rijk/ministeriele-regeling/regeling-innovatiebox-beroepsonderwijs-2006-tot-en-met-2009/BWBR0019905
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009 BWBR0019905 ministeriele-regeling geldend 2008-09-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019905 Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009

Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. WEB: de Wet educatie en beroepsonderwijs; b. b. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8, dan wel een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de WEB dan wel door rechtsopvolgers voor wat betreft de beroepsopleidende leerweg; c. c. AOC: een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de WEB; d. d. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; e. e. FES-middelen: middelen op de begroting van het Ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die beschikbaar zijn gesteld op grond van artikel 3 van de Wet Fonds economische structuurversterking; f. f. Groene kenniscoöperatie: het samenwerkingsverband van de agrarische onderwijscentra, de instellingen voor hoger beroepsonderwijs in het domein Landbouw en natuurlijke omgeving en Wageningen universiteit; g. g. Aequor: het kenniscentrum op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving.

Artikel 2

1.

Het doel van deze regeling:

a. a. Het verstrekken van een aanvullende vergoeding op grond van artikel 2.2.3., derde lid, van de WEB aan de instellingen om in samenwerking met relevante partijen uit de regio innovatiedoelstellingen te verwezenlijken, gericht op de kwaliteitsverbetering van het beroepsonderwijs en passend binnen de themas van de innovatieagenda, bedoeld in het tweede lid; b. b. de verdeling van de FES-middelen die voor het jaar 2008 aan de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn toegevoegd, gericht op de doelen genoemd in het vierde lid; c. c. het verstrekken van een aanvullende vergoeding aan kenniscentra voor de volgende doelen:

        1.
        het versterken van de beroepspraktijkvorming;
      
      
        2.
        het versterken van de competentiegerichte kwalificatiestructuur en;
      
      
        3.
        het oplossen van knelpunten in de aansluiting binnen de beroepskolom vanuit de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs.
    1.   het versterken van de beroepspraktijkvorming;
      
    1.   het versterken van de competentiegerichte kwalificatiestructuur en;
      
    1.   het oplossen van knelpunten in de aansluiting binnen de beroepskolom vanuit de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs.
      

2.

De Minister stelt na overleg met Het Platform Beroepsonderwijs en de Stichting van de Arbeid een innovatieagenda vast waarin opgenomen de themas die richtinggevend zijn voor de innovatie van het beroepsonderwijs. De eerste innovatieagenda omvat de volgende themas:

a. a. het bevorderen van competentiegericht beroepsonderwijs, met als subthemas:

        1.
        het versterken van de beroepspraktijkvorming;
      
      
        2.
        het optimaliseren en flexibiliseren van de schoolorganisatie; en
      
      
        3.
        het verbeteren van de begeleiding van de deelnemer tijdens zijn binnen- en buitenschoolse leertrajecten;
    1.   het versterken van de beroepspraktijkvorming;
      
    1.   het optimaliseren en flexibiliseren van de schoolorganisatie; en
      
    1.   het verbeteren van de begeleiding van de deelnemer tijdens zijn binnen- en buitenschoolse leertrajecten;
      

b. b. het verbeteren van de programmatische aansluiting tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs,het beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs en de doorstroom van leerlingen in de beroepskolom; c. c. het optimaliseren van vernieuwing in het beroepsonderwijs met behulp van het bedrijfsleven en van vernieuwing in het bedrijfsleven, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, met behulp van het beroepsonderwijs; en d. d. het bevorderen van ondernemerschap.

3. Bij de invulling van de vier themas van de innovatieagenda, bedoeld in het tweede lid, richten de agrarische onderwijscentra zich mede op een aantoonbare bijdrage aan de ontwikkeling van en benutting van kennis in sectoren waarvoor het beleid van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit relevant is.

4.

Het innovatiebudget dat voortvloeit uit de FES-middelen wordt door een instelling besteed dat elk van de volgende doelen daarbij aan de orde komt:

a. a. het ontwikkelen van lesmateriaal en examenmateriaal voor competentiegericht beroepsonderwijs; b. b. het investeren in kennis van docenten over het bedrijfsleven door middel van docentstages en c. c. het aanjagen van instroom vanuit zwakkere groepen uit de beroepsbevolking tot 23 jaar in maatwerktrajecten die vooral of geheel in de praktijk worden uitgevoerd.

Artikel 3

1. Een instelling, uitgezonderd een AOC, maakt met relevante partijen in de regio afspraken over de concrete doelen en vormgeving van de innovatie en de uit te voeren activiteiten en richt zich daarbij op de themas van de innovatieagenda, bedoeld in artikel 2, onderscheidenlijk de doelen beoogd met de FES-middelen.

2. Een AOC maakt met relevante partijen in de regio en met de organisaties die samenwerken in de Groene Kenniscoöperatie de in het eerste lid bedoelde afspraken.

3. Een instelling besteedt de aanvullende vergoeding aan innovatie in overeenstemming met de afspraken, bedoeld in het eerste en tweede lid.

4. De FES-middelen die zijn verstrekt in 2007, worden uiterlijk in 2008 besteed. De FES-middelen die zijn verstrekt in 2008, worden uiterlijk in 2009 besteed. De aanvullende vergoeding, niet zijnde FES-middelen, wordt uiterlijk in 2012 besteed.

5. Een AOC besteedt het innovatiebudget dat voortvloeit uit de FES-middelen alleen voor het beroepsonderwijs. Het AOC mag het overige deel van het innovatiebudget bestemmen voor het beroepsonderwijs en het voorbereidende beroepsonderwijs binnen het AOC.

Artikel 4

Voor het jaar 2011 is voor het verstrekken van een aanvullende vergoeding op grond van deze regeling beschikbaar:

a. a. voor instellingen, uitgezonderd AOCs: € 42.978.000; b. b. voor AOCs: € 4.845.000.

Artikel 4a

Een instelling kan de FES-middelen die in 2007 en 2008 zijn ontvangen, slechts besteden indien minimaal 35% van de kosten die zijn verbonden aan een doel, bedoeld in artikel 2, vierde lid, aan cofinanciering wordt gerealiseerd.

Artikel 5

1.

Voor de instellingen, uitgezonderd de agrarische onderwijscentra, bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor het desbetreffende kalenderjaar voor die instellingen beschikbare budget, welk gedeelte met inachtneming van het tweede lid wordt berekend:

a. a. voor een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, 1° tot en met 3°, van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, 2.4.1, eerste lid en 6.1.3, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB die de instelling in het desbetreffende jaar ontvangt; en b. b. voor een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 en een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van artikel 2.1.1 respectievelijk artikel 2.2.1 van de Uitvoeringsregeling WEB die de instelling in het desbetreffende jaar ontvangt.

2. De aanvullende vergoeding bedraagt ten minste € 11.470.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Voor een AOC bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor het desbetreffende kalenderjaar voor de agrarische onderwijscentra beschikbare budget welk gedeelte wordt berekend:

a. a. voor wat betreft de FES-middelen naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van de artikelen 2.2.2, eerste lid, 2.4.1, eerste lid, en 6.1.3, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB die het AOC in het desbetreffende jaar ontvangt; b. b. voor wat betreft de overige middelen: naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van de artikelen 2.2.2, eerste lid, 2.3.2, eerste lid, 2.4.1, eerste en derde lid, en 6.1.3, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB die het AOC in het desbetreffende jaar ontvangt.

Artikel 8

1. De betaling van de aanvullende vergoeding voor het jaar 2008 vindt plaats in oktober van dat jaar.

2. De betaling van de aanvullende vergoeding voor het jaar 2009 vindt plaats in het tweede kwartaal van dat jaar.

3. De betaling van de aanvullende vergoeding voor het jaar 2010 vindt plaats uiterlijk in het derde kwartaal van dat jaar.

4. De betaling van de aanvullende vergoeding voor het jaar 2011 vindt plaats uiterlijk in het tweede kwartaal van dat jaar.

Artikel 9

1. De aanvullende vergoeding en de FES-middelen worden uitsluitend aangewend voor de doelen waarvoor zij zijn verstrekt.

2. De aanvullende vergoeding, niet zijnde FES-middelen, die op 1 januari 2013 niet is besteed wordt teruggevorderd.

3. De FES-middelen die in 2007 zijn uitgekeerd en op 1 januari 2009 niet zijn besteed worden teruggevorderd. De FES-middelen die in 2008 zijn uitgekeerd en op 1 januari 2010 niet zijn besteed worden teruggevorderd.

4. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, behorende bij de Richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding.

5. Aan de jaarrekening en het jaarverslag van de instelling wordt door het bevoegd gezag de informatie opgenomen, bedoeld in bijlage I bij deze regeling.

6. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende vergoeding en de FES-middelen.

7. De instellingsaccountant controleert aan de hand van de administratie van de instelling of is voldaan aan de eis van artikel 4a.

8. Indien niet is voldaan aan de eis van artikel 4a, wordt een bedrag teruggevorderd dat gelijk is aan het verschil tussen de daadwerkelijk bestede FES-middelen en de FES-middelen die op grond van artikel 4a voor besteding zijn toegestaan.

Artikel 9a

Vervallen

Artikel 10

Instellingen leggen jaarlijks in ieder geval via het jaarverslag aan de partijen in de regio verantwoording af over de samenwerking, de inzet van de aanvullende vergoeding en de behaalde resultaten in relatie tot de afspraken en doelen, bedoeld in artikel 3. De agrarische onderwijscentra en Aequor leggen het jaarverslag tevens over aan de partners in de Groene kenniscoöperatie.

Artikel 11

De instellingen en de kenniscentra werken mee aan een monitor van de effecten van deze regeling.

Artikel 12

De Regeling Kennisuitwisseling Beroepsonderwijs Bedrijfsleven wordt ingetrokken.

Artikel 13

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009.

Bijlage