rijk/ministeriele-regeling/regeling-instelling-evaluatiecommissie-wiv-2002/BWBR0032917
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2002 BWBR0032917 ministeriele-regeling geldend 2013-02-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032917 Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2002

Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2002

Artikel 1

Er is een Evaluatiecommissie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Evaluatiecommissie Wiv 2002), hierna te noemen de commissie.

Artikel 2

1. De commissie heeft tot taak de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 te evalueren en naar aanleiding daarvan aan ons een rapport uit te brengen.

2.

De commissie dient in haar evaluatieonderzoek in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende vragen:

a. a. heeft de wet datgene gebracht wat de wetgever daarmee voor ogen had (realisatie van de doelstellingen van de wet); b. b. is de wet in de praktijk een werkbaar instrument gebleken voor de taakuitvoering van de diensten; c. c. welke knel- en aandachtspunten zijn in de toepassingspraktijk van de wet te onderkennen.

Bijzondere aandacht dient voorts te worden geschonken aan een tweetal aspecten:

a. a. zijn de bevoegdheden van de diensten toereikend en voldoen de waarborgen die zijn gesteld. Daarbij dient tevens acht te worden geslagen op huidige en toekomstige ontwikkelingen, zoals op technologisch vlak en op het vlak van cyber; b. b. voldoet het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Artikel 3

Als leden van de commissie worden benoemd:

mr. drs. C.W.M. Dessens, voorzitter; luitenant-generaal b.d. M.A. Beuving; prof. dr. mr. E.R. Muller; vice-admiraal b.d. W. Nagtegaal; mr. H.J.I.M. de Rooij; prof. mr. W.M.E. Thomassen; prof. dr. W.J.M. Voermans.

Artikel 4

1. De voorzitter en de leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vaste vergoeding.

2. De voorzitter ontvangt voor de duur van het onderzoek een vaste vergoeding, gebaseerd op een arbeidsduurfactor van 30% en salarisschaal 19.

3. De overige leden ontvangen voor de duur van het onderzoek een vaste vergoeding, gebaseerd op een arbeidsduurfactor van 20% en salarisschaal 18, trede 10, van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel 5

1. De commissie kan ter ondersteuning van haar onderzoek externe deskundigen inschakelen.

2. De inschakeling van externe deskundigen blijft beperkt tot werkzaamheden, waarbij de kennisneming van staatsgeheim gerubriceerde informatie is uitgesloten.

3. Ten behoeve van de inschakeling van externe deskundigen wordt een budget beschikbaar gesteld. De kosten van de inschakeling van externe deskundigen behoeft de goedkeuring van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 6

1. De commissie brengt in september 2013 aan ons een rapport uit.

2.

Het rapport bevat in ieder geval:

a. a. de uitwerking van de onderzoeksvragen; b. b. de verantwoording van de gehanteerde onderzoeksmethoden en de gebruikte informatie; c. c. de beschrijving en analyse van de bevindingen van het onderzoek; d. d. de conclusies die uit het onderzoek worden getrokken; e. e. eventuele (gemotiveerde) voorstellen voor wetswijzigingen.

3. Na het uitbrengen van het rapport is de commissie opgeheven.

Artikel 7

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na de beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Bescheiden die zijn verkregen van een andere instantie dan de Algemene inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden, onder aantekening van welke bescheiden het betreft, geretourneerd aan die instantie.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2002.