40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning | BWBR0015732 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-12-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0015732 | Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning |
Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning
Artikel 1
De gebruiker van frequentieruimte waarvoor geen vergunning is vereist, zorgt ervoor dat door het gebruik van het gewenste signaal van het radiozendapparaat geen storing of belemmering wordt veroorzaakt in andere radiozendapparaten dan wel in overige elektrische of elektronische apparaten.
Artikel 2
1.
Als categorieën radiozendapparaten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet, worden aangewezen:
a. a. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiel openbaar elektronisch communicatienetwerk, waar voor de in het netwerk gebruikte frequentieruimte krachtens artikel 3.1 van de wet vergunning is verleend. b. b. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem, ten behoeve van mobiele communicatie, met uitzondering van het nood-, spoed en veiligheidsverkeer; c. c. randapparaten, zijnde koordloze telefoons, die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar telefoonnetwerk op een vaste locatie, mits de in bijlage 1 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; d. d. radiozendapparaten voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (CB), mits de in bijlage 2 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; e. e. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar telecommunicatienetwerk ten behoeve van plaatsbepaling; f. f. mobiele VHF/UHF radiozendapparaten voor landmobiel gebruik die daadwerkelijk en krachtens een daartoe gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk, dat deel is van een radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing ten behoeve waarvan een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte (trunkinginstallatie); g. g. mobiele radiozendapparaten behorend tot een digitaal radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing, mits de in bijlage 3 aangegeven frequentieband en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; h. h. mobiele UHF radiozendapparaten, werkend in de frequentieband 446 MHz, bedoeld voor algemeen gebruik ten behoeve van communicatie over korte afstand (PMR 446), mits de in bijlage 4 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; i. i. randapparaten, zijnde satellietgrondstations, mits de in bijlage 5 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; j. j. randapparaten voor mobiele communicatie via ionisatiesporen van meteoren, mits de in bijlage 6 aangegeven frequentieband en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; k. k. radiozendapparaten, zijnde GSM1800-basisstations, die zich bevinden aan boord van luchtvaartuigen en bestemd zijn voor aansluiting op een mobiel openbaar elektronisch communicatienetwerk en worden gebruikt op de in bijlage 7 aangegeven frequentiebanden boven een vlieghoogte van 3000 meter, gerekend vanaf de grond; l. l. de in bijlage 8 bedoelde categorieën radiozendapparaten, mits de in die bijlage aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; m. m. radiozendapparaten die gebruik maken van ultrabreedbandtechnologie, mits de in bijlage 9 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen.
2. Onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vallen slechts apparaten die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007 bepaalde.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Regeling aanvraag en toelating vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte in werking treedt.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning.
Bijlage 1. behorend bij
Bijlage 2. behorend bij
Bijlage 3. behorend bij
Indien de radiozendapparaten behoren tot een digitaal radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing ten behoeve waarvan een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte is het toegestaan om, voor directe communicatie tussen de radiozendapparaten onderling, gebruik te maken van:
Bijlage 4. behorend bij
Bijlage 5. behorend bij
Bijlage 6. behorend bij
Bijlage 7. behorend bij
GSM basisstations aan boord van luchtvaartuigen
Bijlage 8. behorend bij
[afbeelding]
[afbeelding]
Radiozendapparaten bestemd voor identificatie toepassingen (RFID)
Bijlage 9. behorend bij
De apparatuur voldoet aan de in de tabel vermelde voorwaarden en wordt binnenshuis gebruikt. De apparatuur mag tevens buitenshuis worden gebruikt zolang zij niet is bevestigd aan een vaste installatie, een vaste infrastructuur, een vaste buitenantenne, een voertuig of een spoorwegvoertuig. Voor de definities van de begrippen ‘binnenshuis’, ‘voertuig’ en ‘spoorwegvoertuig’ zij verwezen naar artikel 2 van de beschikking van de Commissie van 21 februari 2007 inzake ultrabreedbandtechnologie (2007/131/EG).
Een maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid van –41,3 dBm/MHz is toegestaan in de banden 3,4–4,8 GHz voor zover een ‘low duty cycle’-beperking wordt toegepast waarin de som van alle verzonden signalen elke seconde minder dan 5% en elk uur minder dan 0,5% van de tijd in beslag neemt, en voor zower elk verzonden signaal niet meer dan 5 ms in beslag neemt.
Apparatuur die gebruikmaakt van de ultrabreedbandtechnologie mag het radiospectrum ook gebruiken, voor zover andere dan de in de eerste alinea vermelde passende mitigatietechnieken, die tot gevolg hebben dat de apparatuur een beschermingsniveau bereikt dat minstens gelijkwaardig is aan het niveau dat door de beperkingen in de tabel wordt bereikt, worden toegepast.
Bijlage . Aanhangsel bij de
• e.r.p. (Effective Radiated Power) is het effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten op zichte van een halve golf dipool.
• e.i.r.p. (Equivalent Isotropically Radiated Power) is het effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten opzichte van een isotrope straler.
• Indien er een kanaalraster binnen een frequentieband van toepassing is, grenst het eerste kanaal aan de laagst genoemde frequentie. De centrale frequentie van het eerste radiokanaal bevindt zich een half raster-kanaal hoger in frequentie.
• De breedte van het kanaal is gelijk aan de gestelde waarde voor het kanaalraster.
• De maximale kanaalbreedte wordt gespecificeerd, kleinere kanaalbreedten zijn dus toegestaan
• Binnen de gestelde frequentieband mag de gebruiker zelf de werkfrequenties bepalen, daarbij rekening houdend met de gekozen kanaalbreedte.
De duty-cycle is gedefinieerd als de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen de maximale uitzendtijd op 1 of meer frequenties relatief ten opzichte van een periode van 1 uur.
Indien erg geen duty-cycle is genoemd dan is iedere duty-cycle mogelijk.