijn om cursisten van de kerncompetenties en kwalificaties, bedoeld onder a, te voorzien; c. c. beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging als bedoeld in de artikelen 5.25 en 5.26; d. d. heeft een opleidingsverantwoordelijke die is geregistreerd als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a; en e. e. verstrekt uitsluitend diploma’s tot coördinerend deskundige aan cursisten die de opleiding, bedoeld in dit artikel, met goed gevolg hebben doorlopen.
Paragraaf 5.1.2. Registratie (inschrijving register, herregistratie of buitengewone registratie)
Artikel 5.6
1.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. a.
*registratie:* inschrijving in het register;
b. b.
*herregistratie:* herinschrijving in het register;
c. c.
*buitengewone registratie:* herregistratie waarbij wordt afgeweken van de eis, bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, aanhef en onder b, of 5.9, eerste lid, aanhef en onder b.
2. Registratie, herregistratie of buitengewone registratie van een stralingsbeschermingsdeskundige vindt plaats door de Autoriteit indien is voldaan aan de voorwaarden die krachtens deze paragraaf daaraan worden gesteld.
Artikel 5.7
1. Voor registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, is een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige vereist.
2. Voor registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, is een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige vereist.
3. Registratie is eenmalig en kent een duur van vijf jaar.
Artikel 5.8
1.
Voor herregistratie van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, is vereist:
a. a. een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige; b. b. een werkgeversverklaring of ondernemersverklaring die aantoont dat diegene in de vijf jaar voorafgaande aan de datum van de aanvraag minimaal 500 uur per jaar werkzaam is geweest binnen het toepassingsgebied van ioniserende straling, en c. c. documentatie waaruit blijkt dat diegene in de vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag conform onderdeel A van bijlage 5.1, 200 punten heeft verdiend met kennisonderhoud binnen het toepassingsgebied van ioniserende straling.
2. Een herregistratie kent een duur van maximaal vijf jaar.
Artikel 5.9
1.
Voor herregistratie van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, is vereist:
a. a. een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige; b. b. een werkgeversverklaring of ondernemersverklaring die aantoont dat diegene in de vijf jaar voorafgaande aan de datum van de aanvraag minimaal 250 uur per jaar werkzaam is geweest binnen het toepassingsgebied van ioniserende straling, en c. c. documentatie waaruit blijkt dat diegene in de vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag conform bijlage 5.1, onderdeel A, 120 punten heeft verdiend met kennisonderhoud binnen het toepassingsgebied van ioniserende straling.
2. Een herregistratie kent een duur van maximaal vijf jaar.
Artikel 5.10
1.
Voor een buitengewone registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, is vereist:
a. a. een eerdere registratie of herregistratie, b. b. een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige, en c. c. voldoen aan de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.1, onderdeel B.
2. Een buitengewone registratie kent een duur van maximaal vijf jaar.
Artikel 5.11
1.
Voor een buitengewone registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, is vereist:
a. a. een eerdere registratie of herregistratie: b. b. een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige, en c. c. voldoen aan de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.1, onderdeel C.
2. Een buitengewone registratie kent een duur van maximaal vijf jaar.
Paragraaf 5.1.3. Erkenning EU-beroepskwalificaties
Artikel 5.12
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- algemene wet: Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;
- aanvraag: aanvraag als bedoeld in artikel 5 van de algemene wet, tot het verlenen van erkenning van beroepskwalificaties voor het beroep van stralingsbeschermingsdeskundige;
- aanvrager: migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene wet die op grond van deze regeling erkenning van zijn beroepskwalificaties aanvraagt voor het gereglementeerd beroep van stralingsbeschermingsdeskundige.
Artikel 5.13
1. Een aanvraag wordt ingediend bij de Autoriteit.
2. De aanvrager overlegt de documenten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a tot en met d, van de algemene wet. Op verzoek van de Autoriteit worden ook de documenten, bedoeld in onderdeel e of f van het genoemde artikel, overgelegd.
3. Desgevraagd verschaft de aanvrager tevens de informatie, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de algemene wet.
Artikel 5.14
1. Indien bij de toepassing van artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de algemene wet is gebleken dat de kennis, vaardigheden en bekwaamheden van de aanvrager wezenlijk verschillen van de daaraan gestelde eisen, bedoeld in artikel 5.5, derde lid, van het besluit, en dat het daardoor noodzakelijk is dat een aanpassingsstage wordt doorlopen of een proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, maakt de aanvrager zijn keuze tussen de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid kenbaar, tenzij artikel 11, vijfde lid, van de algemene wet van toepassing is.
2. In afwijking van het eerste lid, kan, in geval artikel 11, zesde lid, van de algemene wet van toepassing is, worden bepaald dat zowel een aanpassingsstage wordt doorlopen als een proeve van bekwaamheid wordt afgelegd.
3. Bij de toepassing van dit artikel wordt artikel 11, zevende en achtste lid, van de algemene wet in acht genomen.
Artikel 5.15
Indien de aanvrager voor een aanpassingsstage in aanmerking wenst te komen, stelt de Autoriteit vast:
a. a. de inhoudsgebieden of onderdelen van inhoudsgebieden waarop de aanpassingsstage betrekking heeft, b. b. de duur van de aanpassingsstage, c. c. in voorkomend geval, de aanvullende opleiding die deel uitmaakt van de aanpassingsstage, en d. d. de wijze waarop de aanpassingsstage wordt beoordeeld.
Artikel 5.16
Indien de aanvrager voor een proeve van bekwaamheid in aanmerking wenst te komen, stelt de Autoriteit vast:
a. a. met betrekking tot welke inhoudsgebieden of onderdelen van inhoudsgebieden de proeve wordt afgelegd, en b. b. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de diverse onderdelen van de proeve zullen worden afgenomen.
Artikel 5.17
De kosten die samengaan met de aanvraag, zoals het in behandeling nemen van de aanvraag, de afgifte van de beslissing op de aanvraag en het organiseren van een proeve van bekwaamheid en van een aanpassingsstage, kunnen, met inachtneming van artikel 33, derde lid, van de algemene wet, ten laste van de aanvrager komen.
Artikel 5.18
De aanvraag wordt afgewezen, indien de aanvrager de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft volbracht of de daaraan verbonden kosten niet heeft voldaan.
Artikel 5.19
Indien na afgifte van de erkenning van de EU-beroepskwalificaties is gebleken, dat de bij de aanvraag overgelegde documenten niet geldig, vals of vervalst waren, wordt de erkenning ingetrokken en vervangen door een afwijzing van de aanvraag.
Artikel 5.20
1. Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting in Nederland door een dienstverrichter als bedoeld in artikel 21 van de algemene wet, in een functie die gewoonlijk wordt uitgeoefend door een stralingsbeschermingsdeskundige, overlegt deze dienstverrichter aan de Autoriteit de documenten, bedoeld in artikel 23, derde lid, onderdeel a tot en met d, van de algemene wet. Op verzoek van de Autoriteit worden ook de documenten, bedoeld in onderdeel e of f, van het genoemde artikel, overgelegd.
2. Onverminderd het eerste lid, overlegt de dienstverrichter die een functie wil gaan verrichten die gewoonlijk door een stralingsbeschermingsdeskundige wordt uitgeoefend, voorafgaande aan de eerste dienstverrichting in Nederland aan de afnemer van zijn dienst, de gegevens, bedoeld in artikel 29, onder a tot en met d, van de algemene wet.
Artikel 5.21
1. Ten behoeve van de uitvoering van artikel 31b van de algemene wet, informeert de Autoriteit onmiddellijk de Minister en de Minister wie het aangaat nadat een migrerende beroepsbeoefenaar door een rechterlijke instantie of een andere bij of krachtens de wet bevoegde instantie in Nederland schuldig is bevonden aan het gebruik van valse beroepskwalificaties in verband met een procedure als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 3a van de algemene wet of de daarop gebaseerde bepalingen van deze regeling.
2. Onverminderd het eerste lid, verstrekt de Autoriteit de Minister en de Minister wie het aangaat op diens verzoek alle informatie die hij nodig heeft ten behoeve van de uitvoering van de algemene wet.
Afdeling 5.2. Toezichthoudend medewerker stralingsbescherming
Artikel 5.22
1.
Een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming heeft voor toepassingen die behoren tot een hierna genoemde categorie een opleiding gevolgd die voldoet aan de eisen, genoemd in het bijbehorend onderdeel van bijlage 5.2:
a. a. medische toepassingen: bijlage 5.2, onderdeel A; b. b. tandheelkunde:
1°.
basisniveau: bijlage 5.2, onderdeel B-1;
2°.
Conebeam CT (CBCT): bijlage 5.2, onderdeel B-2;
1°. 1°. basisniveau: bijlage 5.2, onderdeel B-1; 2°. 2°. Conebeam CT (CBCT): bijlage 5.2, onderdeel B-2; c. c. diergeneeskunde: bijlage 5.2, onderdeel C; d. d. splijtstofcyclus:
1°.
niveau C: bijlage 5.2, onderdeel D-1;
2°.
niveau B: bijlage 5.2, onderdeel D-2;
1°. 1°. niveau C: bijlage 5.2, onderdeel D-1; 2°. 2°. niveau B: bijlage 5.2, onderdeel D-2; e. e. verspreidbare radioactieve stoffen:
1°.
niveau B: bijlage 5.2, onderdeel E-1;
2°.
niveau C: bijlage 5.2, onderdeel E-2;
3°.
niveau D: bijlage 5.2, onderdeel E-3;
1°. 1°. niveau B: bijlage 5.2, onderdeel E-1; 2°. 2°. niveau C: bijlage 5.2, onderdeel E-2; 3°. 3°. niveau D: bijlage 5.2, onderdeel E-3; f. f. handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal: bijlage 5.2, onderdeel F; g. g. versnellers: bijlage 5.2, onderdeel G; h. h. industriële radiografie: bijlage 5.2, onderdeel H; i. i. meet- en regeltoepassingen, voor:
1°.
toestellen en versnellers: bijlage 5.2, onderdeel I-1;
2°.
ingekapselde radioactieve bronnen: bijlage 5.2, onderdeel I-2.
1°. 1°. toestellen en versnellers: bijlage 5.2, onderdeel I-1; 2°. 2°. ingekapselde radioactieve bronnen: bijlage 5.2, onderdeel I-2.
2. Een opleiding bij een erkende instelling voorziet een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor een in het eerste lid bedoelde toepassing van de bijbehorende kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in het desbetreffende onderdeel van bijlage 5.2.
3.
Een opleiding bij een erkende instelling als bedoeld in het tweede lid:
a. a. beschikt over faciliteiten die nodig zijn om cursisten van de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in dat lid, te voorzien; b. b. beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging, bedoeld in de artikelen 5.25 en 5.26; c. c. beschikt over een opleidingsverantwoordelijke die is geregistreerd als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b; d. d. verstrekt uitsluitend diploma’s voor de desbetreffende toepassing aan cursisten die een opleiding als bedoeld in het eerste lid met goed gevolg hebben afgerond.
Afdeling 5.3. Eisen aan opleidingen voor medisch-radiologische handelingen
Artikel 5.23
1. Een opleiding bij een erkende instelling voor opleidingen voor medisch-radiologische handelingen voorziet een persoon als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid van de in die leden bedoelde kerncompetenties en overige kwalificaties.
2. Voor andere medische specialisten als bedoeld in artikel 3 van de Regeling stralingsbescherming medische blootstelling, onder wiens verantwoordelijkheid medisch-radiologische handelingen worden uitgevoerd: de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.3, onderdeel A.
3. Voor radiotherapeuten-oncoloog als bedoeld in artikel 3 van de Regeling stralingsbescherming medische blootstelling: de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.3, onderdeel B.
4. Voor radiologen als bedoeld in artikel 3 van de Regeling stralingsbescherming medische blootstelling: de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.3, onderdeel C.
Artikel 5.24
Een opleiding bij een erkende instelling voor opleidingen voor medisch-radiologische handelingen:
a. a. beschikt over faciliteiten die nodig zijn om cursisten van de kerncompetenties, bedoeld in artikel 5.23, te voorzien; b. b. beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging als bedoeld in de artikelen 5.25 en 5.26; c. c. beschikt over een opleidingsverantwoordelijke die is geregistreerd als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b; d. d. verstrekt uitsluitend diploma’s voor medisch-radiologische handelingen aan cursisten die een opleiding als bedoeld in artikel 5.23 met goed gevolg hebben afgerond.
Afdeling 5.4. Kwaliteitsborging erkende instellingen
Artikel 5.25
Een opleiding aan een erkende instelling beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging van de examens indien:
a. a. een examenreglement is vastgesteld waarbij ten minste is geregeld:
1°.
de samenstelling van de examencommissie, voor wat betreft de vereiste deskundigheid op het gebied van stralingsbescherming en didactiek;
2°.
de betrokkenheid van een ambtenaar van de Autoriteit of van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport indien het een medische opleiding betreft;
3°.
de duur en wijze van examineren;
4°.
de geheimhouding van de examenopgaven;
5°.
de beoordelingsnormen en de normen voor slagen, herexamens en afwijzen;
6°.
bepalingen omtrent een practicum;
7°.
een beroepsprocedure en een klachtenprocedure over het examen;
8°.
een regeling voor de examinering van kandidaten met dyslexie of een arbeidshandicap;
1°. 1°. de samenstelling van de examencommissie, voor wat betreft de vereiste deskundigheid op het gebied van stralingsbescherming en didactiek; 2°. 2°. de betrokkenheid van een ambtenaar van de Autoriteit of van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport indien het een medische opleiding betreft; 3°. 3°. de duur en wijze van examineren; 4°. 4°. de geheimhouding van de examenopgaven; 5°. 5°. de beoordelingsnormen en de normen voor slagen, herexamens en afwijzen; 6°. 6°. bepalingen omtrent een practicum; 7°. 7°. een beroepsprocedure en een klachtenprocedure over het examen; 8°. 8°. een regeling voor de examinering van kandidaten met dyslexie of een arbeidshandicap; b. b. de opleidingsverantwoordelijke na afloop van elk examen een examenverslag vaststelt; c. c. de instelling aan iedere kandidaat het examenreglement kenbaar maakt; d. d. het schriftelijk examenwerk gedurende ten minste een jaar na afloop van het examen wordt bewaard en op verzoek van de cursist voor hem ter inzage wordt gelegd.
Artikel 5.26
Een opleiding aan een erkende instelling beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging van de diploma’s, hetgeen in ieder geval omvat dat:
a. a. de instelling een model heeft vastgesteld voor het diploma van de opleiding; b. b. verstrekte diploma’s worden ondertekend door de voorzitter van de examencommissie en door de erkende instelling; c. c. de instelling over een actueel administratiesysteem beschikt waarin cursisten, geaccordeerde scoringslijsten en uitgegeven diploma’s van de opleiding worden geregistreerd.
Afdeling 5.5. Organisatie deskundigheid
Paragraaf 5.5.1. Organisatie algemeen
Artikel 5.27
1. De ondernemer zorgt ervoor dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zo vaak als nodig, maar in ieder geval jaarlijks voor 1 juni, over het voorafgaande kalenderjaar verantwoording aan de ondernemer aflegt door middel van een rapportage.
2. De rapportage bevat een opsomming van de activiteiten in dat kalenderjaar in het kader van de stralingsbescherming en de resultaten daarvan.
3.
De rapportage wordt opgeslagen in het beheersysteem en bevat in ieder geval:
a. a. een overzicht van de uitgevoerde taken, bedoeld in artikel 7.2, vierde lid, van het besluit; b. b. mutaties in de organisatie van de stralingsbescherming, en c. c. een beschrijving van calamiteiten en stralingsincidenten.
Paragraaf 5.5.2. Stralingsbeschermingseenheid
Artikel 5.28
1. De aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid is vereist in gevallen waarin overeenkomstig artikel 3.2 een complexvergunning is vereist.
2. De aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid is voorts vereist binnen inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, waarop het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.
3.
Bij andere vergunningen dan bedoeld in het eerste of tweede lid kan worden bepaald dat de aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid is vereist, indien in de desbetreffende onderneming:
a. a. handelingen worden verricht die naar het oordeel van de Autoriteit overeenkomen met gevallen als bedoeld in het eerste lid of een inrichting als bedoeld in het tweede lid, en b. b. naar het oordeel van de Autoriteit een beheersysteem is vereist, dat vergelijkbaar is met dat in de ondernemingen of inrichtingen, bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 5.29
Indien de aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid wordt vereist, beschikt de ondernemer over een interne regeling stralingsbescherming, waarin in ieder geval is vastgelegd:
a. a. de doelstellingen en uitgangspunten van het beheersysteem; b. b. het werkingsgebied; c. c. de stralingsbeschermingsorganisatie, met een omschrijving van de verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden van de bij het verrichten van handelingen betrokken organisatie-onderdelen en werknemers, alsmede het interne toezicht en de rapportage daarover; d. d. de formatieve omvang van de stralingsbeschermingseenheid, de vereiste deskundigen en de aanvullend benodigde administratieve of technische ondersteuning; e. e. een verbod om zonder interne toestemming handelingen te verrichten; f. f. een beheersysteem van interne toestemmingen; g. g. werkwijzen en procedures voor handelingen inclusief de toelatingseisen voor werknemers of blootgestelde werknemers, registratieverplichtingen en periodieke controles; h. h. een plan voor de inzameling, de opslag en de overdracht van radioactief afval; en i. i. een calamiteitenregeling voor incidenten of ongevallen met bronnen.
Artikel 5.30
De stralingsbeschermingsdeskundige, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, in de stralingsbeschermingseenheid heeft tot taak:
a. a. het voorbereiden en opstellen van het stralingsbeschermingsbeleid en het adviseren over dit beleid; b. b. het voorbereiden en, indien daartoe gemandateerd, verlenen van interne toestemmingen; c. c. het houden van intern toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen en van de voorschriften in de interne regeling, in de stralingsbeschermingsvoorschriften en in de interne toestemmingen; d. d. het kennisgeven van de nieuwe toepassingen aan de Autoriteit, voor zover de verplichting tot kennisgeving volgt uit een voorschrift in de vergunning; e. e. het beheren en onderhouden van een deugdelijke administratie van relevante gegevens die betrekking hebben op de stralingsbescherming, op de stralingstoepassingen en de bronnen; en f. f. het zo vaak als nodig, maar in ieder geval jaarlijks voor 1 juni over het voorafgaande kalenderjaar, zorgdragen voor een rapportage over de stralingsbescherming aan de ondernemer en de Autoriteit.
Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen inzake blootstelling
Paragraaf 6.1. Stralingsincidenten, ongevallen en radiologische noodsituaties
Artikel 6.1
De verplichting tot het invoeren en in werking houden van een systeem voor het registreren en analyseren van stralingsincidenten, ongevallen of radiologische noodsituaties, bedoeld in artikel 6.2, zesde lid, van het besluit, berust op de in artikel 4.2, aangewezen vergunninghouders.
Artikel 6.2
De verplichting tot het zorgen voor een bedrijfsnoodplan als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van het besluit, berust op de in artikel 4.2 aangewezen ondernemer.
Paragraaf 6.2. Bouwmaterialen
Artikel 6.3
1. Als bouwmaterialen, bedoeld in artikel 6.21, eerste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 6.1 genoemde bouwmaterialen.
2. In geval met toepassing van de in artikel 6.21, tweede lid, van het besluit bedoelde methode door de ondernemer is bepaald dat er een gerede kans is dat het referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar als bedoeld in artikel 9.10, achtste lid, van het besluit wordt overschreden, doet de ondernemer ter uitvoering van artikel 6.21, derde lid, van het besluit een kennisgeving aan de Autoriteit.
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8. Medische blootstelling
Artikel 8.1
De ondernemer zorgt ervoor dat:
a. a. indien nieuwe apparatuur in gebruik wordt genomen, deze, indien uitvoerbaar, een voorziening heeft die de stralingsdosis tijdens een radiologische verrichting aangeeft; b. b. bij een toestel waarmee radiodiagnostische verrichtingen worden toegepast, een filter wordt gebruikt teneinde de stralingsbelasting van de patiënt te beperken; c. c. een toestel beschikt over een vaste of automatische diafragma-instelling zodat de randen van de röntgenbundel zichtbaar zijn, tenzij het mammografisch of tandheelkundig onderzoek betreft; d. d. een toestel waarmee radiodiagnostische verrichtingen worden toegepast is voorzien van een diafragma of tubus met het doel de röntgenbundel te beperken tot het juiste gebied; e. e. het diafragma een middel bevat om afmetingen van de bundel vooraf te kunnen aangeven; f. f. een toestel, geschikt voor doorlichting, bij cumulatief doorlichten frequent een akoestisch signaal afgeeft.
Hoofdstuk 9. Blootstelling van leden van de bevolking
Artikel 9.1
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een multifunctionele individuele dosis verstaan: een effectieve dosis die het gevolg is van het gebruik van een gebied buiten de locatie op zodanige wijze dat dit de hoogst mogelijke dosis geeft.
2.
De ondernemer zorgt ervoor dat bij het verrichten van een handeling, behorend tot een categorie als genoemd in artikel 3.10, derde lid, van het besluit, waarvoor een registratie is vereist:
a. a. de bijdrage aan de effectieve dosis voor personen op enig punt buiten de locatie ten gevolge van die handelingen zo laag als redelijkerwijs mogelijk is, en b. b. de multifunctionele individuele dosis op enig punt buiten de locatie in geen geval de waarde van 10 microsievert per kalenderjaar overschrijdt.
3. In geval van handelingen met van nature voorkomende radionucliden waar de schade ten gevolge van die handelingen bepaald en getoetst wordt via de externe straling ten gevolge van de besmetting van enig niet-bereikbaar oppervlak, geldt met het oog op de stralingsbescherming dat, indien de externe straling onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van een bron een hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 10 microsievert per uur, zodanige maatregelen worden genomen dat voor die handelingen een dosisbeperking van 1 millisievert effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.
Artikel 9.2
1. Voor blootstelling van leden van de bevolking in een radiologische noodsituatie geldt een referentieniveau als bedoeld in artikel 9.8, eerste lid, onder a, van het besluit van 100 millisievert als acute effectieve dosis of jaarlijkse effectieve dosis.
2. Voor blootstelling van leden van de bevolking in de transitie van een radiologische noodsituatie naar een bestaande blootstellingsituatie, in het bijzonder bij de beëindiging van langetermijnbeschermingsmaatregelen zoals vestiging elders, geldt een referentieniveau als bedoeld in artikel 9.8, eerste lid, onder b, van het besluit van 20 millisievert als jaarlijkse effectieve dosis.
3. Voor blootstelling van leden van de bevolking in een bestaande blootstellingsituatie geldt een referentieniveau als bedoeld in artikel 9.10, eerste lid, van het besluit, van 20 millisievert als jaarlijkse effectieve dosis.
Hoofdstuk 10. Het beheer en het zich ontdoen van radioactieve afvalstoffen
Artikel 10.1
In gevallen behorend tot de volgende categorieën handelingen zorgt de ondernemer voor een beëindigingsplan als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van het besluit:
a. a. handelingen met een versneller die deeltjes met een energie van meer dan 20 mega-elektronvolt produceert of handelingen met een cyclotron die deeltjes met een energie van meer dan 8 mega-elektronvolt produceert; b. b. handelingen ten behoeve van olie- of gasexploratie of olie- of gasproductie als bedoeld in bijlage 3.1, onderdeel A, onderdeel 4, waarbij van nature voorkomend radioactief materiaal voorhanden is; c. c. handelingen ten behoeve van kolengestookte energieproductie als bedoeld in bijlage 3.1, onderdeel A, onderdeel 14, of d. d. handelingen ten behoeve van thermische fosforproductie als bedoeld in bijlage 3.1, onderdeel A, onderdeel 7.
Hoofdstuk 11. Intrekking en wijziging overige regelingen
Artikel 11.1
De Uitvoeringsregeling stralingsbescherming en de Regeling bekendmaking rechtvaardiging gebruik van ioniserende straling worden ingetrokken.
Artikel 11.2
Wijzigt de Regeling nucleaire drukapparatuur.
Artikel 11.3
Wijzigt de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen.
Artikel 11.4
Wijzigt de Regeling detectie radioactief besmet schroot.
Artikel 11.5
Wijzigt de Regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet.
Artikel 11.6
Wijzigt de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen.
Artikel 11.7
Wijzigt de Regeling nucleaire veiligheid kerninstallaties.
Hoofdstuk 12. Nadere overgangsbepalingen
Artikel 12.1
Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, wordt verwezen naar een bepaling of bijlage van het Besluit stralingsbescherming of van een op dat besluit gebaseerde ministeriële regeling, geldt die verwijzing met ingang van dat tijdstip als een verwijzing naar de volgens de concordantietabel, opgenomen in de nota van toelichting bij het besluit, overeenkomstige bepaling van het besluit of van de op die bepaling gebaseerde bepaling van een ministeriële regeling of verordening.
Artikel 12.2
Indien een vergunning die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend krachtens het Besluit stralingsbescherming, krachtens artikel 12.5, derde of zesde lid, van het besluit wordt aangemerkt als een registratie, blijven de aan die vergunning verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen met ingang van dat tijdstip van kracht, tenzij strijdig met de bij of krachtens het besluit voor de desbetreffende handeling of bron gestelde algemene regels.
Artikel 12.3
1. Voor zover een handeling meldingsplichtig was ingevolge het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit, en voor deze handeling een vergunningplicht is gaan gelden ingevolge het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, als gewijzigd door artikel 13.2 van het besluit, wordt binnen een jaar na dat tijdstip een aanvraag om een vergunning ingediend. De melding of globale melding geldt als tijdelijke vergunning tot het tijdstip waarop de beslissing op de aanvraag onherroepelijk is geworden, doch uiterlijk tot het tijdstip waarop de melding of globale melding zou zijn vervallen.
2. Voor zover ingevolge het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit, een vergunning is verleend voor een handeling die ingevolge het besluit kennisgevingsplichtig is geworden, geldt die vergunning met ingang van dat tijdstip als een kennisgeving, tot het tijdstip waarop de vergunning zou zijn ingetrokken of zou zijn vervallen.
Artikel 12.4
Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, wordt verwezen naar een in de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming opgenomen sommatiemethode, geldt die verwijzing met ingang van dat tijdstip als een verwijzing naar de overeenkomstige methode, bedoeld in artikel 3.4, vijfde lid, van het besluit, met inachtneming van artikel 3.17, tweede en derde lid, van het besluit.
Artikel 12.5
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘Asom’ of ‘Csom’ verstaan: de gewogen sommatie van de activiteit of activiteitsconcentratie van de natuurlijke radionucliden, volgens de in bijlage 7.2 behorende bij artikel 7.3 van de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, aangegeven methode, waarbij voor de wijze van uitvoering van de gewogen sommatie wordt verwezen naar bijlage 1.2 behorende bij artikel 1.2, tweede lid, van de genoemde regeling.
2. Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, een voorschrift, voorwaarde of beperking is opgenomen waarin een waarde wordt bepaald met behulp van de begrippen ‘Asom’ of ‘Csom’, blijft die waarde met de daaraan ten grondslag liggende berekeningsmethode, bedoeld in het eerste lid, ook na het genoemde tijdstip onverminderd van toepassing.
Artikel 12.6
In gevallen waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling op grond van het Besluit stralingsbescherming een verplichting tot financiële zekerheidstelling voor een hoogactieve bron gold, wordt binnen drie maanden na dat tijdstip aan artikel 4.3 voldaan.
Artikel 12.7
Artikel 11.2, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om vergunning voor handelingen met van nature voorkomende radionucliden, met dien verstande dat in deze gevallen voor ‘handelingen met open bronnen’ wordt gelezen ‘handelingen met van nature voorkomende radionucliden’ en dat bij de sommatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel, wordt getoetst aan de vrijstellingswaarden voor de totale activiteit, bedoeld in bijlage 3, onderdeel B, tabel B, kolom 3, van het besluit of bijlage 3.2, tabel B, kolom 3, van deze regeling.
Artikel 12.8
1. Ten aanzien van een werkzaamheid als bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, van het besluit, waarvoor ingevolge het Besluit stralingsbescherming een melding is gedaan en die op grond van dat lid is aangemerkt als een handeling met natuurlijke bronnen, waarvoor op grond van het besluit een vergunningplicht of registratieplicht is gaan gelden, wordt voor 6 februari 2020 een daartoe strekkende aanvraag ingediend.
2. Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden geldt de melding als een tijdelijke vergunning of tijdelijke registratie.
Artikel 12.9
1. Ten aanzien van een andere handeling dan bedoeld in artikel 12.11, eerste lid, van het besluit, waarvoor ingevolge het Besluit stralingsbescherming een melding is gedaan en waarvoor op grond van het besluit een vergunningplicht of registratieplicht is gaan gelden, wordt voor 6 februari 2020 een daartoe strekkende aanvraag ingediend.
2. Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden geldt de melding als een tijdelijke vergunning of tijdelijke registratie.
Artikel 12.10
1. Ten aanzien van een andere handeling dan bedoeld in artikel 12.11, tweede lid, van het besluit of een werkzaamheid als bedoeld in het Besluit stralingsbescherming die voor 6 februari 2018 werd verricht en waarvoor op grond van het Besluit stralingsbescherming geen meldingsplicht of vergunningplicht gold, terwijl die handeling, of ingevolge het besluit als handeling aangemerkte werkzaamheid, op grond van het besluit kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig is geworden, wordt voor 1 juni 2019 de daartoe strekkende kennisgeving of aanvraag om een registratie of vergunning ingediend.
2. Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden, geldt de aanvraag als een tijdelijke vergunning of een tijdelijke registratie.
Artikel 12.11
1. In gevallen waarin een vergunning die is verleend op grond van het Besluit stralingsbescherming een voorschrift bevat dat niet in overeenstemming is met het bepaalde bij of krachtens het besluit en de vergunninghouder toepassing wil blijven geven aan dat voorschrift, vraagt hij voor 6 februari 2020 een ontheffing als bedoeld in artikel 11.7 van het besluit of andere toepasselijke ontheffing krachtens het besluit aan.
2. Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden kan het vergunningvoorschrift waarvoor de ontheffing is aangevraagd worden toegepast.
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Artikel 13.1
1. Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
2. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na de datum van uitgifte van het koninklijk besluit waardoor het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt, treedt deze regeling, in afwijking van het eerste lid, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met de datum van inwerkingtreding van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.
Artikel 13.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.