40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling benzinevervoer in mobiele tanks 2006 | BWBR0018575 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018575 | Regeling benzinevervoer in mobiele tanks 2006 |
Regeling benzinevervoer in mobiele tanks 2006
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. richtlijn: richtlijn nr. 94/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 1994 betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations (PbEG L 365); b. b. benzine: benzine als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de richtlijn; c. c.
*benzinestation:* benzinestation als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van de richtlijn;
d. d.
*terminal:* terminal als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de richtlijn;
e. e. mobiele tank: mobiele tank als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van de richtlijn; f. f. ladingtank: mobiele tank, vast verbonden met een schip als bedoeld in artikel 2, onderdeel k, van de richtlijn, waarvan de wanden hetzij door de scheepsromp zelf, hetzij door van de scheepsromp onafhankelijke wanden zijn gevormd; g. g. damp: damp als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de richtlijn; h. h. restladingdamp: damp die na het lossen in een mobiele tank achterblijft; i. i. ontgassen: afvoeren van restladingdamp uit een mobiele tank, waarbij de dampen terechtkomen in de atmosfeer; j. j. opslaginstallatie: opslaginstallatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de richtlijn; k. k. voorlopige dampopslag: opslag van damp in een tank met vast dak op een terminal voor latere overbrenging naar en terugwinning op een andere terminal; l. l. ontvangstvoorziening: installatie waarin de damp uit een mobiele tank voor minimaal 80% wordt omgezet in vloeibare vorm, in energie of in warmte, met inbegrip van eventuele buffertanksystemen; m. m.
*LEL:* onderste explosiegrens.
Artikel 2
1.
Het verbod van artikel 4 is niet van toepassing op een ladingtank indien de schipper kan aantonen dat na het vervoeren van benzine:
a. a. de drie opvolgende ladingen van die ladingtank niet bestonden uit benzine, waarbij die ladingtank tijdens het laden telkens voor minimaal 50% werd gevuld; b. b. de direct opvolgende lading van die ladingtank niet bestond uit benzine, waarbij die ladingtank tijdens het laden voor minimaal 95% werd gevuld; of c. c. de restladingdamp van die ladingtank is verwerkt in een ontvangstvoorziening, waarbij de dampconcentratie wordt gemeten op een representatief punt in de leiding die loopt van de ladingtank naar de ontvangstvoorziening, waarbij de gemeten stofgerelateerde waardes ten hoogste 10% LEL mogen zijn.
2. De meting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt na 30 minuten herhaald.
Artikel 3
1.
Een mobiele tank wordt zodanig ontworpen, gebouwd en geëxploiteerd, dat:
a. a. restladingdampen in de tank blijven, en b. b. de mobiele tank retourdamp uit opslaginstallaties kan opvangen en opslaan.
2. Op een mobiele tank die is bestemd voor vervoer per spoor is het eerste lid, onderdeel b, slechts van toepassing wanneer de mobiele tank wordt gebruikt voor het leveren van benzine aan benzinestations of aan terminals met voorlopige dampopslag.
Artikel 4
1.
Het is verboden een mobiele tank te ontgassen. Restladingdampen blijven in de mobiele tank opgeslagen totdat in een terminal wordt herladen, behoudens voor:
a. a. drukverevening die vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk is, of b. b. verwerking in een ontvangstvoorziening.
2. Een ladingtank mag, in afwijking van het eerste lid, worden ontgast indien hiervoor op grond van artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ontheffing is gegeven door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Artikel 5
Artikel 4 is niet van toepassing op dampverliezen ten gevolge van metingen met peilstokken bij mobiele tanks die voor 1 januari 2000 in gebruik zijn genomen.
Artikel 6
Een wijziging van de richtlijn gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 7
De Regeling benzinevervoer in mobiele tanks wordt ingetrokken.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling benzinevervoer in mobiele tanks 2006.