rijk/ministeriele-regeling/regeling-eisen-keuringsinstanties-spoorwegwet/BWBR0017709
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling eisen keuringsinstanties Spoorwegwet BWBR0017709 ministeriele-regeling geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017709 Regeling eisen keuringsinstanties Spoorwegwet

Regeling eisen keuringsinstanties Spoorwegwet

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. wet: Spoorwegwet; b. b. instantie: instantie als bedoeld in artikel 93 van de wet.

Artikel 2

De instantie legt, onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, bij de aanvraag voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 93 van de wet, een volledig ingevuld aanvraagformulier overeenkomstig de bijlage van deze regeling over.

Artikel 3

De instantie en het met de keuringen belaste personeel daarvan die blijkens een of meer geldige documenten voldoen aan de Europese normen van de EN 45000-serie, voldoen aan de eisen van bijlage VII van de richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG.

Artikel 4

De instantie beschikt over een kwaliteitsbeheersysteem, dat omvat:

a. a. een keuringsbeleid dat door het hoofd van de instantie is goedgekeurd en waarvan het met de keuringen belaste personeel op de hoogte is gesteld; b. b. een regeling van beschikbaarheid van documentatie betreffende internationale en nationale regelingen op het gebied van keuring van spoorweginfrastructuur, spoorvoertuigen en onderdelen daarvan; c. c. procedures om te voldoen aan bestaande, nieuwe en gewijzigde technische normen als vastgelegd in internationale en nationale regelingen op het gebied van keuring van spoorweginfrastructuur, spoorvoertuigen en onderdelen daarvan; d. d. programma's voor de opleiding van het met de keuringen belaste personeel en systemen om ervoor te zorgen dat dit personeel terzake kundig blijft en dat taken dienovereenkomstig worden uitgevoerd; e. e. procedures om de kwaliteit voor uitbestede werkzaamheden inzake de beoordeling van de overeenstemming op grond van artikel 93, eerste lid, onderdelen a en b van de wet te waarborgen; f. f. procedures om de onafhankelijkheid van de instantie, van de directie daarvan en van het met de keuringen belaste personeel te waarborgen; g. g. procedures om te waarborgen dat het met de keuringen belaste personeel geheimhouding betracht van hetgeen het bij de uitoefening van die keuringen, verneemt; h. h. regelingen voor het verschaffen van voldoende informatie binnen de instantie en voor afstemming van het keuringsbeleid met andere instanties belast met keuringen; i. i. voorzieningen voor periodieke interne controles met betrekking tot het kwaliteitsbeheersysteem.

Artikel 5

Het is de instantie verboden haar werkzaamheden inzake de beoordeling van de overeenstemming op grond van artikel 93, eerste lid, onderdelen a en b van de wet uit te besteden aan ondernemingen, die:

a. a. niet voldoen aan de Europese normen van de EN 45000-serie; b. b. deze werkzaamheden aan derden uitbesteden.

Artikel 6

1.

De instantie voert een deugdelijke registratie terzake van:

a. a. de door haar uitbestede werkzaamheden inzake de beoordeling van de overeenstemming op grond van artikel 93, eerste lid, onderdelen a en b van de wet; b. b. de ondernemingen waaraan de werkzaamheden zijn uitbesteed; c. c. de wijze waarop zij heeft geverifieerd dat de ondernemingen voldoen aan de Europese normen van de EN 45000-serie en dat deze ondernemingen de werkzaamheden niet aan derden uitbesteden.

2. De instantie zendt jaarlijks voor 1 maart aan de Minister een overzicht van de gegevens bedoeld in het eerste lid die betrekking hebben op het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 7

De instantie zendt aan de Minister afschrift van:

a. a. afgegeven documenten als bedoeld in artikel 93, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de wet; b. b. besluiten tot weigering van afgifte van documenten als bedoeld in artikel 93, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de wet; c. c. ontvangen bezwaar- en beroepschriften; d. d. besluiten op bezwaarschriften en door de instantie ter zake opgestelde verweerschriften; e. e. verzoekschriften en schriftelijke toelichtingen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, respectievelijk 18, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; f. f. schriftelijke verzoeken om informatie en schriftelijke beslissingen daarop als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk 5, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur.

Artikel 8

De instantie brengt jaarlijks voor 1 maart schriftelijk verslag uit aan de Minister over de door haar in het voorgaande kalenderjaar verrichte werkzaamheden.

Artikel 9

De instantie voert ten minste eenmaal in de vijf jaar een activiteit zoals genoemd in artikel 93, eerste lid, van de wet uit.

Artikel 10

De instantie doet binnen een maand nadat zich wijzigingen hebben voorgedaan in de gegevens die vermeld waren bij de aanvraag bedoeld in artikel 2, mededeling daarvan aan de Minister.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 93 van de Spoorwegwet in werking treedt.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen keuringsinstanties Spoorwegwet.

Bijlage

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.