40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling bekostiging Wet toezicht trustkantoren | BWBR0016444 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-03-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016444 | Regeling bekostiging Wet toezicht trustkantoren |
Regeling bekostiging Wet toezicht trustkantoren
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: de Minister van Financiën; b. b. wet: de Wet toezicht trustkantoren; c. c. register: het register, bedoeld in artikel 7 van de wet.
Artikel 2
1. De toezichthouder stelt jaarlijks een begroting op van de in het daaropvolgende jaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de bij of krachtens de wet aan hem opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden.
2. De begroting wordt op een zodanige wijze opgesteld dat de lasten en uitgaven structureel worden gedekt door de baten en inkomsten.
3. De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.
4. Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatste verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd.
5. De toezichthouder zendt de begroting voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan de minister.
6. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
7. De toezichthouder doet na instemming onverwijld mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt deze gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze ter inzage.
Artikel 3
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de toezichthouder daarvan onverwijld mededeling aan de minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
Artikel 4
1. De toezichthouder stelt jaarlijks een verantwoording op van de bij of krachtens de wet aan hem opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden.
2. De verantwoording gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de toezichthouder aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de toezichthouder uit hoofde van de wet.
4. De toezichthouder zendt de verantwoording voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6. De toezichthouder doet na instemming onverwijld mededeling van de verantwoording in de Staatscourant en houdt deze gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze ter inzage.
Artikel 5
1. Het verschil tussen de aan het eind van een begrotingsjaar gerealiseerde baten van de toezichthouder en de gerealiseerde lasten van de toezichthouder vormt het exploitatiesaldo.
2. Indien in het voorafgaande jaar een exploitatiesaldo is ontstaan en de toezichthouder het exploitatiesaldo wil betrekken bij de in het lopende jaar in rekening te brengen kosten, bedoeld in artikel 7, doet de toezichthouder daaromtrent een voorstel in de verantwoording over het voorafgaande jaar.
Artikel 6
1.
De minister stelt jaarlijks voor 15 januari, op voorstel van de toezichthouder, tarieven vast voor het bedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet dat verschuldigd is ter zake van een aanvraag van een vergunning. Voor ieder van de volgende categorieën van aanvragers wordt een tarief vastgesteld:
a. a. aanvragers, niet van een groep deel uitmakend dan wel deel uitmakend van een groep welke uit minder dan drie rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen bestaat; b. b. aanvragers, deel uitmakend van een groep die uit meer dan twee en minder dan zes rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen bestaat; c. c. aanvragers, deel uitmakend van een groep die uit meer dan vijf en minder dan negen rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen bestaat; d. d. aanvragers, deel uitmakend van een groep die uit meer dan acht en minder dan twaalf rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen bestaat; e. e. aanvragers, deel uitmakend van een groep die uit meer dan elf rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen bestaat.
2. De minister stelt jaarlijks voor 15 januari, op voorstel van de toezichthouder, een tarief vast voor het bedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet dat verschuldigd is ter zake van een aanvraag van een ontheffing.
Artikel 7
1. De toezichthouder brengt met ingang van het jaar 2005 jaarlijks aan een trustkantoor dat is ingeschreven in het register het bedrag, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet in rekening dat is verschuldigd ter dekking van de kosten verbonden aan het toezicht. Aan een houder van een ontheffing wordt geen bedrag in rekening gebracht.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van de begroting waarmee is ingestemd geraamd voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft, met dien verstande dat op die kosten in mindering worden gebracht de kosten die voor dat jaar ten laste komen van de rijksbegroting.
3.
Op de geraamde kosten worden in mindering gebracht:
a. a. een uit het voorafgaande jaar resulterend positief exploitatiesaldo, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 5 is opgenomen in de verantwoording waarmee is ingestemd; b. b. de opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen die niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo, voor zover de hieraan ten grondslag liggende besluiten van de toezichthouder in het voorafgaande jaar onherroepelijk zijn geworden.
4. De geraamde kosten worden vermeerderd met een uit het voorafgaande jaar resulterend negatief exploitatiesaldo, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 5 is opgenomen in de verantwoording waarmee is ingestemd.
Artikel 8
1. Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, geldt de jaarlijkse omzet en overige opbrengsten uit diensten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet.
2.
Op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister met ingang van 2005 jaarlijks voor 1 juli, op voorstel van de toezichthouder, tarieven vast. Voor ieder van de volgende bandbreedtes met betrekking tot de jaarlijkse omzet en overige opbrengsten als bedoeld in het eerste lid wordt een tarief vastgesteld:
a. a. minder dan € 100.000; b. b. ten minste € 100.000 en minder dan € 200.000; c. c. ten minste € 200.000 en minder dan € 500.000; d. d. ten minste € 500.000 en minder dan € 1.000.000; e. e. ten minste € 1.000.000 en minder dan € 2.000.000; f. f. ten minste € 2.000.000 en minder dan € 5.000.000; g. g. ten minste € 5.000.000.
3. De toezichthouder baseert zijn voorstel voor de tarieven op gegevens met betrekking tot de maatstaf van het voorafgaande jaar.
4. De minister doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de vastgestelde tarieven.
Artikel 9
1. De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is gelijk aan het tarief, bedoeld artikel 8, tweede lid, dat is vastgesteld voor de bandbreedte die betrekking heeft op de door het trustkantoor in het voorafgaande jaar behaalde omzet en overige opbrengsten uit diensten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet.
2. Met betrekking tot een trustkantoor, niet zijnde een trustkantoor als bedoeld in artikel 50 van de wet, dat in het voorafgaande jaar nog niet stond ingeschreven in het register, gelden de omzet en overige opbrengsten uit diensten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet uit het lopende jaar als basis voor het bepalen van de bandbreedte.
3. Voor een trustkantoor dat niet eerder dan 1 februari van het lopende jaar staat ingeschreven in het register wordt het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, in rekening gebracht naar evenredigheid van het aantal maanden in het jaar dat het trustkantoor ingeschreven staat, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.
Artikel 10
Indien het trustkantoor na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen opgave heeft gedaan van zijn omzet en overige opbrengsten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, dan wel een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan, kan de toezichthouder een schatting doen van die gegevens.
Artikel 11
Aan een trustkantoor dat niet langer in het register staat ingeschreven, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden in het jaar dat het trustkantoor niet langer staat ingeschreven, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.
Artikel 12
Indien een trustkantoor het vermogen heeft verkregen van een trustkantoor dat in het lopende jaar heeft opgehouden te bestaan, wordt het bedrag ter vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, die door de toezichthouder ten aanzien van het laatstbedoelde trustkantoor zijn gemaakt, in rekening gebracht bij het verkrijgende trustkantoor, voor zover deze kosten niet reeds bij het laatstbedoelde trustkantoor in rekening zijn gebracht.
Artikel 13
Artikel 9, derde lid, is niet van toepassing op trustkantoren als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet.
Artikel 14
In 2004 worden de tarieven, bedoeld in artikel 6, voor 15 maart vastgesteld.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2004.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging Wet toezicht trustkantoren.