rijk/ministeriele-regeling/regeling-medische-keuringen-binnenvaart-2008/BWBR0023699
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling medische keuringen binnenvaart 2008 BWBR0023699 ministeriele-regeling geldend 2008-03-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023699 Regeling medische keuringen binnenvaart 2008

Regeling medische keuringen binnenvaart 2008

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. aanvrager: degene die in aanmerking wenst te komen voor de afgifte van:

      1°.
      een vaarbewijs als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet of een Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.05, eerste lid, van het Patentreglement Rijn;
    
    
      2°.
      een dienstboekje als bedoeld in respectievelijk artikel 19, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en artikel 23.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.

1°. 1°. een vaarbewijs als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet of een Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.05, eerste lid, van het Patentreglement Rijn; 2°. 2°. een dienstboekje als bedoeld in respectievelijk artikel 19, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en artikel 23.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995. b. b. arts: de arts, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet, artikel 19, eerste lid, Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en 2.01, derde lid, onderdeel a, 2.02, derde lid, onderdeel a, 2.03, tweede lid, onderdeel a, en 2.04, eerste lid, onder c, van het Patentreglement Rijn; c. c. scheidsrechter: de deskundige, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Binnenschepenwet of de arts, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart; d. d. medisch adviseur scheepvaart: de medisch adviseur scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en diens plaatsvervanger; e. e. geneeskundig onderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 4, ter verkrijging van de in onderdeel a genoemde documenten; f. f. eigen verklaring: de verklaring, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Binnenschepenwet.

Artikel 2

1. Als arts zijn aangewezen de in Nederland en België gevestigde geneeskundigen die op grond van artikel 40, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet zijn aangewezen.

2. Als scheidsrechter zijn aangewezen de in Nederland gevestigde geneeskundigen die op grond van artikel 42, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet zijn aangewezen. De scheidsrechter is niet degene door wie het eerste onderzoek is verricht

Artikel 3

1. De aanvrager wendt zich voor een geneeskundig onderzoek tot een arts, niet zijnde de behandelend arts van de aanvrager.

2. De arts gaat niet tot een geneeskundig onderzoek over dan nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd en de arts in het register van keuringsuitslagen heeft kunnen vaststellen dat hij gezien de eerdere uitslagen of aantekeningen gerechtigd is de keuring te verrichten.

Artikel 4

1. De arts verricht het geneeskundig onderzoek op basis van de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in bijlage I.

2. Indien ingevolge bijlage I een medisch rapport is voorgeschreven, dan wel bij twijfel of de aanvrager voldoet aan de keuringseisen, vraagt de arts de benodigde geneeskundige informatie op bij de behandelend arts. Bij het ontbreken van voldoende informatie verwijst de arts de aanvrager voor een deelonderzoek door naar een specialist.

3. Het geneeskundig onderzoek wordt door de arts afgerond na ontvangst van de informatie van de behandelend arts of de uitslag van het specialistisch deelonderzoek.

4. De arts maakt uitsluitend gebruik van het keuringsformulier en de formulieren voor de geneeskundige verklaring en het bericht van afkeuring die hem door de medisch adviseur scheepvaart kosteloos worden verstrekt.

5. De arts bewaart het keuringsformulier en eventuele andere stukken betrekking hebbende op het onderzoek, gedurende de termijn en op de wijze, bepaald in artikel 454, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 5

1. De aanvrager is geschikt als hij voldoet aan de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in bijlage I. De arts vermeldt bij geschiktheid van de aanvrager de uitslag van het geneeskundig onderzoek op de geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage II en verstrekt de geneeskundige verklaring aan de aanvrager.

2. Bij tijdelijke geschiktheid van de aanvrager verstrekt de arts de aanvrager een geneeskundige verklaring van tijdelijke geschiktheid.

3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, vindt een volgende keuring plaats door dezelfde arts die de aanvrager tijdelijk geschikt heeft bevonden, dan wel diens opvolger of waarnemer, tenzij de medisch adviseur scheepvaart instemt met keuring door een andere arts.

Artikel 6

1. De aanvrager is ongeschikt als hij niet voldoet aan de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in bijlage I. De arts die na het volledige geneeskundig onderzoek van oordeel is dat de aanvrager ongeschikt is, deelt dit de aanvrager mee. De arts overhandigt de aanvrager een bericht van afkeuring, die is vastgesteld, volgens het model, opgenomen in bijlage III, waarin de reden of redenen tot afkeuring zijn vermeld. De arts deelt de aanvrager tevens mee dat een heronderzoek kan worden aangevraagd bij een scheidsrechter.

2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verzendt de arts nog dezelfde dag het bericht van afkeuring, waarin de reden of redenen tot afkeuring zijn vermeld, aan de medisch adviseur scheepvaart. De medisch adviseur scheepvaart doet mededeling van de afkeuring aan de instanties die belast zijn met de afgifte van vaarbewijzen en Rijnpatenten en de afgifte van dienstboekjes.

3. De aanvrager die een heronderzoek wenst, richt zich daarvoor tot een scheidsrechter onder toezending van het bericht van afkeuring.

4. Ten aanzien van het heronderzoek zijn de artikelen 3, tweede lid, en 4 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat reeds door de arts in orde bevonden onderdelen van de keuring niet behoeven te worden herhaald, tenzij over de uitslag twijfel bestaat bij de scheidsrechter. In voorkomende gevallen kan het heronderzoek bestaan uit het uitsluitend beoordelen van de reeds ter beschikking staande gegevens.

5. Indien de scheidsrechter na het heronderzoek van oordeel is dat de aanvrager medisch ongeschikt is, doet de medisch adviseur scheepvaart na ontvangst van het bericht van afkeuring hiervan mededeling aan de instanties die belast zijn met de afgifte van vaarbewijzen en Rijnpatenten en de afgifte van dienstboekjes.

Artikel 7

De arts die na het volledige geneeskundig onderzoek van oordeel is dat de aanvrager tijdelijk ongeschikt is, deelt dit de aanvrager mee. De arts overhandigt de aanvrager een verklaring van tijdelijke ongeschiktheid. In afwijking van artikel 6 deelt de arts de aanvrager tevens mee dat een heronderzoek kan worden aangevraagd bij dezelfde arts die de aanvrager tijdelijk geschikt heeft bevonden, dan wel diens opvolger of waarnemer, tenzij de medisch adviseur scheepvaart instemt met keuring door een andere arts.

Artikel 8

Indien nog geen heronderzoek heeft plaatsgevonden, is een geneeskundige verklaring, waarop is aangegeven dat de aanvrager geschikt is en die is afgegeven nadat hij door een andere arts ongeschikt is bevonden, ongeldig.

Artikel 9

1. Indien de aanvrager in de gevallen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart, een eigen verklaring overlegt aan de instantie die het klein vaarbewijs afgeeft, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is opgenomen in Bijlage IV.

2. Indien de aanvrager in de gevallen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart, een eigen verklaring overlegt aan de instantie die belast is met de afgifte van het groot vaarbewijs of het Rijnpatent, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is opgenomen in Bijlage IV.

3.

Indien alle vragen van de eigen verklaring met nee zijn beantwoord, stuurt de aanvrager de ingevulde en ondertekende eigen verklaring samen met de aanvraag voor het vaardocument naar:

a. a. de instantie belast met de afgifte van klein vaarbewijzen in het geval, bedoeld in het eerste lid; of b. b. de instantie belast met de afgifte van groot vaarbewijzen en Rijnpatenten in de gevallen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 10

1. Indien ten minste een van de vragen van de eigen verklaring met ja is beantwoord wordt deze voorzien van een aantekening van een arts naar eigen keuze, waaruit de aard en de ernst van de afwijking blijkt.

2.

De aanvrager verzendt de in het eerste lid bedoelde eigen verklaring ter beoordeling aan:

a. a. de medisch adviseur scheepvaart indien de eigen verklaring betrekking heeft op het klein vaarbewijs, dan wel het groot vaarbewijs; of b. b. de keuringsartsen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen indien de eigen verklaring betrekking heeft op het klein vaarbewijs.

Artikel 11

1. In het geval, bedoeld in artikel 10, eerste lid, verklaart de beoordelaar de aanvrager geschikt of ongeschikt op basis van de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in bijlage I. In geval van twijfel kan de beoordelaar de aanvrager oproepen voor een nader onderzoek. Indien nodig kan de beoordelaar de aanvrager doorverwijzen voor een deelonderzoek naar een specialist.

2. De aanvrager is geschikt als hij voldoet aan de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in bijlage I. In geval de beoordelaar de aanvrager geschikt verklaart, verstrekt de beoordelaar, onder vermelding van deze uitslag, de aanvrager een geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in Bijlage II.

3. De aanvrager is ongeschikt als hij niet voldoet aan de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in bijlage I. In het geval, dat de beoordelaar de aanvrager ongeschikt verklaart, zendt de beoordelaar de aanvrager een bericht van afkeuring, onder mededeling van de mogelijkheid van heronderzoek.

4. In het geval, bedoeld in het derde lid, zendt de beoordelaar de medisch adviseur scheepvaart nog dezelfde dag het bericht van afkeuring, waarin de reden of redenen tot afkeuring zijn vermeld.

5. De aanvrager die ongeschikt is verklaard en een heronderzoek wenst, wendt zich tot een scheidsrechter die niet reeds bij de beoordeling van de eigen verklaring was betrokken. Ten aanzien van het heronderzoek zijn de artikelen 3, tweede lid, en 4 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het heronderzoek kan bestaan uit het uitsluitend beoordelen van de ter beschikking staande gegevens.

6. De medisch adviseur scheepvaart doet mededeling van de afkeuring aan de instanties die belast zijn met de afgifte van vaarbewijzen en Rijnpatenten en de afgifte van dienstboekjes.

7. De keuringsartsen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen doen melding van de afkeuring aan de instantie belast met de afgifte van klein vaarbewijzen.

Artikel 12

De resultaten van het geneeskundig onderzoek worden door de arts, met inachtneming van de instructie van de medisch adviseur scheepvaart binnen de door deze vast te stellen termijn, aangetekend in het daarvoor bestemde register.

Artikel 13

Wijzigt de Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.

Artikel 14

De Minister kan aanwijzingen geven ter uitvoering van de in deze regeling opgenomen bepalingen.

Artikel 15

Ingetrokken worden:

a. a. de Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart; b. b. de Regeling aanwijzing keuringsartsen Reglement Rijnpatenten 1998.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling medische keuringen binnenvaart 2008.

Bijlage I. Keuringsaanwijzingen en keuringseisen

Bijlage II. Geneeskundige verklaring binnenvaart

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage III. Bericht van afkeuring

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage IV. Inhoud eigen verklaring

  1. Hebt u een verminderd gezichtsvermogen van een of beide ogen, zelfs als u gebruik maakt van een bril of contactlenzen?

  2. Is uw kleurenzien voor de kleuren rood en groen gestoord?

  3. Hebt u aan één of aan beide oren een verminderd gehoor of gebruikt u een hoortoestel?

  4. Hebt u hartritmestoornissen, een pacemaker of een ICD?

  5. Hebt u (gehad) een inwendige ziekte (voor suikerziekte zie vraag 10) zoals een hart- of vaataandoening, hoge bloeddruk, nierziekte of longziekte, of hebt u een hart- of vaatoperatie ondergaan?

U mag deze vraag met NEE beantwoorden als u een ongecompliceerd hartinfarct hebt gehad langer dan 2 jaar geleden waarbij u nu geen klachten hebt of als uw bloeddruk gedurende de afgelopen 6 maanden al dan niet met medicijnen goed geregeld is geweest.

  1. Hebt u (gehad) epilepsie, toevallen, flauwvallen, aanvallen van abnormale slaperigheid of andere bewustzijnsstoornissen?

  2. Hebt u (gehad) evenwichtsstoornissen of duizelingen?

  3. Hebt u (gehad) een depressies, psychose, overspannenheid of een andere psychiatrische stoornis?

  4. Hebt u (gehad) een TIA, beroerte, hersenbloeding, of een andere aandoening in de hersenen of aan het zenuwstelsel?

  5. Hebt u suikerziekte?

  6. Hebt u een lichamelijke beperking waardoor het normale gebruik van een arm, hand, been of voet beperkt of afwezig is?

  7. Bent u ooit onderzocht of bent u onder behandeling (geweest) voor het gebruik van alcohol, drugs, kalmerende medicijnen of andere geestverruimende of bedwelmende middelen, of is er momenteel sprake van problematisch gebruik?

  8. Gebruikt u medicijnen die volgens de bijsluiter de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, zoals: antidepressiva, opwekkende middelen, slaaptabletten, kalmeringsmiddelen, pijnstillers en dergelijke?

  9. Hebt u een andere aandoening of lichamelijke beperking die het veilig varen kan beïnvloeden?