rijk/ministeriele-regeling/regeling-griffierechten-burgerlijke-zaken/BWBR0028908
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling griffierechten burgerlijke zaken BWBR0028908 ministeriele-regeling geldend 2010-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0028908 Regeling griffierechten burgerlijke zaken

Regeling griffierechten burgerlijke zaken

Artikel 1

1.

Geen griffierecht wordt geheven voor:

a. a. de benoeming of het ontslag van voogden en curatoren; b. b. de bereidverklaring tot aanvaarding van de voogdij en de curatele; c. c. bemoeiingen van de kantonrechter met het beheer van vermogen van minderjarigen en curandi welke voortvloeien uit de toepassing onderscheidenlijk overeenkomstige toepassing van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; d. d. bemoeiingen van de kantonrechter welke voortvloeien uit de toepassing van artikel 181 juncto 183 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; e. e. benoemingen, welke voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 212 en 250 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; indien de bijzondere curator als bedoeld in deze artikelen een minderjarige in rechte vertegenwoordigt, wordt van hem evenmin griffierecht geheven; f. f. de indiening van een verzoekschrift strekkende tot en in verband met de ondertoezichtstelling van minderjarigen alsmede strekkende tot en in verband met de beëindiging van het gezag of voogdij over minderjarigen; g. g. de indiening van een verweerschrift in het kader van de behandeling van een verzoekschrift strekkende tot en in verband met de ondertoezichtstelling van minderjarigen alsmede strekkende tot en in verband met de beëindiging van het gezag of voogdij over minderjarigen; h. h. de benoeming of het ontslag van bewindvoerders of mentoren als bedoeld in de Titels 18, 19 en 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; i. i. bemoeiingen met het bewind over goederen of het mentorschap welke voortvloeien uit de toepassing van de Titels 18, 19 en 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; j. j. de verklaringen bedoeld in de artikelen 191, eerste lid, en 193, eerste lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek en voor het in verband daarmee opmaken van de akte bedoeld in artikel 3 van het Besluit boedelregister, indien het inkomen van de betrokken erfgenaam blijkens een door deze over te leggen afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of een verklaring van de Raad als bedoeld in artikel 1, onder b, van die wet waaruit blijkt dat het inkomen niet meer bedraagt dan de bedragen, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand; k. k. de indiening van verzoeken strekkende tot het verkrijgen van een machtiging van de kantonrechter onderscheidenlijk het doen van mededelingen of afleggen van verklaringen aan de kantonrechter ingevolge de artikelen 17 lid 3, 26 en 193 lid 1 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek; l. l. de indiening van verzoekschriften als bedoeld in de artikelen 28 en 30 van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992; m. m. de indiening van een verzoek tot wijziging van een in een andere lidstaat gelaste beschermingsmaatregel, zoals bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringswet verordening wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken.

2.

Eveneens wordt geen griffierecht geheven:

a. a. van gemeenten in zaken als bedoeld in de paragrafen 4 en 5 van hoofdstuk 6 van de Participatiewet en hoofdstuk 7 van de Wet investeren in jongeren, zoals deze luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel II van de Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650); b. b. ingeval van ambtshalve verrichte verzegeling en ontzegeling als bedoeld in de artikelen 661 en 666 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; c. c. ingeval van verzet tegen een dwangbevel als bedoeld in artikel 21 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

Artikel 2

1. Met toepassing van artikel 1 van het Besluit griffierechten burgerlijke zaken juncto artikel 12, vijfde lid, van het Besluit tarieven in strafzaken kunnen personen en instellingen voor doeleinden van algemeen belang op hun verzoek worden vrijgesteld van de heffing van griffierecht.

2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, moet schriftelijk worden gedaan aan de Minister van Veiligheid en Justitie en duidelijk vermelden ten behoeve van welk doel de vrijstelling wordt gevraagd.

Artikel 3

De Ministeriële regeling tarieven in burgerlijke zaken wordt ingetrokken.

Artikel 4

In zaken waarop op grond van artikel 56a van de Wet griffierechten in burgerlijke zaken de Wet tarieven in burgerlijke zaken van toepassing blijft, blijft tevens de Regeling tarieven in burgerlijke zaken van toepassing.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 4, derde lid, en 21, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken in werking treden.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling griffierechten burgerlijke zaken.