40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2020 | BWBR0044272 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-12-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044272 | Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2020 |
Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2020
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
- commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
- hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
- inrichting: agrarische of andere locatie waar commercieel gehouden gevogelte of ander gevogelte wordt gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen, quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;
- loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi's);
- risicogevogelte: pluimvee, watervogels of loopvogels, in gevangenschap gefokt of gehouden;
- vervoer: vervoer over de openbare weg, met of zonder vervoermiddel;
- vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van woonruimte, waar risicogevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van het risicogevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;
- watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.
2. Onder vervoer wordt mede verstaan: aanvoer en afvoer.
3. Deze regeling berust mede op artikel 18 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
Artikel 2
1. Een houder van commercieel gehouden gevogelte of een houder van risicogevogelte neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat het gevogelte in contact komt met in het wild levende dieren of hun uitwerpselen.
2. Een passende maatregel als bedoeld in het eerste lid is voor een houder van commercieel gehouden gevogelte, met uitzondering van gevogelte, behorende tot de fazanten (Phasianidae) of de loopvogels, ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van het gevogelte.
Artikel 3
Een houder van commercieel gehouden eenden dekt de op zijn inrichting aanwezige voorraad strooisel ten behoeve van de bodembedekking van vogelverblijfplaatsen af.
Artikel 4
1. Het is verboden strooisel in vogelverblijfplaatsen aan te brengen op een inrichting met commercieel gehouden eenden.
2. In afwijking van het eerste lid is het aanbrengen van strooisel in vogelverblijfplaatsen toegestaan, indien dit overeenkomstig een hygiëneprotocol plaatsvindt.
Artikel 4a
1. Het is bezoekers verboden een vogelverblijfplaats alsmede niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of ander deel van een inrichting te betreden.
2.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een vogelverblijfplaats te betreden, indien:
a. a. het bezoek noodzakelijk is in het kader van volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of gezondheid van in de stal aanwezige personen; b. b. voor zover het een inrichting met commercieel gehouden gevogelte betreft, het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en c. c. de bezoeker het bezoek registreert.
3. In afwijking van het tweede lid zijn de onderdelen b en c van dat lid niet van toepassing, indien een acute noodsituatie zich tegen toepassing van die onderdelen verzet.
4.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een vogelverblijfplaats te betreden, indien:
a. a. het bezoek betreft van personeel van de inrichting waarvan de vogelverblijfplaats onderdeel uitmaakt, b. b. voor zover het een inrichting met commercieel gehouden gevogelte betreft, het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en c. c. de bezoeker in de 72 uren voorafgaand aan het bezoek geen andere inrichting met commercieel gehouden gevogelte heeft bezocht.
5. Het is een houder van gevogelte verboden om een bezoeker toe te laten tot de in het eerste lid bedoelde ruimtes, tenzij het bezoek op grond van het tweede, derde of vierde lid is toegestaan.
6. Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoermiddel van een bezoeker.
Artikel 4a.1
In afwijking van artikel 4a is het toegestaan een vogelverblijfplaats van een diergaarde waar risicogevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden te betreden, indien:
a. a. het risicogevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden in een overkapte doorloopvolière; en b. b. de diergaarde is erkend op grond van artikel 13 van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PbEU 1992, L 268).
Artikel 4b
1. Onverminderd artikel 4a is het bezoekers verboden een inrichting te betreden waar gevogelte commercieel wordt gehouden.
2.
In afwijking van het eerste lid is het betreden van een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan, indien:
a. a. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en b. b. de bezoeker het bezoek registreert.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoermiddel van de bezoeker.
4. Een houder van commercieel gehouden gevogelte brengt duidelijk zichtbare afscheidingen aan langs de grenzen van de inrichting.
Artikel 4c
Een houder van gevogelte houdt een register bij van bezoeken aan een vogelverblijfplaats, niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of ander deel van een inrichting, waarin ten minste zijn opgenomen:
a. a. naam, adres en woonplaats van de bezoeker, b. b. voor zover de bezoeker een vervoermiddel heeft gebruikt: soort en kenteken van het vervoermiddel, c. c. reden van het bezoek, en d. d. datum en tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker.
Artikel 4d
1. Jaarbeurzen, markten, wedvluchten, culturele evenementen, tentoonstellingen, keuringen of andere tijdelijke verzamelingen zijn verboden, voor zover daar risicogevogelte op een plaats wordt verzameld.
2. Vrijstellingen op grond van artikel 2.5, tweede en derde lid, van de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten zijn opgeschort.
Artikel 4e
1. Het is verboden pluimvee, met uitzondering van eendagskuikens, te vervoeren tussen inrichtingen waar pluimvee commercieel wordt gehouden.
2.
In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
a. a. het vervoer rechtstreeks plaats vindt, b. b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en c. c. het pluimvee vergezeld gaat van een verklaring, die minder dan 24 uur oud is, van een dierenarts dat het pluimvee dat wordt gehouden in de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt, op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertoont.
3.
De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, bevat in elk geval:
a. a. de datum en het tijdstip van de klinische inspectie; b. b. de contactgegevens en het registratienummer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren van de houder van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt; c. c. de bevindingen van de klinische inspectie; d. d. naam en handtekening van de dierenarts.
4. De houder van de inrichting waar het pluimvee wordt afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.
Artikel 4f
1. Het is verboden eenden of kalkoenen te vervoeren tussen een inrichting waar eenden of kalkoenen commercieel worden gehouden en een slachterij.
2.
In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
a. a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt, b. b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en c. c. de eenden of kalkoenen vergezeld gaan van een verklaring, die minder dan 24 uur oud is, van een dierenarts dat de eenden of kalkoenen die worden gehouden in de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt, op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertonen.
3.
De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, bevat in elk geval:
a. a. de datum en het tijdstip van de klinische inspectie; b. b. de contactgegevens en het registratienummer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren van de houder van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt; c. c. de bevindingen van de klinische inspectie; d. d. naam en handtekening van de dierenarts.
4. De eigenaar of exploitant van de slachterij waar de eenden of kalkoenen worden afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.
Artikel 4g
1. Het is verboden vee, eendagskuikens, mest, eieren, diervoeders, melk of strooisel van of naar een inrichting met commercieel gehouden eenden of kalkoenen te vervoeren.
2.
In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
a. a. per door de vervoerder af te leggen route maximaal één inrichting met commercieel gehouden gevogelte wordt bezocht; b. b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol.
Artikel 4h
Degene die bedrijfsmatig eenden houdt meldt vanaf de zevende dag na de dag van opzet, in afwijking van artikel 84, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, onverwijld aan de minister elke verhoogde sterfte bij zijn eenden, in de volgende gevallen:
a. a. 0,15% of meer uitval per dag gedurende twee opeenvolgende dagen; of b. b. 0,5 % of meer uitval op een dag en gelijktijdig een voeropname daling van 5%.
Artikel 4i
Degene die bedrijfsmatig leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens houdt, meldt, ingeval die dieren ouder zijn dan 10 dagen, in aanvulling op artikel 84, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, onverwijld aan de minister elke verhoogde sterfte van zijn leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens, indien het aantal dieren van de onderscheiden categorieën dat sterft gedurende twee achtereenvolgende dagen groter is dan drie maal het gemiddelde sterftecijfer van het desbetreffende koppel in de week voorafgaand aan de sterfte.
Artikel 5
Deze regeling wordt bekendgemaakt op www.rijksoverheid.nl, en treedt onmiddellijk na haar bekendmaking op het internet in werking.122 oktober 2020, 18:15
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2020.