40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling financieel beheer ZorgOnderzoek Nederland | BWBR0011355 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-11-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011355 | Regeling financieel beheer ZorgOnderzoek Nederland |
Regeling financieel beheer ZorgOnderzoek Nederland
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de wet:* de Wet op de organisatie ZorgOnderzoek Nederland;
b. b.
*de Minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
c. c.
*organisatiekosten:* de baten en lasten van de exploitatie van ZorgOnderzoek Nederland;
d. d.
*activiteiten:* de taken, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 2
1. De begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, wordt ingediend voor 1 november, voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft.
2. In de meerjarenraming, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet, worden de geraamde uitgaven per programma alsmede de door de Minister hiervoor toegezegde bijdragen opgenomen.
Artikel 3
1. De bedragen van de met de activiteiten samenhangende voorzieningen, bedoeld in artikel 374, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden voor de toepassing van artikel 5, eerste lid, aangemerkt als bestede bedragen, tenzij de Minister van oordeel is dat een voorziening niet voor subsidiëring in aanmerking komt.
2. Op de balans worden voorzieningen zoals bedoeld in het eerste lid en reserveringen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, afzonderlijk opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserveringen en voorzieningen toegelicht.
Artikel 4
1. Binnen de egalisatiereserve wordt onderscheid gemaakt tussen een deelreserve organisatiekosten en een deelreserve activiteiten.
2. Reserveringen kunnen uitsluitend worden besteed aan doeleinden waarvoor de middelen zijn verstrekt.
Artikel 5
1. Voorzover het bedrag van de beschikbaar gestelde vergoeding voor de organisatiekosten, zonder toepassing van de in het derde lid bedoelde vermindering, na uitvoering van de gefinancierde activiteiten overeenkomstig de geldende verplichtingen, niet is besteed aan de doeleinden waarvoor het is verstrekt, wordt het opgenomen in de deelreserve organisatiekosten (risicoreserve) met inachtneming van het derde lid.
2. Voor de berekening van het in het eerste lid bedoelde te reserveren bedrag wordt het totaal van de met de gefinancierde activiteiten samenhangende en gerealiseerde baten, bestaande uit de verleende vergoeding voor organisatiekosten en de aan de organisatiekosten toe te rekenen overige baten, verminderd met de lasten van de gefinancierde activiteiten.
3. Het totaal van de deelreserve organisatiekosten bedraagt ten hoogste 10% van de verleende vergoeding voor de organisatiekosten. Het bedrag, waarmee dit percentage wordt overschreden, zal van ZorgOnderzoek Nederland worden teruggevorderd dan wel met ZorgOnderzoek Nederland worden verrekend.
Artikel 6
1. Met de overschotten uit gerealiseerde programma’s en andere opbrengsten, ontstaan als gevolg van en betrekking hebbend op verleende VWS-gelden, wordt een aparte reserve gevormd.
2. Deze reserve bedraagt maximaal 10% van de voor dat jaar toegekende gelden voor de realisering van programma’s. Het bedrag, waarmee dit percentage wordt overschreden, zal van ZorgOnderzoek Nederland worden teruggevorderd dan wel met ZorgOnderzoek Nederland worden verrekend.
3. Aanwending van de deelreserveactiviteiten vindt plaats onder goedkeuring van de Minister.
4. ZorgOnderzoek Nederland kan een voorstel doen voor de aanwending van de reserve.
Artikel 7
Jaarlijks voor 1 juli en bij het indienen van de begroting wordt een liquiditeitsoverzicht van de programma’s ingediend waaruit de voortgang van de programma’s blijkt. Dit geldt zowel voor de toezeggingen als voor de werkelijk gedane uitgaven.
Artikel 8
Tijdelijk overtollige liquide middelen worden niet risicodragend belegd. Toegestaan zijn slechts
a. a. direct opeisbare renterekeningen bij bankinstellingen, die onder toezicht staan van de Nederlandse Bank; b. b. bankdeposito’s, die worden aangehouden bij een in Nederland gevestigde en geregistreerde kredietinstelling, mits deze bankdeposito’s luiden in Nederlandse courant.
Artikel 9
1. In de jaarrekening wordt een overzicht opgenomen waaruit de budgetten voor het onderhanden werk, voortvloeiend uit programmaopdrachten van de Minister, alsmede de voor het verslagjaar en toekomstige jaren vastgelegde programmaverplichtingen blijken.
2. De grondslag voor de waardering van activa en passiva is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de ontvangen investeringssubsidies en bestemmingsgiften.
Artikel 9a
ZorgOnderzoek Nederland behoeft voor handelingen als bedoeld in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de voorafgaande instemming van de Minister.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financieel beheer ZorgOnderzoek Nederland.