rijk/ministeriele-regeling/regeling-bemonstering-en-analyse-overige-organische-meststoffen/BWBR0009294
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen BWBR0009294 ministeriele-regeling geldend 1998-10-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009294 Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen

Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen

Artikel 1

Deze regeling neemt de terminologie over van het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen en verstaat voorts onder:

Artikel 2

Een onderzoekslaboratorium moet zijn erkend door de Stichting en na erkenning periodiek worden gecontroleerd door de Stichting, overeenkomstig het door de Stichting ten behoeve van de erkenning van laboratoria gehanteerde systeem.

Artikel 3

1. Een onderzoekslaboratorium dient zich te registreren bij de Rijkstoezichthouder.

2. De registratie dient te geschieden door middel van het doen toekomen aan de Rijkstoezichthouder van een formulier, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II; het formulier dient vergezeld te gaan van een gewaarmerkt afschrift van het document waaruit de in artikel 2 bedoelde erkenning blijkt.

3. Indien aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan ontvangt het onderzoekslaboratorium van de Rijkstoezichthouder een bevestiging van ontvangst, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II, welke geldt als bewijs van registratie.

4. De registratie wordt ingetrokken indien het laboratorium na de in artikel 4 bedoelde periode niet in het bezit is van een erkenning van de Stichting, dan wel indien de erkenning van het onderzoekslaboratorium door de Stichting wordt ingetrokken, dan wel indien het onderzoekslaboratorium naar het oordeel van de Rijkstoezichthouder niet naar behoren aan de bij deze regeling gestelde voorschriften voldoet.

5. Het in het tweede en derde lid bedoelde formulier ligt ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en is op verzoek verkrijgbaar bij de Dienst Regelingen te Assen.

Artikel 4

Voor een onderzoekslaboratorium dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet in het bezit is van de in artikel 2 bedoelde erkenning, geldt voor het verkrijgen van een zodanige erkenning een periode van twee jaren, te rekenen vanaf dat tijdstip, gedurende welke het onderzoekslaboratorium onverkort moet voldoen aan de bij of krachtens het Besluit gestelde regels omtrent het verrichten van bemonsteringen en analyses.

Artikel 5

1. Bemonstering en analyse van overige organische meststoffen, alsmede toetsing van de analysegegevens, dienen te geschieden volgens de voorschriften en methoden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage I.

2. Bemonstering en analyse van de bodem, alsmede toetsing van de analysegegevens, dienen te geschieden volgens de voorschriften en methoden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage I.

Artikel 6

1.

Naar aanleiding van de analyse van een monster van overige organische meststoffen wordt een analyserapport opgemaakt, waarin ten minste is opgenomen:

  • de naam van de producent van de overige organische meststoffen;
  • het gehalte aan stikstof in compost, alsmede de samenstelling en de eigenschappen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit, van de onderzochte overige organische meststoffen;
  • of al dan niet aan de eisen die het Besluit stelt met betrekking tot de samenstelling van overige organische meststoffen is voldaan;
  • de naam van het onderzoekslaboratorium dat de analyse heeft verricht.

2. Het onderzoekslaboratorium zendt een afschrift van het analyserapport aan de Rijkstoezichthouder.

Artikel 7

1.

Naar aanleiding van de analyse van een monster van de bodem wordt een analyserapport opgemaakt, waarin ten minste is opgenomen:

  • een kadastrale of topografische aanduiding van het perceel waarop de bemonstering werd verricht;
  • de naam van degene die zuiveringsslib dan wel compost op het betreffende perceel gebruikt;
  • de hoedanigheid en samenstelling van de bodem van het betreffende perceel, als bedoeld in de bij het Besluit behorende bijlage IV;
  • of de bodem al dan niet voldoet aan de eisen die het Besluit in verband met het gebruik van zuiveringsslib en compost daarop stelt;
  • de naam van het onderzoekslaboratorium dat de analyse heeft verricht.

2. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

De kosten verbonden aan monsterneming en analyse van overige organische meststoffen dan wel de bodem zijn voor rekening van de producent respectievelijk de gebruiker van de overige organische meststoffen.

Artikel 9

De artikelen van deze regeling treden in werking op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Artikel 10

De Regeling van 25 juni 1992 (Stcrt. 122), houdende Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen, wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen.

Bijlage I