rijk/ministeriele-regeling/regeling-mandaat-handhaving-inspectoraat-generaal-vrom/BWBR0013196
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM BWBR0013196 ministeriele-regeling geldend 2002-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013196 Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM

Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Aan de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten en het vaststellen en ondertekenen van stukken terzake van de aan de minister respectievelijk de staatssecretaris toekomende bevoegdheden krachtens de Wet milieubeheer, de Waterleidingwet, de Woningwet, de Huisvestingswet, de Huursubsidiewet en de Wet op de Ruimtelijke ordening.

2. Aan de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal wordt tevens mandaat verleend tot het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten, als bedoeld in het eerste lid, en het vaststellen en ondertekenen van alle op die beslissing betrekking hebbende stukken.

Artikel 3

De inspecteur-generaal kan de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 2, tweede lid van deze regeling, niet uitoefenen, indien hij tevens het besluit waartegen het bezwaar zich richt, op grond van artikel 2, eerste lid van deze regeling, heeft genomen.

Artikel 4

1. De inspecteur-generaal kan de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geheel of gedeeltelijk mandateren aan de regionale inspecteurs en de plaatsvervangend regionale inspecteurs.

2. De verlening van mandaat door de inspecteur-generaal krachtens deze regeling geschiedt schriftelijk.

Artikel 5

1. De minister dan wel de staatssecretaris kan aanwijzingen geven over de uitoefening van het door hem verleende mandaat.

2. De inspecteur-generaal of de plaatsvervangend inspecteur-generaal verschaft de minister uit eigen beweging of op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van het verleend mandaat.

Artikel 6

1.

Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 2 luidt de ondertekening:

`de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze:

de (plv.) inspecteur-generaal',

dan wel, voortvloeiend uit de taakverdeling tussen de minister en de staatssecretaris:

`De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze: de (plv.) inspecteur-generaal', gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

2.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4, eerste lid, luidt de ondertekening:

`de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze, de inspecteur-generaal, o.l.',

dan wel, voortvloeiend uit de taakverdeling tussen de minister en de staatssecretaris:

`De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze: de inspecteur-generaal, o.l.',

gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

Artikel 7

De Regeling mandaat handhaving Inspectie Milieuhygiëne wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM.