rijk/ministeriele-regeling/regeling-inburgering-oudkomers-g30-2006/BWBR0019824
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling inburgering oudkomers G30 2006 BWBR0019824 ministeriele-regeling geldend 2006-05-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019824 Regeling inburgering oudkomers G30 2006

Regeling inburgering oudkomers G30 2006

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie; b. b. Besluit: het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid; c. c. Uitvoeringsregeling: de Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid; d. d. gemeente: een gemeente als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit, behoudens de gemeente Sittard-Geleen; e. e. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d; f. f. oudkomer: een oudkomer als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i, van het Besluit; g. g. inburgeringsprogramma: een inburgeringsprogramma als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder j, van het Besluit; h. h. prognose: het aantal oudkomers dat naar de verwachting van het college in de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 zal aanvangen met een inburgeringsprogramma.

Hoofdstuk 2. Verstrekking prognose; vaststelling van de factor T

Artikel 2

Het college verstrekt binnen zes weken na inwerkingtreding van deze regeling aan de Minister een prognose conform het in bijlage 2 opgenomen model indien een gemeente in aanmerking wenst te komen voor verlening van een aandeel in de middelen voor de inburgering van oudkomers als bedoeld in artikel 10 van het Besluit.

Artikel 3

1. De Minister beoordeelt alle door de gemeenten ingediende prognoses gezamenlijk en stelt de factor T als bedoeld in artikel 15b, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling vast aan de hand van de formule T = S x 2.

2.

De hoogte van de factor S wordt per gemeente met inachtneming van de ingediende prognose als volgt vastgesteld:

a. a. indien de prognose overeenkomt met het aantal oudkomers als genoemd in de vierde kolom van bijlage 1, is de factor S het in de vierde kolom genoemde getal; b. b. indien de prognose lager is dan het in de vierde kolom van bijlage 1 genoemde aantal oudkomers, wordt de hoogte van de factor S dienovereenkomstig verlaagd; c. c. indien de prognose hoger is dan het in de vierde kolom van bijlage 1 genoemde aantal oudkomers, wordt de hoogte van de factor S:

        1°.
         in het geval het beschikbare budget toereikend is, naar evenredigheid verhoogd;
      
      
        2°.
         in het geval het beschikbare budget niet toereikend is, vastgesteld conform het in de vierde kolom genoemde getal, welk getal wordt verhoogd met een getal dat afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen uit het beschikbare budget naar evenredigheid van het aantal oudkomers als genoemd in bijlage 1, vierde kolom.

1°. 1°. in het geval het beschikbare budget toereikend is, naar evenredigheid verhoogd; 2°. 2°. in het geval het beschikbare budget niet toereikend is, vastgesteld conform het in de vierde kolom genoemde getal, welk getal wordt verhoogd met een getal dat afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen uit het beschikbare budget naar evenredigheid van het aantal oudkomers als genoemd in bijlage 1, vierde kolom.

3. De hoogte van de factor S wordt binnen acht weken na inwerkingtreding van deze regeling vastgesteld en aan het college bekend gemaakt.

Hoofdstuk 3. Inburgeringsprogramma en overeenkomst

Artikel 4

1. Het college stelt het inburgeringsprogramma vast, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de persoonlijke situatie van de desbetreffende oudkomer.

2. Het inburgeringsprogramma vangt aan in 2006 en is op uiterlijk 31 december 2007 afgerond.

3. Het college draagt er zorg voor dat een inburgeringsprogramma ten minste 300 contacturen omvat.

Artikel 5

1. Het college sluit een overeenkomst met de oudkomer die een inburgeringsprogramma gaat volgen. De datum van ondertekening van de overeenkomst geldt als aanvangsdatum van het inburgeringsprogramma.

2.

De overeenkomst bevat ten minste bepalingen met betrekking tot:

a. a. het doel van het inburgeringsprogramma; b. b. de onderdelen van het inburgeringsprogramma; c. c. het aantal contacturen van het inburgeringsprogramma; d. d. de aard en de omvang van de individuele begeleiding; e. e. de verplichtingen van het college; f. f. de verplichtingen van de oudkomer; g. g. de informatieoverdracht tussen het college, de bij het aanbieden van het inburgeringsprogramma betrokken instellingen en de oudkomer met betrekking tot de voortgang van het inburgeringsprogramma; h. h. de gevolgen welke zijn verbonden aan niet-nakoming van de overeenkomst door de oudkomer.

3. Het college sluit op grond van deze regeling met een oudkomer slechts één overeenkomst.

Artikel 6

1. Het college waaraan ingevolge artikel 15b van de Uitvoeringsregeling een voorschot op het inburgeringsdeel is verleend, draagt er zorg voor dat de oudkomer met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 5 is gesloten een begintoets en een eindtoets aflegt aan de hand waarvan het niveau Nederlands als tweede taal van de oudkomer wordt vastgesteld.

2.

Voor de begintoets en de eindtoets wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de hierna volgende combinaties van toetsen:

a. a. de Intaketoets NT2 als begintoets met de NT2-Profieltoets als eindtoets; of b. b. de Intaketoets Alfabetisering NT2 als begintoets met de NT2-Profieltoets Alfabetisering als eindtoets.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering oudkomers G30 2006.

Bijlage 1

Bijlage 2

[afbeelding]