rijk/ministeriele-regeling/regeling-capaciteitsvermindering-zeevisserij-2005/BWBR0018732
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005 BWBR0018732 ministeriele-regeling geldend 2005-09-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018732 Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005

Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. b. visvergunning: aan een ondernemer ten aanzien van een vissersvaartuig toegekende visvergunning als bedoeld in artikel 1 van de Regeling visvergunning; c. c. besluit: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998; d. d. verordening: verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337); e. e. vissersvaartuig: vaartuig dat gebruikt wordt voor de uitoefening van de bedrijfsmatige visserij, dat overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 als Nederlands geldt en dat overeenkomstig het bij of krachtens het besluit bepaalde staat geregistreerd; f. f. brutoton: maat ter bepaling van de scheepsinhoud overeenkomstig bijlage I van het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122 en 194); g. g. meetbrief: document als bedoeld in artikel 4 van de Meetbrievenwet 1981; h. h. directeur: directeur Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; i. i. segment: segment als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Regeling visvergunning; j. j. lengte over alles: lengte als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van de Europese Gemeenschap van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274); k. k. zeedag: aaneengesloten tijdvak van 24 uur waarin een vissersvaartuig niet in de haven ligt; l. l. contingent: contingent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Regeling contingentering zeevis; m. m. garnalenvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren verleend voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon, crangon) in de visserijzone, het zeegebied of de kustwateren.

2. Voor de toepassing van deze regeling wordt de leeftijd van een vissersvaartuig bepaald overeenkomstig onderdeel 1, punt 1.0, van bijlage III van de verordening.

3. Voor de toepassing van deze regeling is het aantal brutoton dat een vissersvaartuig meet, het aantal brutoton dat het vaartuig meet volgens de opgave in de meetbrief.

Artikel 2

De minister kan op aanvraag aan de eigenaar van een vissersvaartuig overeenkomstig het bepaalde in deze regeling subsidie verlenen ter zake van:

a. a. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig, of b. b. de eigendomsoverdracht van het vissersvaartuig in het kader van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten.

Artikel 3

Onder definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2 wordt verstaan:

a. a. sloop van het vissersvaartuig; b. b. het definitieve gebruik van het vissersvaartuig voor niet-commerciële andere doeleinden dan visserij.

Artikel 4

1. De aanvraag voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, kan worden ingediend in de periode van 12 september tot en met 7 november 2005.

2.

Het subsidieplafond voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies bedraagt:

a. a. € 4.000.000 voor vissersvaartuigen die behoren tot segment MFL 1 of MFL 2 en waarvoor een garnalenvergunning is verleend en geen contingent is toegekend; b. b. € 32.000.000 voor vissersvaartuigen die behoren tot het segment MFL 1 en waarvoor een contingent is toegekend.

3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen tot subsidieverlening, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is, als datum van ontvangst geldt.

4. Bij de verdeling van het beschikbare bedrag op grond van het derde lid wordt in totaal niet meer dan € 18.000.000 toegekend aan eigenaren van vissersvaartuigen die blijkens het visserijregister Urk als thuishaven hebben.

5.

Indien door toewijzing van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing aan de hand van het rangschikken van de op deze datum ontvangen aanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking van aanvragen wordt als volgt bepaald:

a. a. voorrang wordt verleend aan vissers die gegevens hebben overgelegd waaruit naar het oordeel van de minister blijkt dat zij het afgelopen jaar meer dan de helft van de voor hen beschikbare zeedagen hebben gevist in de Voordelta, zoals beschreven in Beschikking 2004/813/EG van de Europese Commissie van 7 december 2004 tot vaststelling, op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, van de lijst van gebieden van communautair belang voor de Atlantische biogeografische regio (PbEG L 387) waarbij de onderlinge rangschikking tussen deze vissers plaatsvindt volgens loting, welke geschiedt door een vanwege de minister aan te wijzen notaris; b. b. voor de overige aanvragen vindt de rangschikking plaats volgens loting, welke geschiedt door een vanwege de minister aan te wijzen notaris.

Artikel 5

1.

Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan slechts worden verleend ter zake van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig:

a. a. dat behoort tot het segment MFL 1 en waarvoor een contingent is toegekend of een garnalenvergunning is verleend of dat behoort tot het segment MFL 2 en waarvoor een garnalenvergunning is verleend; b. b. met een lengte over alles van meer dan 15 meter en een tonnage van minder dan 1.200 BT; c. c. dat op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening meer dan tien jaar oud is; d. d. dat in elk van de twee aan de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden ten minste 75 zeedagen is gebruikt voor een visserijactiviteit, en e. e. ten aanzien waarvan op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening op grond van artikel 2a, eerste en tweede lid, van de Regeling visvergunning een visvergunning is toegekend.

2.

De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien:

a. a. voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig reeds uit anderen hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is of wordt verstrekt; b. b. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig heeft plaatsgevonden alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd; c. c. de subsidieaanvraag niet is ingediend in de periode, bedoeld in artikel 4, eerste lid; d. d. de aanvrager de aan het vissersvaartuig verleende garnalenvergunning of, geheel of gedeeltelijk, een aan het vissersvaartuig toegekend contingent in de periode tussen 22 juli 2005 en de datum van subsidieverlening:

        1°.
        heeft overgedragen;
      
      
        2°.
        binnen zijn onderneming heeft toegewezen aan een ander vissersvaartuig, of
      
      
        3°.
        een verzoek heeft gedaan tot aanhouding van de toekenning;

1°. 1°. heeft overgedragen; 2°. 2°. binnen zijn onderneming heeft toegewezen aan een ander vissersvaartuig, of 3°. 3°. een verzoek heeft gedaan tot aanhouding van de toekenning; e. e. door verstrekking van de subsidie in totaal meer dan € 18.000.000 wordt toegekend aan eigenaren van vissersvaartuigen die blijkens het visserijregister Urk als thuishaven hebben.

Artikel 6

1.

In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 3 bedraagt de subsidie:

a. a. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van minder dan 10 BT: € 11.000 per brutoton vermeerderd met € 2.000; b. b. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 10 BT of meer, en minder dan 25 BT: € 5.000 per brutoton vermeerderd met € 62.000; c. c. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 25 BT of meer, en minder dan 100 BT: € 4.200 per brutoton vermeerderd met € 82.000; d. d. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 100 BT of meer, en minder dan 300 BT: € 2.700 per brutoton vermeerderd met € 232.000; e. e. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 300 BT of meer, en minder dan 500 BT: € 2.200 per brutoton vermeerderd met € 382.000, of f. f. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 500 BT of meer: € 1.200 per brutoton vermeerderd met € 882.000.

2. Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, tussen 16 en 29 jaar oud is, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verlaagd met 1,5% per jaar dat het vaartuig ouder is dan 15 jaar.

3. Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, 30 jaar of ouder is, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verlaagd met 22,5%.

Artikel 7

1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de directeur, op een daartoe door de directeur vastgesteld formulier.

2. De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een kopie van de meetbrief.

Artikel 8

1.

De subsidieontvanger is verplicht om binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening, ervoor zorg te dragen dat:

a. a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor niet commerciële andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd; b. b. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Registratieregeling vissersvaartuigen 1998, zijn verwijderd; c. c. de inschrijving van het vissersvaartuig in het register, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald; d. d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt.

2. De minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger éénmalig met ten hoogste vier weken verlengen.

Artikel 9

1. De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de directeur op een daartoe door de directeur vastgesteld formulier.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. een verklaring van een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst dat is voldaan aan:

        1°.
        
          artikel 8, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft de sloop van het vissersvaartuig of het verwijderen van de aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij, en
      
      
        2°.
        
          artikel 8, eerste lid, onderdeel b;

1°. 1°.

          artikel 8, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft de sloop van het vissersvaartuig of het verwijderen van de aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij, en

2°. 2°.

          artikel 8, eerste lid, onderdeel b;

b. b. overige bescheiden waarmee naar het oordeel van de minister wordt aangetoond dat aan de in artikel 8, eerste lid, bedoelde verplichtingen is voldaan; c. c. het originele exemplaar van de ten aanzien van het betreffende vissersvaartuig toegekende visvergunning; d. d. het originele exemplaar van de garnalenvergunning, voor zover ten aanzien van het betreffende vissersvaartuig een garnalenvergunning is toegekend; e. e. het originele exemplaar van het speciale visdocument, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling technische maatregelen 2000, voor zover ten aanzien van het betreffende vissersvaartuig een speciaal visdocument is toegekend.

3. Indien het vissersvaartuig verloren gaat op een tijdstip tussen het moment van subsidieverlening en de subsidievaststelling, wordt de subsidie verminderd met het bedrag van de door de verzekering uitgekeerde vergoeding.

Artikel 10

In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is de subsidieontvanger verplicht om ervoor zorg te dragen dat het vissersvaartuig niet op enig tijdstip terugkeert in de hoedanigheid van vissersvaartuig.

Artikel 11

Ten aanzien van contingenten die zijn toegekend ten behoeve van vaartuigen waarvoor subsidie wordt verleend, wordt de periode van aanhouden van een contingent als bedoeld in artikel 14 van de Regeling contingentering zeevis vastgesteld op ten hoogste 12 maanden.

Artikel 12

1. Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

2. De beslissing tot verlening van subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling of het uitblijven daarvan.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005.