rijk/ministeriele-regeling/regeling-bekostiging-personeel-po-20222023-en-vaststelling-bedragen-voor-onderst/BWBR0047085
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bekostiging personeel PO 20222023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 20222023 BWBR0047085 ministeriele-regeling geldend 2022-08-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047085 Regeling bekostiging personeel PO 20222023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 20222023

Regeling bekostiging personeel PO 20222023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 20222023

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • achterstandsscore: achterstandsscore als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022;
  • afdeling igbo: afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs, als bedoeld in artikel 85a WPO;
  • basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 WPO;
  • instellingscode: nummer waaronder een school staat geregistreerd in de Basisregistratie Instellingen;
  • BRP: basisregistratie personen;
  • leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022;
  • formatiebasisbedrag: formatiebasisbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidden op 31 maart 2022;
  • formatieleeftijdsbedrag: formatieleeftijdsbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidden op 31 maart 2022;
  • instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 WEC;
  • samenwerkingsverband PO: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 WPO;
  • samenwerkingsverband VO: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.1 WVO 2020;
  • school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 WEC, niet zijnde een instelling;
  • speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO;
  • vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een basisschool;
  • WEC: Wet op de expertisecentra;
  • WPO: Wet op het primair onderwijs;
  • WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.

Hoofdstuk 2. Vaststelling bedragen en landelijk gewogen gemiddelde leeftijd

Paragraaf 1. Basisscholen

Artikel 2

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 39,41 jaar; b. b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 83.482,88; c. c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 101.848,51.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag is voor basisscholen:

a. a. formatiebasisbedrag: € 40.457,42; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.091,74.

3.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 bedraagt voor:

Bedrag per leerling Verhogingsbedrag
a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar € 2.407,22 € 64,96
b. leerlingen vanaf 8 jaar € 1.674,94 € 45,20

4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 20212022 bedraagt 3,919%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 20212022 bedraagt 3,919%.

5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.

6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 3

1.

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom van de in de tabel genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel Basisbedrag Leeftijdsbedrag
23, eerste lid, (zeer kleine scholen) € 130.790,32 € 2.939,73
24, tweede lid, onderdeel a, (kleine scholen voet) € 87.015,82 € 2.348,11
24, tweede lid, onderdeel b, (kleine scholen verminderingsbedrag) € 602,82 € 16,27

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 4

1. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 680,23.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 5

1.

Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom van de in de tabel genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel Bedrag
3a, vierde lid, (aanvang bekostiging) € 16.974,75
29, zevende lid, (groei) € 4.065,62

2. Voor de berekening van de bekostiging, bedoeld in de tweede rij van de in het eerste lid opgenomen tabel, voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Artikel 6

1. Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 97 leerlingen € 21.850,63 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 97 leerlingen € 40.216,26.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 7

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een basisbedrag en een bedrag per leerling:

a. a. basisbedrag = € 22.386,23; b. b. bedrag per leerling = € 1.056,59.

2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 51.610,18 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 355,97).

3. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 7.233,00.

4. Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 180a WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 72,24 en is begrepen in het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid.

5. Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.

6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Artikel 8

1. Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in de artikelen B 16b en C 11, eerste en tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is € 83.482,88.

2. De aanvullende bekostiging voor schoolleiding, bedoeld in artikel B 16g van het Besluit trekkende bevolking, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 21.850,63 per school.

3. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel B 16l van het Besluit trekkende bevolking, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 60.059,71 per school.

4. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen in het eerste en tweede lid met 34,55% vermenigvuldigd en het bedrag in het derde lid met 41,67%.

Artikel 9

1. Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een afdeling igbo, zoals bedoeld in artikel 85a WPO, is verbonden, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging voor personeel en voor materiële instandhouding.

2.

Als op 1 oktober 2021 ten minste 11 leerlingen stonden in geschreven bij de afdeling igbo bedraagt de bekostiging de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen, die worden vermenigvuldigd met 41,67%.

Aantal leerlingen Bedrag personeel Bedrag materiële instandhouding
11 t/m 20 € 18.048,83 € 472,62
21 t/m 30 € 27.073,45 € 708,93
31 t/m 40 € 36.098,07 € 945,24
41 t/m 50 € 45.130,67 € 1.181,76
51 t/m 60 € 54.155,29 € 1.418,07
61 t/m 70 € 63.179,90 € 1.654,38
71 t/m 80 € 72.204,51 € 1.890,69
81 t/m 90 € 81.228,74 € 2.127,00
91 t/m 100 € 90.253,35 € 2.363,31
101 t/m 110 € 99.277,96 € 2.599,61
111 t/m 120 € 108.302,19 € 2.835,92
121 t/m 130 € 117.326,81 € 3.072,23
131 t/m 140 € 126.351,42 € 3.308,54
141 t/m 150 € 135.384,02 € 3.545,07
151 t/m 165 € 144.408,64 € 3.781,38
166 t/m 180 € 153.433,25 € 4.017,69
181 t/m 195 € 162.457,87 € 4.253,99
196 t/m 210 € 171.482,09 € 4.490,30
vervolgens per 15 leerlingen verhogen met € 9.024,62 € 236,31

3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, moet bij DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2022 en een gelijkluidend exemplaar daarvan wordt ingediend gelijktijdig met de jaarstukken 2021. Aanvragen die op of na 1 juli 2022 bij DUO worden ontvangen worden in ieder geval afgewezen.

4. Voor de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl.

5. Het bevoegd gezag van een basisschool met een afdeling igbo ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding indien het aantal leerlingen in die afdeling ten opzichte van de datum waarop voor het laatst bekostiging op basis van dit artikel is toegekend zodanig is toegenomen dat het leerlingenaantal in een hogere categorie als bedoeld in de tabel in het tweede lid, is komen te vallen. Voor een basisschool met een afdeling igbo waarvoor voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 nog geen toekenning is afgegeven, wordt de toename van het aantal leerlingen vastgesteld door het aantal leerlingen in die afdeling af te zetten tegen nul.

6. Voor de aanvraag, bedoeld in het vijfde lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl.

7. Het bevoegd gezag kan ten hoogste eenmaal per maand een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid indienen. Een aanvraag die wordt ontvangen op of na 1 december 2022, wordt afgewezen.

8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

9. Indien de toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 20222023 en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van 1 augustus 2022. Indien de toename op een later tijdstip plaatsvindt en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum, waarop de toename heeft plaatsgevonden.

10. De bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022, bedoeld in het vijfde lid, is gebaseerd op de bedragen uit de tabel in het tweede lid. Dit bedrag wordt gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van de periode waarvoor de bekostiging is toegekend.

Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 10

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,74 jaar; b. b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 92.752,69; c. c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 112.217,66.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag is voor speciale scholen voor basisonderwijs:

a. a. formatiebasisbedrag: € 39.994,35; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.295,00.

3.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 is:

a. a. bedrag per leerling: € 1.807,74; b. b. verhogingsbedrag € 58,53.

4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 20212022 bedraagt 4,643%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 20212022 bedraagt 4,643%.

5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.

6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 11

1.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, is:

a. a. bedrag per leerling € 2.583,64; b. b. verhogingsbedrag € 83,66.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 12

1.

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is:

a. a. basisbedrag € 1.603,77; b. b. leeftijdsbedrag € 51,93.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 13

1. Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 3a, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is € 18.702,94.

2. Het bedrag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 99 leerlingen € 22.771,97 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 99 leerlingen € 42.236,94.

3. Voor de berekening van de bekostiging bedoeld in het tweede lid voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 14

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule basisbedrag + A + B, waarin:

basisbedrag = € 16.998,47;

A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.532,12;

B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 238,18.

2. Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 180a WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 72,24 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A.

3. Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.

4. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel 15

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,63 jaar; b. b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 86.789,68; c. c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 49.480,09; d. d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 108.502,35.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:

a. a. formatiebasisbedrag: € 30.074,95; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.

3.

Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.

Basisbedrag Leeftijdsbedrag
vast bedrag per school € 35.289,95 € 1.598,58
per leerling SO jonger dan 8 € 1.699,23 € 76,97
per leerling SO 8 jaar en ouder € 1.181,95 € 53,54
per leerling VSO € 2.300,73 € 104,22

4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 20212022 bedraagt 3,239%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 20212022 bedraagt 3,239% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 20212022 bedraagt 3,239%.

5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WEC gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.

6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 16

1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, vierde lid, WEC, artikel 132, vierde lid, WPO en artikel 84, derde lid, WVO 2020, zoals die luidden op 31 maart 2022, is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

Categorie 1/l Categorie 2/m Categorie 3/h
per leerling SO jonger dan 8 € 12.025,12 € 17.507,33 € 26.798,20
per leerling SO 8 jaar en ouder € 11.005,37 € 19.000,11 € 28.290,98
per leerling VSO € 12.291,88 € 21.582,37 € 26.741,99

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 17

1.

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC zoals dat luidde op 31 maart 2022:

a. a. basisbedrag: € 1.157,89; b. b. leeftijdsbedrag: € 52,45.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 18

1. Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 3a, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is € 18.083,73.

2.

Het bedrag, bedoeld in artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel.

aantal leerlingen SO of VSO SOVSO MG SO of VSO MG SOVSO
1 tot en met 49 € 25.048,67 € 25.048,67 € 46.761,34 € 46.761,34
50 of meer € 46.761,34 € 68.474,01 € 46.761,34 € 68.474,01

3. Voor de berekening van de bekostiging bedoeld in het tweede lid voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 19

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124 WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule A+B, waarin:

A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.358,10;

B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 180,21.

2. Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 166a WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 72,24 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A.

3. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Hoofdstuk 3. Bekostiging samenwerkingsverbanden

Paragraaf 1. Lichte ondersteuning en schoolmaatschappelijk werk

Artikel 20

1.

Het bedrag per leerling verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom van de in de tabel genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel.

Artikel Bedrag
31, eerste lid, (ondersteuningsvoorzieningen) € 219,82
32, eerste lid, (overdracht bij toename) € 4.192,42
32, tweede lid, en 33, eerste volzin*(overdracht en overgang naar ander swv)* € 5.991,82
33, tweede volzin (overgang naar ander swv na 1 oktober) € 10.184,25

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Artikel 21

1. Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som der achterstandsscores van de vestigingen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 13,71 per achterstandsscore toegekend.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Paragraaf 2. Zware ondersteuning

Artikel 22

1. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 132, derde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, is € 451,11.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Artikel 23

1. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 84, tweede lid, WVO 2020, zoals die luidde op 31 maart 2022, is € 732,64.

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Artikel 24

1.

De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 125b, eerste lid, onderdeel b, WPO en artikel 88, eerste lid, onderdeel b, WVO 2020, zoals die luidden op 31 maart 2022, wordt weergegeven in onderstaande tabel.

Bedrag
per leerling SO <8 € 4.903,62
per leerling SO >=8 € 3.410,83
per leerling VSO € 6.639,41

2. Voor de berekening van de over te dragen bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Hoofdstuk 4. Bekostiging instellingen

Artikel 25

1.

De basisbedragen respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 117, eerste lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom in onderstaande tabel.

Bedrag Verhogingsbedrag
per leerling SO <8 € 1.699,23 € 76,97
per leerling SO >=8 € 1.181,95 € 53,54
per leerling VSO € 2.300,73 € 104,22

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Artikel 26

1. De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124 WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, is voor de instellingen in deze paragraaf € 1.358,10 per leerling.

2. Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 166a WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 72,24 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid.

3. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 41,67% vermenigvuldigd.

Artikel 27

1.

De bedragen, bedoeld in artikel 117, vijfde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, worden in onderstaande tabel per instelling weergegeven.

instellingscode Naam instelling Ondersteuningsbedrag
25GP Visio Onderwijs Haren € 3.990.798,29
25GR Bartimeus OVVGL € 12.842.710,65
25HD Kon. Visio Onderwijs Huizen € 7.266.187,74
25HE Kon. Visio Onderwijs Zuid € 15.221.664,81
01JO Auris Prof. Groenschool € 82.879.628,36
08ZP Taalbrug Junior € 28.497.910,55
17GW Kentalis Compas € 122.016.485,31
20WR Alexander Roozendaalschool € 31.701.862,55

2. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.

Hoofdstuk 5. Bijzondere bekostiging voor de eerste vijf maanden van het schooljaar 20222023

Artikel 28

1. Artikel 1 van de Algemene termijnenwet is van toepassing op dit hoofdstuk.

2. Indien de peildatum, bedoeld in de artikelen 32 tot en met 34, valt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag wordt als peildatum de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is aangehouden.

Artikel 29

1. Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 december 2022 wordt bezocht door 3 of meer kinderen in de eerste vier verblijfsjaren op een reguliere basisschool en die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022.

2.

De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 3 ingeschreven schipperskinderen de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen vermenigvuldigd met 41,67%, gedeeld door vijf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

Aantal schipperskinderen Bedrag personeel Bedrag MI
3 tot en met 6 € 18.190,92 € 439,61
7 tot en met 10 € 27.048,45 € 659,52
11 tot en met 14 € 35.914,33 € 879,22
15 tot en met 18 € 44.771,87 € 1.099,13
En vervolgens telkens in een bandbreedte van 4 leerlingen, te beginnen vanaf 19 leerlingen, te verhogen met € 8.857,53 € 219,91

3.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; b. b. de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school; c. c. het totaal aantal schipperskinderen dat de school bezoekt in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en d. d. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd.

4. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort met vermelding van het aantal verblijfsjaren, is opgenomen.

5. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

6. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

7. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag na 1 december 2022 is ontvangen.

Artikel 30

1. Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 december 2022 wordt bezocht door 4 of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022.

2. De bekostiging voor zowel personeel als voor materiële instandhouding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 3.840,00 per ingeschreven leerling met een culturele achtergrond van de Roma of Sinti. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met 41,67%, gedeeld door vijf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

3.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; b. b. het totaal aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en c. c. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd.

4. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

5. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

6. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag na 1 december 2022 is ontvangen.

Artikel 31

1. Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste 10 leerlingen uit een Blijf van mijn lijf huis zijn ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022.

2.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; b. b. het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht; en c. c. de ingangsdatum en de einddatum van de door het bevoegd gezag gekozen periode van maximaal één jaar als bedoeld in onderdeel b.

3. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie een overzicht is opgenomen van het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving.

4. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

5. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

6. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag na 1 december 2022 is ontvangen.

Artikel 32

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. asielzoeker:

        a.
        vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
        
          
            
            ingeschreven staat op een basisschool;
          
          
            
            in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
            
              
                1°.
                door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
              
              
                2°.
                door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
              
            
          
          
            
            nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
          
        
      
      
        b.
        ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:
        
          
            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of
          
        
      
      
        c.
        ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:
        
          
            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            nog geen jaar woonachtig is in Nederland;

a. a. vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:

            
            ingeschreven staat op een basisschool;
          
          
            
            in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
            
              
                1°.
                door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
              
              
                2°.
                door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
              
            
          
          
            
            nog geen jaar woonachtig is in Nederland;

ingeschreven staat op een basisschool; in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:

                1°.
                door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
              
              
                2°.
                door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en

1°. 1°. door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of 2°. 2°. door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en nog geen jaar woonachtig is in Nederland; b. b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:

            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of

ingeschreven staat op een basisschool; en nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of c. c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:

            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            nog geen jaar woonachtig is in Nederland;

ingeschreven staat op een basisschool; en nog geen jaar woonachtig is in Nederland; overige vreemdeling: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker, die:

        
        ingeschreven staat op een basisschool;
      
      
        
        in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
        
          
            1°.
            door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
          
          
            2°.
            van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en
          
        
      
      
        
        nog geen jaar woonachtig is in Nederland.

ingeschreven staat op een basisschool; in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:

            1°.
            door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
          
          
            2°.
            van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en

1°. 1°. door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of 2°. 2°. van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en nog geen jaar woonachtig is in Nederland.

2. Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 asielzoekers en/of overige vreemdelingen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

3.

De bijzondere en de aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op een periode van drie maanden, respectievelijk twee maanden, met als peildata:

a. a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober; b. b. 1 november voor de periode november tot en met december.

4. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in, die indien de peildatum de eerste schooldag betreft, door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2022 en indien de peildatum 1 november betreft, binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

5. Een basisschool die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 14.708,00.

6.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de basisschool; b. b. indien de peildatum de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de eerste schooldag, en het aantal asielzoekers en het aantal overige vreemdelingen dat op 1 oktober van het voorgaande schooljaar aan de basisschool stond ingeschreven of indien de peildatum 1 november betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum; en c. c. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de basisschool niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd.

7. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

8.

De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de volgende formules:

Indien de peildatum de eerste schooldag betreft;

• • indien Ap groter is dan At: (Ap At) x € 12.275,02 x 25,00%, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in artikel 29 van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor (Ap At), een aftrek plaatsvindt van € 4.065,62 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 25,00% en verhoogd met At x € 3.723,34 + € 90,18) x 25,00%; • • indien Ap niet groter is dan At: Ap x (€ 3.723,34 + € 90,18) x 25,00%;

waarin:

Ap = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat asielzoeker of overige vreemdeling is;

At = het aantal op 1 oktober van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat op de eerste schooldag asielzoeker of overige vreemdeling is;

Indien de peildatum 1 november betreft:

Ap x € 12.275,02 x 16,67%, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in artikel 29 of 30 van het Besluit bekostiging WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor Ap, een aftrek plaatsvindt van € 4.065,62 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 16,67%;

waarin:

Ap = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat asielzoeker of overige vreemdeling is.

Artikel 33

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. asielzoeker:

        a.
        vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
        
          
            
            ingeschreven staat op een basisschool;
          
          
            
            in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
            
              
                1°.
                door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
              
              
                2°.
                door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
              
            
          
          
            
            langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland;
          
        
      
      
        b.
        ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:
        
          
            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; of
          
        
      
      
        c.
        ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:
        
          
            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland;

a. a. vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:

            
            ingeschreven staat op een basisschool;
          
          
            
            in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
            
              
                1°.
                door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
              
              
                2°.
                door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
              
            
          
          
            
            langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland;

ingeschreven staat op een basisschool; in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:

                1°.
                door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
              
              
                2°.
                door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en

1°. 1°. door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of 2°. 2°. door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; b. b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:

            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; of

ingeschreven staat op een basisschool; en langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; of c. c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:

            
            ingeschreven staat op een basisschool; en
          
          
            
            langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland;

ingeschreven staat op een basisschool; en langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; overige vreemdeling: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker, die:

        
        ingeschreven staat op een basisschool;
      
      
        
        in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
        
          
            1°.
            door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
          
          
            2°.
            van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en
          
        
      
      
        
        langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland.

ingeschreven staat op een basisschool; in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:

            1°.
            door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
          
          
            2°.
            van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en

1°. 1°. door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of 2°. 2°. van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland.

2. Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers en/of overige vreemdelingen ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

3.

De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, respectievelijk twee maanden, met als peildata:

a. a. de eerste schooldag, voor de periode augustus tot en met oktober; b. b. 1 november, voor de periode november tot en met december.

4. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2022 en indien de peildatum 1 november betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

5.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de basisschool; en b. b. het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum.

6. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

7. De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 1.846,00 per asielzoeker vermenigvuldigd met 25,00% en € 1.846,00 per overige vreemdeling vermenigvuldigd met 25,00% indien de peildatum de eerste schooldag betreft en € 1.846,00 per asielzoeker vermenigvuldigd met 16,67% en € 1.846,00 per overige vreemdeling vermenigvuldigd met 16,67% indien de peildatum 1 november betreft.

Artikel 34

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. a.

      *school:* bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;

b. b.

      *vreemdeling:*
    
    
      
        1°.
        leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
      
      
        2°.
        die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
      
      
        3°.
        nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.

1°. 1°. leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt; 2°. 2°. die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en 3°. 3°. nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:

a. a. leerling

        
        die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
      
      
        
        van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
      
      
        
        die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
      
      
        
        nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of

die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt; van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of b. b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:

        
        ingeschreven staat op een school; en
      
      
        
        nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of

ingeschreven staat op een school; en nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of c. c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:

        
        ingeschreven staat op een school; en
      
      
        
        nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.

ingeschreven staat op een school; en nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.

3. Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 vreemdelingen die korter dan vier jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

4.

De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, respectievelijk twee maanden, met als peildata:

a. a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober; b. b. 1 november voor de periode november tot en met december.

5. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2022 en indien de peildatum 1 november betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

6. Een school die niet eerder opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 14.708,00.

7.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; b. b. het aantal vreemdelingen dat op de peildatum korter dan vier jaar in Nederland is; c. c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; en d. d. in geval van toepassing van het zesde lid, een verklaring dat de school niet eerder de opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.

8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

9. De bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 3.723,34 voor personeel en € 90,18 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 25,00% indien de peildatum de eerste schooldag betreft en met 16,67% indien de peildatum 1 november betreft.

Artikel 35

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoeker:

a. a. een leerling die verblijft in een procesopvanglocatie, zijnde de verblijfplaats van vreemdelingen tijdens de rust- en voorbereidingstermijn voorafgaand aan de algemene asielprocedure en gedurende de algemene asielprocedure door de Immigratie- en Naturalisatiedienst; of b. b. een leerling die verblijft in een gezinslocatie voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen recht meer hebben op verstrekkingen conform de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.

2. Het bevoegd gezag van de basisschool waar op 1 oktober 2021 asielzoekers worden opgevangen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022.

3. De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per asielzoeker € 1.116,00 vermenigvuldigd met 41,67%.

4.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. het instellingscode van de school waar de asielzoekers worden opgevangen; b. b. het aantal asielzoekers op 1 oktober 2021 onder de instellingscode, zoals opgenomen in de aanvraag; en c. c. een verklaring van het bevoegd gezag dat voor het aantal asielzoekers, zoals opgenomen in de aanvraag, tevens in de leerlingenadministratie documenten zijn opgenomen, waarin het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de school noemt als opvang school voor deze kinderen.

5. De aanvraag moet door DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2022. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen op of na deze datum.

6. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk in september 2022.

Artikel 36

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. a.

      *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdzorg

b. b.

      *capaciteit:* de capaciteit uitgedrukt in leerlingen

2. Het bevoegd gezag ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022. De bijzondere bekostiging bedraagt € 44.505,75 per vestiging en € 5.124,42 per leerling van de vestiging, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 41,67%. Het aantal leerlingen van de vestiging wordt gelijkgesteld aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en wordt gelijkgesteld aan de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft.

3. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding, indien er op 1 januari 2022 door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, of door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer capaciteit aan de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is toegekend dan het aantal leerlingen van de vestigingen bedoeld in het eerste lid op grond waarvan de personele bekostiging voor het schooljaar is bepaald.

4. De bijzondere bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen de capaciteit en het aantal leerlingen waarvoor personele bekostiging is toegekend, vermenigvuldigd met € 20.289,39 voor personeel en € 1.991,30 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 41,67%.

Artikel 37

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder een leerling met een ernstige meervoudige beperking: een leerling met een combinatie van een ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra zorg nodig is, die op 1 oktober 2021 ingeschreven stond op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en voor wie het bevoegd gezag bekostiging categorie 3 (hoog) ontvangt.

2. Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2021 een of meer leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waren ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022.

3.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; en b. b. het aantal op 1 oktober 2021 ingeschreven leerlingen met een ernstige meervoudige beperking als bedoeld in het eerste lid.

4. De aanvraag dient uiterlijk op 15 september 2022 ontvangen te zijn. Aanvragen die na die datum worden ontvangen, worden afgewezen.

5. De bekostiging bedraagt per ingeschreven leerling met een ernstige meervoudige beperking maximaal € 8.000,00 vermenigvuldigd met 41,67%.

6. Voor de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel is voor de periode van augustus tot en met december een bedrag van maximaal € 10 miljoen vermenigvuldigd met 41,67% beschikbaar.

7. Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in het zesde lid, wordt overschreden, wordt het bedrag per leerling met een ernstige meervoudige beperking, bedoeld in het vijfde lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

8. De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs beslist uiterlijk in november 2022 op de aanvraag.

Artikel 38

1. Het bevoegd gezag van een instelling of een school waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, waar op 1 oktober 2021 ten minste 7 leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs waren ingeschreven en van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de basisgegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers uiterlijk op 1 december 2021 waren opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig artikel 14 van de Wet register onderwijsdeelnemers, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel.

2. De bekostiging bedraagt per ingeschreven leerling met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs die voldoet aan de voorwaarden gesteld in het eerste lid maximaal € 925,00 vermenigvuldigd met 41,67%.

3. Voor de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel is voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 een bedrag van maximaal € 16.882.800 vermenigvuldigd met 41,67% beschikbaar.

4. Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in het derde lid, dreigt te worden overschreden, wordt het bedrag per leerling, bedoeld in het tweede lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

5. In de verantwoording over kalenderjaar 2022 wordt aangegeven waar de bijzondere bekostiging voor de beloning van leraren die lesgeven aan leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs op een school waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd aan besteed is, waarbij in ieder geval het aantal leraren dat een beloning heeft ontvangen wordt vermeld.

Artikel 38a

1. Het bevoegd gezag van een instelling of een school waar (voortgezet) speciaal onderwijs wordt verzorgd ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel.

2. De bijzondere bekostiging bedraagt € 376,29 per ingeschreven so-leerling en vso-leerling op 1 oktober 2021, waarbij voor scholen die bijzondere bekostiging op grond van artikel 38 hebben ontvangen een aftrek plaatsvindt gelijk aan de berekening op grond van artikel 38.

Artikel 39

1. Het bevoegd gezag van een basisschool die per 1 augustus 2022 samengaat met een speciale school voor basisonderwijs, die wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2022 én waarvan blijkens de registratie in het register onderwijsdeelnemers ten minste de helft van de leerlingen op de eerste schooldag zijn ingeschreven op de basisschool, ontvangt op aanvraag de eerste zes schooljaren na samengaan bijzondere bekostiging voor personeel.

2.

Een aanvraag voor de bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt per brief ingediend bij DUO en moet voor 30 september 2022 door DUO ontvangen zijn. Aanvragen die op of na deze datum worden ontvangen, worden afgewezen. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam en instellingscode van de basisschool; b. b. naam en instellingscode van de op te heffen speciale school voor basisonderwijs; en c. c. het BRIN-mutatieformulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs wordt gemeld of een kopie van het BRIN-mutatie formulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs is gemeld.

3. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het eerste schooljaar na de opheffing gelijk aan de som van de bekostiging op grond van artikel 120, tweede lid, onderdeel c, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 en de aanvullende bekostiging op grond van artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022 die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het eerste schooljaar na de opheffing.

4. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het tweede tot en met zesde schooljaar na het samengaan gelijk aan de aanvullende bekostiging op grond van artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022 die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het eerste schooljaar na de opheffing.

5. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk op 30 januari 2023.

6. In 2023 wordt de nog niet uitgekeerde bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, in één keer uitbetaald. Dit geldt ook voor bijzondere bekostiging die wordt verstrekt vanwege het samengaan van een basisschool met een speciale school voor basisonderwijs op een datum eerder dan 1 augustus 2022.

Artikel 40

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders is voor de eerste 5 maanden van het schooljaar 20222023 € 98,84 vermenigvuldigd met 41,67%.

Hoofdstuk 6. Gewogen gemiddelde leeftijd en betaalritme

Artikel 41

1. De gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, bedoeld in artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO en artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC zoals die luidden op 31 maart 2022, is de betrekkingsomvang aan de desbetreffende school van elke leraar op de school, vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school. Voor leraren ouder dan 50 jaar wordt voor de toepassing van de eerste volzin de leeftijd op 50 jaar vastgesteld. Indien de uitkomst van de berekening van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in de eerste volzin, lager is dan 30 jaar wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op 30 jaar. De in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd wordt afgerond op 2 decimalen.

2. Onder leraar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: elk personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in artikel 151 van Rechtspositiebesluit WPO/WEC, zoals dat luidde op 31 juli 2005, met uitzondering van leraren in opleiding als bedoeld in artikel 191, onderdeel a, van dat besluit en personeelsleden die in dienst zijn of van wie de betrekkingsomvang is uitgebreid in verband met vervanging, voor zover de kosten van deze dienstbetrekking of uitbreiding van de betrekkingsomvang ten laste komen van de in artikel 183 WPO of artikel 169 WEC zoals die luidden op 31 maart 2022, bedoelde rechtspersoon.

3. In geval van een samenvoeging van scholen is de gewogen gemiddelde leeftijd de som van de betrekkingsomvang van elke leraar van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen. De tweede tot en met de laatste volzin van het eerste lid is van toepassing.

4. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd wordt vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde leeftijd van de scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.

5. Indien voor de mededeling van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO en artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidden op 31 maart 2022, gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd systeem voor de salarisverwerking, wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op basis van de gegevens die in november voorafgaande aan die mededeling door dat systeem zijn verwerkt.

Artikel 42

1. Tenzij in deze regeling anders is bepaald worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

2. De bekostigingsbedragen, bedoeld in de artikelen 32, 33 en 34 worden telkens in één termijn uitbetaald.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 43

De bijzondere en de aanvullende bekostiging, verstrekt op grond van deze regeling, kunnen worden besteed aan alle activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt aan de basisschool, speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling, een samenwerkingsverband PO, een samenwerkingsverband VO of een school als bedoeld in de WVO 2020.

Artikel 44

De Regeling bekostiging personeel PO 20222023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 20222023 wordt ingetrokken.

Artikel 45

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2022.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 46

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging personeel PO 20222023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 20222023.