rijk/ministeriele-regeling/regeling-garanties-van-oorsprong/BWBR0035971
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling garanties van oorsprong BWBR0035971 ministeriele-regeling geldend 2022-09-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0035971 Regeling garanties van oorsprong

Regeling garanties van oorsprong

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. afvalverbrandingsinstallatie: een productie-installatie waarin al dan niet de geproduceerde thermische energie wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor:

      a.
      de verbranding door oxidatie van afvalstoffen,
    
    
      b.
      een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of,
    
    
      c.
      de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;

a. a. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen, b. b. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of, c. c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;

  • AVI-eenheid: een onderdeel binnen een afvalverbrandingsinstallatie dat ten minste bestaat uit een verbrandingsoven met bijbehorende ketel en een rookgasreinigingsinstallatie, waarvoor op grond van de AVI-meetvoorwaarden een systeemgrens is bepaald;

  • conversie: omzetting van energie uit hernieuwbare bronnen in een andere vorm van energie uit hernieuwbare bronnen;

  • EAN-code: uniek 18-cijferig nummer dat dient om een productie-installatie of een productie-eenheid op een transmissie- of distributiesysteem of een net voor thermische energie te identificeren;

  • eindafnemer: eindafnemer als bedoeld in artikel 1 van de Energiewet, eindafnemer als bedoeld in artikel 1 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong of afnemer aan wie uitsluitend voor eigen verbruik thermische energie uit hernieuwbare bronnen wordt geleverd;

  • energie uit hernieuwbare bronnen: elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, gas uit hernieuwbare bronnen, ander gas uit hernieuwbare bronnen of thermische energie uit hernieuwbare bronnen; a. garantie van oorsprong:

        a.
        garantie van oorsprong voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2.57, eerste lid, van de Energiewet;
    
    
        b.
        garantie van oorsprong voor elektriciteit geproduceerd in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 2.57, tweede lid, van de Energiewet;
    
    
        c.
        garantie van oorsprong gas uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2.57, derde lid, van de Energiewet;
    
    
        d.
        garantie van oorsprong voor elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2.57, vierde lid, van de Energiewet;
    
    
        e.
        garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 1 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong;
    
    
        f.
        garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;
    

a. a. garantie van oorsprong voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2.57, eerste lid, van de Energiewet; b. b. garantie van oorsprong voor elektriciteit geproduceerd in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 2.57, tweede lid, van de Energiewet; c. c. garantie van oorsprong gas uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2.57, derde lid, van de Energiewet; d. d. garantie van oorsprong voor elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2.57, vierde lid, van de Energiewet; e. e. garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 1 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong; f. f. garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;

  • garantie van oorsprong voor niet-netlevering: een garantie van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen die op een installatie of op een directe lijn wordt ingevoed of dat wordt geleverd aan een bemeterd overdrachtspunt als bedoeld in artikel 1 van het Besluit energie vervoer;

  • hoogrenderende warmtekrachtkoppeling: warmtekrachtkoppeling die voldoet aan bijlage I bij richtlijn 2012/27/EU;

  • HR-WKK-eenheid: een onderdeel binnen een productie-installatie dat zelfstandig warmte en elektriciteit of mechanische energie opwekt op een zodanige wijze dat sprake is van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en waarvoor op grond van de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2, een systeemgrens is bepaald;

  • HR-WKK-elektriciteit: de elektriciteit die wordt opgewekt door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en die voldoet aan de rendementseisen als bedoeld in bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU;

  • HR-WKK-installatie: een productie-installatie bestemd voor het opwekken van elektriciteit, bestaande uit ten minste één productie-eenheid;

  • meetbedrijf: meetbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong of meetbedrijf als bedoeld in artikel 24a van de Warmtewet;

  • meetprotocol: een document waarin beschreven zijn de bemetering van een productie-installatie, de wijze van meten en de wijze van kwaliteitsborging van de meetgegevens ten aanzien van de hoeveelheden elektriciteit, gas, ander gas uit hernieuwbare bronnen, thermische energie of mechanische energie die de installatie opwekt, de hoeveelheden brandstof die de installatie verbruikt en de wijze van bepaling van de calorische waarde van de brandstof;

  • meetrapport: een rapport dat alle meetgegevens van de desbetreffende kalendermaand bevat alsmede, indien het meetrapport van toepassing is op een afvalverbrandingsinstallatie, het rendement van de afvalverbrandingsinstallatie in het geheel en de AVI-eenheden afzonderlijk;

  • meetverantwoordelijke partij: meetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

  • minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;

  • naar haar aard zuivere biomassa: biomassa als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclische organische oorsprong van ten hoogste 1,00 massaprocent per partij en die is geclassificeerd onder de groepsindeling van tabel 1 inzake typologie en herkomst van de NTA 8003:2017, met uitzondering van de ondergroepen 701, 709, 729 en 900 tot en met 909;

  • naar zijn aard zuiver biogas: stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas dat is ontstaan door inwerking van micro-organismen op biologisch afbreekbare materialen en gas uit hernieuwbare bronnen dat is ontstaan na vergassing van naar haar aard zuivere biomassa;

  • niet-zuivere biomassa: biomassa als bedoeld in artikel 1.1 Energiewet met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclische organische oorsprong van meer dan 3,00 massaprocent per partij;

  • NTA 8003:2017: de Nederlands Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassingen, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut; a. nuttig aangewende warmte: de warmte, uitgedrukt in GJ, die vrijkomt uit hernieuwbare bronnen en die, voor zover daarmee de inzet van niet-hernieuwbare energie wordt voorkomen, wordt aangewend voor:

        a.
        gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen;
    
    
        b.
        tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
    
    
        c.
        verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van:
    
    
            1°.
            de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
    
    
            2°.
            het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht;
    
    
            3°.
            de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie;
    
    
    
    
        d.
        klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen;
    
    
        e.
        levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen bedoeld onder a tot en met d;
    

a. a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen; b. b. tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt; c. c. verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van:

          1°.
          de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
        
        
          2°.
          het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht;
        
        
          3°.
          de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie;

1°. 1°. de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt; 2°. 2°. het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht; 3°. 3°. de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie; d. d. klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen; e. e. levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen bedoeld onder a tot en met d;

  • partij: de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van langcyclisch organische oorsprong door de producent, die door middel van het materiaal elektriciteit opwekt, gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is;
    • producent:* een producent als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, artikel 1 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong of artikel 24a van de Warmtewet en die in Nederland is gevestigd en in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone een productie-installatie voor de productie van energie uit hernieuwbare energiebronnen of elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen in stand houdt;
  • productie-eenheid: een deel van een productie-installatie dat zelfstandig kan worden ingezet voor het opwekken van elektriciteit, gas uit hernieuwbare bronnen, ander gas uit hernieuwbare bronnen of thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
  • productie-installatie: een installatie bestemd voor het opwekken van energie, bestaande uit één of meer productie-eenheden en die is gelegen in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone;
  • richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
  • systeemgrens van een AVI-eenheid: een fictieve gesloten omhulling van de AVI-eenheid die de AVI-eenheid onderscheidt van andere AVI-eenheden binnen het bedrijf;
  • systeemgrens van de HR-WKK-installatie: een fictieve, gesloten omhulling van de HR-WKK-eenheden die deel uitmaken van de HR-WKK-installatie, welke omhulling voldoet aan hetgeen in de bijlage bij de beschikking van de Commissie van 19 november 2008 tot vastlegging van gedetailleerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II bij Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 338) is bepaald ten aanzien van systeemgrenzen;
  • systeemgrens van de productie-installatie: een fictieve gesloten omhulling van één of meer productie-eenheden die dezelfde wijze van opwekking van energie gebruiken;
  • zuivere biomassa: biomassa als bedoeld in artikel 1.1 Energiewet met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclische organische oorsprong van ten hoogste 3,00 massaprocent per partij.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 7 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong, artikel 1, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie en de artikelen 2.58, vierde lid, 2.61, eerste en tweede lid, van de Energiewet.

Paragraaf 2. Onderzoek productie-installatie en openen rekening

Artikel 2

1.

Indien een producent de transmissie- of distributiesysteembeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 3.63 van de Energiewet, te verrichten of het meetbedrijf verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 27 van de Warmtewet of artikel 4 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong, te verrichten, maakt hij daarbij gebruik van een formulier dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. De producent verklaart via dat formulier energie uit hernieuwbare bronnen of elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen te produceren en verzoekt de transmissie- of distributiesysteembeheerder of het meetbedrijf de bijbehorende meetgegevens mede te delen aan de Minister. De producent overlegt bij het verzoek:

a. a. informatie omtrent:

        1°.
        contactgegevens van de eigenaar van de productie-installatie, waaronder, indien van toepassing, het door de Kamer van Koophandel toegekende nummer;
      
      
        2°.
        locatiegegevens van de productie-installatie, waaronder de EAN-code;
      
      
        3°.
        het type productie-installatie, waaronder de gebruikte energiebron of brandstof;
      
      
        4°.
        subsidies voor de productie-installatie;
      
      
        5°.
        de gewenste garanties van oorsprong, en
      
      
        6°.
        op welke rekening die moeten worden bijgeboekt;

1°. 1°. contactgegevens van de eigenaar van de productie-installatie, waaronder, indien van toepassing, het door de Kamer van Koophandel toegekende nummer; 2°. 2°. locatiegegevens van de productie-installatie, waaronder de EAN-code; 3°. 3°. het type productie-installatie, waaronder de gebruikte energiebron of brandstof; 4°. 4°. subsidies voor de productie-installatie; 5°. 5°. de gewenste garanties van oorsprong, en 6°. 6°. op welke rekening die moeten worden bijgeboekt; b. b. een verklaring van de producent:

        1°.
        dat de productie-installatie is voorzien van een meetinrichting die voldoet aan de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die blijven gelden op grond van de artikelen 7.52 en 7.53 van de Energiewet, of in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen een meter die voldoet aan de relevante meetvoorwaarden, dat de distributiesysteembeheerder, de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf de geproduceerde energie eenduidig kan meten dan wel uit een combinatie van metingen eenduidig kan worden berekend;
      
      
        2°.
        dat deze meewerkt aan door de distributiesysteembeheerder, de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf uit te voeren controles van de productie-installatie en bijbehorende meetinrichting of meter;
      
      
        3°.
        indien in de productie-installatie niet naar haar aard zuivere biomassa of niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, dat de producent door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt of laat vaststellen of de biomassa als zuiver kan worden aangemerkt danwel welk gedeelte van de verwerkte niet-zuivere biomassa biologisch afbreekbaar is;
      
      
        4°.
        indien in de productie-installatie niet naar zijn aard zuiver biogas of niet zuiver biogas wordt verwerkt, dat de producent ten aanzien van de grondstof die bij het ontstaan van dit biogas gebruikt wordt, door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt of laat vaststellen dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare bronnen is opgewekt, is aan te merken als zuivere of niet-zuivere biomassa;
      
      
        5°.
        dat deze wijzigingen van de informatie, bedoeld in onderdeel a, onder 2° tot en met 5°, vooraf meldt; en
      
      
        6°.
        dat het formulier naar waarheid is ingevuld.

1°. 1°. dat de productie-installatie is voorzien van een meetinrichting die voldoet aan de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die blijven gelden op grond van de artikelen 7.52 en 7.53 van de Energiewet, of in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen een meter die voldoet aan de relevante meetvoorwaarden, dat de distributiesysteembeheerder, de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf de geproduceerde energie eenduidig kan meten dan wel uit een combinatie van metingen eenduidig kan worden berekend; 2°. 2°. dat deze meewerkt aan door de distributiesysteembeheerder, de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf uit te voeren controles van de productie-installatie en bijbehorende meetinrichting of meter; 3°. 3°. indien in de productie-installatie niet naar haar aard zuivere biomassa of niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, dat de producent door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt of laat vaststellen of de biomassa als zuiver kan worden aangemerkt danwel welk gedeelte van de verwerkte niet-zuivere biomassa biologisch afbreekbaar is; 4°. 4°. indien in de productie-installatie niet naar zijn aard zuiver biogas of niet zuiver biogas wordt verwerkt, dat de producent ten aanzien van de grondstof die bij het ontstaan van dit biogas gebruikt wordt, door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt of laat vaststellen dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare bronnen is opgewekt, is aan te merken als zuivere of niet-zuivere biomassa; 5°. 5°. dat deze wijzigingen van de informatie, bedoeld in onderdeel a, onder 2° tot en met 5°, vooraf meldt; en 6°. 6°. dat het formulier naar waarheid is ingevuld.

2.

Een producent:

a. a. dient een verzoek om vaststelling in, en b. b. herhaalt dit verzoek iedere vijf jaar.

3. Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op een producent voor zover deze een productie-installatie in stand houdt met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan 15 kW.

4. Indien artikel 7 bepaalt dat een producent een meetprotocol moet opstellen, legt de producent bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een op basis van artikel 7 goedgekeurd meetprotocol over aan de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteembeheerder stelt vast of een toepasselijk meetprotocol aanwezig is dat is goedgekeurd door een transmissiesysteembeheerder of meetbedrijf vóór de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek heeft ingediend.

5. De producent die een productie-installatie met een kleine aansluiting in stand houdt en beschikt over een Ferrarismeter met of zonder terugloopblokkering of een elektronische éénrichtingmeter, maakt hiervan melding op het formulier, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6°.

6. Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden, bepaalt de producent bij het verzoek tot vaststelling, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie. De producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een actieve afnemer kan voor elke productie-installatie die zich achter de aansluiting bevindt garanties van oorsprong voor niet-netlevering aanvragen.

7. Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.

8. De transmissie- of distributiesysteembeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, het meetbedrijf, doet de vaststelling door een onderzoek in te stellen naar de productie-installatie en de aansluiting daarvan op een transmissie- of distributiesysteem of het net voor thermische energie. De producent stelt de transmissie- of distributiesysteembeheerder dan wel het meetbedrijf in staat het onderzoek te verrichten.

9. De transmissie- of distributiesysteembeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, het meetbedrijf deelt het resultaat van de vaststelling binnen een redelijke termijn na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de minister.

10. Indien een producent voornemens is een aanpassing door te voeren in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het vaststellingsverzoek, ten gevolge heeft, dient de producent alvorens hij die aanpassing daadwerkelijk doorvoert, een nieuw verzoek tot vaststelling in bij de transmissie- of distributiesysteembeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, het meetbedrijf. Het vierde tot en met negende lid zijn in dat geval van toepassing, de eerder verrichte vaststelling vervalt en de termijn van vijf jaar, bedoeld in het tweede lid, vangt aan op de eerste dag van de eerste kalendermaand na de datum van indiening van het nieuw ingevulde formulier.

Artikel 3

De minister verifieert voorafgaand aan het openen van een rekening door een leverancier, handelaar, marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een actieve afnemer of handelaar in garanties van oorsprong de identiteit van de aanvrager van een rekening.

Paragraaf 3. Meten, meetprotocol en meetrapport

Paragraaf 3.1. Algemeen

Artikel 4

1.

De meetinrichting van de productie-installatie voldoet aan dezelfde nauwkeurigheidseisen als de meetinrichting op de aansluiting waarachter deze installatie zich bevindt en zoals deze zijn vastgesteld in:

a. a. voor elektriciteit, de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die blijven gelden op grond van artikel 7.52 van de Energiewet; b. b. voor gas, de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die blijven gelden op grond van artikel 7.52 van de Energiewet; c. c. voor thermische energie, de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2C; d. d. voor ander gas, de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2F.

2. In het geval de nauwkeurigheidseisen van de meetinrichting op de aansluiting waarachter deze installatie zich bevindt niet passend zijn bij het vermogen van de productie-installatie, voldoet de meetinrichting van de productie-installatie in afwijking van het eerste lid aan de nauwkeurigheidseisen zoals passend bij het vermogen van de productie-installatie.

3. Een productie-installatie voor het produceren van gas uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen is voorzien van een nippel waarop gasanalyse apparatuur kan worden aangesloten.

Artikel 5

1.

Indien zich achter een aansluiting één productie-installatie bevindt:

a. a. stelt de transmissie- of distributiesysteembeheerder of in het geval van ander gas uit hernieuwbare bronnen of thermische energie uit hernieuwbare bronnen het meetbedrijf, maandelijks een meetbericht op waarin de hoeveelheid energie die de betreffende productie-installatie op het transmissie- of distributiesysteem of het net voor thermische energie heeft ingevoed, wordt vermeld; b. b. waarvoor de producent of marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een actieve afnemer garanties van oorsprong voor niet-netlevering aanvraagt, meet de producent of marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een actieve afnemer de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt; c. c. waarvoor de producent of marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een actieve afnemer garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen aanvraagt, meet de producent of marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een actieve afnemer de hoeveelheid elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.

2. In afwijking van het eerste lid, meet de distributiesysteembeheerder bij productie-installaties met een kleine aansluiting jaarlijks de hoeveelheid opgewekte elektriciteit en stelt gelijktijdig met de jaarlijkse bepaling van de meterstanden een meetbericht op, tenzij de producent de distributiesysteembeheerder verzoekt iedere kalendermaand een meetbericht op te stellen.

3. Indien jaarlijks een meetbericht wordt opgesteld, wordt de meetwaarde toegewezen aan de laatste volledige kalendermaand van de periode die is bemeten.

4. Indien een producent als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, beschikt over een Ferrarismeter met of zonder terugloopblokkering of een elektronische éénrichtingmeter, wordt de hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die door de betreffende productie-installaties op een transmissie- of distributiesysteem wordt ingevoed gesteld op nul kWh.

Artikel 6

1. Indien de productie-installatie van de producent voor de opwekking van elektriciteit gebruik maakt van elektriciteit die is onttrokken van een transmissie- of distributiesysteem, brengt de transmissie- of distributiesysteembeheerder de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor is afgenomen van het net in mindering op de hoeveelheid elektriciteit.

2. Indien de productie-installatie van de producent voor de opwekking van gas uit hernieuwbare bronnen gebruik maakt van gas dat is onttrokken van een transmissie- of distributiesysteem, brengt de meetverantwoordelijke partij de hoeveelheid gas die daarvoor is afgenomen van het net in mindering op de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen die hij op grond van de artikelen 2.47, tweede lid, en 2.48, eerste lid, van de Energiewet meet.

Paragraaf 3.2. Meetprotocol en meetrapport

Artikel 7

1.

Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor:

a. a. het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen door middel van een afvalverbrandingsinstallatie en aan de producent die deze installatie in stand houdt subsidie op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie is verleend; b. b. het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen door middel van een afvalverbrandingsinstallatie en aan de producent die deze installatie in stand houdt subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2008, is verleend,

iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2A.

2. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen door middel van naar zijn aard zuiver biogas en waarvan het nominaal elektrisch vermogen van de installatie gelijk is of kleiner is dan 2 MW iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2B.

3. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van thermische energie uit hernieuwbare bronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2C.

4. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van gas uit hernieuwbare bronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2D.

5. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van HR-WKK-elektriciteit iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2E.

6. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van ander gas uit hernieuwbare bronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 2F.

7. De producent laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indient, goedkeuren door een meetverantwoordelijke partij of meetbedrijf, waarbij de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf ten minste de beschrijving van de productie-installatie en de meetinrichting, de methode van meten en rapporteren en het proces van controle en borging van het gebruik van de meetinrichting controleert.

8. Indien de producent voornemens is een aanpassing door te voeren die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft, draagt hij er zorg voor dat alvorens hij die aanpassing doorvoert, een nieuw meetprotocol wordt opgesteld en wordt goedgekeurd door een meetverantwoordelijke partij of meetbedrijf. De termijn van 5 jaar, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt geacht aan te vangen op het moment van goedkeuring van het nieuwe meetprotocol.

9. De producent legt het goedgekeurde meetprotocol over aan de minister, wanneer het verzoek om de vaststelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt gedaan.

Artikel 8

1. Indien de producent op grond van artikel 7 een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat alle energiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in bijlagen 2A tot en met 2F en die de systeemgrens passeren gemeten worden volgens het meetprotocol.

2. Indien een meetverantwoordelijke partij of meetbedrijf afwijkingen van het meetprotocol constateert meldt de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf de Minister dat binnen vier weken na constatering.

Artikel 9

1. Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen of HR- WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.

2. Indien zich achter een allocatiepunt, van een aansluiting met meerdere allocatiepunten, meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.

3. De energie die door de betreffende productie-installaties op een transmissie- of distributiesysteem of het net voor thermische energie wordt ingevoed, wordt bepaald door de energie die wordt verbruikt door de installatie achter de aansluiting naar rato van de feitelijke opwekking van alle productie-installaties achter de aansluiting, in mindering te brengen op de energie die is opgewekt door de betreffende productie-installaties.

4. Indien niet alle installaties achter de aansluiting een geschikte meetinrichting hebben, worden door de meetverantwoordelijke partij de meetwaarden voor energie die op een transmissie- of distributiesysteem is ingevoed gesteld op nul kWh.

Artikel 10

1.

Indien de producent op grond van artikel 7 een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat per kalendermaand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld dat:

a. a. voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlagen 2A tot en met 2F; b. b. de wijze van totstandkoming van de meetgegevens beschrijft, en c. c. geverifieerd wordt door een meetverantwoordelijke partij of meetbedrijf, waarbij de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf ten minste de toepassing van het meetprotocol, de meetgegevens en de door de producent opgegeven brandstof ten opzichte van de geproduceerde energie controleert.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op producenten als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a.

3. De producent draagt er zorg voor dat de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf alle benodigde informatie ter beschikking heeft voor de werkzaamheden omtrent de goedkeuring, bedoeld in artikel 7, zevende lid, of de verificatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

4. Indien na het opstellen van een meetrapport blijkt dat deze onjuist is, draagt de producent er zorg voor dat er een herzien meetrapport wordt opgesteld, waaruit blijkt welke wijziging is aangebracht en met een onderbouwing van de wijziging. Het herziene meetrapport wordt aan de minister overlegd.

5. Indien de producent een actieve afnemer is die elektriciteit of gas verkoopt aan een marktdeelnemer die ten behoeve van die producent aggregeert, overlegt de producent de meetrapporten aan de marktdeelnemer.

Artikel 11

1. Een producent of marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een producent legt uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar de meetrapporten die betrekking hebben op dat jaar over de minister.

2.

In afwijking van het eerste lid legt een producent of marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een producent die:

a. a. een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van het kwartaal waarvan de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister; b. b. een productie-installatie voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen groter dan 3 MWth of een HR-WKK-installatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister.

3. Indien in een productie-installatie naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en de producent subsidie ontvangt op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, rapporteert de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport over de ingezette biomassa.

4.

Indien in een productie-installatie biomassa of overige brandstoffen worden verwerkt, verklaart de producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van de producent gelijktijdig met het overleggen van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, welk gewogen percentage van de door zijn productie-installatie in de desbetreffende kalendermaand of het desbetreffende kalenderjaar opgewekte totale hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen is opgewekt door middel van:

a. a. zuivere biomassa; b. b. niet-zuivere biomassa, waarbij hij een onderscheid maakt in het biologisch afbreekbare en het niet biologisch afbreekbare gedeelte; c. c. overige brandstoffen.

5.

Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt, kan de producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, een verklaring overleggen waaruit blijkt dat de ingezette biomassa is gecertificeerd door middel van:

a. a. een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of b. b. een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.

Artikel 12

1. In afwijking van artikel 11 legt een producent of marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een producent die een productie-installatie voor gas uit hernieuwbare bronnen in stand houdt het meetrapport uiterlijk 20 dagen na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de transmissie- of distributiesysteembeheerder.

2. De transmissie- of distributiesysteembeheerder berekent op basis van de in het meetrapport opgenomen meetgegevens de hoeveelheid gas uit hernieuwbare bronnen in m^3(n) aardgasequivalent.

3. De transmissie- of distributiesysteembeheerder vermeldt de in het tweede lid bedoelde hoeveelheid gas in het meetbericht, bedoeld in artikel 5.

Artikel 13

Vervallen

Paragraaf 4. Biomassa

Artikel 14

Deze paragraaf is niet van toepassing op afvalverbrandingsinstallaties.

Artikel 15

1. Indien in een productie-installatie zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van de producent dat de producent door middel van een daartoe geëigende methode als bedoeld in artikel 16 aan de hand van bemonstering per partij vaststelt dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare bronnen wordt opgewekt, is aan te merken als zuivere biomassa.

2. Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt die een behandeling heeft ondergaan, zoals pyrolyse, torrefactie of carbonisatie, hanteert de producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van de producent in afwijking van het eerste lid, een daartoe geëigende methode om vast te stellen dat de biomassa vóór de behandeling is aan te merken als zuivere biomassa.

3. Indien in een productie-installatie niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van de producent dat de producent door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt wat het biologisch afbreekbaar gedeelte is van de niet-zuivere biomassa waaruit de energie uit hernieuwbare bronnen wordt opgewekt. Het biologisch afbreekbare gedeelte dient te worden bepaald op grond van de energiebasis met twee decimalen nauwkeurigheid.

4. Indien in een productie-installatie energie uit hernieuwbare bronnen uitsluitend wordt opgewekt door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas, verklaart de producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van de producent dat de producent gedurende de periode waarop de verklaring betrekking heeft, uitsluitend door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas energie uit hernieuwbare bronnen zal opwekken.

5. Indien in een productie-installatie niet naar zijn aard zuiver biogas of niet-zuiver biogas wordt verwerkt, hanteert de producent ten aanzien van de grondstof die bij het ontstaan van dit biogas wordt gebruikt een daartoe geëigende methode om aan de hand van bemonstering per partij vast te stellen dat materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare bronnen is opgewekt, is aan te merken als zuivere of als niet-zuivere biomassa.

Artikel 16

1.

De methode van vaststelling, bedoeld in artikel 15, eerste, derde en vijfde lid, is geëigend als de producent ter zake van de werkzaamheden voor de bepaling van het biologisch afbreekbare gedeelte van de biomassa beschikt over:

a. a. een productcertificaat als bedoeld in de Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016 voor de vaststelling van het aandeel biomassa in secundaire brandstoffen, of b. b. een schriftelijk bewijs dat hij voldoet aan vergelijkbare procesnormen als vastgelegd in Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016.

2.

De methode van vaststelling, bedoeld in artikel 15, tweede lid, is geëigend als de producent beschikt over:

a. a. een certificaat behorend bij de behandelde biomassa, afgegeven door een certificeringsinstantie, waaruit blijkt dat de oorsprong van de biomassa van die partijen volledig is aan te merken als zuivere biomassa, en b. b. het certificaat voldoet aan de eis dat dit per partij wordt aangebracht en gevolgd en gereproduceerd kan worden.

3. De certificeringinstantie is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie of een andere accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008 L 218) of een accreditatie-instantie die is aangesloten bij Global Accreditation Cooperation Incorporated.

Artikel 17

1.

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op producenten die:

a. a. met biomassa elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceren met een productie-installatie, of met meerdere vergelijkbare productie-installaties, waarvan het totale nominaal elektrisch vermogen groter is dan 2MW; b. b. met biomassa, niet bestaande uit uitsluitend één soort naar zijn aard zuiver biogas, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceren; c. c. met biomassa thermische energie uit hernieuwbare bronnen produceren met een productie-installatie waarvan het nominaal vermogen groter is dan 3 MWth; d. d. met biomassa gas uit hernieuwbare bronnen produceren; e. e. elektriciteit produceren met verschillende typen niet hernieuwbare brandstoffen.

2. Uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar overlegt een producent aan de minister een door de producent opgestelde beheersverklaring die betrekking heeft op dat kalenderjaar of een assurancerapport van een externe accountant dat betrekking heeft op dat kalenderjaar.

3.

Uit de beheersverklaring of uit het assurancerapport blijkt eenduidig:

a. a. per kalendermaand de hoeveelheid, aard en, in honderdsten van procenten nauwkeurig, de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen; b. b. of de door de producent op grond van artikel 11, vierde lid, meegedeelde percentages overeenstemmen met de verhouding van de onder a bedoelde brandstoffen.

4. Indien op verzoek van de producent op de garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen de gegevens, bedoeld in artikel 24 derde lid, worden opgenomen, blijkt uit de beheersverklaring of uit het assurancerapport tevens dat deze gegevens overeenkomen met de gegevens uit de audit die is uitgevoerd op het toegepaste duurzaamheidssysteem.

5. De door de producent opgestelde beheersverklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld formulier.

6. Indien de gegevens, bedoeld in het derde lid, onwaarschijnlijk zijn, kan de minister aanvullende informatie vragen.

7. Indien uit de aanvullende informatie blijkt dat de gegevens, bedoeld in het derde lid, onwaarschijnlijk zijn of als de producent de aanvullende informatie niet binnen vier weken aanlevert, wordt de energie aangemerkt als energie uit niet-hernieuwbare bronnen.

8. In afwijking van het zevende lid kan de minister op verzoek van een producent de in dat lid genoemde termijn verlengen indien de producent aantoont dat het onmogelijk is om aan deze termijn te voldoen.

9. De minister kan door een van de producent onafhankelijke materiedeskundige een aanvullend onderzoek laten uitvoeren naar de juistheid en betrouwbaarheid van de door de producent aangeleverde informatie.

10. De minister bepaalt het tijdstip waarop het aanvullende onderzoek wordt uitgevoerd en deelt dit tijdig aan de producent mee.

11. Indien geen aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd op het door de minister bepaalde tijdstip, dan wel indien uit het aanvullende onderzoek blijkt dat de biomassa niet aangemerkt kan worden als naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas, wordt de energie, opgewekt in het kalenderjaar waarin het aanvullende onderzoek wordt uitgevoerd, aangemerkt als energie uit niet-hernieuwbare bronnen.

Artikel 18

De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport op verzoek van de producent die een productie-installatie in stand houdt voor de productie van thermische energie uit hernieuwbare bronnen de nuttig aangewende warmte in MWh.

Paragraaf 5. Afvalverbrandingsinstallaties

Artikel 19

1. De minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 december ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar een percentage vast dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval in een afvalverbrandingsinstallatie, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of thermische energie uit hernieuwbare bronnen is.

2. Indien de minister constateert dat in een afvalverbrandingsinstallatie of in een AVI-eenheid substantiële hoeveelheden homogemene afvalstromen worden verwerkt met een substantieel ander percentage dan bedoeld in het eerste lid, of dat er substantiële hoeveelheden fossiele brandstoffen worden gebruikt, kan de minister, in afwijking van het eerste lid, voor die afvalverbrandingsinstallatie of die AVI-eenheid het percentage vaststellen dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van die homogene afvalstromen, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of thermische energie uit hernieuwbare bronnen is.

Artikel 19a

Het percentage, bedoeld in artikel 19, eerste lid, bedraagt in het kalenderjaar 2026 53 procent.

Artikel 20

1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een producent als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b.

2.

Het rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt:

a. a. de som van:

        1°.
        de door de afvalverbrandingsinstallatie of door een AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en aan een transmissie- of distributiesysteem of aan andere productie-installaties dan de productie-installatie of de AVI-eenheid die de elektriciteit opwekt geleverde elektriciteit, en
      
      
        2°.
        tweederde van de door de afvalverbrandingsinstallatie of door de AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en nuttig aangewende warmte,

1°. 1°. de door de afvalverbrandingsinstallatie of door een AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en aan een transmissie- of distributiesysteem of aan andere productie-installaties dan de productie-installatie of de AVI-eenheid die de elektriciteit opwekt geleverde elektriciteit, en 2°. 2°. tweederde van de door de afvalverbrandingsinstallatie of door de AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en nuttig aangewende warmte, b. b. gedeeld door het product van:

        1°.
        de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie of de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en
      
      
        2°.
        de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen.

1°. 1°. de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie of de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en 2°. 2°. de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen.

3.

Het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt de uitkomst van:

(E_mR_m + E_m-1R_m-1 + ...E_m-11*R_m-11) / (E_m + E_m-1 + ...E_m-11)

waarbij

E_m = de hoeveelheid opgewekte elektriciteit in maand m

R_m = het rendement als bedoeld in het tweede lid voor maand m

E_m-1 = de hoeveelheid opgewekte elektriciteit in de maand voorafgaand aan m

R_m-1 = het rendement als bedoeld in het derde lid voor de maand voorafgaand aan m.

4. De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport het rendement en het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie en van een AVI-eenheid. Het rendement wordt niet bepaald voor de periode die ligt vóór het moment dat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan. Het gewogen maandelijks rendement wordt in het eerste jaar bepaald over de maanden nadat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan.

5. De minister kan het product van de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie en de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen mede bepalen op basis van de in de meetvoorwaarden beschreven iteratieve methode.

Paragraaf 6. Garanties van oorsprong

Artikel 21

Een garantie van oorsprong heeft betrekking op een hoeveelheid energie ter grootte van 1 MWh.

Artikel 22

1.

De minister boekt garanties van oorsprong die betrekking hebben op de energie die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan op de door de producent gespecificeerde rekening, indien:

a. a. de producent beschikt over een geldige vaststelling, bedoeld in artikel 2, en b. b. het meetbericht, bedoeld in artikel 5 of de benodigde meetgegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a en artikel 9, eerste lid en voor zover van toepassing de biomassapercentages met betrekking tot de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen of HR-WKK-elektriciteit die vanaf dat moment is opgewekt zijn overlegd.

2. Indien de producent een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt, hanteert de minister bij het bepalen van het aantal uit te geven garanties van oorsprong de percentages, bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid.

Artikel 23

1. Een rekeninghouder die over garanties van oorsprong beschikt kan deze garanties van oorsprong, niet zijnde garanties van oorsprong voor niet-netlevering overboeken op een andere rekening.

2. Een exploitant van een broeikasgasinstallatie als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer die over garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen beschikt waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde lid, zijn vermeld, die hij wil gebruiken of wil doen gebruiken om de biomassafractie te bepalen conform artikel 39, vierde lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie (PbEU 2018, L 334), boekt deze garanties van oorsprong van zijn rekening af onder het doel “Emissiehandel”.

3. In afwijking van het eerste lid kan een rekeninghouder die over garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare bronnen beschikt, deze garanties van oorsprong overboeken op de rekening van Nederlandse emissieautoriteit, indien hij deze garanties van oorsprong wil gebruiken of wil doen gebruiken om emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.1 van de Wet milieubeheer te verwerven.

4. Een producent of handelaar die garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen wil gebruiken of wil doen gebruiken om emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.1. van de Wet milieubeheer te verwerven, meldt dit voor het einde van de eerste maand waarop de productie betrekking heeft aan de minister.

5. Indien een producent of handelaar een melding doet als bedoeld in het vierde lid, wordt op een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen vermeld dat de productie-installatie geen overheidssteun heeft ontvangen.

6. Indien een producent of handelaar niet langer garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen wil gebruiken of wil doen gebruiken om emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.1. van de Wet milieubeheer te verwerven, meldt hij dit voor het einde van de eerste maand waarop de productie betrekking heeft aan de minister en vervalt de melding in het eerste lid.

7. Een producent of handelaar die over garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen beschikt waarop de gegevens, genoemd in artikel 24, derde of vijfde lid, zijn vermeld, die hij wil gebruiken of wil doen gebruiken om emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.1. van de Wet milieubeheer te verwerven, boekt deze garanties over op de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit.

Artikel 24

1.

Op een garantie van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:

a. a. op welke vorm van energie de garantie van oorsprong betrekking heeft; b. b. de gebruikte energiebron; c. c. in het geval van het gebruik van biomassa:

        1°.
        de soort biomassa;
      
      
        2°.
        de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid;

1°. 1°. de soort biomassa; 2°. 2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid; d. d. de begindatum en einddatum van de productie; e. e. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit; f. f. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen; g. g. of de productie-installatie overheidssteun heeft ontvangen of genoten en het type overheidssteun; h. h. een uniek identificatienummer; i. i. de datum en het land van afgifte; j. j. de informatie die is vereist op basis van paragraaf 4.5.2.2 van de NEN-EN 16325:2025: Garanties van oorsprong in relatie tot energie, nr. 16325 van 1 juli 2025, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie instituut.

2.

Op een garantie van oorsprong voor HR-WKK-elektriciteit wordt tevens vermeld:

a. a. de identiteit en het thermisch en elektrisch vermogen van de installatie; b. b. de lagere calorische waarde van de brandstofbron waaruit de elektriciteit werd geproduceerd; c. c. de hoeveelheid en het gebruik van de samen met de elektriciteit geproduceerde thermische energie; d. d. overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU de hoeveelheid elektriciteit gewonnen uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling waarvoor de garantie geldt; e. e. de besparing op primaire energie berekend overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU op basis van de in bijlage II, onder f), bij richtlijn 2012/27/EU vastgestelde geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden; f. f. het nominale elektrische en thermische rendement van de installatie.

3.

Op een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen wordt op verzoek van de producent tevens vermeld:

a. a. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem: b. b. het land van herkomst van de grondstof; c. c. indien meerdere grondstoffen gebruikt zijn, de bijdrage aan de energie per grondstof; d. d. het gehanteerde duurzaamheidssysteem; e. e. broeikasgasemissie zoals berekend door het duurzaamheidsysteem; f. f. energieproductie zonder, indien toegepast, correctie voor eigen gebruik van het gas als vermeld in artikel 6 tweede lid; g. g. in geval sprake is van omzetting van energie in gas, de informatie vermeld op de voor de omzetting afgeboekte garantie van oorsprong over:

        1°.
        de gebruikte energiebron;
      
      
        2°.
        voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun;
      
      
        3°.
        de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.

1°. 1°. de gebruikte energiebron; 2°. 2°. voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun; 3°. 3°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.

4.

Op een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen wordt tevens vermeld:

a. a. op verzoek van de producent:

        1°.
        de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
      
      
        2°.
        het land van herkomst van de grondstof;
      
      
        3°.
        het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
      
      
        4°.
        broeikasgasemissie zoals berekend volgens het gehanteerde duurzaamheidsysteem;

1°. 1°. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem; 2°. 2°. het land van herkomst van de grondstof; 3°. 3°. het gehanteerde duurzaamheidssysteem; 4°. 4°. broeikasgasemissie zoals berekend volgens het gehanteerde duurzaamheidsysteem; b. b. indien sprake is van omzetting van energie uit hernieuwbare bronnen in ander gas uit hernieuwbare bronnen, de informatie vermeld op de voor de conversie afgeboekte garanties van oorsprong over:

        1°.
        de gebruikte energiebron;
      
      
        2°.
        voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun;
      
      
        3°.
        de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.

1°. 1°. de gebruikte energiebron; 2°. 2°. voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun; 3°. 3°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.

5.

Op een garantie van oorsprong voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, anders dan een garantie van oorsprong voor HR-WKK-elektriciteit als bedoeld in het tweede lid, wordt in geval sprake is van omzetting van energie in elektriciteit tevens de informatie vermeld op de voor de omzetting afgeboekte garanties van oorsprong over:

a. a. de gebruikte energiebron; b. b. voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun; c. c. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.

Artikel 25

Vervallen

Artikel 25a

Voor de toepassing van artikel 2.59 van de Energiewet, artikel 5 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong en artikel 28a van de Warmtewet geldt een:

a. a. garantie van oorsprong voor niet-netlevering slechts als bewijs voor levering aan een eindafnemer die aan dezelfde directe lijn aangesloten is als waar de energie is ingevoed of op wiens installatie de energie direct is ingevoed; b. b. garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen slechts als bewijs voor levering aan een eindafnemer die aan hetzelfde net voor thermische energie is aangesloten als waarop de thermische energie is ingevoed; c. c. garantie van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen slechts als bewijs voor levering aan een eindafnemer die aan dezelfde directe lijn aangesloten is als waar de energie is ingevoed of op wiens installatie de energie direct is ingevoed.

Artikel 26

1.

Garantie van oorsprong, niet zijnde een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen of een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen die is overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit, verliest haar geldigheid:

a. a. na afboeking als bewijs van levering als bedoeld in artikel 2.59 van de Energiewet, artikel 5 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong en artikel 28a van de Warmtewet; b. b. uiterlijk na het verstrijken van de twaalf maanden na de einddatum van de productie van de energie waarvoor de garantie van oorsprong is geboekt.

2. Een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen of een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen die is overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit verliest haar geldigheid uiterlijk na twaalf maanden na de einddatum van de productie van het gas uit hernieuwbare bronnen of het ander gas uit hernieuwbare bronnen waarvoor de garantie van oorsprong is afgeboekt.

Artikel 27

1. De minister trekt garanties van oorsprong die in strijd met het bepaalde in deze regeling zijn afgegeven, in.

2. Indien de garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, al zijn afgeboekt, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met het aantal ten onrechte afgegeven garanties van oorsprong.

Artikel 28

1.

De minister corrigeert het ten gevolge van een afwijking ontstane verschil door garanties van oorsprong bij te boeken of af te boeken van de desbetreffende rekening:

a. a. nadat energie is aangemerkt als energie uit niet-hernieuwbare bronnen overeenkomstig artikel 17, zevende of elfde lid, of indien de overeenkomstig artikel 11, vierde lid, meegedeelde percentages afwijken van:

        1°.
        de percentages die blijken uit het meetrapport, bedoeld in artikel 10;
      
      
        2°.
        de percentages die blijken uit de beheersverklaring of het assurancerapport, bedoeld in artikel 17, tweede lid;

1°. 1°. de percentages die blijken uit het meetrapport, bedoeld in artikel 10; 2°. 2°. de percentages die blijken uit de beheersverklaring of het assurancerapport, bedoeld in artikel 17, tweede lid; b. b. wanneer de transmissie- of distributiesysteembeheerder de gegevens uit een meetbericht als bedoeld in artikel 5 corrigeert.

2.

Indien het in artikel 11, eerste en tweede lid, artikel 12, eerste lid, of artikel 17, tweede lid, bedoelde tijdstip van indiening van het meetrapport, de beheersverklaring of het assurancerapport wordt overschreden, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de formule:

hoeveelheid af te boeken garanties van oorsprong = [EHE/365 * OT] / 1 MWh,

waarbij:

EHE = de hoeveelheid energie, opgewekt in de periode waarop het meetrapport, de beheersverklaring of het assurancerapport betrekking heeft;

OT = aantal overschrijdingstijdvakken van één dag.

3. Indien het meetrapport, de beheersverklaring of het assurancerapport niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 10, 12 of 17 geeft de minister de producent vier weken de tijd om het meetrapport, de beheersverklaring of het assurancerapport alsnog aan deze eisen te laten voldoen. Indien de producent hieraan geen of onvoldoende gehoor geeft, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de in het tweede lid opgenomen formule.

4. In afwijking van het derde lid kan de Minister op verzoek van een producent de in dat lid genoemde termijn verlengen indien de producent aantoont dat het onmogelijk is om aan deze termijn te voldoen.

Artikel 28a

Vervallen

Paragraaf 7. Tarieven

Artikel 29

1.

De tarieven ter dekking van de kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong zijn gebaseerd op de volgende kosten:

a. a. het ontwikkelen en in stand houden van een elektronisch systeem voor garanties van oorsprong; b. b. het op aanvraag openen van een rekening; c. c. het boeken en afboeken van garanties van oorsprong; d. d. het overdragen van garanties van oorsprong; e. e. het bevorderen van de nationale en internationale marktwerking voor garanties van oorsprong; f. f. het op grond van een wettelijk voorschrift verstrekken van gegevens; g. g. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften.

2.

De tarieven voor 2026 voor garanties van oorsprong bedragen voor:

a. a. aanmaken, per garantie van oorsprong: € 0,005; b. b. afboeken, met uitzondering van het afboeken door de Nederlandse Emissieautoriteit, per garantie van oorsprong: € 0,015; c. c. overboeken, met uitzondering van het overboeken naar de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit, per garantie van oorsprong: € 0,005; d. d. import, per garantie van oorsprong: € 0,010; e. e. export, per garantie van oorsprong: € 0,010; f. f. lidmaatschap voor handelaren of handelaren in garanties van oorsprong, per jaar: € 3.000,00.

3. De Minister kan een tarief in rekening brengen voor het op verzoek van de aanvrager herstellen van een aanvraag of een rekening.

Artikel 30

Vervallen

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 31

De Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie wordt als volgt gewijzigd:

    1. De artikelen 7 tot en met 7f vervallen.
    1. De bijlagen 4 en 6 vervallen.

Artikel 32

1. Een rekeninghouder die beschikt over een rekening die op grond van artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014, is geopend bij de garantiebeheersinstantie, wordt geacht te beschikken over een rekening als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.

2. Het aantal garanties van oorsprong en het aantal garanties van oorsprong voor niet-netlevering dat op het moment van inwerkingtreding van deze regeling is geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014 wordt geacht te zijn geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, van de Energiewet.

3. De periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 5, eerste lid wordt ten aanzien van een producent, die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling beschikt over een rekening als bedoeld in artikel 77, eerste lid, of artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2014, geacht aan te vangen op het moment dat de netbeheerder de vaststelling verrichtte, als bedoeld in artikel 2 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zoals dat luidde op 31 december 2014 of in artikel 3 van de Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling zoals dat luidde op december juni 2014.

4. Een producent die voor de inwerkingtreding van deze regeling een productie-installatie voor het opwekken van gas uit hernieuwbare bronnen in stand houdt en beschikt over een door Vertogas B.V. goedgekeurd meetprotocol wordt voor de periode waarvoor deze goedkeuring is verleend geacht te beschikken over een vaststelling als bedoeld in artikel 2.

5. Het aantal certificaten dat door Vertogas B.V. zijn geboekt op rekening als bewijs dat gas uit hernieuwbare bronnen is geproduceerd, wordt geacht te zijn geboekt op een rekening als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, van de Energiewet.

Artikel 33

De volgende regelingen worden ingetrokken:

a. a.

    Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998;

b. b.

    Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;

c. c.

    Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.

Artikel 33a

Etiketteringscertificaten die zijn afgegeven op grond van artikel 15 van de Regeling afnemers en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet voor elektriciteit opgewekt in juli tot en met december 2019 worden vanaf 1 januari 2020 gezien als certificaten van oorsprong en vanaf 1 januari 2026 als garanties van oorsprong voor elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen.

Artikel 34

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 35

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling garanties van oorsprong.

Bijlage 1A. behorende bij

Vervallen

Bijlage 1B. behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit

Vervallen

Bijlage 1C. behorende bij

Vervallen

Bijlage 1d. behorende bij

Vervallen

Bijlage 2A. behorende bij

Bijlage 2B. behorende bij

Bijlage 2C. behorende bij

Bijlage 2D. behorende bij

Bijlage 2E. behorende bij

Bijlage 2F. behorende bij

Bijlage 3A. behorende bij

Vervallen

Bijlage 3B. behorende bij

Vervallen