rijk/ministeriele-regeling/regeling-eg-verordening-overbrenging-van-afvalstoffen/BWBR0022213
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen BWBR0022213 ministeriele-regeling geldend 2009-09-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022213 Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen

Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

de Minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

financiële zekerheid: financiële zekerheid als bedoeld in artikel 2;

EVOA-inrichting: inrichting waarop de Verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) van toepassing is.

Artikel 2

Financiële zekerheid kan worden gesteld in de vorm van:

a. a. een waarborgsom of b. b. een gelijkwaardige verzekering.

Artikel 3

1. De door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid bedraagt € 450 per ton over te brengen afvalstoffen.

2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid voor de in bijlage I bij deze regeling bedoelde afvalstoffen per ton over te brengen afvalstoffen het ingevolge die bijlage voor die afvalstoffen geldende bedrag.

3. Indien de kosten van nuttige toepassing of verwijdering, daaronder begrepen voorlopige handelingen, alsmede van opslag en vervoer van afvalstoffen, in belangrijke mate afwijken van het op grond van het eerste lid berekende bedrag, kan de Minister een hogere financiële zekerheid verlangen, dan wel genoegen nemen met een lagere financiële zekerheid. Bij de berekening van de kosten, bedoeld in de eerste volzin, gelden als kosten voor opslag en vervoer van afvalstoffen de bedragen, bedoeld in bijlage I bij deze regeling.

4. Financiële zekerheid wordt gesteld ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

5. Indien het invoer van afvalstoffen betreft, afkomstig van een staat waar de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, en de gestelde financiële zekerheid in het land van verzending onvoldoende is, kan de Minister financiële zekerheid verlangen waarbij het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 3a

1.

Op verzoek merkt de Minister een EVOA-inrichting waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast aan als een vooraf goedgekeurde inrichting indien:

a. a. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit voor de EVOA-inrichting geldt en deze vergunning het nuttig toepassen van de in de aanvraag opgenomen afvalstoffen op de in de aanvraag opgenomen wijze toestaat, b. b. de EVOA-inrichting ten minste vier jaar in bedrijf is, c. c. ten aanzien van de natuurlijke of rechtspersoon die de EVOA-inrichting exploiteert, een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, is afgegeven, die op het tijdstip van het verzoek aan de Minister niet ouder is dan twee maanden, en d. d. ten aanzien van de EVOA-inrichting in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag geen bestuursrechtelijke sancties die niet meer in rechte aanvechtbaar zijn, zijn opgelegd vanwege overtredingen van bepalingen, genoemd in bijlage 1 bij de Aanwijzing handhaving milieurecht van het College van procureurs-generaal van 29 november 2005, kenmerk 2005A027 (Stcrt. 253).

2. Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan twee maanden.

3. Voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gebruikgemaakt van een formulier waarvan het model is opgenomen in bijlage II bij deze regeling.

4. Een besluit van de Minister, als bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende een termijn van tien jaar of, indien binnen die termijn de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, onder a, vervalt, tot en met het einde van de termijn waarvoor de omgevingsvergunning geldt.

5. De Minister trekt een besluit als bedoeld in het eerste lid in indien niet meer wordt voldaan aan het eerste lid.

Artikel 4

1. De kennisgever voegt bij elke kennisgeving als bedoeld in artikel 4 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, een afschrift van het contract met de ontvanger als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.

2. Indien het de overbrenging van afvalstoffen betreft tussen twee tot dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behorende EVOA-inrichtingen en op grond van artikel 5, vijfde lid van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen kan worden volstaan met een verklaring van deze natuurlijke of rechtspersoon, waarbij deze zich ertoe verbindt de afvalstoffen nuttig toe te passen, dan wel te verwijderen, voegt deze natuurlijke of rechtspersoon, in afwijking van het eerste lid, een afschrift van deze verklaring bij de kennisgeving.

Artikel 5

Een afschrift van aan of door de bevoegde autoriteiten verzonden documenten inzake de overbrenging van afvalstoffen wordt door de kennisgever, de ontvanger en de EVOA-inrichting die de afvalstoffen ontvangt, ten minste vijf jaar bewaard.

Artikel 6

Wijzigt het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2007.

Artikel 7

Wijzigt het Besluit mandaat, volmacht en machtiging SenterNovem Afvalstoffen.

Artikel 8

Wijzigt de Inzamelingsregeling CFK en halonen.

Artikel 9

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 12 juli 2007.

2. Indien het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) (30 987), na tot wet te zijn verheven, later in werking treedt dan 12 juli 2007, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking als dat wetsvoorstel.

3. Indien de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst minder dan twee dagen is vóór, gelijk is aan dan wel later is dan de in het eerste lid genoemde datum, onderscheidenlijk het in het tweede lid bedoelde tijdstip, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na die dagtekening.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.

Bijlage I. behorende bij

Bijlage II. behorende bij