40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling EG-verklaring stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten | BWBR0009013 | ministeriele-regeling | geldend | 1997-12-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009013 | Regeling EG-verklaring stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten |
Regeling EG-verklaring stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De aanvraag tot het verkrijgen van een EG-verklaring ten aanzien van een beroep, als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van de Wet op de architectentitel, wordt ingediend bij de stichting.
2.
Bij de aanvraag worden overgelegd:
a. a. een gewaarmerkte kopie van een geldig legitimatiebewijs, waaruit de nationaliteit van de aanvrager blijkt; b. b. een curriculum vitae dat in elk geval een uitgebreid overzicht bevat van de beroepservaring van de aanvrager; c. c. gewaarmerkte kopieën van alle in het bezit van de aanvrager zijnde diploma’s voorzover die van belang kunnen zijn voor het beroep waarop de aanvraag betrekking heeft; en d. d. een overzicht van relevante studiegegevens, in elk geval bevattende de totale cursusduur, een vakkenoverzicht, een door het desbetreffende opleidingsinstituut opgestelde globale leerstofomschrijving van de vakken met de aan de verschillende vakken bestede studietijd en gegevens omtrent een eventueel gevolgde stage.
3.
Indien de aanvrager een als gelijkwaardig erkende opleiding als bedoeld in artikel 2 van de wet heeft gevolgd, legt de aanvrager bovendien over:
a. a. een gewaarmerkte kopie van een document van het bevoegde gezag van een lidstaat, waaruit die erkenning blijkt; of b. b. voorzover die erkenning betreft een in een derde land met goed gevolg afgesloten hoger-onderwijsopleiding, een gewaarmerkte kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager in de lidstaat, bedoeld onder a, tenminste een driejarige ervaring in het desbetreffende beroep heeft opgedaan.
Artikel 3
1. Na ontvangst van de aanvraag informeert de stichting de aanvrager schriftelijk omtrent de aanvraagprocedure.
2. De stichting adviseert de bevoegde autoriteit over de afgifte van de EG-verklaring en zendt het advies tezamen met de aanvraag naar deze door.
Artikel 4
1.
De bevoegde autoriteit deelt de aanvrager met betrekking tot de aanpassingsstage mee:
a. a. om welk vakgebied of om welke vakgebieden het gaat; b. b. hoe lang de aanpassingsstage in het geval van de aanvrager duurt; en c. c. welke kosten voor rekening van de aanvrager komen.
2. De aanvrager stelt in overleg met de beoefenaar van het betrokken beroep onder wiens verantwoordelijkheid hij overeenkomstig artikel 10, tweede lid, van de wet een aanpassingsstage zal gaan volgen, een stageplan op, waarin de aard en omvang van de door de aanvrager te verrichten werkzaamheden worden omschreven.
3. De aanvrager legt het voorstel inzake de stageplaats en het stageplan ter goedkeuring voor aan de bevoegde autoriteit.
4. Na afloop van de stage stelt de aanvrager een stageverslag op en legt dit tezamen met een overzicht van de verrichte werkzaamheden over aan de bevoegde autoriteit.
5. Na ontvangst van de stukken, bedoeld in het vierde lid, beoordeelt de bevoegde autoriteit of de aanvrager het vakgebied of de vakgebieden, bedoeld in het eerste lid, onder a, in voldoende mate beheerst.
Artikel 5
1.
De bevoegde autoriteit deelt de aanvrager met betrekking tot de proeve van bekwaamheid mee:
a. a. om welk vakgebied of om welke vakgebieden het gaat; b. b. op welke wijze en door wie de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen; en c. c. welke kosten voor rekening van de aanvrager komen.
2. Na ontvangst van het resultaat van de afgenomen proeve van bekwaamheid beoordeelt de bevoegde autoriteit of de aanvrager het vakgebied of de vakgebieden, bedoeld in het eerste lid, onder a, in voldoende mate beheerst.
Artikel 6
Indien de bevoegde autoriteit de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid negatief beoordeelt, doet zij hiervan mededeling aan de aanvrager. Daarbij stelt de bevoegde autoriteit de aanvrager in de gelegenheid naar keuze nog een maal een aanpassingsstage te volbrengen dan wel een proeve van bekwaamheid af te leggen.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EG-verklaring stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten.