rijk/ministeriele-regeling/regeling-jar-147-erkende-opleidingsinstellingen/BWBR0012920
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling JAR-147 erkende opleidingsinstellingen BWBR0012920 ministeriele-regeling geldend 2001-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012920 Regeling JAR-147 erkende opleidingsinstellingen

Regeling JAR-147 erkende opleidingsinstellingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De minister zal een aanvraag voor een MTOA, van een JAA-persoon in behandeling nemen wanneer de aanvrager kan voldoen aan de eisen van JAR-147.

2.

De minister zal een aanvraag voor een MTOA, van een niet JAA-persoon in behandeling nemen wanneer:

a. a. de aanvrager heeft aangetoond dat er een noodzaak is om in een niet-JAA-land personen op te leiden door de houder van een MTOA, b. b. de aanvraag schriftelijk wordt ondersteund door de JAA en c. c. de aanvrager kan voldoen aan de eisen van JAR-147.

Artikel 3

1.

Degene, die een aanvraag voor een MTOA heeft ingediend, wordt erkend wanneer hij aantoont, dat hij:

a. a. aan JAR 147 gedateerd 1 juli 2002, zoals vastgesteld door de JAA voldoet en b. b. in Nederland is gevestigd, of aan artikel 2, tweede lid, onder a en b voldoet.

2. De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van de opleidingsorganisatie, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door de opleidingsorganisatie gevoerde beleid.

3. De aanvraag wordt ingediend door middel van volledig ingevulde en ondertekende formulieren, waarvan de exemplaren kosteloos bij de minister zijn te verkrijgen.

Artikel 4

Bij de aanvraag voor een MTOA verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

a. a. een korte levensbeschrijving van de functionarissen bedoeld in JAR-147.35(a) en (d), waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen; b. b. een exemplaar van het handboek zoals bedoeld in JAR-147.65; c. c. een exemplaar van het te gebruiken model van het certificaat voor de met goed gevolg afgelegde opleiding en examen; d. d. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het register van de Kamer van Koophandel en Fabrieken; e. e. een zelfevaluatie, waarin de aanvrager per van toepassing zijnde bepaling van JAR 147 aantoont hoe daaraan wordt voldaan, en waar dit in het handboek staat beschreven.

Artikel 5

1. Van de MTOA wordt een bewijs afgegeven, dat vermeldt tot welke datum de MTOA geldig is en op welke opleidingen de MTOA betrekking heeft.

2. Een MTOA wordt verleend voor ten hoogste twee jaar.

3. Het model van het bewijs van erkenning is overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 6

1. Ten aanzien van verlenging van een MTOA zijn de artikelen 3 en 4 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met aan te geven, welke veranderingen zich hebben voorgedaan ten aanzien van de gegevens, die voor de laatst verleende erkenning zijn ingediend.

2. Teneinde de erkenning tijdig te kunnen verlengen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk acht weken, doch niet eerder dan twaalf weken voor het tijdstip van verstrijken van de geldigheidsduur.

Artikel 7

1. Een MTOA wordt gewijzigd, nadat de houder heeft aangetoond, dat ook na de wijziging aan de voor de verkrijging van een MTOA gestelde voorwaarden wordt voldaan.

2. De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.

3. Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.

4. Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.

Artikel 8

1. De gehele of gedeeltelijke intrekking van de MTOA door de minister wordt 28 dagen vooraf bij aangetekende brief met opgave van redenen aan de houder medegedeeld.

2. Met ingang van het tijdstip waarop de intrekking van kracht wordt, mag de houder geen certificaten voor de met goed gevolg afgelegde opleiding en examen meer worden afgegeven voor zover door de intrekking getroffen.

3. De houder van de MTOA is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden.

4. De minister neemt het bewijs van erkenning in dan wel geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.

Artikel 9

1. De houder van een MTOA zal voorgenomen wijzigingen van zijn organisatie zoals gesteld in JAR 147.75 vooraf aan de minister voorleggen, zodat deze het blijven voldoen aan JAR 147 kan vaststellen.

2. De minister kan voorwaarden stellen aan het functioneren van de houder van een MTOA tot de gemelde wijziging is goedgekeurd.

3. Wanner wijzigingen niet vooraf aan de minister worden voorgelegd kan de minister besluiten de erkenning in te trekken met terugwerkende kracht tot het moment van invoering van de wijziging.

4. De houder van een MTOA informeert bij wijziging van het handboek van de onderhoudsorganisatie zoals gesteld in JAR 147.65 de minister.

Artikel 10

1.

De houder van een MTOA is, voor zover opgenomen in zijn erkenning, bevoegd tot:

a. a. het geven van de opleidingen en het afnemen van de examens waarvoor hij erkend is, op de locaties die in de erkenning zijn genoemd; b. b. het onder zijn verantwoordelijkheid uitbesteden van theoretische basis training, type training en gerelateerde examens; c. c. de afgifte van certificaten ten aanzien van het bepaalde onder a en b.

Artikel 11

1.

De houder van een MTOA is verplicht:

a. a. het in artikel 4, onder b, bedoelde handboek te gebruiken en actueel te houden; b. b. zeker te stellen dat, voorafgaande aan de afgifte van het document, bedoeld in het eerste lid onder c, de vereiste theoretische en praktische kennis bij de ontvanger van het certificaat aanwezig is.

2. De houder van een MTOA gebruikt een archiveringssysteem waarin de kwalificatie- en ervaringsgegevens van alle instructeurs, leraren en examinatoren worden bewaard volgens de eisen van JAR-147.40.

3. De houder van een MTOA bewaart alle opleidingsgegevens, examen resultaten en beoordeling staten voor tenminste 5 jaar na beëindiging van het opleidingstraject van de betreffende leerling.

Artikel 12

De minister publiceert periodiek de volgende gegevens van de houders van een MTOA:

a. a. hun naam; b. b. hun vestigingsplaats(en); c. c. omschrijving van de opleidingen/trainingen, waarvoor de houder van een MTOA is erkend.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2001 en werkt terug tot en met 1 oktober 2001.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling JAR-147 erkende opleidingsinstellingen.

Bijlage . bij de Regeling JAR-147 erkende opleidingsinstellingen

[afbeelding]

[afbeelding]