rijk/ministeriele-regeling/regeling-derde-cultuurallocatie-nederland-suriname/BWBR0011251
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling derde Cultuurallocatie Nederland-Suriname BWBR0011251 ministeriele-regeling geldend 2000-04-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011251 Regeling derde Cultuurallocatie Nederland-Suriname

Regeling derde Cultuurallocatie Nederland-Suriname

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.5.1 en 2.5.2, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken voor activiteiten in het kader van samenwerkingsprojecten tussen Nederland en Suriname geldt tot en met 23 maart 2005 een subsidieplafond van f 500.000.

Artikel 2

Voor subsidieverlening op grond van de hierboven aangehaalde artikelen geldt met betrekking tot de derde Cultuurallocatie het volgende beleidsvoornemen:

  • Doelstelling

    Het uitvoeren van kleinschalige projecten in Suriname en in Nederland ten behoeve van de culturele samenwerking en uitwisseling tussen Nederland en Suriname en ter versterking van de culturele identiteit van de bevolking in het algemeen en van belangrijke bevolkingsgroepen in Suriname in het bijzonder.
    
  • Doelgroep

    De doelgroep wordt gevormd door niet-gouvernementele organisaties, die actief zijn op cultureel gebied, zowel in Nederland als in Suriname.
    
  • Prioriteiten

    De ondersteuning zal zich richten op de volgende vijf prioritaire sectoren: 
    
    
         podiumkunst; 
    
    
         beeldende kKunst; 
    
    
         museale samenwerking; 
    
    
         monumentenzorg; 
    
    
         taal.
    
  • podiumkunst;

  • beeldende kKunst;

  • museale samenwerking;

  • monumentenzorg;

  • taal.

  • Omvang van de subsidie

    Het subsidiebedrag per aanvraag bedraagt ten hoogste f 75.000. 
    Alleen aanvragen die een meer dan gemiddeld structurele en duurzame bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de hiervoor aangeduide doelstellingen van de subsidie kunnen in aanmerking komen voor toekenning van het maximumbedrag. 
    Subsidieverlening kan worden beperkt tot een door de minister te bepalen deel van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Reiskosten kunnen slechts voor subsidie in aanmerking komen indien zij deel uitmaken van de begroting van een activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd. Reiskosten komen niet separaat voor subsidie in aanmerking.
    
  • Overige bepalingen

    Aanvragen worden tenminste 3 maanden voor aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd ingediend. 
    Een activiteit kan als regel slechts eenmalig worden ondersteund. Een nieuwe aanvraag voor een vergelijkbare activiteit door dezelfde aanvrager en/of uitvoerder kan slechts bij hoge uitzondering voor toekenning in aanmerking komen. 
    Alle aanvragen worden verder getoetst op: 
    
    
         doeltreffendheid (of redelijkerwijs verwacht mag worden dat de beoogde doelstellingen worden gehaald); 
    
    
         doelmatigheid (de vraag of de ingezette middelen in verhouding staan tot de beoogde effecten); 
    
    
         institutionele haalbaarheid (de beoordeling of de aanvrager beschikt over voldoende capaciteit om de rol van uitvoerder/beheerder adequaat te vervullen); 
    
    
         financiële haalbaarheid (de beoordeling of de voordelen van een project, de baten, voldoende zijn om de kosten die ermee gemoeid zijn te dekken); 
    
    
         de mate waarin een project voortkomt uit een vraag uit de doelgroep.
    
  • doeltreffendheid (of redelijkerwijs verwacht mag worden dat de beoogde doelstellingen worden gehaald);

  • doelmatigheid (de vraag of de ingezette middelen in verhouding staan tot de beoogde effecten);

  • institutionele haalbaarheid (de beoordeling of de aanvrager beschikt over voldoende capaciteit om de rol van uitvoerder/beheerder adequaat te vervullen);

  • financiële haalbaarheid (de beoordeling of de voordelen van een project, de baten, voldoende zijn om de kosten die ermee gemoeid zijn te dekken);

  • de mate waarin een project voortkomt uit een vraag uit de doelgroep.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.