40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling facilitering versterking bestuur en management 2005 - 2006 | BWBR0018583 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-07-30 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018583 | Regeling facilitering versterking bestuur en management 2005 - 2006 |
Regeling facilitering versterking bestuur en management 2005 - 2006
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder school:
a. a. basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; b. b. speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; c. c. school en instelling voor (voortgezet) speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra.
2. In afwijking van het eerste lid worden basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs en scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die in stand worden gehouden door een bevoegd gezag dat deelneemt aan pilot 1, genoemd in de bijlage bij de Kamerstukken II 2003–2004, 29399, nr. 2, niet aangemerkt als school.
Artikel 2
1. De minister verstrekt subsidie met als doel de versterking van het bestuur en management voor scholen in het primair onderwijs in verband met de invoering van lumpsumfinanciering.
2. De subsidie wordt verleend als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in het eerste lid omschreven doel. Verrekening van eventuele niet bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.
Artikel 3
1.
Een bevoegd gezag ontvangt voor elke school subsidie waarvan de hoogte als volgt wordt berekend:
a. a. voor basisscholen bestaat de subsidie uit de som van: € 2.669,57 per school en € 25,66 per leerling; b. b. voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat de subsidie uit de som van: € 3.470,01 per school en € 40,57 per leerling; c. c. Voor scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat de subsidie uit de som van: € 1968,43 per school en € 21,55 per leerling.
2. Voor elke basisschool met minder dan 145 leerlingen ontvangt het bevoegd gezag in aanvulling op het op grond van het eerste lid bedoelde bedrag een kleine scholentoeslag die wordt berekend door van het bedrag van € 5728,95 een bedrag af te trekken ter hoogte van het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 39,51.
3. Het aantal leerlingen bedoeld in dit artikel wordt gebaseerd op de leerlingtelling van 1-10-2004, danwel, indien sprake is van een nieuwe school 1-10-2005. Bij de berekening van de subsidie wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt achteraf een herberekening plaats. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal toegekende residentiële plaatsen geteld als leerling.
4. De subsidie wordt per school rekenkundig en op hele euro’s afgerond.
Artikel 4
Subsidie wordt verleend voor het schooljaar 2005–2006.
Artikel 5
In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.
Artikel 6
De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
Artikel 7
1. De vaststelling van de subsidie vindt plaats bij de aanvraag vaststelling rijksvergoeding over 2006. De bestedingen van het jaar 2005 worden verantwoord in bijlage D2 bij de aanvraag vaststelling rijksvergoeding (AVR) over 2005 in het onderdeel ‘niet geoormerkt’. De bestedingen van het jaar 2006 worden verantwoord door deze op te nemen in bijlage D2 bij het jaarverslag in het onderdeel ‘niet geoormerkt’.
2. De verklaring van de accountant bij de AVR en het jaarverslag over 2006, omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.
Artikel 8
1. In september 2005 ontvangt het schoolbestuur een beschikking waarin het op grond van deze regeling toegekende subsidiebedrag is opgenomen.
2. Het subsidiebedrag wordt als volgt betaalbaargesteld: 32,21% in de resterende maanden van 2005 en 67,79% in de periode januari tot en met juli 2006.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van het Gele Katern waarin deze regeling wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2007.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling facilitering versterking bestuur en management 2005 - 2006.