rijk/ministeriele-regeling/regeling-landbouwgrond-en-natuurterrein-meststoffenwet/BWBR0009251
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling landbouwgrond en natuurterrein Meststoffenwet BWBR0009251 ministeriele-regeling geldend 2003-12-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009251 Regeling landbouwgrond en natuurterrein Meststoffenwet

Regeling landbouwgrond en natuurterrein Meststoffenwet

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

2. Deze regeling berust op artikel 1, eerste lid, onderdelen p en v, van de wet en op artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit gebruik meststoffen voor zover het betreft de artikelen 1, 1a en 1b, en op artikel 1a, tweede lid, van de wet voor zover het betreft de artikelen 1, 2, 2a en 3.

Artikel 1a

Als grond waarop bosbouw wordt uitgeoefend die aan bij ministeriële regeling gestelde regels voldoet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de wet wordt aangemerkt grond met een houtopstand die valt onder de vrijstelling, bedoeld in de Regeling meldings- en herplantplicht.

Artikel 1b

Als beheer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de wet en artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit gebruik meststoffen dat aan bij ministeriële regeling gestelde regels voldoet, wordt aangemerkt beheer dat het gebruik van dierlijke meststoffen of beweiding toestaat en dat tevens beheer is:

a. a. als bedoeld in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, b. b. dat is vastgesteld krachtens de Natuurbeschermingswet, of c. c. dat is gericht op de instandhouding van natuurwaarden en tot stand is gekomen met instemming van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Artikel 2

Voor de toepassing van de hoofdstukken III, IV en V, titel 3, en de daarop berustende bepalingen wordt, in zoverre in afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel q, en derde lid, van de wet, onder de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond ook gerekend:

a. a. in België of Duitsland, binnen 25 kilometer van de grens met Nederland gelegen landbouwgrond, die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en die:

      1º
       indien die grond in België is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of tot het bedrijf behoort blijkens registratie bij de Dienst Regelingen ingevolge artikel 2.2a van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en registratie bij de Vlaamse Mestbank ingevolge artikel 30 van het Besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, en
    
    
      2º
       indien die grond in Duitsland is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of ingevolge een in Duitsland geregistreerde pachtovereenkomst;

1º 1º indien die grond in België is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of tot het bedrijf behoort blijkens registratie bij de Dienst Regelingen ingevolge artikel 2.2a van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en registratie bij de Vlaamse Mestbank ingevolge artikel 30 van het Besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, en 2º 2º indien die grond in Duitsland is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of ingevolge een in Duitsland geregistreerde pachtovereenkomst; b. b. landbouwgrond die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en die tijdelijk in gebruik is gegeven overeenkomstig:

      1º
      
        artikel 189 of 201 van de Landinrichtingswet,
    
    
      2º
      
        artikel 46, vierde lid, of 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of
    
    
      3º
      
        artikel 28, vierde lid, of 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;

1º 1º

        artikel 189 of 201 van de Landinrichtingswet,

2º 2º

        artikel 46, vierde lid, of 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of

3º 3º

        artikel 28, vierde lid, of 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;

c. c. landbouwgrond die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en ter zake waarvan overeenkomstig artikel 3 een grondgebruiksverklaring is opgesteld en bij de Dienst Regelingen is ingediend.

Artikel 2a

Voor de toepassing van de hoofdstukken III, IV en V, titel 3, en de daarop berustende bepalingen wordt in zoverre in afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel w, van de wet onder de tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein ook gerekend natuurterrein dat daadwerkelijk bij het bedrijf in het kader van een normale bedrijfsvoering in gebruik is en ter zake waarvan overeenkomstig artikel 3 een grondgebruiksverklaring is opgesteld en bij de Dienst Regelingen is ingediend.

Artikel 3

1. De grondgebruiksverklaring wordt gesteld op het formulier, bedoeld in artikel 5d, eerste lid, van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze, volledig en naar waarheid wordt ingevuld en door zowel de gebruiker als de eigenaar, onderscheidenlijk de erfpachter, vruchtgebruiker of pachter van de desbetreffende grond wordt ondertekend.

2. De gebruiker van de grond dient het formulier binnen dertig dagen na de datum waarop de grond blijkens het ingevulde formulier in gebruik is genomen in bij de Dienst Regelingen.

3. Indien het formulier niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn is ingediend, geldt als datum waarop de grond in gebruik is genomen de datum die is gelegen dertig dagen vóór de datum waarop het formulier door de Dienst Regelingen is ontvangen.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landbouwgrond en natuurterrein Meststoffenwet.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.