rijk/ministeriele-regeling/regeling-experiment-verkoopregels-wooncoöperaties/BWBR0047588
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling experiment verkoopregels wooncoöperaties BWBR0047588 ministeriele-regeling geldend 2023-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047588 Regeling experiment verkoopregels wooncoöperaties

Regeling experiment verkoopregels wooncoöperaties

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    • besluit:* Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015;
    • minister:* Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
    • wet:* Woningwet.

Artikel 2

1. Bij wijze van experiment zijn afwijkingen toegestaan van de artikelen 23, 23a, 23b, 23d, 23e en 24, tweede lid, van het besluit, in geval van vervreemding van een woongelegenheid of een complex aan een wooncoöperatie ten behoeve van het stimuleren van de realisatie van wooncoöperaties.

2. De artikelen 3 en 4 van deze regeling treden bij de toepassing van het experiment in de plaats van de in het eerste lid genoemde artikelen van het besluit.

Artikel 3

1.

In geval van vervreemding als bedoeld in artikel 2 gaat het verzoek om goedkeuring als bedoeld in artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, naast de stukken, genoemd in de artikelen 23, eerste lid, onder a tot en met c en f, 23a, eerste lid, onder a tot en met c en e, 23b, eerste lid, onder a tot en met d, en 23d, eerste lid, onder a tot en met c en e, van het besluit, vergezeld van:

a. a. de zienswijze van de gemeente waar het complex is gelegen; b. b. bescheiden waaruit blijkt dat de beoogde verkrijger een wooncoöperatie is waarvan een meerderheid van de leden bestaat uit personen met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan de inkomensgrens, genoemd in artikel 16, eerste lid, van het besluit, vergezeld van een verklaring over de getrouwheid daarvan, opgesteld door een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet; en c. c. statuten van de wooncoöperatie waarin de governance, woningtoewijzing aan nieuwe leden van buitenaf en een meerderheid van huishoudens onder de toewijzingsgrens is gewaarborgd, overeenkomstig het maatschappelijk karakter van de wooncoöperatie.

2. Het huishoudinkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld aan de hand van aan de toegelaten instelling te verstrekken gegevens. Artikel 11 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

In geval van vervreemding als bedoeld in artikel 2 keurt de minister een besluit als bedoeld in artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, uitsluitend goed, indien:

a. a. aan de voorwaarden van artikel 3 is voldaan; b. b. in het geval in de statuten een bepaling is opgenomen inzake vereffening en ontbinding van de wooncoöperatie en sprake is geweest van vervreemding aan de wooncoöperatie tegen minder dan 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde in die bepaling is bepaald dat een eventueel batig saldo wordt bestemd overeenkomstig het bepaalde in onderdeel e; c. c. de vervreemding geschiedt tegen een prijs van ten minste 50% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde; d. d. de woongelegenheid wordt vervreemd onder het beding dat uitsluitend leden van de wooncoöperatie in de woongelegenheden hun hoofdverblijf zullen hebben; en e. e. indien de vervreemding geschiedt tegen minder dan 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde de vervreemding plaatsvindt onder het beding dat de verkrijgende wooncoöperatie, bij een opvolgende vervreemding als gevolg van de vervreemding door de toegelaten instelling:

      1°.
      het verschil tussen ten minste 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde en ten hoogste de betrokken waarde op het tijdstip van die opvolgende vervreemding en de prijs die hij voor de woongelegenheid of het complex heeft betaald aan de toegelaten instelling betaalt; en
    
    
      2°.
      het verschil tussen de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde op het tijdstip van de opvolgende vervreemding en de prijs die hij voor de woongelegenheid of het complex heeft betaald aan de toegelaten instelling deelt met de toegelaten instelling, waarbij het percentage van de waardeontwikkeling dat ten goede of ten laste van de toegelaten instelling komt:
      
        
          i.
          1,5 maal het verschil is tussen 100 en het percentage van de betrokken waarde dat de wooncoöperatie heeft betaald; dan wel
        
        
          ii.
          50 is, indien de toepassing van onderdeel 1° tot een hoger percentage dan 50 zou leiden.

1°. 1°. het verschil tussen ten minste 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde en ten hoogste de betrokken waarde op het tijdstip van die opvolgende vervreemding en de prijs die hij voor de woongelegenheid of het complex heeft betaald aan de toegelaten instelling betaalt; en 2°. 2°. het verschil tussen de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde op het tijdstip van de opvolgende vervreemding en de prijs die hij voor de woongelegenheid of het complex heeft betaald aan de toegelaten instelling deelt met de toegelaten instelling, waarbij het percentage van de waardeontwikkeling dat ten goede of ten laste van de toegelaten instelling komt:

          i.
          1,5 maal het verschil is tussen 100 en het percentage van de betrokken waarde dat de wooncoöperatie heeft betaald; dan wel
        
        
          ii.
          50 is, indien de toepassing van onderdeel 1° tot een hoger percentage dan 50 zou leiden.

i. i. 1,5 maal het verschil is tussen 100 en het percentage van de betrokken waarde dat de wooncoöperatie heeft betaald; dan wel ii. ii. 50 is, indien de toepassing van onderdeel 1° tot een hoger percentage dan 50 zou leiden.

Artikel 5

De minister stelt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van deze regeling een verslag vast over de doeltreffendheid van de regeling en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting van deze regeling anders dan als experiment.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2028.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling experiment verkoopregels wooncoöperaties.