40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling klachtbehandeling politie | BWBR0032607 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0032607 | Regeling klachtbehandeling politie |
Regeling klachtbehandeling politie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de Minister:* de Minister van Justitie en Veiligheid;
b. b.
*de wet:* de Politiewet 2012;
c. c.
*ambtenaren van politie:* de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de wet;
d. d.
*Landelijke eenheden:* de landelijke eenheden, bedoeld in Artikel 25, eerste lid, onder b, van de Politiewet 2012;
e. e.
*ondersteunende dienst:* een ondersteunende dienst als bedoeld in artikel 28 of artikel 36 van het Besluit beheer politie;
f. f.
*klachtencommissie:* een commissie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, eerste volzin;
g. g.
*nationale klachtencommissie:* de commissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
h. h.
*klachtencommissies:* de commissies, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, eerste volzin, en 4, eerste lid.
Artikel 2
1. Er is een klachtencommissie voor de landelijke eenheden en voor iedere regionale eenheid. De klachtencommissie heeft tot taak het behandelen van een klacht over een gedraging van een ambtenaar van politie die bij de desbetreffende eenheid is tewerkgesteld. De klachtencommissie adviseert voorts, gevraagd en ongevraagd de politiechef bij zijn taak, genoemd in artikel 70, tweede lid, van de wet.
2. De klachtencommissie voor de regionale eenheid is tevens belast met het gevraagd en ongevraagd adviseren van de korpschef over klachten over gedragingen van ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij de politieacademie of een ondersteunende dienst en hun werkgebied als bedoeld in artikel 1, van het Besluit algemene rechtspositie politie, hebben in het gebied dat die regionale eenheid bestrijkt.
3. In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de politiechef van een eenheid, in voorkomende gevallen besluiten, na overleg met de voorzitter van de klachtencommissie voor die eenheid, de behandeling van en advisering over een klacht over te dragen aan een klachtencommissie voor een andere eenheid.
Artikel 3
1. Iedere klachtencommissie heeft een voorzitter en ten hoogste twee plaatsvervangend voorzitters. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitters hebben in het bijzonder de taak de onafhankelijkheid van de commissie te bewaken.
2. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van de klachtencommissie worden benoemd, herbenoemd en ontslagen door de Minister. De benoeming vindt plaats op basis van een open sollicitatieprocedure.
3. De benoeming en herbenoeming van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van een klachtencommissie voor een regionale eenheid vindt plaats op gezamenlijke aanbeveling van de regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie. De regioburgemeester hoort voor de aanbeveling de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert. De klachtencommissie en de politiechef adviseren de regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie over de aanbeveling.
4. De benoeming en herbenoeming van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van een klachtencommissie voor de landelijke eenheden vindt plaats op aanbeveling van het College van de procureurs-generaal. De klachtencommissie en de politiechef adviseren het College van procureurs-generaal over de aanbeveling.
5. Bij de sollicitatie als lid van de klachtencommissie dient een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens te worden overgelegd.
6. Een advies over een klacht dient door drie leden tot stand te komen. In nader te bepalen gevallen, te bepalen in het huishoudelijk reglement, bedoeld in artikel 5, zesde lid, kan hiervan worden afgeweken.
7. Bij de samenstelling van de klachtencommissie wordt in ieder geval zorg gedragen voor de benodigde juridische deskundigheid, vaardigheden op het gebied van geschillenbeslechting of bemiddeling en kennis van het politiewerk. De leden van de klachtencommissie komen uit diverse maatschappelijke geledingen.
8. De politiechef wijst een ambtelijk secretaris aan. De ambtelijk secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming van de commissie en is niet betrokken bij de behandeling of coördinatie van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie.
9. De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.
10. De zittingen van de klachtencommissie zijn niet openbaar, tenzij de voorzitter anders beslist.
Artikel 4
1. Er is een nationale klachtencommissie, die de Minister en de korpschef gevraagd en ongevraagd adviseert bij hun in artikel 70, derde en zesde lid, van de wet genoemde taken.
2. De nationale klachtencommissie bestaat uit de voorzitters, bedoeld in artikel 3, tweede lid, eerste volzin.
3. De nationale klachtencommissie wijst uit haar midden een vaste voorzitter en een plaatsvervanger aan, die de onafhankelijkheid van de nationale klachtencommissie bewaken.
4. Een advies dient door drie leden tot stand te komen. In nader te bepalen gevallen, te bepalen in het huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 5, zesde lid, kan hiervan worden afgeweken.
5. De Minister wijst een ambtelijk secretaris aan wanneer de nationale klachtencommissie in functie komt. De ambtelijk secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming van de commissie en is niet betrokken bij de behandeling of coördinatie van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie.
6. De zittingen van de nationale klachtencommissie zijn niet openbaar, tenzij de voorzitter anders beslist.
Artikel 5
1. De klachtencommissie stelt jaarlijks een jaarverslag van haar werkzaamheden vast overeenkomstig een door de korpschef in overeenstemming met de voorzitters van de klachtencommissies vastgesteld model. De nationale klachtencommissie stelt alleen een jaarverslag op wanneer de nationale klachtencommissie in het betreffende jaar de Minister of de korpschef heeft geadviseerd bij hun in artikel 70, derde en zesde lid, van de wet genoemde taken.
2. De klachtencommissies registreren de klachten conform de uniforme rubricering zoals bepaald krachtens artikel 6, eerste lid.
3. Het jaarverslag wordt uiterlijk 1 maart aangeboden aan de politiechef, alsmede aan de korpschef ten behoeve van het jaarverslag van de politie. Het jaarverslag van de nationale klachtencommissie wordt in voorkomende gevallen uiterlijk 1 maart aangeboden aan de Minister en de korpschef.
4. De Minister, de korpschef en de politiechef verstrekken de klachtencommissies alle gegevens die zij voor behandeling en advisering nodig achten.
5. De leden van de klachtencommissies gaan vertrouwelijk om met informatie die zij vernemen tijdens de klachtbehandeling.
6. De commissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, eerste volzin, stellen gezamenlijk een huishoudelijk reglement op waarin in ieder geval afspraken staan over een gedeelde werkwijze en de werking van de nationale klachtencommissie. De korpschef biedt hierin ondersteuning.
7. De korpschef voorziet in de bekostiging van de klachtencommissies, waaronder de vergoeding aan de leden overeenkomstig een op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies door de Minister te nemen besluit.
Artikel 6
1. De Minister, de korpschef en de politiechefs registreren op basis van een uniforme rubricering de bij hen ingediende klachten, de wijze waarop de klacht is afgedaan en de genomen beslissingen. De korpschef draagt zorg voor de uniforme rubricering.
2. De korpschef doet eenmaal per jaar een verslag over de behandeling van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie aan de Minister toekomen.
3. De Minister biedt het verslag, bedoeld in het tweede lid, aan de Tweede Kamer aan.
4. De verslagen, bedoeld in dit artikel en in artikel 5, bevatten geen gegevens die tot individuele personen herleidbaar zijn.
Artikel 7
De korpschef stelt nadere regels vast omtrent de uniforme wijze waarop de behandeling van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie binnen de politieorganisatie wordt uitgevoerd.
Artikel 8
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 met uitzondering van artikel 3, achtste lid, tweede volzin, die in werking treedt met ingang van 1 januari 2015.
2. De verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, om de leden van de klachtencommissie te benoemen op basis van een open sollicitatieprocedure, is niet van toepassing op de benoeming met ingang van 1 januari 2013, voor zover het een commissielid betreft dat voor 1 januari 2013 lid was van een klachtencommissie als bedoeld in artikel 61, tweede lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993, zoals dit luidde voor 1 januari 2013.
3. In afwijking van artikel 3, tweede lid, tweede volzin, kunnen de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden van de klachtencommissie tot 1 juni 2015 worden benoemd uit het midden van de leden van de klachtencommissie.
4. In afwijking van artikel 3, tweede lid, behouden de voor 1 december 2014 benoemde leden die hoedanigheid tot uiterlijk 1 juni 2015.
5. In afwijking van artikel 3, tweede lid, behouden de voor 1 december 2014 aangewezen voorzitters respectievelijk plaatsvervangers die hoedanigheid tot de datum waarop de Minister hen uit die hoedanigheid ontheft, tot uiterlijk 1 juni 2015.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling klachtbehandeling politie