rijk/ministeriele-regeling/regeling-duurzaam-veilig/BWBR0009505
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling duurzaam veilig BWBR0009505 ministeriele-regeling geldend 1998-04-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009505 Regeling duurzaam veilig

Regeling duurzaam veilig

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Provincies, gemeenten en waterschappen kunnen een aanvraag voor de vaststelling van een subsidie indienen voor het treffen van fiets- en bromfietsmaatregelen.

2. Waterschappen kunnen een aanvraag voor de verlening van een subsidie indienen voor de uitvoering van een of meer 60 km-projecten.

3.

Provincies en gemeenten kunnen een aanvraag voor de verlening van een subsidie indienen voor:

a. a. de uitvoering van een of meer 30 km-projecten; b. b. de uitvoering van een of meer 60 km-projecten voorzover zich, naar het oordeel van de aanvrager, bijzonder verkeersonveilige situaties voordoen.

4.

Ten behoeve van een 30- of 60 km-project wordt slechts subsidie verstrekt voorzover:

a. a. het een project betreft dat blijkens een verkeersbesluit wordt voltooid tussen 1 juli 1997 en 31 december 2002 en waarvoor niet reeds subsidie is verleend op grond van paragraaf 2 tot en met 7 van het besluit; en b. b. het wegen betreft die op 1 juli 1997 reeds opengesteld waren voor verkeer met motorvoertuigen op meer dan twee wielen.

Paragraaf 2. Het subsidiebedrag

Artikel 3

1.

Het subsidieplafond bedraagt in totaal € 88.487.142,00 waarvan:

a. a. € 27.226.813,00 voor het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid; b. b. € 6.806.703,00 voor de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid; c. c. € 54.453.626,00 voor de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 2, derde lid.

2. De minister kan na 31 december 1998 een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c verhogen met het bedrag dat na behandeling van alle aanvragen resteert van een ander subsidieplafond.

3. De minister doet hiervan mededeling in de Staatscourant.

Artikel 4

1.

De subsidie per aanvrager bedraagt:

a. a. voor de fiets- en bromfietsmaatregelen: € 22,69 inclusief BTW per hele hectometer weglengte; b. b. voor 30 - en 60 km-projecten: ten hoogste het in de aanvraag vermelde bedrag, met inachtneming van artikel 5.

2.

Indien volledige toekenning van alle aanvragen van een categorie als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt, in afwijking van het eerste lid, het subsidiebedrag dat ten hoogste aan een aanvrager wordt verleend als volgt bepaald:

a. a. voor waterschappen: een aandeel van het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, naar rato van de weglengte buiten de bebouwde kom. b. b. voor provincies en gemeenten: een aandeel van het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, naar rato van de weglengte binnen de bebouwde kom.

3. Aanvragen die het bedrag, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, niet overschrijden, blijven bij de verdere berekening van de subsidiebedragen waarvoor de overige aanvragers ten hoogste in aanmerking komen, buiten beschouwing.

4. Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, wordt het tweede lid zo vaak toegepast tot het totale subsidiebedrag onder de resterende aanvragers is verdeeld.

Artikel 5

1. De subsidie voor de uitvoering van een 60 km-project bedraagt € 226,90 inclusief BTW per hele hectometer van de weglengte binnen een project.

2. De subsidie voor de uitvoering van een 30 km-project bedraagt ten hoogste € 453,78 inclusief BTW per hele hectometer van de weglengte binnen een project, maar niet meer dan 40% van de projectkosten, gerekend over de gezamenlijke 30 km-projecten van de aanvrager.

3. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen e tot en met g en j van het besluit met uitzondering van de kosten waarvoor reeds subsidie is verleend op grond van paragraaf 2 tot en met 7 van het besluit.

Paragraaf 3. De Aanvraag

Artikel 6

1. Een subsidie-aanvraag voor het treffen van fiets- en bromfietsmaatregelen wordt uiterlijk 22 oktober 1998 ingediend.

2. Een subsidie-aanvraag voor de uitvoering van een 30 km- of 60 km-project wordt uiterlijk 31 december 1998 ingediend.

Artikel 7

1. 1. 1. Een aanvraag wordt ingediend bij de hoofdingenieur-directeur van de regionale directie van Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat in de regio van de aanvrager met gebruikmaking van een bij deze verkrijgbaar formulier en gaat in ieder geval vergezeld van een opgave van de weglengte per 1 januari 1998 van de aanvrager, onderscheiden naar weglengte binnen- en buiten de bebouwde kom.

2. Een aanvraag voor de uitvoering van een 30 km-project gaat tevens vergezeld van een raming van de totale projectkosten van omvorming, berekend volgens artikel 5, derde lid, en een opgave van het aantal om te vormen hectometers.

Paragraaf 4. De beslissing

Artikel 8

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:

a. a. indien de aanvraag niet tijdig is ingediend; b. b. indien de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Artikel 9

De minister beslist uiterlijk 1 mei 1999 over de aanvragen voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid.

Artikel 10

1.

De beschikking tot subsidieverlening bevat:

a. a. een aanduiding van de aard van de projecten waarvoor de subsidie wordt verstrekt; b. b. het tijdvak waarin de projecten worden uitgevoerd; en c. c. het subsidiebedrag dat ten hoogste wordt verleend.

2. De minister kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 11

De minister stelt de subsidie voor het treffen van fiets- en bromfietsmaatregelen uiterlijk 1 november 1998 vast.

Artikel 12

1. De minister stelt de subsidie voor een project als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, ambtshalve vast binnen zestien weken nadat de subsidie-ontvanger heeft voldaan aan artikel 17. Indien niet wordt voldaan aan artikel 17 stelt de minister de subsidie ambtshalve uiterlijk 1 november 2003 vast.

2. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de weglengte binnen de gerealiseerde projecten en artikel 5.

Artikel 13

De beschikking tot subsidievaststelling bevat:

a. a. een aanduiding van de aard van de maatregelen of projecten waarvoor de subsidie wordt verstrekt; en b. b. het bedrag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 14

De artikelen 4:46 en 4:47, onder c, en de artikelen 4:48 tot en met 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.

Paragraaf 5. Verplichtingen

Artikel 15

De subsidie-ontvanger, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, is verplicht uiterlijk

31 december 1999 het volgende te overleggen aan de minister:

a. a. een besluit inhoudende dat middelen uit de begroting worden bestemd voor de projecten waarvoor subsidie is verleend; b. b. een kaart van het wegennet waarop de begrenzing van de projecten is aangegeven; c. c. een opgave van de weglengte binnen de projecten; en d. d. een actuele raming van de projectkosten, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de 30 km-projecten.

Artikel 16

De subsidie-ontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van:

a. a. intrekking of wijziging van een besluit als bedoeld in artikel 15, onderdeel a; b. b. alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie en een doelmatige aanwending daarvan.

Artikel 17

1.

De subsidie-ontvanger, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, is verplicht uiterlijk 1 september 2003 verantwoording aan de minister te overleggen, waarin het volgende is opgenomen:

a. a. een opgave van de gerealiseerde 30- of 60 km-projecten waarvoor door de minister een beschikking tot subsidieverlening is afgegeven en die voldoen aan de eisen gesteld in artikel 2, vierde lid, en 13, onderdeel a; b. b. een opgave van de weglengte in hele hectometers binnen de projecten, bedoeld in onderdeel a; c. c. een opgave van de projectkosten van de in onderdeel a bedoelde 30 km-projecten, met inachtneming van artikel 5, derde lid.

2. De verantwoording gaat vergezeld van een accountantsverklaring waarin duidelijk wordt aangegeven of de verantwoording voldoet aan de eisen gesteld in het eerste lid.

Artikel 18

De subsidie-ontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de rechtmatigheid van de besteding van de ontvangen subsidiegelden, verricht door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

Paragraaf 6. Betaling, terugvordering en voorschotten

Artikel 19

1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

2. Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij bij de subsidievaststelling anders is bepaald.

Artikel 20

Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen binnen vier weken na de subsidievaststelling, of de wijziging of intrekking daarvan worden teruggevorderd.

Artikel 21

1. In het geval van een project als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid kan de minister op verzoek van een subsidie-ontvanger die voldaan heeft aan artikel 15, een voorschot verstrekken ter hoogte van maximaal 75% van het bedrag van de subsidieverlening.

2. De minister wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid af, voorzover de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 22

1. Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij de voorschotverlening anders bepaald is.

2. De minister schort de betaling van een voorschot op indien de beschikking tot voorschotverlening ten gevolge van aan de subsidie-ontvanger te wijten onjuistheid of onvolledigheid van gegevens anders luidde dan het geval zou zijn geweest indien de gegevens juist en volledig zouden zijn.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 24

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling duurzaam veilig.