40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging | BWBR0006948 | ministeriele-regeling | geldend | 1994-10-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006948 | Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging |
Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Keuringsvoorschriften
Artikel 2
1. Indien de aanvraag om een keuring is ingediend op of na 1 januari 1999 wordt de keuring, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van het besluit, van motorrijtuigen die worden gevoed door al dan niet tot vloeistof verdicht gas verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76.
2.
De keuring, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van het besluit, van motorrijtuigen van categorie N1, klassen I, II en III als bedoeld in deel A van bijlage II van richtlijn 2007/46/EG, wordt verricht aan de hand van:
a. a. indien de aanvraag om een keuring is of wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2005, voor een motorrijtuig van klasse I: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bij richtlijn 70/220 worden gebruikt, tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; b. b. indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2006, voor een motorrijtuig van klasse II of III: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4 van bijlage I bij richtlijn 70/220 worden gebruikt, tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; c. c. indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2005 voor een motorrijtuig van klasse I: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bij Richtlijn 70/220 worden gebruikt; d. d. indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2006 voor een motorrijtuig van klasse II of III: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van bijlage I bij Richtlijn 70/220 worden gebruikt; e. e. indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2003 voor een type motorrijtuig van categorie N1, klasse II of III, voor een type motorrijtuig van categorie M1 dat bestemd is voor het vervoer van meer dan zes personen of voor een type motorrijtuig van de categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg, doch niet meer dan 3500 kg: richtlijn nr. 70/220, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/100.
3.
De keuring, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van het besluit, van motorrijtuigen van categorie M1 als bedoeld in deel A van bijlage II bij richtlijn 2007/46/EG, wordt verricht aan de hand van:
a. a. indien de aanvraag om een keuring is of wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2005 voor een motorrijtuig met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4 van bijlage I bij richtlijn 70/220 worden gebruikt tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; b. b. indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2006 voor een motorrijtuig met een maximummassa van meer dan 2500 kg: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bij richtlijn 70/220 worden gebruikt tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; c. c. indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2005 voor een motorrijtuig met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bij richtlijn 70/220 worden gebruikt; d. d. indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2006 voor een motorrijtuig met een maximummassa van meer dan 2500 kg: richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bij richtlijn 70/220 worden gebruikt.
4. Indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend voor 1 januari 2003 worden voertuigen van categorie M1 als bedoeld in deel A van bijlage II van richtlijn 2007/46/EG, met een maximummassa van meer dan 2000 kg met motoren met compressie ontsteking als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van richtlijn 98/69, in afwijking van het derde lid, voorzover nodig, gekeurd overeenkomstig het tweede lid, onder b.
Artikel 2a
1. Een aanvraag om de keuring, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het besluit wordt, indien de aanvraag om de keuring is ingediend voor 1 januari 2006, verricht volgens richtlijn 97/24, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/77, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in de onderscheiden rijen A van de tabel in punt 2.2.1.1.5. van bijlage II bij richtlijn 97/24 worden gebruikt.
2. Het eerste lid geldt ten aanzien van een tweewielige trial- of enduro-motorfiets eerst met ingang van 1 januari 2004.
3. Indien de aanvraag om de keuring, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend op of na 1 januari 2006, wordt de keuring verricht volgens richtlijn 97/24, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/77, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden worden gebruikt, vermeld in rij B van de tabel in punt 2.2.1.1.5 van bijlage II bij richtlijn 97/24.
Artikel 3
1. De keuring van een motorrijtuig met een gassysteem dat is ingericht om zowel op gas als op benzine te kunnen rijden wordt zowel met gas verricht als met benzine. Het gassysteem moet zodanig functioneren dat het motorrijtuig met zowel gas als benzine als brandstof aan de keuringsvoorschriften voor benzine blijft voldoen.
2. Op verzoek van de aanvrager wordt de keuring van een motorrijtuig dat voorzien is van een achteraf ingebouwd gassysteem, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het besluit, en dat minimaal voldoet aan de eisen van richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, mede verricht aan de hand van de in de bijlage bij deze regeling of in ECE-reglement nr. 115 vastgestelde eisen, welke eisen dienen ter uitvoering van artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
3. Indien het gaat om een motorrijtuig dat door of onder verantwoordelijkheid van de fabrikant van het motorrijtuig is uitgerust met een gassysteem, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het besluit, en dat is toegelaten tot het verkeer op de weg op grond van een keuring volgens richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, beoordeelt de keuringsinstantie vervolgens op verzoek van de aanvrager aan de hand van de eisen, bedoeld in het tweede lid, of wordt voldaan aan artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
Artikel 3a
Met de in artikel 3 bedoelde beoordeling die dient ter uitvoering van artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt gelijkgesteld een beoordeling door een onafhankelijke keuringsinstantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welke beoordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van ten minste gelijkwaardige eisen.
Artikel 4
1. Degene die een motorrijtuig als bedoeld in artikel 3 ter keuring aanbiedt, draagt er zorg voor dat de onderdelen van de gasapparatuur die relevant zijn voor de uitworp van luchtverontreinigende stoffen, voorzien zijn van een uniek nummer dat een eenvoudige identificatie van die onderdelen mogelijk maakt.
2. Hij legt bij de aanbieding ter keuring de gegevens over betreffende de in het eerste lid bedoelde kenmerken, alsmede de gegevens met betrekking tot de afstelling van de motor en van de brandstofdoseringsapparatuur.
3. Hij vermeldt de in het tweede lid bedoelde gegevens op een symbool dat hij aanbrengt in elk motorrijtuig van het goedgekeurde type en dat hij verstrekt bij elke eenheid van de betrokken gasapparatuur die hij levert.
Artikel 5
De keuring, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van het besluit wordt verricht aan de hand van de bepalingen van richtlijn 72/306, zoals laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2005/21.
Artikel 6
De keuring, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, en vierde lid, onder a, van het besluit, wordt verricht aan de hand van richtlijn 2005/55/EG.
Artikel 7
De keuring van motorrijtuigen die reeds in het buitenland in het verkeer zijn gebracht en in Nederland worden ingevoerd, wordt verricht aan de hand van de keuringsvoorschriften zoals deze van kracht waren op het tijdstip waarop de motorrijtuigen voor de eerste maal zijn toegelaten tot het verkeer op de weg.
Paragraaf 3. Tijdstip waarop een typegoedkeuring haar geldigheid verliest
Artikel 8
Voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit die in Nederland nog niet zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, houdt de goedkeuring, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a of c, van het besluit, op te gelden en houdt de mededeling, bedoeld in dat lid, onder b, op van kracht te zijn:
a. a. met ingang van 1 oktober 1989, indien die goedkeuring of mededeling:
1º.
betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van de voorschriften, vervat in onderdeel 5 van het Reglement 15, wijziging 04, behorende bij de overeenkomst van 20 maart 1958, of
2º.
betrekking heeft op de in de aanhef bedoelde motorrijtuigen, uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van meer dan 2000 cm³, en is afgegeven voor 1 oktober 1988 naar aanleiding van een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 83/351;
1º. 1º. betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van de voorschriften, vervat in onderdeel 5 van het Reglement 15, wijziging 04, behorende bij de overeenkomst van 20 maart 1958, of 2º. 2º. betrekking heeft op de in de aanhef bedoelde motorrijtuigen, uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van meer dan 2000 cm³, en is afgegeven voor 1 oktober 1988 naar aanleiding van een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 83/351; b. b. met ingang van 1 oktober 1990, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op de in de aanhef bedoelde motorrijtuigen, met een dieselmotor, niet zijnde een dieselmotor met directe inspuiting, en betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 88/76; c. c. met ingang van 1 oktober 1991, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op de in de aanhef bedoelde motorrijtuigen, met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van minder dan 1400 cm³, en betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 83/351; d. d. met ingang van 31 december 1992, onverminderd de onderdelen a, b en c, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 91/441; e. e. met ingang van 1 oktober 1994, onverminderd de onderdelen a tot en met d, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 93/59; f. f. met ingang van 1 januari 1995, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 91/441 en bij die keuring toepassing is gegeven aan punt 8.2 of 8.3 van bijlage I van die richtlijn; g. g. met ingang van 1 januari 1995 dan wel met ingang van 1 oktober 1995 zoals aangegeven in de punten 8.1 en 8.2 van bijlage I van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 93/59, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 93/59, en bij die keuring toepassing is gegeven aan punt 8.1 of punt 8.2 van bijlage I van die richtlijn; h. h. met ingang van 1 januari 1997, indien die goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, tweede lid, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 94/12; i. i. met ingang van 1 oktober 1997, indien die goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van klasse I als bedoeld in artikel 2 geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/69; j. j. met ingang van 1 oktober 1998, indien die goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van klasse II of III als bedoeld in artikel 2 geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/69; k. k. met ingang van 1 januari 2001, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die wordt gevoed door benzine, van categorie N1, klasse I of van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg als bedoeld in artikel 2 geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/102; l. l. met ingang van 1 januari 2002, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die wordt gevoed door benzine, van categorie N1, klasse II of III of van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg als bedoeld in artikel 2 geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/102; m. m. met ingang van 1 januari 2004, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die permanent of tijdelijk worden gevoed door LPG of aardgas, van categorie N1, klasse I of van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg als bedoeld in artikel 2 geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 2001/1; n. n. met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die permanent of tijdelijk worden gevoed door LPG of aardgas, van categorie N1, klasse II of III of van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg als bedoeld in artikel 2 geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 2001/1; o. o. met ingang van 1 januari 2004, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg en bestemd voor het vervoer van niet meer dan 6 personen, de bestuurder inbegrepen, als bedoeld in artikel 2 geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/102; p. p. met ingang van 1 januari 2006, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking van categorie N1, klasse I of van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg en bestemd voor het vervoer van meer dan 6 personen, de bestuurder inbegrepen, als bedoeld in artikel 2, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/102; q. q. met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking van categorie N1, klasse II en III of van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg als bedoeld in artikel 2, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/102; r. r. met ingang van 1 april 2002, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een type motor met compressieontsteking of een type gasmotor of een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking of een gasmotor, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn nr. 88/77, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/27/EG; s. s. met ingang van 1 januari 2006, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van categorie M met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg en van categorie N1, klasse 1, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76; t. t. met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van categorie N1, klassen II en III, als bedoeld in de tabel van bijlage I, punt 5.3.1.4, bij richtlijn 70/220, en een motorrijtuig van categorie M met een maximummassa van meer dan 2500 kg, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76.
Artikel 8a
1.
Voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van het besluit die in Nederland nog niet zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, houdt de goedkeuring, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a of c, van dat besluit, op te gelden en houdt de mededeling, bedoeld in dat lid, onder b, op van kracht te zijn:
a. a. met ingang van 1 juli 2004, indien de goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht volgens richtlijn 97/24, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 2003/77, en bij die keuring bij de uitvoering van proef type I gebruik is gemaakt van de grenswaarden in de onderscheiden rijen A van de tabel in punt 2.2.1.1.5. van bijlage II bij die richtlijn; b. b. met ingang van 1 juli 2005, indien het een tweewielige trial- of enduro-motorfiets betreft; c. c. met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht volgens richtlijn 97/24, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 2003/77, en bij die keuring voor de uitvoering van proef type I gebruik is gemaakt van de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 2.2.1.1.5. van bijlage II bij die richtlijn.
2. Het eerste lid, onderdeel c, geldt niet indien de houder van de in de aanhef van dat lid bedoelde goedkeuring of mededeling aantoont dat er van het desbetreffende motorrijtuig in de Europese Unie jaarlijks niet meer dan 5000 stuks verkocht worden. In dat geval houdt de goedkeuring op te gelden of de mededeling op van kracht te zijn met ingang van 1 januari 2008.
Artikel 9
1.
Voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het besluit die in Nederland nog niet zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, houdt de goedkeuring, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a of c, van het besluit, op te gelden, en houdt de mededeling, bedoeld in dat lid, onder b, op van kracht te zijn:
a. a. met ingang van 1 oktober 1993, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/1 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77; b. b. met ingang van 1 oktober 1996, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/1 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel B van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77; c. c. met ingang van 1 oktober 2001, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77; d. d. met ingang van 1 oktober 2006, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.1 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG; e. e. met ingang van 1 oktober 2009, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.2 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG;
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring en de mededeling, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het besluit, in geval van verbrandingsmotoren met elektrische ontsteking aangedreven door al dan niet tot vloeistof verdicht gas of dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het besluit, die nog niet in deze motorrijtuigen zijn gemonteerd, tenzij het betreft motoren bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen die bestemd zijn voor het vervoer van personen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg, die ten hoogste 8 zitplaatsen hebben, die van de bestuurder niet meegerekend.
Artikel 10
De artikelen 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot, naar het oordeel van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van de Minister van Verkeer en Waterstaat, gelijkwaardige keuringen.
Artikel 10a
Een richtlijn tot wijziging of uitvoering van richtlijn 2005/55/EG, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betreffende richtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 11
De Regeling keuringsvoorschriften typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging wordt ingetrokken.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging.