40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling in- en uitvoercontroles diervoeders | BWBR0009839 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-08-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009839 | Regeling in- en uitvoercontroles diervoeders |
Regeling in- en uitvoercontroles diervoeders
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. Het brengen van producten in Nederland is verboden.
2. Het brengen van producten buiten Nederland is verboden.
3.
De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet indien voldaan is aan de artikelen 2a, 3, 4 en 5, eerste en tweede lid, en de producten voldoen aan het bepaalde bij of krachtens:
- richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in diervoeding (PbEG L 270);
- richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140);
- richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders (PbEG L 86);
- richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeder gebruikte produkten (PbEG L 213);
- richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L 237);
- richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG, 93/74/EEG, en tot intrekking van richtlijn 77/101/EEG (PbEG L 125);
- in voorkomend geval, artikel 9 bis van richtlijn nr. 95/53/EG;
- verordeningen, richtlijnen of beschikkingen van organen van de Europese Gemeenschap op het gebied van diervoeding waarin wordt bepaald dat de officiële controles geschieden volgens de bepalingen van richtlijn 95/53/EG, en
- de Verordening PDV diervoeders 2003 van het Productschap Diervoeder voor zover de verordening strekt ter implementatie van de in dit lid genoemde richtlijnen en de producten bestemd zijn om in Nederland in het vrije verkeer te worden gebracht.
4. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor producten van oorsprong uit een lidstaat of een derde land, die blijkens de in artikel 3 bedoelde documenten bestemd zijn om te worden doorgevoerd naar een derde land, indien voldaan is aan de artikelen 3, eerste lid, 4 en 5, eerste lid, en de producten voldoen aan het bepaalde bij of krachtens richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140).
Artikel 2a
1. Producten als bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, onderdelen a tot en met d, en 7, tweede lid, onderdelen a tot en met c, van richtlijn 95/69/EG van oorsprong uit een derde land zijn afkomstig uit een derde land of een gedeelte van een derde land van waaruit het brengen van die producten op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 15, onder a, eerste streepje, van richtlijn 95/69/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de Richtlijnen 70/254/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG (PbEG L 332).
2. Producten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met d, onderscheidenlijk 7, tweede lid, onderdelen a tot en met c, van richtlijn 95/69/EG van oorsprong uit een derde land zijn afkomstig van een bedrijf dat bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 15, onder a, tweede streepje, van de in het eerste lid genoemde richtlijn is erkend, onderscheidenlijk geregistreerd voor het brengen van die producten op het grondgebied van de Europese gemeenschap.
3.
Zolang de in het eerste en tweede lid bedoelde beschikkingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen niet zijn vastgesteld, zijn in afwijking van die leden producten als bedoeld in het eerste lid van oorsprong uit een derde land slechts afkomstig van bedrijven die:
a. a. een in de Europese Gemeenschap gevestigde vertegenwoordiger hebben, welke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van richtlijn 98/51/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding (PbEG L 208) een verklaring heeft afgegeven als bedoeld in dat artikel, en b. b. met inbegrip van de vertegenwoordiger, bedoeld in onderdeel a, voldoen aan de voorwaarden die krachtens de regelgeving van de Europese Gemeenschappen gelden voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van producten, dan wel, indien gebleken is dat niet aan die voorwaarden wordt voldaan, binnen redelijke termijn alsnog aan die voorwaarden voldoen.
Artikel 3
1. Producten van oorsprong uit een derde land gaan vergezeld van documenten waaruit de aard, oorsprong en geografische bestemming van de producten blijkt.
2. Producten van oorsprong uit een derde land die in een lidstaat op het douanegebied van de Europese Gemeenschap zijn gebracht en in Nederland voor het eerst in het vrije verkeer worden gebracht, gaan tevens vergezeld van het document, bedoeld in artikel 9 van richtlijn 95/53/EG
3. In de in het eerste lid bedoelde documenten wordt verwezen naar het document, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4
1. Producten van oorsprong uit een derde land die niet via het grondgebied van een lidstaat in Nederland op het douanegebied van de Europese Gemeenschap worden binnengebracht, worden voor zover het producten van dierlijke oorsprong betreft, via Rotterdam haven, Vlissingen haven, Amsterdam luchthaven of Maastricht luchthaven, en voor zover het overige producten betreft via Amsterdam haven, Rotterdam haven of Amsterdam luchthaven aangevoerd.
2. Van de aanvoer, bedoeld in het eerste lid, wordt door de belanghebbende bij de lading voor inklaring met een daartoe bestemd formulier in viervoud kennis gegeven aan de ambtenaar van de VWA.
Artikel 5
1. Producten die niet via het grondgebied van een lidstaat in Nederland op het douanegebied van de Europese Gemeenschap worden binnengebracht, worden met de in artikel 3, eerste lid, bedoelde documenten aan de ambtenaar van de VWA aangeboden voor de controles bedoeld in artikel 5 van richtlijn 95/53/EG.
2. Producten die in Nederland in het vrije verkeer worden gebracht, worden met de in artikel 3 bedoelde documenten aan de ambtenaar van de VWA aangeboden voor de controles bedoeld in artikel 7 van richtlijn 95/53/EG.
3. Na afronding van de controles bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt door de Minister een document als bedoeld in artikel 3, tweede lid, afgegeven en wordt van dat document aantekening gemaakt op de handelsdocumenten.
4. De documenten bedoeld in het derde lid en artikel 3, tweede lid, vergezellen de producten tot de eerste bestemming in het vrije verkeer.
Artikel 6
1. Indien de Minister daartoe redenen ziet, kan hij bepalen dat de producten onder door hem te bepalen voorwaarden, voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer en zonder vergoeding van Staatswege, tot zijn beschikking moeten blijven tot de in artikel 5, eerste en tweede lid, bedoelde controles zijn afgerond.
2.
Indien producten niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de in artikel 2, derde lid, bedoelde voorschriften of het bepaalde in deze regeling, kan de Ministergelasten dat de producten, met inachtneming van zijn aanwijzingen en voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer en zonder vergoeding van Staatswege:
- buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschap worden gebracht, indien zij afkomstig zijn uit een derde land;
- naar de lidstaat van oorsprong worden teruggezonden, na kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van het land waar zich de inrichting bevindt waaruit de producten afkomstig zijn;
- binnen een door de in de Minister te bepalen termijn in overeenstemming met de in artikel 2, derde lid, bedoelde voorschriften of het bepaalde in deze regeling worden gebracht, worden ontsmet, dan wel op een andere passende wijze worden behandeld;
- voor andere doeleinden worden gebruikt, of
- worden vernietigd.
3. De in het tweede lid bedoelde maatregelen brengen de gezondheid van mens of dier of het milieu niet in gevaar.
Artikel 6a
1.
Het hoofd van een bedrijf verstrekt aan de ambtenaar van de VWA en de secretaris van het Productschap Diervoeder onverwijld inlichtingen over een partij producten die door het bedrijf uit een derde land is ingevoerd of in het vrije verkeer is gebracht, die voorhanden of in voorraad is op het bedrijf dan wel waarvan het bedrijf eigenaar is, en ten aanzien waarvan hij over gegevens beschikt waaruit kan worden geconcludeerd dat:
a. a. de producten een gehalte aan ongewenste stoffen bevatten dat het maximaal toegestane gehalte aan ongewenste stoffen, vastgesteld in bijlage I bij richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140), overschrijdt, of b. b. de producten niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de andere communautaire voorschriften bedoeld in artikel 2, derde lid, of de Verordening PDV diervoeders 2003 van het Productschap Diervoeder voorzover deze strekt tot implementatie van die voorschriften, en de producten dientengevolge een ernstig risico opleveren voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu.
2.
Aan de ambtenaar van de VWA en de secretaris van het Productschap Diervoeder worden onverwijld inlichtingen verstrekt over producten die een ernstig risico kunnen opleveren voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu door:
a. a. het hoofd van een laboratorium waar monsters van producten voor bedrijven worden geanalyseerd, indien uit een analyse het bestaan van het risico kan worden geconcludeerd; b. b. de beroepsbeoefenaar die in het kader van zelfcontrole door veehouderijen toezicht houdt op veehouderijen, indien uit een controle het bestaan van het risico kan worden geconcludeerd.
3.
De inlichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten ten minste:
a. a. gegevens die een nauwkeurige identificatie van de betrokken producten mogelijk maken; b. b. een zo volledig mogelijke beschrijving van het risico dat de betrokken producten opleveren; c. c. gegevens die kunnen worden gebruikt om het product op te sporen; d. d. omschrijvingen van de ondernomen acties om de risico's voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu te beperken.
4. Inlichtingen als bedoeld in het eerste of tweede lid die op een andere wijze worden verstrekt dan door toezending van een schriftelijke en ondertekende verklaring, worden onverwijld bevestigd door middel van een schriftelijke en ondertekende verklaring.
Artikel 7
1. Monstername en analyse van de monsters vindt plaatst overeenkomstig hetgeen daaromtrent in artikel 18, derde lid, van richtlijn 95/53/EG is bepaald.
2. Het laboratorium dat met de analyse van een ingevolge deze regeling genomen monster is belast, bewaart een deel van het monster ten behoeve van het in het derde lid bedoelde onderzoek.
3. Een belanghebbende kan binnen 7 dagen nadat hem de uitkomst van de analyse van het monster is bekend gemaakt de Minister verzoeken om een heronderzoek. In de bekendmaking wordt hierop gewezen.
Artikel 8
Als laboratoria bedoeld in artikel 18, tweede lid, van richtlijn 95/53/EG worden aangewezen:
a. a. RIKILT te Wageningen; b. b. laboratorium van de Voedsel en Waren Autoriteit; c. c. Belastingdienst/laboratorium te Amsterdam; d. d. LabCo B.V. te Europoort; e. e. TNO-Voeding te Zeist.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling in- en uitvoercontroles diervoeders.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 4, tweede lid, dat in werking treedt op 1 september 1998, de artikelen 3, tweede en derde lid, en 5, eerste, derde en vierde lid, die in werking treden met ingang van 1 oktober 1998 en artikel 5, tweede lid, dat in werking treedt met ingang van 1 december 1998.