40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling compensatie langere inschrijvingsduur | BWBR0039526 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-05-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039526 | Regeling compensatie langere inschrijvingsduur |
Regeling compensatie langere inschrijvingsduur
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*beroepsopleiding:* beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
b. b.
*deelnemer:* een in artikel 8.1.1, eerste lid, eerste volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde deelnemer;
c. c.
*instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
d. d.
*minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 2
Het doel van deze regeling is het compenseren van instellingen voor een onevenredig aantal ingeschreven deelnemers met een langere inschrijvingsduur in het middelbaar beroepsonderwijs. Met deze aanvullende middelen worden in het kader van kansengelijkheid financiële belemmeringen weggenomen, waardoor deze deelnemers door het stapelen van diploma’s, door het wisselen van opleiding of het opnieuw beginnen met een opleiding het voor hen hoogst haalbare diploma in het beroepsonderwijs kunnen behalen.
Artikel 3
Voor verstrekking van aanvullende middelen op grond van deze regeling is beschikbaar:
a. a. in het jaar 2017 een bedrag van € 4.000.000,–; en b. b. in het jaar 2018 een bedrag van € 4.000.000,–.
Artikel 4
1.
De aanvullende bekostiging wordt zonder aanvraag verstrekt aan het bevoegd gezag van een instelling indien op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende bekostigingsjaar waarvoor de aanvullende middelen als bedoeld in artikel 3 beschikbaar zijn, minimaal 20% van het totaal ingeschreven aantal deelnemers in een beroepsopleiding bij die instelling:
a. a. geen diploma voortgezet onderwijs dan wel een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, heeft, en b. b. aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoet:
i.
na het met goed gevolg afsluiten van een beroepsopleiding is ingeschreven bij een beroepsopleiding op een hoger niveau;
ii.
minimaal één jaar langer dan de door het bevoegd gezag vastgestelde studieduur van de huidige beroepsopleiding staat ingeschreven bij die beroepsopleiding; of
iii.
in voorgaande jaren is uitgeschreven bij een beroepsopleiding zonder deze opleiding met goed gevolg afgerond te hebben en binnen een periode van maximaal 3 jaar opnieuw is ingeschreven bij een beroepsopleiding.
i. i. na het met goed gevolg afsluiten van een beroepsopleiding is ingeschreven bij een beroepsopleiding op een hoger niveau; ii. ii. minimaal één jaar langer dan de door het bevoegd gezag vastgestelde studieduur van de huidige beroepsopleiding staat ingeschreven bij die beroepsopleiding; of iii. iii. in voorgaande jaren is uitgeschreven bij een beroepsopleiding zonder deze opleiding met goed gevolg afgerond te hebben en binnen een periode van maximaal 3 jaar opnieuw is ingeschreven bij een beroepsopleiding.
2. Met het hebben van een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, anders dan de basisberoepsgerichte leerweg, wordt in deze regeling gelijkgesteld degene die de eerste drie of meer leerjaren van een school voor algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg heeft doorlopen.
3. Indien de vooropleiding van een deelnemer niet geregistreerd is in het basisregister onderwijs, wordt deze deelnemer geacht niet te hebben voldaan aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, onder a.
4.
De minister berekent het in artikel 3 genoemde bedrag volgens de formule:
waarbij wordt verstaan onder:
- IDLV: het aantal ingeschreven deelnemers dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onder a en b en 20% of meer bedraagt van het totaal aantal ingeschreven deelnemers;
- LDLV: het totaal van het aantal ingeschreven deelnemers dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onder a en b zijnde de som van het aantal ingeschreven deelnemers die voldoen aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid van alle instellingen;
- LBLV: het landelijk beschikbare budget bedoeld in artikel 3.
5. De uitkomst van de berekening op grond van het vierde lid wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
6. De aanvullende bekostiging wordt direct vastgesteld.
7. De aanvullende bekostiging kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Artikel 5
1. De betaling vindt plaats volgens het kasritme van de betaling van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.4, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
2. Voor het jaar 2017 maakt de minister in juni de hoogte van de aanvullende bekostiging per instelling bekend.
3. Voor het jaar 2018 maakt de minister in september 2017 de hoogte van de aanvullende bekostiging per instelling bekend.
Artikel 6
De verantwoording geschiedt in de jaarverslaglegging overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Artikel 7
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2017.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling compensatie langere inschrijvingsduur.