40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling instellingssubsidie vakwedstrijden vo en mbo 2026–2036 | BWBR0050945 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-06-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050945 | Regeling instellingssubsidie vakwedstrijden vo en mbo 2026–2036 |
Regeling instellingssubsidie vakwedstrijden vo en mbo 2026–2036
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- boekjaar: tijdvak dat aanvangt op 1 april van enig jaar en eindigt op 31 maart van het daarop volgend jaar;
- havo: hoger algemeen vormend onderwijs als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- LOB: loopbaanoriëntatie en -begeleiding;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- pro: praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- rechtspersoon: rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vso: voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra;
- vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 3
1.
De minister kan voor de boekjaren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 6, vierde lid, jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor:
a. a. het organiseren van jaarlijkse nationale vakwedstrijden voor het pro, vmbo, havo, vwo of vso in Nederland, waaronder de voorrondes en finale, en het stimuleren van deelname daaraan; b. b. het organiseren van jaarlijkse nationale vakwedstrijden voor het beroepsonderwijs in Nederland, waaronder de voorrondes en finale, en het stimuleren van deelname daaraan; en c. c. het voorbereiden van nationale deelnemers op de jaarlijkse internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs alsmede hun deelname aan deze internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs en het dekken van de kosten die daaruit voortvloeien voor de deelnemers; d. d. het organiseren van LOB-activiteiten voor het pro, vmbo, havo, vwo of vso in Nederland.
2.
De rechtspersoon voert deze activiteiten uit met als doel:
a. a. het ontdekken en ontwikkelen van praktijkgerichte talenten door leerlingen en studenten door middel van vakwedstrijden en LOB-activiteiten in aanraking te laten komen met een breed en dekkend scala aan beroepsopleidingen; en b. b. het promoten van het beroepsonderwijs en het inspireren en uitnodigen van jongeren om beroepsonderwijs te gaan volgen.
Artikel 4
1.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de periode van 1 april 2026 tot en met 31 maart 2036 per boekjaar beschikbaar:
a. a. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a: een bedrag van maximaal € 1.800.000; b. b. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b: een bedrag van maximaal € 4.610.000; c. c. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: een bedrag van maximaal € 580.000; d. d. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d: een bedrag van maximaal € 300.000.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan voor ten hoogste 1% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag worden ingezet voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan voor ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag worden ingezet voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.
Artikel 5
1. Voor de instellingssubsidie voor het boekjaar 2026 kan van 2 juni 2025 tot en met 2 juli 2025 tot 12:00 uur een aanvraag worden ingediend. De rechtspersoon waaraan subsidie voor het boekjaar 2026 is verstrekt, dient voor de boekjaren 2027 tot en met 2035 uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, een aanvraag in.
2.
In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag voor het boekjaar 2026:
a. a. een meerjarenbegroting; b. b. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd; en c. c. de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop.
3. De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde bescheiden zijn voorzien van een controleverklaring van een accountant.
4. Voor de activiteiten, genoemd in artikel 3, eerste lid, wordt door de aanvrager een gezamenlijke aanvraag ingediend.
5. De subsidie wordt aangevraagd met het formulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl/subsidies/vakwedstrijden en kan via deze website worden ingediend.
Artikel 6
1. Aanvragen die niet tijdig zijn ingediend, worden afgewezen.
2. De aanvragen voor de instellingssubsidie die in behandeling zijn genomen, worden zo door de minister gerangschikt dat de aanvragen die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking, hoger in de rangschikking worden geplaatst.
3. De minister kan over de rangschikking advies vragen aan een door hem in te stellen beoordelingscommissie.
4. De rechtspersoon die subsidie ontvangt draagt zorg voor het uitvoeren van alle activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
5. De minister beslist voor het boekjaar 2026 binnen 22 weken na afloop van de periode waarin de aanvragen kunnen worden ingediend gelijktijdig op de aanvragen.
Artikel 7
Een aanvraag wordt aan de hand van de volgende criteria, zoals uitgewerkt in de bijlage behorende bij deze regeling, beoordeeld:
a. a. inhoud; b. b. organisatie; c. c. samenwerking; d. d. financiering; e. e. duurzaamheid; en f. f. promotionele activiteiten.
Artikel 8
In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd indien:
a. a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat; b. b. de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; of c. c. onvoldoende is aangetoond dat de geraamde kosten noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 9
1. De subsidieontvanger zendt aan de minister jaarlijks vóór 1 oktober een voortgangsrapportage waarin de subsidieontvanger aangeeft wat de stand van zaken is met betrekking tot de activiteit.
2. De subsidieontvanger vraagt noch aan de school of instelling noch aan diens leerlingen of studenten een financiële bijdrage voor deelname aan de activiteit.
3. De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verstrekte subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
Artikel 10
De minister bepaalt in de beschikking het betaalritme van de voorschotten. Betaling geschiedt per kwartaal, in gelijke delen.
Artikel 11
De verantwoording vindt jaarlijks plaats overeenkomstig artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 12
Indien de activiteit waarvoor de subsidie in enig boekjaar is verleend geheel is verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie voor dat boekjaar, jaarlijks vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in het besluit tot verlening genoemde bedrag, verminderd met de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve voor zover een egalisatiereserve wordt aangehouden.
Artikel 13
1. De subsidieontvanger vormt een egalisatiereserve.
2. De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag van de subsidie.
3. De egalisatiereserve wordt in een boekjaar uitsluitend besteed aan de activiteit bedoeld in artikel 3, waarvoor de subsidieontvanger in dat boekjaar een subsidie heeft ontvangen, en die niet kan worden bekostigd uit de subsidie die is verleend ten behoeve van dat boekjaar.
Artikel 14
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2025.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2035, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.
3. Deze regeling wordt uiterlijk 1 januari 2035 geëvalueerd.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instellingssubsidie vakwedstrijden vo en mbo 2026–2036.
Bijlage
Deze bijlage hoort bij de Regeling instellingssubsidie vakwedstrijden vo en mbo 2026-2036
Onderstaande tabel geeft een nadere uitwerking van de criteria waarop een subsidieaanvraag wordt beoordeeld.