rijk/ministeriele-regeling/regeling-eg-verklaring-kapiteins-stuurlieden-werktuigkundigen-en-maritiem-offici/BWBR0012531
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling EG-verklaring kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen en maritiem officieren BWBR0012531 ministeriele-regeling geldend 2002-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012531 Regeling EG-verklaring kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen en maritiem officieren

Regeling EG-verklaring kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen en maritiem officieren

Artikel 1

Deze regeling is van toepassing op de behandeling van een aanvraag voor een EG-verklaring voor de volgende beroepen:

a. a. kapitein zeevisvaart; b. b. stuurman zeevisvaart; c. c. werktuigkundige zeevisvaart, en d. d. stuurman-werktuigkundige zeevisvaart.

Artikel 2

De aanvraag, bedoeld in artikel 1, wordt ingediend bij de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 3

1.

De aanvraag, bedoeld in artikel 1, wordt afgewezen:

a. a. indien sprake is van uitoefening van het beroep in het land van herkomst op een wijze die of op een niveau dat wezenlijk anders is dan of niet bekend is in Nederland; b. b. indien de aanvrager bij de aanvraag onjuiste inlichtingen over zijn persoonsgegevens, zijn opleiding of zijn bevoegdheden in het land van herkomst heeft verstrekt. c. c. indien bij de aanvraag geen geldige documenten, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst, waaruit de bevoegdheid om het beroep in het land van herkomst uit te oefenen blijkt, worden overgelegd; of d. d. indien de aanvrager zich niet legitimeert.

2. In de in het eerste lid, onderdelen b, c en d, genoemde gevallen wordt de aanvraag eerst afgewezen, nadat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen en hij daaraan niet heeft voldaan.

3. Onder land van herkomst wordt in deze regeling verstaan: een staat die behoort tot de Europese Economische Ruimte.

Artikel 4

De EG-verklaring voor de uitoefening van een van de beroepen, genoemd in artikel 1, onderdelen a tot en met d, wordt voorts afgewezen, indien niet aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a. a. de aanvrager is houder van een geldig bewijs van beroepsbekwaamheid, dat is afgegeven door of namens de bevoegde autoriteit van het land van herkomst en dat recht geeft om aan boord van zeeschepen, varende onder de vlag van het land van herkomst, dienst te doen; en b. b. de aanvrager heeft aangetoond, dat hij

      1º
       voor het beroep, waarvoor de EG-verklaring is aangevraagd, met goed gevolg een opleiding heeft voltooid die betrekking heeft op vakgebieden die niet wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in Nederland bij of krachtens wettelijk voorschrift vereiste opleiding voor het beroep;
    
    
      2º
       de voor de uitoefening van het beroep in Nederland vereiste diensttijd heeft doorlopen; en
    
    
      3º
       ook overigens voldoet aan de eisen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift worden gesteld aan beoefenaren van het beroep.

1º 1º voor het beroep, waarvoor de EG-verklaring is aangevraagd, met goed gevolg een opleiding heeft voltooid die betrekking heeft op vakgebieden die niet wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in Nederland bij of krachtens wettelijk voorschrift vereiste opleiding voor het beroep; 2º 2º de voor de uitoefening van het beroep in Nederland vereiste diensttijd heeft doorlopen; en 3º 3º ook overigens voldoet aan de eisen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift worden gesteld aan beoefenaren van het beroep.

Artikel 5

Voor het geval dat de aanvraag van een EG-verklaring betreft het beroep van kapitein zeevisvaart, legt de aanvrager een proeve van bekwaamheid af met betrekking tot de kennis van de voor de uitoefening van het beroep relevante onderdelen van de Nederlandse wetgeving. De aanvraag wordt afgewezen, indien de aanvrager niet voldoet aan de proeve van bekwaamheid.

Artikel 6

De EG-verklaring wordt ingetrokken, indien na afgifte is gebleken, dat de bij de aanvraag overgelegde documenten niet geldig, vals of vervalst waren.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EG-verklaring kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen en maritiem officieren.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 22, derde lid, van de Zeevaartbemanningswet in werking treedt.