40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling impuls achterstallig onderhoud alsmede btw-afdracht scholen vo | BWBR0008928 | ministeriele-regeling | geldend | 1997-10-11 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0008928 | Regeling impuls achterstallig onderhoud alsmede btw-afdracht scholen vo |
Regeling impuls achterstallig onderhoud alsmede btw-afdracht scholen vo
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. school of scholengemeenschap: een uit 's Rijks kas bekostigde school of scholengemeenschap als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; b. b. gebouw hoofdvestiging: de permanente bouw en de noodbouw van de hoofdvestiging van de school of scholengemeenschap volgens het postadres van de school, zoals geregistreerd bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; c. c. gebouw nevenvestiging: de permanente bouw en de noodbouw van de nevenvestiging of dislocatie van de school of scholengemeenschap; d. d. werkelijk aantal m²: het werkelijk aantal m² op 15 september 1996 zoals geregistreerd bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; e. e. normatief aantal m²: het aantal m² berekend volgens de bijlage bij deze regeling, waarbij wordt uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 oktober 1996.
Paragraaf 2. Regeling impuls achterstallig onderhoud
Artikel 2
1. Aan het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap wordt een aanvullende vergoeding als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs toegekend in verband met achterstallig onderhoud aan het gebouw van de hoofdvestiging of van de nevenvestiging voorzover het betreft permanente bouw tot 1 januari 1976 en noodbouw tot 1 januari 1986.
2. De aanvullende vergoeding bedraagt ƒ 13,00 per m². Het aantal m² wordt berekend volgens artikel 4.
3. Ten behoeve van deze regeling is ƒ 50.000.000,- beschikbaar. Indien door het aantal toekenningen dit bedrag zal worden overschreden of niet volledig zal worden benut, kan de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen het bedrag, genoemd in het tweede lid, verlagen onderscheidenlijk verhogen.
Artikel 3
Het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap komt niet in aanmerking voor de vergoeding, bedoeld in artikel 2, indien:
-
- het een school betreft voor voorbereidend beroepsonderwijs met uitsluitend een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving of een afdeling levensmiddelentechnologie,
-
- op grond van artikel 107 van de Wet op het voortgezet onderwijs de school of scholengemeenschap voorzover het openbaar onderwijs betreft wordt opgeheven dan wel ten aanzien van die school of scholengemeenschap voorzover het bijzonder onderwijs betreft de aanspraak op bekostiging verloren gaat, of
-
- het bevoegd gezag de school of scholengemeenschap opheft.
Artikel 4
1. Het aantal m², bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt berekend op de grondslag van een vergelijking tussen het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging en de nevenvestiging en het normatief aantal m² van de school of scholengemeenschap, volgens het tweede tot en met het vierde lid.
2. Indien het werkelijk aantal m² van het gebouw hoofdvestiging groter is dan het normatief aantal m² van de school of scholengemeenschap, wordt het aantal m² berekend door het normatief aantal m² te verminderen met het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging voorzover het betreft permanente bouw na 31 december 1975 en noodbouw na 31 december 1985.
3. Indien het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging kleiner is dan het aantal normatieve m² van de school of scholengemeenschap, is het aantal m² van het gebouw hoofdvestiging, voorzover het betreft permanente bouw tot 1 januari 1976 en noodbouw tot 1 januari 1986, het berekende aantal m².
4.
Indien:
a. a. het derde lid van toepassing is, en b. b. de resterende normatieve m², op grond van het derde lid, verminderd met het werkelijk aantal m² van de nevenvestigingen, voorzover het permanente bouw betreft na 31 december 1975 en noodbouw na 31 december 1985 een positief aantal m² oplevert, c. c. wordt dit aantal m², tot ten hoogste het werkelijke aantal m² van de nevenvestigingen, voorzover het betreft permanente bouw tot 1 januari 1976 en noodbouw tot 1 januari 1986, toegevoegd aan het op grond van lid 3, berekende aantal m².
Artikel 5
1. De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen zendt het bevoegd gezag in november 1997 een beschikking omtrent de toekenning van de vergoeding, bedoeld in artikel 2. Een aanvraag is niet vereist.
2. Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt in twee termijnen uitgekeerd. De eerste betaling vindt plaats in december 1997, de tweede in maart 1998.
Paragraaf 3. btw-afdracht in verband met studiekeuzevoorlichting
Artikel 6
1. Ten behoeve van de vergoeding van studiekeuzevoorlichting wordt aan het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap in verband met de afdracht van belasting toegevoegde waarde ƒ 1,- per leerling voor het kalenderjaar 1997 en ƒ 1,75 per leerling voor het kalenderjaar 1998 toegekend. Voor het kalenderjaar 1997 wordt uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 oktober 1996 en voor het kalenderjaar 1998 van het aantal leerlingen op 1 oktober 1997.
2. De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen zendt het bevoegd gezag in november 1997 een beschikking omtrent de toekenning, bedoeld in het eerste lid, van de vergoeding in 1997 en in februari 1998 een beschikking omtrent de toekenning in 1998. Een aanvraag is niet vereist.
3. De betaling voor 1997 vindt plaats in december 1997, de betaling voor 1998 in maart 1998.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 7
Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de dag van publicatie van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is geplaatst.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls achterstallig onderhoud alsmede btw-afdracht scholen vo.