40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2022 | BWBR0046363 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-03-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0046363 | Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2022 |
Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2022
Paragraaf 1. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– –
*besmettelijke dierziekten:* op grond van artikel 5.3, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen besmettelijke dierziekten en zoönosen als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Regeling diergezondheid;
– –
*Diergezondheidsfonds:* fonds als bedoeld in artikel 9.2 van de Wet dieren;
– –
*formulier:* formulier als bedoeld in de bijlage bij deze regeling;
– –
*houder:* houder als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet dieren;
– –
*minister:* Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– –
*opgaveplichtige:* degene aan wie de minister het formulier langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden;
– –
*staatssteunrichtsnoeren:* richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014–2020 (PbEU 2014, C 204);
– –
*Verordening (EU) nr. 1305/2013:*
Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
– –
*Verordening (EU) nr. 1306/2013:*
Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94 (EG), nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013 L 347);
– –
*Verordening (EU) nr. 1307/2013:*
Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
– –
*Verordening (EU) 2017/625:*
Verordening (EU) nr. 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst (PbEU 2017, L95);
– –
*Verordening (EU) nr. 2018/848:*
Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150).
Paragraaf 2. Landbouwtelling en gecombineerde opgave
Artikel 2
1. Het formulier is een beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet.
2.
Een landbouwer verstrekt door middel van het formulier gegevens en statistische informatie als bedoeld in:
a. a.
artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
b. b.
artikel 3 van de Regeling kostenverevening reductie C0_2-emissies glastuinbouw;
c. c.
artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet;
3.
Ter uitvoering van de artikelen 28 en 36, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, artikel 72 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de artikelen 12, 24, 30, 32 en 33 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 dient het formulier voor:
a. a. het doen van de aanvragen, bedoeld in de artikelen 4.2, eerste lid, en 4.4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB; b. b. het doen van de aanvraag, bedoeld in artikel 4.1.2, tweede lid, van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.
4. Ter uitvoering van artikel 4, eerste en derde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/625, artikel 39, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2018/848 en artikel 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 dient het formulier voor het meedelen van het per perceel gespecificeerde productieschema voor biologische plantaardige producten ten behoeve van de Stichting Skal.
Artikel 3
1. Het tijdvak waarin een landbouwtelling als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Landbouwwet wordt gehouden is 1 april 2022 tot en met 15 mei 2022.
2. Degene aan wie de minister een beschrijvingsbiljet langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden dient dit uiterlijk op 15 mei 2022 ingevuld en ondertekend bij de minister in.
3. In afwijking van het tweede lid kan het onderdeel van het beschrijvingsbiljet dat betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel b, uiterlijk op 1 juli 2022 ingevuld en ondertekend bij de minister worden ingediend.
Artikel 4
1.
Een opgaveplichtige verstrekt:
a. a. informatie over de toestand van de veestapel zoals die is op 1 april 2022; b. b. informatie over de toestand van de beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2022; en c. c. de naam van het gewas waarmee een perceel zal worden beteeld, als dat niet is beteeld op 15 mei 2022.
2.
Een opgaveplichtige verstrekt, voor zover van toepassing:
a. a. informatie over bedrijfshoofd en werknemers in de periode april 2021 tot en met maart 2022; b. b. informatie over de geteelde gewassen onder glas op 15 mei 2022; c. c. in afwijking van onderdeel b, informatie over bollenbroei in het seizoen 2021/2022; d. d. informatie over het lidmaatschap van een producentenorganisatie op 1 januari 2022; e. e. informatie over emissie van verwarmde kassen in het kalenderjaar 2021; f. f. informatie over beweiding door graasdieren in de kalenderjaren 2021 en 2022; g. g. informatie over mestbehandeling en -verwerking in het kalenderjaar 2021; h. h. informatie over de volgens de biologische productiemethode beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2022.
Voor het overige betreft de informatie de toestand op zijn onderneming op het moment van ondertekening van het formulier.
Paragraaf 3. Opgave aanspraak Diergezondheidsfonds
Artikel 5
1. Betalingen uit het Diergezondheidsfonds voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met de preventie en de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht met inachtneming van Deel I en Deel II, onderdeel 1.2.1.3, van de staatssteunrichtsnoeren.
2. Om aanspraak te kunnen maken op betalingen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten als bedoeld in het eerste lid, in de periode die loopt van 15 mei 2022 tot 15 mei 2023, dient door de houder uiterlijk op 15 mei 2022 bij de minister een daartoe strekkende opgave te zijn ingediend door middel van het formulier.
3.
De houder kan geen aanspraak maken op betalingen als bedoeld in het eerste lid, indien;
a. a. de onderneming die de houder drijft, een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in punt 35, onderdeel 15, van de staatssteun richtsnoeren, of b. b. ten aanzien van de onderneming die de houder drijft, een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in punt 27 van de staatssteunrichtsnoeren.
Paragraaf 4. Elektronische weg
Artikel 6
Het formulier wordt door de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, langs elektronische weg ingevuld, ondertekend en ingediend op het internetadres mijn.rvo.nl.
Artikel 7
1.
Een opgaveplichtige of de houder kan op de volgende wijzen elektronisch toegang krijgen tot het formulier:
a. a. in geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van een eHerkenningsmiddel; b. b. voor natuurlijke personen die niet vallen onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van DigiD, of c. c. aan de hand van een toegangscode die door de minister is verstrekt aan een opgaveplichtige of een houder in het buitenland.
2. De minister verstrekt aan een opgaveplichtige, een houder of de gemachtigde van een opgaveplichtige of aan een houder een TAN-code ter ondertekening van het elektronisch formulier. In geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, kan een eHerkenningsmiddel ook worden gebruikt voor de ondertekening van het elektronisch formulier.
3. De minister kan besluiten geen TAN-code te verstrekken of al verstrekte TAN-codes in te trekken indien de ondertekenaar, een met de ondertekenaar geassocieerd bedrijf, of een met de ondertekenaar geassocieerde organisatie in het verleden een TAN-code heeft gebruikt in strijd met deze regeling of op andere wijze de integriteit van een verstrekte handtekening heeft geschonden.
Artikel 8
1. De minister neemt een elektronisch verzonden formulier dat niet overeenkomstig deze regeling is ingediend niet in behandeling.
2. De minister neemt een elektronisch verzonden bericht waarvan de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt, niet in behandeling.
3. De minister informeert degene die het elektronisch verzonden formulier heeft ondertekend zo spoedig mogelijk over een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid.
Artikel 9
1. De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in artikel 6, om het formulier langs elektronische weg in te vullen, in te dienen en te ondertekenen.
2.
Ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend in geval de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, aantoont:
a. a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst, of b. b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO of de rijksoverheid.
3. Een ontheffing wordt uiterlijk 15 maart 2022 aangevraagd.
Paragraaf 5. Overige bepalingen
Artikel 10
De Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2022.
Bijlage . Formulier als bedoeld in
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]