rijk/ministeriele-regeling/regeling-effectief-kredietvergoedingspercentage/BWBR0005257
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling effectief kredietvergoedingspercentage BWBR0005257 ministeriele-regeling geldend 1992-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005257 Regeling effectief kredietvergoedingspercentage

Regeling effectief kredietvergoedingspercentage

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1.

Bij de in de hoofdstukken II en III aangegeven berekeningen wordt ervan uitgegaan dat:

a. a. de krediettransactie overeenkomstig de bij het aangaan van de krediettransactie vastgestelde betalingsregeling wordt afgewikkeld, en b. b. geen wijzigingen optreden in de kredietvergoeding, tenzij het wijzigingen betreft waarvan de omvang bij het aangaan van de krediettransactie is vastgesteld.

2.

Ten aanzien van doorlopende krediettransacties wordt er voorts van uitgegaan dat:

a. a. het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de kredietgever een geldsom ter beschikking wordt gesteld onderscheidenlijk met het verschaffen van het genot van een zaak of het verlenen van een dienst een aanvang wordt gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet, en b. b. het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het in rekening brengen van kredietvergoeding.

Hoofdstuk II. Berekening theoretische looptijd

Artikel 3

1.

Bij doorlopende krediettransacties waarbij het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn, de betalingstermijn en het termijnbedrag, met uitzondering van het laatste termijnbedrag, gelijk blijven, bedraagt de theoretische looptijd n betalingstermijnen, waarbij n de uitkomst is van de volgende formule:

log T - log (T - i_m · K)
log (1 + i_m)

In deze formule is:

2. Bij doorlopende krediettransacties die niet voldoen aan de in het eerste lid genoemde kenmerken wordt de theoretische looptijd berekend als de som van de lengten van de betalingstermijnen die verstrijken alvorens het uitstaand saldo tot nihil is teruggebracht.

3. Bij de bepaling van de theoretische looptijd ingevolge dit artikel wordt het aantal betalingstermijnen op een geheel getal naar boven afgerond.

Hoofdstuk III. Berekening effectief kredietvergoedingspercentage op jaarbasis

Artikel 4

In dit hoofdstuk wordt met betrekking tot doorlopende krediettransacties verstaan onder looptijd: theoretische looptijd.

Artikel 5

1.

Voor krediettransacties waarbij de betalingstermijn en het termijnbedrag gedurende de looptijd gelijk blijven, wordt het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:

p = [ ( 1 + i_m )^m- 1] · 100.

waarbij de waarde van i_m moet volgen uit de volgende formule:

K = T · (1 + i_m)ⁿ - T
i_m · (1 + i_m)ⁿ

In deze formules is:

2.

Het eerste lid is, voor zover het betreft niet-doorlopende krediettransacties, tevens van toepassing, indien:

a. a. de eerste betalingstermijn afwijkt van de overige betalingstermijnen, voor zover deze afwijking tot gevolg heeft dat het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, terwijl die overige betalingstermijnen en termijnbedragen gedurende de looptijd gelijk blijven, dan wel b. b. het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, die gedurende de looptijd gelijk blijven, voor zover deze afwijking een gevolg is van afrondingen.

Artikel 6

Voor krediettransacties waarbij de betalingstermijn wel, doch het termijnbedrag niet gedurende de looptijd gelijk blijft, en waarop artikel 5, tweede lid, niet van toepassing is, wordt het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:

p = [ ( 1 + i_m )^m - 1] · 100.

waarbij de waarde van i_m moet volgen uit de volgende formule:

In deze formules is:

Artikel 7

Voor krediettransacties waarbij de betalingstermijn gedurende de looptijd niet gelijk blijft en waarop artikel 5, tweede lid, niet van toepassing is, wordt het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:

p = i . 100,

waarbij de waarde van i moet volgen uit de volgende formule:

In deze formules is:

Artikel 8

In afwijking van de artikelen 5 tot en met 7 wordt bij krediettransacties waarbij de kredietsom in bij het aangaan van de krediettransactie vastgestelde gedeelten (tranches) ter beschikking wordt gesteld op bij het aangaan van de krediettransactie overeengekomen tijdstippen het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:

p = i . 100,

waarbij de waarde van i moet volgen uit de volgende formule:

In deze formules is:

Artikel 9

Het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis wordt afgerond op één decimaal. Indien de tweede decimaal vijf of meer bedraagt, vindt afronding naar boven plaats. In de overige gevallen vindt afronding naar beneden plaats.

Paragraaf IV. Hypothecaire kredieten

Artikel 10

1. De berekening van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de wet, dient te geschieden op de wijze die is vastgelegd in artikel 6 van de Gedragscode hypothecaire financieringen, die onderdeel is van de door de Nederlandse Vereniging van Banken, de Nederlandse Vereniging van Hypotheekbanken, de Nederlandse Vereniging van Levensverzekeraars, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, de N.V. Bouwfonds Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen in 1990 gesloten Overeenkomst zelfregulering hypothecaire financieringen.

2. De vermelding van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de wet, dient te geschieden op de wijze die is vastgelegd in de artikelen 3, aanhef, onder 3 en slot, en 5, aanhef en onder 6, van de in het eerste lid bedoelde gedragscode.

Paragraaf V. Slotbepalingen

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 12

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling effectief kredietvergoedingspercentage.