rijk/ministeriele-regeling/regeling-bijzondere-en-aanvullende-bekostiging-uitvoering-arbeidsmarkttoelage-na/BWBR0045733
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO BWBR0045733 ministeriele-regeling geldend 2021-10-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045733 Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO

Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvullende bekostiging: aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 2.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; a achterstandsscore:

        a
    
          *wat betreft een basisschool:* achterstandsscore op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een basisschool als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022;
    
    
        b
    
          *wat betreft een school voor voortgezet onderwijs:* achterstandsscore zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO;
    

a a

        *wat betreft een basisschool:* achterstandsscore op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een basisschool als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022;

b b

        *wat betreft een school voor voortgezet onderwijs:* achterstandsscore zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO;
  • arbeidsmarkttoelage: aan het salaris toegevoegd bedrag;
  • basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
  • bijzondere bekostiging: aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 117, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra;
  • leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022 of artikel 5.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
  • leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 of artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022;
  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet onderwijs;
  • Nationaal Programma Onderwijs: programma dat zich richt op het herstel van de als gevolg van en tijdens de COVID-19-pandemie opgelopen vertraging in de ontwikkeling van het onderwijs aan leerlingen;
  • pro-vestiging: vestiging waar op 1 oktober 2020 meer dan 50% van de leerlingen praktijkonderwijs volgt;
  • schooljaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend;
  • school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
  • school voor voortgezet onderwijs: school als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs;
  • speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
  • vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 2

1. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of school voor voortgezet onderwijs met relatief veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstanden als gevolg van COVID-19 bijzondere en aanvullende bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.

2. De in het eerste lid bedoelde bekostiging is bedoeld voor het toekennen van een arbeidsmarkttoelage aan al het personeel dat werkzaam is op de in aanmerking komende vestiging of vestigingen zoals opgenomen in bijlage 1 en 2 bij deze regeling.

Artikel 3

1.

De minister verstrekt bijzondere bekostiging aan:

a. a. het bevoegd gezag van een basisschool met een of meer vestigingen met de relatief hoogste achterstandsscores; en b. b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs met een of meer vestigingen met de relatief meeste leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

De vestigingen die in aanmerking komen voor de bijzondere bekostiging, alsmede het leerlingenaantal en het bekostigingsbedrag dat per vestiging wordt toegekend, zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

2. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.

3. De hoogte van de bijzondere bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 121 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 118 van de Wet op de expertisecentra, zoals die luidden op 31 maart 2022, dat staat ingeschreven op de vestiging op 1 oktober 2020.

4.

Het bedrag per leerling in het primair onderwijs bedraagt:

a. a. € 532,85 voor vestigingen van basisscholen, waarbij vestigingen van basisscholen met minder dan 145 leerlingen in aanvulling daarop een vaste voet ontvangen van € 17.632,96 met aftrek van € 122,03 per leerling; b. b. € 1.072,40 voor vestigingen van speciale scholen voor basisonderwijs, en; c. c. € 2.253,40 voor vestigingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

5. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in november 2021 vastgesteld. De eerste betaling vindt plaats in november 2021 voor 5/12^e deel van het vastgestelde bedrag. In januari 2022 volgt een tweede betaling voor 7/12^e deel van het vastgestelde bedrag.

6. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.

Artikel 4

1. De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs, met een of meer vestigingen met de relatief hoogste achterstandsscores. De vestigingen die in aanmerking komen voor de bijzondere bekostiging, alsmede het leerlingenaantal en het bekostigingsbedrag dat per vestiging wordt toegekend, zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.

3. De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de vestiging op 1 oktober 2020.

4. Het bedrag per leerling bedraagt € 761,61 voor pro-vestigingen en € 617,66 voor de overige vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs.

5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in november 2021 vastgesteld. De eerste betaling vindt plaats in november 2021 voor 5/12^e deel van het vastgestelde bedrag. In januari 2022 volgt de tweede betaling voor 7/12^e deel van het vastgestelde bedrag.

6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 5

1. De verantwoording van de besteding van deze aanvullende en bijzondere bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

2. De bijzondere en aanvulling bekostiging voor het doel, genoemd in artikel 2, kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 6

1. De minister monitort periodiek de implementatie en effecten van deze regeling op landelijk niveau.

2. Ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde monitor zorgt het bevoegd gezag desgevraagd voor een samenhangend overzicht van de gepleegde inspanningen en uitkomsten ter verwezenlijking van het in artikel 2 genoemde doel.

Artikel 6a

Deze regeling is mede gebaseerd op artikel 119, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 117, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 7

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2021.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO.

Bijlage 1. behorende bij

Lijst met PO-vestigingen die in aanmerking komen voor bijzondere bekostiging:

Bijlage 2. behorende bij

Lijst met VO-vestigingen die in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging: