rijk/ministeriele-regeling/regeling-geprivilegieerde-post-jeugdigen/BWBR0012742
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling geprivilegieerde post jeugdigen BWBR0012742 ministeriele-regeling geldend 2001-09-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012742 Regeling geprivilegieerde post jeugdigen

Regeling geprivilegieerde post jeugdigen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De directeur is uitsluitend bevoegd de enveloppen van brieven als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet, te openen ter controle op bijgesloten voorwerpen, op de wijze als hieronder bepaald.

Artikel 3

1. De afzender, genoemd in artikel 42, eerste lid, van de wet, doet de brief in een aan de betrokken jeugdige geadresseerde envelop. De afzender sluit de envelop en voegt deze in een andere envelop als bijlage bij een brief aan de directeur van de desbetreffende inrichting, waarin hij deze verzoekt de bijlage aan de betrokken jeugdige uit te reiken. Daarbij dient voor de directeur duidelijk kenbaar te zijn in welke hoedanigheid de afzender zich tot de jeugdige richt

2. Indien de directeur met het oog op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen het noodzakelijk acht de binnenste envelop van de voor een jeugdige bestemde brief te openen, dan doet hij dit in het bijzijn van de jeugdige.

3. In het geval dat een brief kennelijk afkomstig is van een afzender genoemd in artikel 42, eerste lid, van de wet, maar niet een dubbele envelop is gebruik, dan wordt, indien de directeur het noodzakelijk oordeelt de envelop te openen, dezelfde procedure toegepast als vermeld in het tweede lid.

4. In het geval de brief niet herkenbaar is als afkomstig van een afzender genoemd in artikel 42, eerste lid, van de wet, is de directeur niet gehouden aan het hierboven bepaalde in het tweede en derde lid.

Artikel 4

1. In het geval een jeugdige een brief verzendt aan een geadresseerde genoemd in artikel 42, eerste lid, van de wet, dient voor de directeur duidelijk kenbaar te zijn aan welke persoon in welke hoedanigheid of aan welke instantie de brief gericht is.

2. Indien de directeur met het oog op de controle op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen het noodzakelijk vindt een brief als bedoeld in het eerste lid van dit artikel te openen, doet hij dit in de aanwezigheid van de jeugdige.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geprivilegieerde post jeugdigen.