rijk/ministeriele-regeling/regeling-bch-code/BWBR0008532
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling BCH-Code BWBR0008532 ministeriele-regeling geldend 2003-12-10 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008532 Regeling BCH-Code

Regeling BCH-Code

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

2. In de BCH-Code wordt verstaan onder:

Artikel 1a

1. Met de in deze regeling vastgestelde technische normen of technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische normen of technische eisen, vastgesteld door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

2. Met de in deze regeling geëiste typegoedkeuringen, worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige typegoedkeuringen, geëist door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Artikel 2

1. De BCH-Code is van toepassing op chemicaliëntankschepen gebouwd voor 1 juli 1986.

2. Niet van toepassing zijn de leden 1.1, 1.5, 1.6 en 1.8 van hoofdstuk I van de BCH-Code.

Artikel 3

1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 2 maakt de exploitant, indien het voornemen bestaat per schip een stof of mengsel van stoffen in bulk te vervoeren, welke stof of welk mengsel noch in hoofdstuk VI, noch in hoofdstuk VII van de BCH-Code is opgenomen, tijdig, voordat het vervoer zal plaatsvinden, zijn voornemen schriftelijk kenbaar aan de inspecteur-generaal onder opgave van:

a. a. de juiste technische benaming van de stof of van de componenten van het mengsel; b. b. in geval van een mengsel: de verhouding waarin de componenten voorkomen; en c. c. de gevaren die de stof of het mengsel oplevert.

2. De inspecteur-generaal kan na kennisneming van de opgegeven eigenschappen van de stof het vervoer per chemicaliëntankschepen onder voorwaarden toestaan, in afwachting van internationaal overeen te komen nadere voorwaarden.

Artikel 4

Op het onderzoek en de certificering van chemicaliëntankschepen zijn de artikelen 10 en 11, tweede en vierde lid, van het besluit van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

1. Indien na een onderzoek als bedoeld in artikel 4 blijkt dat een chemicaliëntankschip voldoet aan de toepasselijke voorschriften, geeft de inspecteur-generaal het certificaat af.

2. Op het certificaat is ten aanzien van de geldigheidsduur en geldigheid artikel 12 van het besluit van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

1. Het model van het certificaat is overeenkomstig het model vastgesteld in de appendix van de BCH-Code.

2. De tekst van het certificaat is in de Nederlandse taal en in de Engelse of Franse taal gesteld.

Artikel 7

In aanvulling op lid 2.12, van hoofdstuk II, van de BCH-Code bezitten de bedoelde slangen voldoende elektrisch geleidend vermogen om elektrostatische oplading te voorkomen.

Artikel 8

In aanvulling op de voetnoot bij lid 3.11, van hoofdstuk III, van de BCH-Code is, indien de bedoelde ontheffing wordt verleend, een aanvullende hoeveelheid perslucht aan boord aanwezig en wordt op het certificaat een aantekening gemaakt waarin de aandacht wordt gevestigd op lid 5.4.1(b), van hoofdstuk V, van de BCH-Code.

Artikel 9

In afwijking van lid 3.13.3, van hoofdstuk III, van de BCH-Code is het gebruik van Halon 2402 niet toegestaan.

Artikel 10

In plaats van onderdeel 3.16.11 van hoofdstuk III van de BCH-Code gelden de volgende voorschriften:

    1. De medische uitrusting, bedoeld in artikel 130h van het Schepenbesluit 1965, wordt aangevuld met de navolgende hoeveelheid zuurstof:

      a.
       3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur; en
      
      
      b.
       1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal, of in het bedoelde verblijf, de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken.
      

a. a. 3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur; en b. b. 1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal, of in het bedoelde verblijf, de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken. 2. 2. In verband met het brandgevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren, geschiedt de berging van de reservezuurstof op een wijze die passend is. 3. 3. De bergruimte is ingericht om alle reserve-cilinders te bevatten waarbij de 40 liter-fles verticaal is opgesteld. 4. 4. De inrichting stemt zoveel mogelijk overeen met de hierna als voorbeeld geschetste tekening. 5. 5. De sleutel van de afsluiter van de 40 liter-fles is opgeborgen bij de fles, met dien verstande dat deze sleutel tijdens het gebruik op de afsluiter is aangebracht. De sleutel van de afsluitbare deur is op een opvallende plaats binnen het hospitaal, of binnen het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, opgeborgen. 6. 6. De hoge-drukleiding is zo kort mogelijk. Indien door de ligging van het hospitaal of van het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, een korte verbinding niet mogelijk is, wordt met betrekking tot de opstelling van zuurstofflessen Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 35/1965 als richtlijn aangehouden. 7. 7. Bij ingebruikstelling wordt ervoor gezorgd dat de leidingen volkomen schoon en vetvrij zijn.

Artikel 11

In plaats van het bepaalde in lid 3.16.12, van hoofdstuk III, van de BCH-Code wordt gelezen:

Aan dek zijn op duidelijk aangegeven plaatsen een of meer ringdouches, alsmede middelen voor het spoelen van de ogen, aanwezig. De douches, voorzien van een bediening door middel van een voetpedaal, zijn aangesloten op de zoetwaterleiding en zijn tijdens het laden en lossen voor onmiddellijk gebruik gereed. De ringdouches en de middelen voor het spoelen van de ogen zijn onder alle weersomstandigheden te gebruiken. De middelen voor het spoelen van de ogen moeten ten genoegen van de inspecteur-generaal worden uitgevoerd.

Artikel 12

De in lid 4.7.22, van hoofdstuk IV, van de BCH-Code bedoelde afstandbedienbare afsluiter behoeft slechts te zijn aangebracht indien daadwerkelijk propyleenoxide zal worden vervoerd.

Artikel 13

In aanvulling op de operationele voorschriften van de BCH-Code:

a. a. worden gedurende het laden en lossen alle deuren, patrijspoorten en andere openingen waardoor mogelijk gassen kunnen binnendringen in dekhuizen en opbouwen, gesloten gehouden; b. b. zijn de deuren die gesloten moeten worden gehouden, voorzien van een daartoe strekkend opschrift; c. c. wordt de ventilatie zodanig geregeld dat, rekening houdende met de atmosferische omstandigheden, voorkomen wordt dat gassen in de verblijven en dienstruimten binnendringen; d. d. wordt bij het laden en lossen uitsluitend gebruik gemaakt van de laad- en losleidingen van het schip; e. e. worden slangen met open einden niet gebruikt; f. f. wordt gedurende het laden en lossen zorggedragen dat de mogelijke gevaren, voortvloeiend uit elektrostatische lading, tot een minimum worden beperkt.

Artikel 13a

1. Een wijziging van de BCH-Code gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging internationaal in werking treedt.

2. Van een wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant, onder vermelding van de datum van inwerkingtreding.

Artikel 13b

De BCH-Code en de wijzigingen daarop liggen ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1997.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling BCH-Code.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Bordewijkstraat 4 te Rijswijk, en bij de Scheepvaartinspectie, s-Gravenweg 665 te Rotterdam.