rijk/ministeriele-regeling/regeling-instelling-evaluatiecommissie-wiv-2017/BWBR0043405
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2017 BWBR0043405 ministeriele-regeling geldend 2020-05-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043405 Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2017

Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2017

Artikel 1

Er is een Evaluatiecommissie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Evaluatiecommissie Wiv 2017), hierna te noemen de commissie.

Artikel 2

1. De commissie heeft tot taak de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 te evalueren en naar aanleiding daarvan aan ons een rapport uit te brengen.

2.

De commissie dient in haar evaluatieonderzoek in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende vragen:

a. a. heeft de wet datgene gebracht wat de wetgever daarmee voor ogen had (realisatie van de doelstellingen van de wet); b. b. is de wet in de praktijk een werkbaar instrument gebleken voor de taakuitvoering van de diensten; c. c. welke knel- en aandachtspunten zijn in de toepassingspraktijk van de wet te onderkennen.

3.

Bijzondere aandacht dient voorts te worden geschonken aan de volgende aspecten:

a. a. het integrale stelsel van toezicht, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan:

        i.
        inrichting, functie en positie van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), een en ander tegen de achtergrond van het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid;
      
      
        ii.
        positionering van de klachtbehandeling bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de effectiviteit daarvan mede vanuit het burgerperspectief;
      
      
        iii.
        de rechtseenheidsvoorziening TIB - CTIVD;
      
      
        iv.
        de benoemingsprocedure voor de leden van TIB en CTIVD.

i. i. inrichting, functie en positie van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), een en ander tegen de achtergrond van het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid; ii. ii. positionering van de klachtbehandeling bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de effectiviteit daarvan mede vanuit het burgerperspectief; iii. iii. de rechtseenheidsvoorziening TIB - CTIVD; iv. iv. de benoemingsprocedure voor de leden van TIB en CTIVD. b. b. de bevoegdheden van de diensten tot gegevensverwerking en de daarvoor geldende waarborgen, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan:

        i.
        de toepassing en inpasbaarheid van nieuwe technieken binnen de wettelijk geregelde bevoegdheden (techniekonafhankelijkheid);
      
      
        ii.
        de toepassing van het gerichtheidscriterium bij bijzondere bevoegdheden;
      
      
        iii.
        het datareductiestelsel en de bewaartermijnen;
      
      
        iv.
        de duidelijkheid van in de wet gehanteerde terminologie.

i. i. de toepassing en inpasbaarheid van nieuwe technieken binnen de wettelijk geregelde bevoegdheden (techniekonafhankelijkheid); ii. ii. de toepassing van het gerichtheidscriterium bij bijzondere bevoegdheden; iii. iii. het datareductiestelsel en de bewaartermijnen; iv. iv. de duidelijkheid van in de wet gehanteerde terminologie. c. c. de bevoegdheden en waarborgen met betrekking tot internationale samenwerking van de diensten (zowel op vlak van gegevensverstrekking als ondersteuning).

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit ten minste zes en ten hoogste zeven leden, waaronder de voorzitter.

2. Als voorzitter van de commissie wordt benoemd: mevrouw drs. R.V.M. Jones-Bos.

3. De overige leden worden bij ministerieel besluit benoemd.

Artikel 4

1. De voorzitter en de leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vaste vergoeding per maand.

2. De voorzitter ontvangt voor de duur van het onderzoek een vaste vergoeding, gebaseerd op een arbeidsduurfactor van 40% en salarisschaal 18 trede 10, zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst bij de Staat werkzaam zijn.

3. De overige leden ontvangen voor de duur van het onderzoek een vaste vergoeding, gebaseerd op een arbeidsduurfactor van 20% en salarisschaal 18, trede 10, zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 5

Indien de commissie ter ondersteuning van haar onderzoek externe deskundigen inschakelt, blijft die ondersteuning beperkt tot werkzaamheden, waarbij de kennisneming van staatsgeheim gerubriceerde informatie is uitgesloten.

Artikel 6

1. De commissie brengt voor een door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie, na overleg met de voorzitter van de commissie, gezamenlijk te bepalen datum, aan ons een rapport uit. Van de datum wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

2.

Het rapport bevat in ieder geval:

a. a. de uitwerking van de onderzoeksvragen; b. b. de verantwoording van de gehanteerde onderzoeksmethoden en de gebruikte informatie; c. c. de beschrijving en analyse van de bevindingen van het onderzoek; d. d. de conclusies die uit het onderzoek worden getrokken; e. e. eventuele (gemotiveerde) voorstellen voor wetswijzigingen.

3. Na het uitbrengen van het rapport is de commissie opgeheven.

Artikel 7

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na de beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Bescheiden die zijn verkregen van een andere instantie dan de Algemene inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden, onder aantekening van welke bescheiden het betreft, geretourneerd aan die instantie.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2020 en vervalt een maand na de datum, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instelling Evaluatiecommissie Wiv 2017.