40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO | BWBR0019753 | ministeriele-regeling | geldend | 2008-12-09 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019753 | Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO |
Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. b. school: een school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum bedoeld in artikel 1.3.3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; c. c. vestiging: een onderdeel van een school dat conform beschikking van de Minister als zodanig mag worden aangeduid en waarvoor toestemming bestaat om voor de bekostiging leerlingen op te tellen; d. d. GBA: de gemeentelijke basisadministratie, bedoeld in artikel 2, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; e. e. basisregister onderwijs: het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging informatiseringsbank; f. f. persoonsgebonden nummer: het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 1.1.1, onderdeel z, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; g. g. teldatum: 1 oktober van enig kalenderjaar; h. h. armoedeprobleemcumulatiegebied: een cumulatiegebied zoals gehanteerd in paragraaf 6.4 van de de Armoedemonitor 2005 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, en vervolgens tweejaarlijks op basis van het Regionaal Inkomensonderzoek geactualiseerd; i. i. apc-leerling: de leerling, die op grond van artikel 7 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. of op grond van artikel 2.3.2 Uitvoeringsbesluit WEB voor bekostiging wordt meegeteld en die woonachtig is in een postcodegebied dat valt in een armoedeprobleemcumulatiegebied; j. j. L+A-leerling: apc-leerling op een vestiging die voor bekostiging in aanmerking komt op grond van artikel 4 van deze regeling; k. k. Nieuwkomer VO: de leerling, die op grond van artikel 7 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. of op grond van artikel 2.3.2 Uitvoeringsbesluit WEB voor bekostiging wordt meegeteld en die vreemdeling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Vreemdelingenwet 2000 en op de teldatum korter dan één jaar dan wel één tot twee jaar in Nederland verblijft; l. l. schoolplan: het schoolplan, bedoeld in artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs; m. m. Vreemdeling: leerling die
1.
niet de Nederlandse nationaliteit bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld,
2.
als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven en
3.
op 1 april of 1 oktober van enig kalenderjaar korter dan één jaar in Nederland verblijft;
-
-
niet de Nederlandse nationaliteit bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld,
-
-
-
als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven en
-
-
-
op 1 april of 1 oktober van enig kalenderjaar korter dan één jaar in Nederland verblijft;
-
n. n. peildatum: 1 april of 1 oktober van enig kalenderjaar.
Hoofdstuk 2. Hoofdlijnen
Paragraaf 1. Doelomschrijving
Artikel 2
1. De minister kan aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO toekennen aan het bevoegd gezag van een school ten behoeve van de vermindering van voortijdig schoolverlaten, het leveren van meer maatwerk aan leerlingen, en het maximaliseren van de schoolprestaties.
2. De minister kan aanvullende personele bekostiging voor nieuwkomers VO toekennen aan het bevoegd gezag van een school om scholen in staat te stellen nieuwkomers in het voortgezet onderwijs de Nederlandse taal te leren en hen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun verdere schoolloopbaan in het voortgezet- en vervolgonderwijs.
3. De Minister kan op aanvraag aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen en extra aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen verstrekken aan het bevoegd gezag van een school ter tegemoetkoming in de kosten van het onderwijs in het kader van de eerste opvang van Vreemdelingen.
Paragraaf 2. Leerplusarrangement VO
Artikel 3
1. De verlening van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vindt plaats voor twee kalenderjaren.
2. De aanvullende personele bekostiging wordt bepaald op grond van het aantal L+A-leerlingen dat op de teldatum van enig kalenderjaar bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven.
3. Verlening van de aanvullende personele bekostiging vindt uiterlijk in de maand maart plaats na de teldatum waarop voor de tweede maal de drempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gehaald.
4. De betaling van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging.
5. De minister kan de hoogte van de aanvullende personele bekostiging wijzigen indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, van het Bekostigingsbesluit W.V.O., daartoe aanleiding geeft.
6. Vaststelling van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats na de verlening van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het derde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 4
1.
Bij de bepaling of het bevoegd gezag van een school in aanmerking komt voor de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt getoetst aan de volgende drempels per vestiging per onderwijssoort in een cyclus van de teldata van steeds twee achtereenvolgende jaren:
a. a. minimaal 30% apc-leerlingen in het praktijkonderwijs b. b. minimaal 30% apc-leerlingen in het vmbo c. c. minimaal 50% apc-leerlingen in het havo d. d. minimaal 60% apc-leerlingen in het vwo e. e. minimaal 30% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw met vmbo f. f. minimaal 50% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw zonder vmbo.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de in bijlage 3 opgenomen elementcodes die aangeven aan welke onderdelen van het eerste lid de leerlingen worden toegerekend.
3. In de cyclus, bedoeld in het eerste lid, worden de twee achtereenvolgende teldata slechts éénmaal bij de vaststelling van de drempel gehanteerd.
4. De drempel, bedoeld in het eerste lid, wordt procentueel bepaald door per onderdeel van het eerste lid het aantal apc-leerlingen van de vestiging per onderwijssoort te delen door het totaal aantal leerlingen van de vestiging per onderwijssoort en rekenkundig af te ronden op een geheel getal.
5. Bij de bepaling van het aantal apc-leerlingen wordt de postcode uit de GBA, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt genomen. In het geval de postcode niet in de GBA is opgenomen, wordt de postcode gehanteerd die door het bevoegd gezag van de school aan de Informatie Beheer Groep is aangeleverd.
Artikel 5
1. De aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO wordt berekend door het aantal L+A-leerlingen op basis van de tweede achtereenvolgende teldatum, te vermenigvuldigen met het bedrag per L+A-leerling.
2. Het bedrag per L+A-leerling, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het beschikbare budget per kalenderjaar te delen door het totaal aantal L+A-leerlingen van de scholen op de tweede teldatum, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum.
3. Het beschikbare budget en het bedrag per L+A-leerling wordt elk tweede kalenderjaar uiterlijk in de maand december bekend gemaakt in de Staatscourant als bijlage 4 bij deze regeling.
4. Het bedrag per L+A-leerling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum gelijkgesteld aan het bedrag per L+A-leerling als berekend op grond van het tweede lid.
5. De lijst met postcodes wordt elk tweede kalenderjaar uiterlijk in augustus van het tweede kalenderjaar in de Staatscourant bekend gemaakt als bijlage 5 bij deze regeling.
Artikel 6
1. In het geval één of meer scholen voor voortgezet onderwijs worden samengevoegd in de periode tussen de eerste teldatum en de tweede daarop volgende teldatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarbij één of meer scholen worden opgeheven, dan dient voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, te worden uitgegaan alsof de samenvoeging op de eerste teldatum reeds was tot stand gekomen.
2. In geval een nieuwe school voor voortgezet onderwijs wordt gesticht op 1 augustus gelegen tussen de twee achtereenvolgende teldata, bedoeld in artikel 4, eerste lid, komt het bevoegd gezag van de school niet eerder in aanmerking voor de aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO dan het tijdstip waarop ook voor de overige scholen de aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO wordt vastgesteld op basis van de nieuwe cyclus van twee achtereenvolgende teldata.
Artikel 6a
Indien in de periode tussen de eerste teldatum en de daarop volgende teldatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, een school één of meer nieuwe vestigingen creëert of één of meer vestigingen opheft, dan worden voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, leerlingen op de vestigingen alleen geteld op de eerste en tweede teldatum zoals de situatie op dat moment is.
Paragraaf 3. Nieuwkomers VO
Artikel 7
1. De verlening van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is gebaseerd op het aantal Nieuwkomers VO dat op de teldatum van enig kalenderjaar bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven.
2. De verlening van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats op basis van de per teldatum door het bevoegd gezag van de school aangeleverde gegevens en wordt toegekend voor één kalenderjaar.
3. De aanvullende personele bekostiging wordt bepaald door de som van het aantal formatieplaatsen vastgesteld op grond van artikel 9, vierde lid, te vermenigvuldigen met de voor de school geldende gemiddelde personeelslast voor leerkrachten ingevolge artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs en wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
4. Verlening van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats uiterlijk in de maand maart na de teldatum.
5. De betaling van de aanvullende personele bekostiging Nieuwkomers VO vindt plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging.
6. De minister kan de hoogte van de aanvullende personele bekostiging wijzigen, indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, van het Bekostigingsbesluit W.V.O., daartoe aanleiding geeft.
7. Vaststelling van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats na de verlening van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het vierde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het zesde lid.
Artikel 8
De minister kent geen aanvullende personele bekostiging Nieuwkomers VO toe aan het bevoegd gezag van een school in het geval de Nieuwkomers VO een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus voor het Internationaal Baccalaureaat volgen.
Artikel 9
1. Het aantal formatieplaatsen ten behoeve van de verlening van de aanvullende personele bekostiging Nieuwkomers VO wordt voor scholen, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum, bepaald door het aantal Nieuwkomers VO, bedoeld in artikel 7, eerste lid, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum, te vermenigvuldigen met de in het tweede lid genoemde ratio’s.
2.
De ratio’s bedoeld in het eerste lid zijn:
a. a. in geval van Nieuwkomers VO op de teldatum korter dan één jaar in Nederland: 1/15; b. b. in geval van Nieuwkomers VO op de teldatum van één tot twee jaar in Nederland: 1/25.
3. De Nieuwkomer VO kan ten hoogste één keer in aanmerking komen voor dezelfde ratio, bedoeld in het tweede lid.
4. Het aantal formatieplaatsen dat de uitkomst is van de berekening op grond van het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op drie decimalen.
5. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kent op grond van artikel 2.3.2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, voor de nieuwkomers VO voor het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum een bedrag toe dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening in het vierde lid, vermenigvuldigd met de voor de bedoelde school geldende gemiddelde personeelslast voor leerkrachten, bedoeld in artikel 7, derde lid.
Artikel 10
Bij de bepaling van het aantal Nieuwkomers VO gelden de gegevens uit de GBA, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de GBA ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aan de Informatie Beheer Groep aangeleverde gegevens, kan het bevoegd gezag van de school voor het aantonen van de juistheid van de door zijn verstrekte gegevens gebruikmaken van één of meer van de documenten als vermeld in de bijlage 1 bij deze regeling.
Paragraaf 4. Eerste opvang Vreemdelingen
Artikel 10a
1. De omvang van de aanvullende bekostiging eerste opvang, bedoeld in artikel 2, derde lid, is gebaseerd op het aantal Vreemdelingen dat op een peildatum bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven en op de peildatum korter dan een jaar in Nederland verblijft.
2. De verstrekking van de aanvullende bekostiging eerste opvang vindt plaats op basis van de per peildatum door het bevoegd gezag van de school aangeleverde gegevens en wordt verstrekt voor een periode als vermeld in artikel 10b, tweede lid.
3. De vaststelling en de betaling vinden uiterlijk 2 maanden na ontvangst van de aanvraag plaats.
4. Het bedrag aan aanvullende bekostiging eerste opvang wordt in een keer uitbetaald.
5. De Minister kan de hoogte van de aanvullende bekostiging eerste opvang wijzigen indien de verklaring van de accountant, behorende bij de jaarrekening daartoe aanleiding geeft.
6. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10b
1. De aanvullende bekostiging eerste opvang bedraagt € 4212,– op jaarbasis per Vreemdeling.
2.
De aanvullende bekostiging eerste opvang heeft steeds betrekking op een periode van zes maanden, met als peildata:
a. a. 1 oktober: voor de periode juli direct voorafgaand aan deze peildatum tot en met december direct volgend op de peildatum; b. b. 1 april: voor de periode januari direct voorafgaand aan deze peildatum tot en met juni direct volgend op de peildatum;
3. Een Vreemdeling die is meegeteld voor de aanvullende bekostiging eerste opvang behorend bij de peildatum van 1 oktober telt niet mee voor de aanvullende bekostiging eerste opvang bij de daarop volgende peildatum.
4.. Het bedrag van de aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen is voor een periode als genoemd in het tweede lid de helft van het bedrag voor een Vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal Vreemdelingen dat op de voor die periode geldende peildatum staat ingeschreven op de school.
Artikel 10c
1.. Het bevoegd gezag van een school die in de periode 1 augustus 2003 tot en met 31 juli 2007 geen eerste opvang van Vreemdelingen heeft georganiseerd, kan op aanvraag eenmalig extra aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen ontvangen ten behoeve van voorbereidende en coördinerende werkzaamheden die samenhangen met de start van het onderwijs aan die school indien deze eerste opvang betrekking heeft op tenminste 10 Vreemdelingen op de peildatum. De extra aanvullende bekostiging eerste opvang bedraagt € 15.000,– per school.
2. Het bevoegd gezag van de school bepaalt de besteding van de extra aanvullende bekostiging eerste opvang, bedoeld in het eerste lid, in onderling overleg met de gemeente van het grondgebied waarop de school is gelegen.
Artikel 10d
1. Het bevoegd van de school dient de aanvraag voor aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, in bij Centrale Financiën Instellingen binnen twee weken na een peildatum, bedoeld in artikel 10b, tweede lid. Aanvragen die na deze termijn worden ingezonden worden afgewezen.
2. Het bevoegd van de school dient de aanvraag voor extra aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, in bij Centrale Financiën Instellingen binnen twee weken na een peildatum, bedoeld in artikel 10b, tweede lid. Aanvragen die na deze termijn worden ingezonden worden afgewezen.
3. De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen uitsluitend worden ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd. Aanvragen die niet uitgaan van het aanvraagformulier worden afgewezen.
4. De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn gebaseerd op de gegevens over Vreemdelingen, bedoeld in artikel 10e.
5. Voor het verkrijgen van de extra aanvullende bekostiging eerste opvang, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, is een verklaring van de gemeente nodig waarin is opgenomen dat de school in de periode van 1 augustus 2003 tot en met 31 juli 2007 geen eerste opvang van Vreemdelingen heeft georganiseerd. Deze verklaring dient in de administratie van de school aanwezig te zijn.
6. Indien de extra aanvullende bekostiging eerste opvang wordt verleend, maakt deze onderdeel uit van de aanvullende bekostiging eerste opvang.
Artikel 10e
1. Voor het aantonen van de juistheid van de door het bevoegd gezag te verstrekken gegevens over Vreemdelingen per peildatum 1 oktober is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.
2. Voor het aantonen van de juistheid van de door het bevoegd gezag te verstrekken gegevens over Vreemdelingen per peildatum 1 april dient een uittreksel van de GBA in de administratie van de school aanwezig te zijn. In het geval de registratie in de GBA ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aangeleverde gegevens, moet het bevoegd gezag gebruik maken van een of meer van de documenten in bijlage 1.
Hoofdstuk 3. Beleid en verantwoording
Artikel 11
1. Het bevoegd gezag van de school geeft in het schoolplan aan hoe zij de aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling inzet voor het onderwijskundig beleid, de bewaking en de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.
2. Het bevoegd gezag van de school licht de partijen in de omgeving van de school, die herkenbaar betrokken zijn bij de inzet van de aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling, in over zijn beleid terzake en betrekt opmerkingen daarover van die partijen herkenbaar bij het bepalen van dat beleid.
3. Het bevoegd gezag van de school betrekt de inzet van de aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling bij het overleg met de gemeente over het bestrijden van onderwijsachterstanden.
4. Het bevoegd gezag van de school werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die gericht zijn op het verschaffen van nadere inlichtingen aan de minister over de uitvoering van de regeling.
Hoofdstuk 4. Financiële verantwoording
Artikel 12
1. De aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling wordt herkenbaar opgenomen als baten in de jaarrekening. De lasten worden verantwoord binnen de daartoe bestemde posten in de jaarrekening.
2. De aanvullende personele bekostiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in de regeling omschreven doel. Verrekening van de eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.
3. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende personele bekostiging.
Hoofdstuk 5. Compensatiebepaling
Artikel 13
1. De Minister verstrekt een compensatiebudget aan het bevoegd gezag van een school.
2.
Dit compensatiebudget wordt vastgesteld op de helft van het positief saldo van de uitkomst van de formule A -/- B -/-C, waarbij wordt verstaan onder:
A: A: de aanvullende personele bekostiging die een school voor kalenderjaar 2007 heeft ontvangen op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 2, van deze regeling; B: B: de aanvullende personele bekostiging die een school ontvangt voor kalenderjaar 2009 op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 2, van deze regeling; C: C: 2,5% van de totale personele lumpsumbekostiging van de betreffende school op grond van artikel 8 van het Formatiebesluit W.V.O., berekend met de op 1 januari 2009 voor de school geldende personeelslasten.
3. Verlening en betaling van het compensatiebudget vindt in zijn geheel plaats uiterlijk in de maand maart van het kalenderjaar 2009.
4. De Minister kan de hoogte van het compensatiebudget wijzigen, indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, van het Bekostigingsbesluit W.V.O., daartoe aanleiding geeft.
5. Vaststelling van het compensatiebudget vindt plaats na de vaststelling van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het derde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het vierde lid.
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 14
1. De Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002 van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt ingetrokken met ingang van 1 augustus 2006.
2. De Regeling administratie leerlinggegevens WVO van 13 november 1995, wordt ingetrokken met ingang van 1 augustus 2006.
Artikel 15
De bepaling in artikel 2, eerste lid, van de Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002 ter zake van de bekostiging blijft van kracht voor de periode van 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006.
Artikel 15a
Bij een afwijking van het elektronisch bestand van 1 oktober 2007 van meer dan 1% van de integrale leerlingtelling van 1 oktober 2007 vindt voor het bevoegd gezag van de school met betrekking tot de teldatum 1 oktober 2007 geen toepassing plaats van artikel 4, eerste lid.
Artikel 16
Wijzigt de Regeling gegevenslevering onderwijsnummer VO.
Artikel 17
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2006.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen.
Bijlage 1. bij
Bij de gegevenslevering voor de aanvullende bekostiging voor Nieuwkomers VO dienen de gegevens van de GBA als uitgangspunt.
In het geval het bevoegd gezag van de school ervoor kiest af te wijken van de gegevens nationaliteit en/of verblijfsduur uit de GBA registratie (omdat gegevens ontbreken of volgens het bevoegd gezag van de school anders zijn), dient, voor het aantonen van de juistheid van de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens, een kopie van één of meer documenten uit onderstaande limitatieve lijst in de administratie van de school aanwezig te zijn.
Bijlage 2. bij
[afbeelding]