40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008 | BWBR0024682 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-04-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0024682 | Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008 |
Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
- autoriseringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd geluidsmeetrapporten af te geven nadat geluidsmetingen zijn verricht;
- BvL-acceptatiekeuring: inspectie zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen;
- BvL-verlengingsinspectie: inspectie zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen;
- CAMO-erkenning: erkenning voor het beheren van de blijvende luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en de onderdelen daarvan, als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M, section A, subpart G;
- certificeringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd luchtvaartuigen of onderdelen daarvan als geschikt voor gebruik te certificeren;
- *ernstig defect of gebrek: * defect of gebrek van zodanige aard, dat als gevolg hiervan de veilige uitvoering van de vlucht niet meer is gewaarborgd of een ernstige verwonding van een inzittende tot gevolg kan hebben of zijn leven in gevaar kan brengen;
- houder van een erkenning: natuurlijk of rechtspersoon, erkend door de minister voor de werkzaamheden die zijn opgenomen in het bewijs van erkenning;
- kwaliteitssysteem: stelsel van vastgelegde bedrijfskundige procedures, regels en voorzieningen dat betrekking heeft op het productieproces en ten doel heeft te verzekeren dat de resultaten van het productieproces aan de vooraf gestelde eisen voldoen;
- kwaliteitsborging: het aantoonbaar op het vereiste peil houden van het kwaliteitssysteem;
- kwaliteitsborgingsfunctie: inspectie- en kwaliteitsorganisatie, aanvaard door de Minister voor het houden van toezicht en het beoordelen van de kwaliteit van de werkzaamheden, teneinde het vereiste kwaliteitsniveau te handhaven;
- luchtwaardigheidsgegevens: alle informatie die nodig is om ervoor te zorgen dat het luchtvaartuig of het onderdeel daarvan in een zodanige staat kan worden gehouden dat de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig of het goed functioneren van de operationele uitrusting of de nooduitrusting verzekerd is;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- MOA: erkenning voor het onderhoud van vliegtuigen, helikopters en luchtschepen of onderdelen daarvan, als bedoeld in bijlage II bij verordening (EU) nr. 1321/2014, (Maintenance Organisation Approval).
2. In deze regeling wordt onder productie mede verstaan: het verrichten van diensten.
Artikel 1a
Deze regeling is gebaseerd op artikel 1.5 van de Wet luchtvaart en de artikelen 18, tweede lid, 19, tweede lid, onderdelen c en g, en 20 van het Besluit luchtvaartuigen 2008.
Hoofdstuk 2. Europese erkenningen
Artikel 2
1. De aanvraag voor een erkenning als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014 en verordening (EU) nr. 748/2012 wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.
2.
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager naast de in de van toepassing zijnde Parts genoemde gegevens de volgende gegevens
a. a. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister; en b. b. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 3
1. Artikel 2 is van toepassing op de aanvraag voor een wijziging van een erkenning, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
2. Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
3. Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 4
1. Vanaf het tijdstip van schorsing van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
2. Om een schorsing op te heffen toont de houder aan, dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen.
Artikel 5
1. Vanaf het tijdstip van intrekking van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
2. De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 6
De houder van een POA zal de te melden afwijkingen volgens 21 A.165(f)2 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012 schriftelijk en onverwijld maar uiterlijk binnen 72 uur na constatering aan de Minister melden.
Artikel 6a
1. De minister kan op aanvraag de houder van een door de minister afgegeven CAMO-erkenning aanvullend erkennen voor het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een EASA-standaard-BvL, een EASA-beperkt-BvL dan wel een export-BvL voor een, in Nederland geregistreerd, luchtvaartuig als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder i, van de basisverordening en de daarbij behorende verklaringen.
2. De minister geeft deze aanvullende erkenning af indien de aanvrager zijn handboek heeft aangevuld met een procedure met betrekking tot deze keuringen en verklaringen.
3.
De minister kan de aanvullende erkenning tot het uitvoeren van acceptatiekeuringen intrekken, indien:
a. a. een positief advies is uitgebracht over een niet-luchtwaardig luchtvaartuig; of b. b. positieve adviezen zijn uitgebracht die op onderdelen onjuist zijn, zonder dat er sprake is van niet-luchtwaardige luchtvaartuigen.
Hoofdstuk 3. Erkend inspecteur
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Hoofdstuk 4. Erkend zweefvliegtechnicus (EZT)
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Hoofdstuk 5. Bedrijfserkenningen op basis van Nederlandse eisen
Artikel 29a
1.
De minister kan op aanvraag aan een bedrijf de volgende erkenningen afgeven:
a. a. een erkenning tot het onderhoud van een Nederlands luchtvaartuig; b. b. een erkenning tot het onderhoudsmanagement van een Nederlands luchtvaartuig; c. c. een erkenning voor het verrichten van ontwerpwerkzaamheden voor een Nederlands luchtvaartuig, en d. d. een erkenning tot het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een speciaal-BvL voor een RPA.
De erkenning voor de activiteiten, bedoeld onder a tot en met c, is slechts mogelijk voor zover het een luchtvaartuig betreft als bedoeld in onderdeel 1, onder a, b, en d, van bijlage I bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten.
2.
De minister kan op aanvraag de houder van een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, de bevoegdheid verlenen tot het aanvullend erkennen voor:
a. a. het uitvoeren van een BvL-verlengingsinspectie aan een luchtvaartuig als bedoeld in onderdeel 1, onder a, b, en d, van bijlage I bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten, en dat is ingeschreven in het Nederlands register voor burgerluchtvaartuigen; en b. b. het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een EASA-standaard-BvL, een EASA-beperkt-BvL, een ICAO-standaard-BvL dan wel een export-BvL en de daarbij behorende verklaringen.
Artikel 30
1.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, af nadat de aanvrager heeft aangetoond:
a. a. dat hij in Nederland is gevestigd; en b. b. dat hij aan de erkenningsvoorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage C voldoet; of c. c. indien hij een MOA of MOA-F bezit, zijn handboek voorziet van een aanvulling waarin het verschil tussen zijn MOA of MOA-F en de erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, is opgenomen.
2.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel b, af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:
a. a. hij in Nederland is gevestigd; b. b. hij voldoet aan de overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van Part M, subpart G, van verordening (EU) nr. 1321/2014 en c. c. zijn handboek voorziet van een aanvulling waarin de verschillen ten opzichte van Part M en Hoofdstuk 5 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen worden vermeld.
3. De minister geeft een aanvullende onderhoudserkenning als bedoeld in artikel 29a, tweede lid, onderdelen a en b, af indien de aanvrager zijn handboek heeft aangevuld met een procedure met betrekking tot deze keuringen, inspecties en verklaringen.
4.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:
a. a. hij in Nederland is gevestigd en b. b. hij voldoet aan:
1°.
de overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van Part 21, subpart J, van verordening (EU) nr. 748/2012; en
2°.
de aanvullende of afwijkende voorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage E.
1°. 1°. de overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van Part 21, subpart J, van verordening (EU) nr. 748/2012; en 2°. 2°. de aanvullende of afwijkende voorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage E.
5.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel d, af nadat de aanvrager heeft aangetoond dat:
a. a. hij een vestiging in Nederland heeft; b. b. hij aan de criteria voor gekwalificeerde instanties, opgenomen in Bijlage VI van de basisverordening voldoet en c. c. zijn handboek een door de minister goedgekeurde keuringsmethodiek bevat voor de keuring van RPA’s tot 150 kg.
Artikel 31
1.
Bij de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
a. a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, het hoofd van de kwaliteitsafdeling, de gemachtigden, alsmede overige leden van het personeel die met betrekking tot de erkenning van het bedrijf een belangrijke functie vervullen, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen; b. b. een globale opsomming van de werkzaamheden, die het bedrijf uitbesteedt aan andere bedrijven; c. c. een opgave van de potentiële afnemers van de resultaten van het productieproces ten behoeve waarvan een erkenning wordt aangevraagd; d. d. een exemplaar van het handboek, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage C; e. e. een exemplaar van te gebruiken modellen van het certificaat van vrijgave en het certificaat van vrijgave voor gebruik; f. f. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister; g. g. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
2.
Bij de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
a. a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, het hoofd van de kwaliteitsafdeling, de gemachtigden, alsmede overige leden van het personeel die met betrekking tot de erkenning van het bedrijf een belangrijke functie vervullen, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen; b. b. een exemplaar van het handboek, als bedoeld in onderdeel 21.A.243 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012; c. c. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister; d. d. een zelfevaluatie betreffende de aanvrager, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, onder verwijzing naar de passages in het handboek waar dit staat beschreven.
Artikel 32
Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven.
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
1. De houder van een erkenning bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze zodanig uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.
2.
De houder van een erkenning dient een aanvraag in voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens bij wijziging van:
a. a. de benaming van de organisatie; b. b. de locatie van de organisatie; c. c. de aanvullende locaties van de organisatie; d. d. de verantwoordelijke manager; e. e. het personeel verantwoordelijk voor de naleving door de organisatie van de van toepassing zijnde eisen; f. f. de faciliteiten, procedures, reikwijdte van werkzaamheden en personeel die de erkenning kunnen beïnvloeden.
Artikel 35
1. Een aanvraag tot wijziging wordt door de minister goedgekeurd nadat is aangetoond, dat het bedrijf ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
2. De artikelen 30 en 31 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
3. Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
4. Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 36
1. Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
2. Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 36a
1.
De minister kan de bevoegdheid tot het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties of acceptatiekeuringen als bedoeld in artikel 29a, tweede lid, intrekken, indien:
a. a. een positief advies is uitgebracht over een niet-luchtwaardig luchtvaartuig; of b. b. positieve adviezen zijn uitgebracht die op onderdelen onjuist zijn, zonder dat er sprake is van niet-luchtwaardige luchtvaartuigen.
Artikel 37
1. Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
2. De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden.
3. De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 38
1. Het handboek van de aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage C.
2. Het handboek van de aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, bevat de informatie die is voorgeschreven in onderdeel 21.A.243 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012, met in achtneming van de van toepassing zijnde aanvullingen en afwijkingen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage E.
3. In door de minister te bepalen gevallen beschikt de aanvrager over een centraal handboek. Het centrale handboek bevat de hoofdlijnen van en verwijzingen naar het handboek.
4. De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de minister.
Artikel 39
1.
De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:
a. a. de gegevens met betrekking tot onderhoud van onderdelen of producten: tien jaren na het beëindigen van de werkzaamheden; b. b. de administratie betreffende de afgegeven certificaten van vrijgave en certificaten van vrijgave voor gebruik: tien jaren na de autorisatie daarvan; c. c. de ontvangen certificaten van vrijgave voor gebruik of verklaringen van conformiteit voor materialen of onderdelen, welke van derden zijn betrokken: tien jaren na de verwerking van deze materialen of onderdelen.
2. De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, die in het bezit is van een MOA of MOA-F, bewaart de gegevens, bedoeld in Part M, subpart F, van verordening (EU) nr. 1321/2014, ten minste gedurende de daarin aangegeven termijnen.
3. De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel b, bewaart de gegevens, bedoeld in Part M, subpart G, van verordening (EU) nr. 1321/2014, ten minste gedurende de daarin aangegeven termijnen.
4. De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, bewaart de verklaring van goedkeuring, de ontwerpgegevens en de technische onderbouwing ten minste tot 2 jaar na het uit dienst nemen van het goedgekeurde ontwerp.
Artikel 40
1. De houder van een erkenning meldt ernstige tekortkomingen die tijdens het productieproces ontstaan, een ernstig defect of een ernstig gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na constatering of het bekend worden ervan, schriftelijk aan de minister.
2. De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.
3. Indien er sprake is van direct gevaar voor het veilig gebruik of de inzittende, meldt de houder van een erkenning de tekortkoming, het ernstig defect of gebrek onmiddellijk aan de minister.
Artikel 41
Indien naar het oordeel van de minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de houder van een erkenning, met inachtneming van de door de minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 6. Erkende geluidsmeetorganisatie
Artikel 42
1.
De aanvrager wordt erkend nadat deze naar het oordeel van de minister genoegzaam heeft aangetoond, dat hij:
a. a. aan de erkenningsvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage D voldoet; b. b. in Nederland is gevestigd.
2. De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van de organisatie, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door de organisatie gevoerde beleid.
Artikel 43
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
a. a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie, en het autoriseringspersoneel, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen; b. b. in het geval van een eenmansorganisatie, een afschrift van de overeenkomst met de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie; c. c. een exemplaar van het handboek, bedoeld in artikel 16 van de bij deze regeling behorende bijlage D; d. d. een exemplaar van te gebruiken modellen van het geluidsmeetrapport; e. e. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister indien de organisatie aldaar is ingeschreven, of in het geval van een eenmansorganisatie, een gewaarmerkt afschrift, niet ouder dan drie maanden, uit de basisregistratie personen; f. f. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 44
Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven.
Artikel 45
Vervallen
Artikel 46
1. De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze op zodanige wijze uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.
2.
De houder van een erkenning, niet zijnde een eenmansorganisatie, dient een aanvraag voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens in bij:
a. a. een wijziging in het kwaliteitsbeleid; b. b. een belangrijke wijziging van de organisatie; c. c. een wijziging van de erkenningaanvrager, of de leiding van de kwaliteitsafdeling; d. d. een wijziging in de lijst van autoriseringspersoneel, tenzij anderszins met het bedrijf is overeengekomen; e. e. een belangrijke wijziging in de toegepaste werkwijzen; f. f. verandering in de meetuitrusting van het bedrijf; g. g. de ingebruikname van een nieuwe geluidsmeetlocatie.
3. De houder van een erkenning, zijnde een eenmansorganisatie, deelt de minister onverwijld iedere wijziging mee van de bij de laatst ingediende aanvraag verstrekte gegevens volgens artikel 43, aanhef en onder b tot en met f.
4. De minister kan voorwaarden stellen waaronder de in het derde lid bedoelde wijzigingen worden geaccepteerd.
Artikel 47
1. Een aanvraag tot wijziging, wordt door de minister goedgekeurd, nadat is aangetoond, dat de organisatie ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
2. De erkenning als eenmansorganisatie wordt gewijzigd, nadat door tussenkomst van de uitvoerder van de kwaliteitsborgingsfunctie is aangetoond, dat de houder ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning als geluidsmeetorganisatie gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
3. De artikelen 42 en 43 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
4. Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
5. Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk acht weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 48
1. Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
2. Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 49
1. Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder de bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
2. De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden.
3. De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 50
1. Het handboek van de aanvrager bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage D.
2. De aanvrager zendt wijzigingen in het handboek zo spoedig mogelijk aan de minister.
Artikel 51
De houder van een erkenning bewaart de volgende gegevens ten minste gedurende de aangegeven termijn:
a. a. de geluidsmeetrapporten en overige gegevens met betrekking tot de geluidsmetingen die hebben plaatsgevonden: twee jaren na de geluidsmeting; b. b. de administratie betreffende de afgegeven geluidsmeetrapporten: twee jaren na de autorisatie daarvan.
Artikel 52
1. De houder van een erkenning meldt een defect of een gebrek zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 72 uur na de ontdekking ervan, schriftelijk aan de minister.
2. De melding gaat vergezeld van een zo volledig mogelijke beschrijving van hetgeen werd gevonden en een opgave van de overige van belang zijnde gegevens.
3. Indien er sprake is van een ernstig defect of gebrek meldt de houder van de erkenning het ernstige defect of het ernstige gebrek onmiddellijk aan de minister.
Artikel 53
Indien naar het oordeel van de minister een verbetering van het kwaliteitssysteem noodzakelijk is, treft de erkende geluidsmeetorganisatie, met inachtneming van de door de minister gegeven aanwijzingen, maatregelen ter verbetering van het kwaliteitssysteem.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 54
De minister publiceert periodiek de volgende gegevens van de houders van een erkenning:
a. a. naam; b. b. vestigingsplaats of -plaatsen; c. c. omschrijving van de werkzaamheden, waarvoor de houder van een erkenning is erkend.
Artikel 55
De Regeling erkenningen luchtwaardigheid en de Regeling JAR-147 opleidingsinstellingen worden ingetrokken.
Artikel 56
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 57
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008.
Bijlage A. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend inspecteur
Vervallen
Bijlage B. Erkenningsvoorwaarden voor EZT
Vervallen
Bijlage C. Erkenningsvoorwaarden voor een erkend bedrijf
Bijlage D. Erkenningsvoorwaarden voor een erkende geluidsmeetorganisatie
Bijlage E. bedoeld in
De minister geeft een nationale ontwerperkenning af overeenkomstig verordening Bijlage I (Part 21) van verordening (EU) nr. 748/2012, en bijbehorend AMC en GM materiaal, met dien verstande dat: