40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling impuls beroepskolom 2002-2005, voor vbo, mbo en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven | BWBR0013761 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-07-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013761 | Regeling impuls beroepskolom 2002-2005, voor vbo, mbo en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven |
Regeling impuls beroepskolom 2002-2005, voor vbo, mbo en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
Het doel van deze regeling is het verlenen van aanspraak op aanvullende middelen ten behoeve van het verwezenlijken van de doelstelling, bedoeld in artikel 3, door de minister aan het bevoegd gezag van scholen, instellingen, AOC's en landelijke organen voor de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005.
Artikel 3
1. Doelstelling van de aanspraak op aanvullende middelen, bedoeld in artikel 2, is het realiseren van kwalificatiewinst door het versterken van de beroepskolom, zowel voor wat betreft de kwaliteit van de onderwijssectoren afzonderlijk als de kwaliteit van de verschillende aansluitingsmomenten binnen de beroepskolom.
2.
Onder aansluitingsmomenten, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan:
a. a. de aansluitingen binnen de beroepskolom, b. b. de aansluiting tussen educatie en beroepsonderwijs, c. c. de aansluiting tussen de basisberoepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, en de vakopleidingen, middenkaderopleidingen en specialistenopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet.
3.
Het realiseren van kwalificatiewinst binnen de beroepskolom wordt door de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven gestimuleerd door projecten voor de bve-sector gericht op:
a. a. het versterken van de beroepspraktijkvorming, b. b. de ontwikkeling van kerncompetenties in de kwalificatiestructuur, c. c. het oplossen van knelpunten in de aansluiting binnen de beroepskolom vanuit de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs.
Artikel 4
1. Voor een school bedraagt de aanvullende bekostiging in de periode augustus tot en met december 2005 een evenredig deel van € 13.850.000,– .
2. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2004.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt vastgesteld door het aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, te vermenigvuldigen met de factor 0,0044 en de voor de school geldende gemiddelde personeelslast per formatieplaats, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2004–2005 en 2005–2006.
4. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, kan door een school, onverminderd artikel 10, naar eigen inzicht worden aangewend ter bestrijding van personele of materiële kosten in het kader van deze regeling.
Artikel 5
1. Voor een instelling bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor de instellingen beschikbare budget van € 24.719.000,- voor het jaar 2005.
2.
De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt berekend:
a. a. voor een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs berekend op grond van de artikelen 2.2.2, eerste lid, 2.4.1, eerste lid, en 6.1.3.eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, die de instelling over 2005 ontvangt met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt; b. b. voor een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 en de Hogeschool Haarlem, bedoeld in artikel 12.3.9, van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs die de instelling over 2005 ontvangt op grond van artikel 2.1.1 respectievelijk artikel 2.2.1 van de Uitvoeringsregeling WEB, met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt.
Artikel 6
1. Voor een landelijk orgaan bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven beschikbare budget van € 6.220.000,- voor het jaar 2005.
2. De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt voor een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven berekend naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van artikel 4.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB, die het landelijk orgaan over 2005 ontvangt.
3. De hoogte van de aanvullende vergoeding voor het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving bedraagt € 330.000,-.
Artikel 7
1. De aanvullende vergoeding voor het jaar 2005 bedraagt voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, verzorgd aan een AOC, een evenredig gedeelte van het totale voor dat jaar beschikbare bedrag van € 1.416.250,–. Voor het beroepsonderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving in het AOC bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het totale voor dat jaar beschikbare bedrag van € 1.200.000,-.
2. De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt voor een AOC berekend naar rato van de rijksbijdrage voor het jaar 2004 ten behoeve van de sector landbouw en natuurlijke omgeving voor het beroepsonderwijs, onderscheidenlijk de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in het agrarisch opleidingscentrum.
Artikel 8
De minister maakt in de jaren 2003 tot en met 2005 jaarlijks voor 1 april in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bekend welk bedrag in het betreffende kalenderjaar beschikbaar is voor subsidieverlening op grond van deze regeling. Voor het voortgezet onderwijs wordt gelijktijdig de ratio gepubliceerd voor het volgende schooljaar.
Artikel 9
1. De betaling van de aanvullende bekostiging geschiedt voor het voorbereidend beroepsonderwijs in de periode augustus tot en met december 2005 in vijf maandelijkse termijnen. Het bevoegd gezag van een school ontvangt in augustus 2005 een beschikking omtrent de toekenning en het kasritme van de betaling van de aanvullende bekostiging.
2. De betaling van de aanvullende vergoeding voor het beroepsonderwijs en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven vindt in 2005 plaats in de maand september.
Artikel 10
1. De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan de in deze regeling omschreven doelstelling. Indien de subsidie wordt aangewend voor een ander dan de in deze regeling omschreven doelstelling, wordt de subsidie in ieder geval aangewend voor de wettelijke taak van een school, instelling, AOC dan wel kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.
2. Verrekening van eventueel niet bestede gelden of overschotten vindt niet plaats.
3. De toegewezen middelen worden overeenkomstig de OCenW-Richtlijn jaarverslag in de jaarrekening verantwoord binnen de daartoe bestemde posten in de jaarrekening. Een afzonderlijke specificatie van de kosten is niet noodzakelijk.
Artikel 11
1. De scholen, instellingen, AOC's en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven werken mee aan een monitor ter toetsing van de inzet van de middelen en de effecten daarvan in het kader van deze regeling. De parameters voor de monitor worden vooraf bepaald door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2. De scholen, instellingen, AOC's en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven werken mee aan een evaluatie van de werking van de regeling door de minister in 2006.
Artikel 12
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt bekendgemaakt.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls beroepskolom 2002-2005, voor vbo, mbo en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.