rijk/ministeriele-regeling/regeling-ikap-medewerkers-ez/BWBR0014713
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling IKAP medewerkers EZ BWBR0014713 ministeriele-regeling geldend 2003-02-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014713 Regeling IKAP medewerkers EZ

Regeling IKAP medewerkers EZ

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Een medewerker kan eenmaal per jaar in de periode van 1 januari tot en met 30 september een aanvraag indienen bij het hoofd van dienst.

2. Een aanvraag bevat in ieder geval een keuze uit een bron en een doel.

3. De bronnen bedoeld in artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR worden niet gecombineerd met het doel, bedoeld in artikel 21d, eerste lid, van het ARAR.

4. De medewerker die kiest voor meer werken als bedoeld in artikel 21c, eerste lid, van het ARAR, dan wel voor minder werken als bedoeld in artikel 21d, eerste lid, van het ARAR, geeft in zijn aanvraag het aantal uren aan dat en de wijze waarop hij deze wenst te realiseren.

5. De aanspraken bedoeld in artikel 21h, eerste lid, onderdelen c en h, van het ARAR worden volledig ingezet.

6. De waarden van een gekozen bron en doel bedraagt minimaal € 50,00.

7. De waarden van de gekozen bronnen en doelen komen zoveel mogelijk overeen. Een aanvraag wordt afgewezen indien het verschil tussen de waarde van de bronnen en de doelen meer dan 5% bedraagt.

8. Voor de bestedingsmogelijkheid bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling bestedingsmogelijkheden kunnen, in afwijking van het vorige lid, aanspraken op bronnen die in de twee kalenderjaren volgende op het jaar van de aanvraag zullen ontstaan worden ingezet.

9. In afwijking van het eerste lid kan de medewerker, aan wie een toeslag op grond van artikel 22a of artikel 22c van het BBRA 1984 of een vergoeding op grond van artikel 23 van het BBRA 1984 is toegekend, binnen twee weken na ontvangst van het besluit een extra aanvraag indienen om deze aanspraken in te zetten voor een nieuw doel.

Artikel 3

1. Het hoofd van dienst beslist op een aanvraag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.

2. Op aanvragen betreffende meer of minder uren werken of afkoop vakantie-uren die zijn ingediend voor 1 februari beslist het hoofd van dienst binnen vier weken na die datum en op aanvragen die zijn ingediend na 1 februari telkens binnen vier weken na afloop van de kalendermaand van indiening, met inachtneming van artikel 21e, vierde lid, respectievelijk artikel 22, dertiende lid, van het ARAR.

3. Het hoofd van dienst beslist op een aanvraag bedoeld in artikel 2, negende lid, binnen twee weken na de datum van het indienen van de aanvraag.

4. Indien het hoofd van dienst voornemens is een aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen, vindt hierover overleg plaats met de medewerker.

Artikel 4

1. De vergoedingen bedoeld in artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR, alsmede de inhouding, bedoeld in artikel 21d, derde lid, van het ARAR, worden gebaseerd op het salaris per uur dat de medewerker geniet op de datum van het indienen van de aanvraag.

2. Wijzigingen van het salaris gedurende het kalenderjaar leiden niet tot aanpassing van de vergoeding of inhouding.

Artikel 5

1. De uitbetaling van de vergoedingen bedoeld in artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR vindt plaats in de maand na de goedkeuring van de aanvraag.

2. De inhouding, bedoeld in artikel 21d, derde lid, van het ARAR, vindt maandelijks plaats in gelijke delen over de nog resterende periode van het betrokken kalenderjaar.

Artikel 6

Voor zover in specifieke regelingen niet anders is bepaald, dienen de in de aanvraag opgenomen doelen voor 1 december van het betrokken kalenderjaar te zijn gerealiseerd door inlevering van de desbetreffende betalingsbewijzen bij de daarvoor aangewezen functionarissen.

Artikel 7

1. Aan het eind van een kalenderjaar vindt per medewerker een eindafrekening plaats, waarbij een verschil in waarde van de ingezette bronnen en de gerealiseerde doelen wordt verrekend met het salaris van de medewerker.

2. In afwijking van het eerste lid wordt in het geval dat een medewerker wegens ziekte niet staat is geweest om in het betrokken kalenderjaar meer uren werken zoals op grond van de aanvraag is overeengekomen, de niet gerealiseerde meer uren werken in de eerste maand van ziekte beschouwd alsof zij wel zijn gerealiseerd.

3. In afwijking van het eerste lid vindt bij ontslag van de medewerker de eindafrekening plaats per de datum van ontslag.

4. In afwijking van het eerste lid vindt bij overlijden van de medewerker de eindafrekening plaats per de datum van overlijden, waarbij terugvordering van te veel betaalde vergoedingen achterwege blijft.

Artikel 8

Indien de belastinginspecteur bij controle van oordeel is dat er een bedrag ten onrechte belastingvrij is uitbetaald, wordt de ter zake verschuldigde loonheffing alsnog op de medewerker verhaald en verrekend met een eerstvolgende salarisbetaling.

Artikel 9

Ingeval deze regeling in een individueel geval niet of niet naar redelijkheid voorziet kan, voor zover nodig, het hoofd van dienst bij de beslissing op een aanvraag daarvan afwijken, met instemming van de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement.

Artikel 10

De Beleidsregels IKAP EZ 2002 worden ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2003.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling IKAP medewerkers EZ.