40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. | BWBR0003768 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-06-30 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003768 | Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. |
Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.
Artikel 1
Aan de bewijzen van bekwaamheid genoemd in bijlage I bij deze regeling is de bevoegdheid verbonden tot het geven van voortgezet onderwijs aan de scholen en in de vakken in die bijlage aangegeven, onder de in die bijlage genoemde voorwaarden.
Artikel 2
1.
De scholen, afdelingen en leerjaren waarvoor de bevoegdheid geldt, worden aangegeven door een der coderingen 1, 2 of 2a, die de volgende betekenis hebben:
-
- alle scholen, afdelingen en leerjaren van vwo, havo, mavo, vbo, praktijkonderwijs, orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in artikel 10h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
-
- vwo (alleen de eerste drie leerjaren), havo (alleen de eerste drie leerjaren), mavo, vbo, praktijkonderwijs, orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in artikel 10h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. 2a. 2a. mavo, vbo, praktijkonderwijs, orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in artikel 10h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
2. Tenzij anders is of wordt bepaald worden onder scholen mede verstaan cursussen.
Artikel 3
Hij die bevoegd is onderwijs te geven in een leerjaar van een school voor voortgezet onderwijs, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in een gemeenschappelijk leerjaar van een scholengemeenschap waarvan dat leerjaar deel uitmaakt.
Artikel 3a
Hij die bevoegd is onderwijs te geven aan een soort van onderwijs vallend onder de codering 2a, is bovendien bevoegd onderwijs te geven aan de andere soorten van onderwijs vallend onder de codering 2a die van de scholengemeenschap deel uitmaken.
Artikel 3b
Hij die bevoegd is onderwijs te geven aan één of meer afdelingen van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, is bovendien bevoegd onderwijs te geven aan de andere afdelingen die van de school deel uitmaken.
Artikel 3c
Hij die bevoegd is onderwijs te geven in een of meer vakken waaruit een afdelingsvak, bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is samengesteld, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het desbetreffende afdelingsvak.
Artikel 3d
1. Hij die bevoegd is onderwijs te geven in de afdelingsvakken metaaltechniek en elektrotechniek, als bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het intrasectoraal programma metalektro.
2. Hij die bevoegd is onderwijs te geven in het afdelingsvak bouwtechniek, als bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het intrasectoraal programma bouw-breed.
3. Hij die bevoegd is onderwijs te geven in de afdelingsvakken elektrotechniek en installatietechniek, als bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het intrasectoraal programma instalektro.
4. Hij die bevoegd is onderwijs te geven in het afdelingsvak verzorging, als bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het intrasectoraal programma zorg en welzijn.
5. Hij die bevoegd is onderwijs te geven in de afdelingsvakken administratie of handel en verkoop, als bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het intrasectoraal programma handel en administratie.
6. Hij die bevoegd is onderwijs te geven in het afdelingsvak consumptief, als bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het intrasectoraal programma consumptief-breed.
7. Hij die bevoegd is onderwijs te geven in het afdelingsvak landbouw en natuurlijke omgeving, als bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het intrasectoraal programma landbouw-breed.
Artikel 4
1. Tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, wordt in deze regeling en de bijbehorende bijlagen onder het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen verstaan het desbetreffende getuigschrift bedoeld in het Academisch Statuut (Stb. 1963, 380) of het inhoudelijk daarmee overeenkomende getuigschrift bedoeld in het Academisch Statuut (Stb. 1921, 800).
2. Onder het bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding, dat in de bijlagen bij deze regeling wordt aangegeven met “bewijs van p.d.v.”, wordt verstaan de verklaring bedoeld in dan wel overeenkomstig die bedoeld in artikel 217 van het Academisch Statuut (Stb. 1963, 380), dat het bewijs is geleverd van voldoende pedagogisch-didactische scholing bedoeld in dan wel overeenkomstig die bedoeld in artikel 215 van dat Statuut, of de overeenkomstige verklaring op grond van het Academisch Statuut (Stb. 1921, 800) of het Technische-Hogeschoolstatuut (Stb. 1958, 594).
3. In afwijking van het in het tweede lid bepaalde wordt, indien het betreft een getuigschrift of diploma van de Landbouwhogeschool, onder het bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding verstaan de verklaring bedoeld in dan wel overeenkomstig die bedoeld in artikel 22f van het Landbouwhogeschoolstatuut, dat het bewijs is geleverd van voldoende pedagogisch-didactische scholing bedoeld in dan wel overeenkomstig die bedoeld in dat artikel.
Artikel 5
1. Tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, wordt in deze regeling en de bijbehorende bijlagen onder het diploma van een school voor hoger beroepsonderwijs of kunstonderwijs verstaan het desbetreffende diploma bedoeld in artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel het getuigschrift of diploma van een school of cursus die volgens de bepalingen van titel IV van de Overgangswet W.V.O. is omgezet in de desbetreffende school voor hoger beroepsonderwijs of kunstonderwijs.
2. Waar in de omschrijving van een bewijs van bekwaamheid, bedoeld in kolom II van de Lijst van bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. "opleiding tot leraar voortgezet onderwijs" is vermeld, wordt daaronder ook verstaan: studierichting leraar voortgezet onderwijs.
Artikel 6
1. Onder het pedagogisch diploma, dat in de bijlagen bij deze regeling wordt aangegeven met “p.d.” wordt verstaan: het pedagogisch diploma afgegeven door een van de avondscholen van het Nederlands Genootschap tot Opleiding van Leraren voor het Beroepsonderwijs of het pedagogisch getuigschrift voor het nijverheidsonderwijs verkregen ingevolge het Besluit Pedagogisch Getuigschrift NO.
2. Onder “Q” wordt verstaan: het bewijs van met goed gevolg afgelegd examen in de theorie van onderwijs en opvoeding verkregen ingevolge de desbetreffende bepalingen krachtens de Middelbaar-onderwijswet.
Artikel 7
1. Onder de vakken waarvoor de bevoegdheid geldt worden, tenzij anders wordt bepaald, mede verstaan de onder een andere benaming aan de scholen onderwezen vakken of onderdelen van vakken, die gezien hun inhoud tot de in de bijlagen bij deze regeling genoemde vakken gerekend kunnen worden.
2. Zonodig worden over de toepassing van het in het eerste lid bepaalde nadere voorschriften gegeven.
Artikel 8
1. Het vak statistiek wordt, zoals aangegeven in bijlage I bij deze regeling, begrepen onder de vakken algemene economie, bedrijfseconomie, wiskunde en methoden en technieken van onderzoek.
2. Het vak economie wordt voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs begrepen onder het vak algemene economie en het vak bedrijfseconomie.
3. Zonder daardoor afbreuk te doen aan het in het eerste en tweede lid bepaalde en aan de voorwaarden in bijlage I gesteld, worden onder algemene economie in elk geval mede verstaan de vakken economische wetenschappen I en recht (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) en economie (hoger algemeen voortgezet onderwijs).
4. Zonder daardoor afbreuk te doen aan het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde worden onder bedrijfseconomie in elk geval mede verstaan de vakken economische wetenschappen II en recht (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) en handelswetenschappen en recht (hoger algemeen voortgezet onderwijs).
5. Zonder daardoor afbreuk te doen aan het in het eerste, tweede, derde en vierde lid bepaalde worden onder agrarische economie mede verstaan de economische vakken in het landbouwonderwijs, waaronder het vak handelskennis in het lager landbouwonderwijs.
6. Het vak management en organisatie (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en hoger algemeen voortgezet onderwijs) wordt begrepen onder het vak bedrijfseconomie.
Artikel 9
1. Onder de theoretisch-technische vakken (van een bepaald vakgebied) worden mede verstaan de vakken vaktekenen en technisch schetsen (met betrekking tot dat vakgebied).
2.
De toevoeging "algemene" bij de technische vakgebieden duidt aan:
- de vakken die onderdeel zijn van het betrokken technische vakgebied voor zover zij worden onderwezen in de eerste drie leerjaren van scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs;
- het betrokken technische vakgebied voor zover dat met inachtneming van de wettelijke voorschriften als geïntegreerd vakgebied, onder de desbetreffende benaming van dat vakgebied wordt onderwezen.
3. Onder bouwtechniek/bouwkunde worden in elk geval mede verstaan timmeren, metselen, schilderen en meubelmaken/fijnhoutbewerken/machinaal houtbewerken; schilderen als vakgebied binnen scholen voor middelbaar technisch onderwijs wordt echter niet gerekend tot bouwtechniek/bouwkunde.
4. Voor vakleer in cursussen in het kader van het leerlingwezen is bevoegd de leraar die bevoegd is voor de praktische of theoretisch-technische vakken of voor beide, in de desbetreffende vakrichting, tenzij anders is of wordt bepaald.
Artikel 9a
Onder het vak techniek wordt mede verstaan het vak algemene technieken (techniek).
Artikel 9b
1. Voor de combinatie van de vakken natuur- en scheikunde, biologie tot één vak gedurende de periode van basisvorming is bevoegd de leraar die bevoegd is voor een of meer van de vakken natuurkunde, scheikunde en biologie.
2.
Voor de combinatie van twee of drie van de vakken geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde, economie tot één vak gedurende de periode van basisvorming is bevoegd:
- de leraar die bevoegd is voor een of meer van de te combineren vakken;
- de leraar die volgens de bijlage I bij deze regeling bevoegd is voor het onderwijs in het vak maatschappijleer.
- de leraar die krachtens een verklaring op grond van artikel 114 van de Overgangswet W.V.O. bevoegd is voor het vak maatschappijleer en die tussen 1 augustus 1990 en 1 augustus 1993 in een al dan niet aaneengesloten periode van ten minste veertig schoolweken aan een school voor voortgezet onderwijs in dat vak onderwijs heeft gegeven.
3. Voor de combinatie van twee of meer van de vakken tekenen, handvaardigheid/handenarbeid, handvaardigheid/textiele werkvormen, fotografie, film en audiovisuele vorming tot één vak gedurende de periode van basisvorming is bevoegd de leraar die bevoegd is voor een of meer van de te combineren vakken.
4. Voor de combinatie van het vak informatiekunde en één van de vakken Nederlandse taal, economie, wiskunde, natuur- en scheikunde, techniek tot één vak gedurende de periode van basisvorming is bevoegd de leraar die bevoegd is voor het vak dat met het vak informatiekunde is gecombineerd.
Artikel 10
1. Voor het vak kennis der natuur is bevoegd de leraar die bevoegd is voor een of meer der vakken natuurkunde, scheikunde en biologie.
2. Zonder daardoor afbreuk te doen aan het voor het overige in deze regeling en de daarbij behorende bijlagen bepaalde, worden onder biologie in elk geval mede verstaan de vakken anatomie en fysiologie, echter met dien verstande, dat voor deze beide vakken - voor die scholen waar ze als zelfstandig vak worden onderwezen - niet bevoegd zijn de bezitters van een bewijs van bekwaamheid, waaraan onderwijsbevoegdheid voor biologie is verbonden, dat is opgenomen in een der onderdelen 3, 4, 5 en 13 van bijlage I bij deze regeling, een en ander zoals aangegeven in die bijlage.
3. Voor het vak "natuur- en scheikunde" is bevoegd de leraar die bevoegd is voor het vak natuurkunde of het vak scheikunde, of voor beide vakken.
4. Voor het onderwijs in de vakken natuur- en scheikunde I en natuur- en scheikunde II is bevoegd de leraar die bevoegd is voor het vak natuurkunde of het vak scheikunde, of voor beide vakken.
Artikel 11
1. Onder geschiedenis wordt in elk geval mede verstaan het vak “geschiedenis en staatsinrichting”.
2. Voor het vak “geschiedenis en aardrijkskunde” is bevoegd de leraar die bevoegd is voor het vak geschiedenis of het vak aardrijkskunde, of voor beide vakken.
Artikel 11a
1. Zonder daardoor afbreuk te doen aan het bepaalde onder nummer 16.16 in bijlage I van deze regeling is bovendien bevoegd voor het vak culturele en kunstzinnige vorming 1 hij die bevoegd is voor één van de vakken tekenen, handvaardigheid (handenarbeid) of handvaardigheid (textiele werkvormen), muziek, dans, drama, Nederlands, kunstgeschiedenis, Latijn en Grieks, moderne vreemde talen en Fries, voor de soorten van onderwijs vallend onder de codering 1.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid is beperkt tot onderdelen van het vak culturele en kunstzinnige vorming 1 die aansluiten bij het desbetreffende bewijs van bekwaamheid.
Artikel 11b
Voor het vak klassieke culturele vorming (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) is bevoegd hij die bevoegd is voor de vakken Latijn en Grieks.
Artikel 12
1. Voor de regeling van de bevoegdheid tot het geven van voortgezet onderwijs worden binnen het vak handvaardigheid onderscheiden de onderdelen handvaardigheid (handenarbeid) en handvaardigheid (textiele werkvormen), zoals aangegeven in bijlage I bij deze regeling. Indien aan een school deze beide onderdelen als geïntegreerd vak worden onderwezen, is voor dit vak bevoegd de leraar die bevoegd is voor het vak handvaardigheid (handenarbeid) of het vak handvaardigheid (textiele werkvormen), of voor beide vakken.
2. Onder drama worden in elk geval mede verstaan de vakken voordrachtskunst, toneelkunst, mime, expressie door woord en gebaar, dramatische expressie.
Artikel 13
1. Onder huishoudkunde worden in elk geval mede verstaan de vakken zorg voor de woning, de voeding en de kleding.
2. Zonder daardoor afbreuk te doen aan het voor het overige in deze regeling en de daarbij behorende bijlagen bepaalde, worden onder gezondheidskunde mede verstaan de vakken gezondheidszorg en gezondheidsleer. Het vak gezondheidsleer wordt, zoals aangegeven in bijlage I bij deze regeling, ook begrepen onder de beroepsgerichte vakken op het gebied van de geneeskunde en de diergeneeskunde.
Artikel 14
1. Onder maatschappijleer wordt in elk geval mede verstaan het vak maatschappelijke begeleiding.
2. Zonder daardoor afbreuk te doen aan de bevoegdheid die bezitters van een verklaring afgegeven op grond van artikel 114 van de Overgangswet W.V.O. voor dit vak bezitten, is de bevoegdheid voor het vak maatschappijleer slechts verbonden aan de desbetreffende in bijlage I genoemde getuigschriften van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen indien de bezitter van dat getuigschrift tevens in het bezit is van een afzonderlijke verklaring, afgegeven door of namens de subfaculteit der sociaal-culturele wetenschappen of daarmee overeenkomende subfaculteit of faculteit, of door of namens de faculteit der landbouwwetenschappen, waaruit blijkt, dat voldaan is aan de door deze gestelde vakinhoudelijke vereisten en aan de vereisten van pedagogisch-didactische scholing voor dit vak, deze laatste als bedoeld in artikel 4. Aan deze vakinhoudelijke en pedagogisch-didactische vereisten kan worden voldaan voor of na het behalen van het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen.
Artikel 15
Zonder daardoor afbreuk te doen aan de bevoegdheid verbonden aan de specifieke voor dit vak in bijlage I onder nummer 4.4. genoemde bewijzen van bekwaamheid is voor het geven van voortgezet onderwijs in het vak maatschappelijke- en beroepsvorming bevoegd de leraar die in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid dat bevoegdheid geeft voor het voorbereidend beroepsonderwijs en aan wie door het bevoegd gezag - met diens instemming - lessen in dit vak worden opgedragen.
Artikel 15a
1. Aan de bewijzen van bekwaamheid, genoemd onder 3.2, 3.3, 3.4, 3.21, 14.1, 14.10, 17.2 en 17.4, in Bijlage I bij deze regeling, is tevens de bevoegdheid verbonden tot het geven van onderwijs in de vakken Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer, rekenen en wiskunde, muziek, tekenen, handvaardigheid, lichamelijke opvoeding, techniek en verzorging, aan de soorten van onderwijs, vallend onder de codering 2a, indien wordt voldaan aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
2. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor die vakken waarin in de afgelopen vijf jaren direct voorafgaand aan de samenvoeging van de school of afdeling voor svo met een school voor voortgezet onderwijs dan wel omzetting van die school of afdeling in een school of afdeling voor praktijkonderwijs of een orthopedagogisch-orthodidactisch centrum tenminste vijfhonderd lesuren is lesgegeven. Voor de vakken techniek en verzorging geldt bovendien dat de leraar in het bezit is van een individuele bevoegdheidsverklaring voor het vak algemene technieken of algemene technieken (techniek), respectievelijk algemene technieken of algemene technieken (verzorging), als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Interimwet voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. De bevoegdheid geldt voor de leerjaren 1 en 2 en voor leerjaar 3 voorzover het betreft vakken van de basisvorming. De bevoegdheid geldt voor alle leerjaren indien de vijfhonderd lesuren in het svo zijn gegeven aan leerlingen die zich voorbereiden op het eindexamen.
3. De leraar, bedoeld in het tweede lid, kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogisch-didactisch centrum, afstand doen van de onderwijsbevoegdheid verkregen op grond van dat lid. De overeenstemming wordt bereikt voor het tijdstipvan de samenvoeging dan wel omzetting en wordt schriftelijk vastgelegd.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het betreft een leraar aan een daar bedoelde school of afdeling wiens betrekking wordt opgeheven en er geen of nog geen samenvoeging of omzetting heeft plaatsgevonden. In dat geval werkt de periode van vijf jaar terug vanaf het moment van opheffing van de betrekking en wordt de overeenstemming over het afstand doen bereikt voor het tijdstip van indiensttreding.
5. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gewezen personeel dat op het moment van samenvoeging of omzetting niet meer in dienst is van het betreffende bevoegd gezag en in het genot is van een uitkering op grond van het Besluit werkloosheid onderwijs- of onderzoekspersoneel of wegens arbeidsongeschiktheid.
6. Indien de leraar die in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid bedoeld in het eerste lid, in een of meer van de vakken biologie, Engels, handvaardigheid (textiele werkvormen) en verzorging heeft lesgegeven zonder in het bezit te zijn van de daarvoor vereiste bevoegdheid, kan in overeenstemming tussen de belanghebbende en het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogischdidactisch centrum hiervoor een onderwijsbevoegdheid worden vastgesteld. Het tweede lid en de tweede volzin van het derde lid zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.
7. Indien op grond van de voorgaande leden voor een gewezen directeur of adjunct-directeur geen bevoegdheid voor ten minste drie vakken kan worden vastgesteld, kan deze vaststelling plaatsvinden in overeenstemming tussen de belanghebbende en het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogisch-didactisch centrum. Hierbij wordt ook vastgesteld of de bevoegdheid geldt voor het eerste en het tweede leerjaar, en het derde leerjaar voor zover het de basisvorming betreft, dan wel voor alle leerjaren.
8. Voor de toepassing van dit artikel wordt gebruik gemaakt van de modelverklaring zoals vastgesteld in de bijlage bij deze regeling en die door de minister beschikbaar wordt gesteld.
Artikel 15b
1. Aan de bewijzen van bekwaamheid genoemd onder 3.2, 3.3, 3.4, 3.21, 14.1, 14.10, 17.2 en 17.4 in Bijlage I bij deze regeling, is de bevoegdheid verbonden tot het geven van onderwijs in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie (incl. kennis der natuur), verzorging, muziek, handvaardigheid (textiele werkvormen) en tekenen, in de soorten van onderwijs vallend onder de codering 2a, voor zover dit onderwijs wordt gegeven aan groepen van uitsluitend geïndiceerde leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs en het praktijkonderwijs.
2. Aan de bewijzen van bekwaamheid genoemd in het eerste lid is tevens de bevoegdheid verbonden tot het geven van onderwijs in de praktijk orië nterende vakken van het praktijkonderwijs.
3. Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de akten van bekwaamheid genoemd onder 7.1 en 7.2, en de getuigschriften hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de ten minste vierjarige studierichting opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad genoemd onder 2.41, 7.3, 7.4 en 8.7, indien de bezitter in de afgelopen vijf jaren direct voorafgaand aan de samenvoeging van een school of afdeling voor svo met een school voor voortgezet onderwijs dan wel omzetting van die school of afdeling in een school of afdeling voor praktijkonderwijs of een orthopedagogisch-didactisch centrum aan de school of afdeling voor svo verbonden is geweest.
Artikel 16
Aan de bewijzen van bekwaamheid genoemd in bijlage IIA bij deze regeling is de bevoegdheid verbonden tot het geven van onderwijs aan scholen voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs in het vak theorie en methoden (van enig werkveld), onder de in die bijlage genoemde voorwaarden.
Artikel 17
Voor het vak esthetische vorming is bevoegd de leraar die bevoegd is voor een of meer der volgende vakken: tekenen, handvaardigheid (handenarbeid), handvaardigheid (textiele werkvormen), textiele werkvormen, muziek, drama, dans, kunstgeschiedenis, reclametekenen, etaleren.
Artikel 18
1.
De bevoegdheid tot het geven van voortgezet onderwijs geldt, voor in kolom V van bijlage I als zodanig aangegeven gevallen, indien de bezitter van het desbetreffende bewijs van bekwaamheid voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
- de bezitter is tussen 1 april 1980 en 1 april 1985 als rector, directeur, conrector, adjunct-directeur of leraar verbonden geweest aan een school voor voortgezet onderwijs;
- de bezitter is tussen 1 april 1975 en 1 april 1980 met recht op enige wettelijke uitkering, ontslagen uit een betrekking als rector, directeur, conrector, adjunct-directeur of leraar bij een school voor voortgezet onderwijs;
- de bezitter is tussen 1 april 1975 en 1 april 1980, zonder recht op enige wettelijke uitkering, ontslagen uit een betrekking als rector, directeur, conrector, adjunct-directeur of leraar bij een school voor voortgezet onderwijs.
2. De bevoegdheid heeft, indien het betreft de in het eerste lid onder a. en b. genoemde gevallen, betrekking op alle vakken waarvoor het desbetreffende bewijs van bekwaamheid, onder de in kolom V opgenomen voorwaarde, bevoegdheid verleent. Indien het betreft het geval in het eerste lid onder c. genoemd, geldt de bevoegdheid slechts indien de bezitter van het bewijs van bekwaamheid tussen 1 april 1975 en 1 april 1980 onderwijs heeft gegeven in het desbetreffende vak.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor de bewijzen van bekwaamheid die in bijlage I niet zijn opgenomen, maar waaraan op 31 maart 1985 bij of krachtens de Overgangswet W.V.O. bevoegdheid tot het geven van onderwijs was verbonden.
Artikel 19
1. De eerdere beschikkingen krachtens artikel 108 en artikel 110, eerste lid, en artikel 111, tweede lid, van de Overgangswet W.V.O. met de bijbehorende bijlagen worden ingetrokken.
2.
In afwijking van het in het eerste lid bepaalde blijven van kracht:
- de beschikking van 26 april 1973, kenmerk DGO 1233 (Stcrt. 1973, 110), zoals gewijzigd bij beschikking van 24 maart 1975, kenmerk DGO 1253 (Stcrt. 1975, 64);
- artikel 1, tweede lid, van de beschikking van 12 oktober 1981, kenmerk DGO 1289 (Stcrt. 1981, 208);
- de artikelen 2, 4, tweede lid, 5, 6, 7 van de beschikking van 16 april 1984, kenmerk CO 1308 (Stcrt. 1984, 133).
Artikel 20
Deze regeling, die in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 april 1985.
Artikel 21
Deze regeling met de bijbehorende bijlagen kan worden aangehaald als “Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.”.
Bijlage I. Lijst van bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.
Indeling
^1 De studierichting omvat twee studie-richtingsdelen (vakken). De bevoegdheid is aangegeven met de codering 2, echter: de bevoegdheid voor het middelbaar beroepsonderwijs (m.b.o.) geldt steeds slechts voor een van beide studierichtingsdelen (vakken), namelijk het studierichtingsdeel (vak) waarvan de inhoud mede is gericht op het geven van het middelbaar beroepsonderwijs, zoals aangegeven op het getuigschrift. Voor het andere vak is de bevoegdheid beperkt tot de overige soorten van onderwijs die worden aangegeven met de codering 2.
^2 Met uitzondering van het middelbaar beroepsonderwijs.
^3 De bevoegdheid geldt tevens voor de bovenbouw van het havo en vwo.
^4 Uitsluitend indien de inhoud van het studierichtingsdeel algemene economie mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs.
^5 Uitsluitend indien de inhoud van het studierichtingsdeel algemene economie mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs; de bevoegdheid geldt niet voor het mmo en cursorisch middenstandsonderwijs.
^6 Uitsluitend indien de inhoud van het studierichtingsdeel algemene economie mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs; de bevoegdheid geldt niet voor de vakken publiekrecht en privaatrecht meao.
^7 De bevoegdheid geldt niet voor de vakken publiekrecht en privaatrecht in het meao (p. verkoopbevordering.
Bijlage II A. Regeling onderwijsbevoegdheid theorie en methoden mdgo
-
Theorie en methoden van de aktiviteitenbegeleiding
-
Theorie en methoden van cultureel werk
-
Theorie en methoden van (semi-) residentieel werk
-
Theorie en methoden van arbeidszaken/personeelswerk
-
Theorie en methoden van sociale dienstverlening
-
Theorie en methoden van sport en bewegen.
-
Theorie en methoden van de verzorging.
Bijlage II B. Vakken die deel hebben uitgemaakt van het kandidaatsexamen in studierichtingen van de Landbouwhogeschool
^1 Door het besluit van 22 augustus 1962 werd het voor hen die zich wilden specialiseren op het gebied van de waterzuivering mogelijk om de vakken „wiskunde” en landmeetkunde (eerste gedeelte) uit het kandidaats-A programma te vervangen door organische scheikunde (eerste gedeelte) en colloïdchemie. In het kandidaats-B programma verviel dan o.a. landmeetkunde (tweede gedeelte) en werd o.a. opgenomen organische scheikunde (tweede gedeelte). Daaruit volgt: wiskunde heeft slechts deel uitgemaakt van het examen als dat vak met die naam (d.w.z. náást het vak „wiskundige verwerking van waarnemingsuitkomsten”) deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen; scheikunde heeft deel uitgemaakt van het kandidaatsexamen indien organische scheikunde en colloïdchemie deel hebben uitgemaakt van het kandidaatsexamen.
^2 Mits tenminste drie onderdelen van de wiskunde deel hebben uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen). Als zulke onderdelen gelden o.a.: wiskundige statistiek (niet: toegepaste statistiek), optimaliseringstechnieken, praktische functietheorie, integraaltransformaties en randwaardeproblemen, differentiaalvergelijkingen. De toepassingsgebieden informatica en landmeetkunde gelden hierbij niet als „onderdelen van de wiskunde” die mede in beschouwing kunnen worden genomen.
^3 Mits tenminste drie onderdelen van de scheikunde deel hebben uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen). Als zulke onderdelen gelden o.a.: organische chemie, fysische chemie, colloïdchemie, biochemie.
^4 Mits tenminste drie onderdelen van de biologie deel hebben uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen). Als zulke onderdelen gelden o.a.: microbiologie, vegetatiekunde, plantenfysiologie, plantensystematiek en -geografie (één vak), oecologie, dierfysiologie.
^5 Mits staathuishoudkunde/(algemene) economie deel heeft uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen).
Bijlage . behorend bij de overgangsregeling bevoegdheden leraren speciaal voortgezet onderwijs voor lom en mlk
(Voorzijde)
(Achterzijde)
De vakken waarvoor ingevolge artikel 15a van de Regeling bewijzen van bekwaamheid OWVO de onderwijsbevoegdheid geldt, zijn 2)De vakken doorhalen waarvoor de bevoegdheid niet geldt. Voor de vakken waarvoor de bevoegdheid wel geldt ja of neen doorhalen.