40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling metingsvoorschriften | BWBR0006017 | ministeriele-regeling | geldend | 1993-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006017 | Regeling metingsvoorschriften |
Regeling metingsvoorschriften
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
Artikel 2
1. De tonnage van een schip wordt onderscheiden naar bruto-tonnage en netto-tonnage.
2. De bruto- en de netto-tonnage worden berekend volgens de bepalingen van deze regeling.
3. De bruto- en de netto-tonnage van nieuwe typen schepen waarvan de bouwkenmerken zodanig zijn, dat zij de toepassing van de bepalingen van deze voorschriften onredelijk of onuitvoerbaar maken, worden vastgesteld door de Minister van Infrastructuur en Milieu.
Hoofdstuk II
Artikel 3
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle schepen, met uitzondering van:
a. a. pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter; b. b. vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 15 meter.
Artikel 4
De bruto-tonnage (GT) van een schip wordt vastgesteld door middel van de volgende formule:
GT = K1 V
Waarbij:
- V = het totale volume van alle ingesloten ruimten van het schip in kubieke meters,
- K1 = 0.2 + 0.02_log V (of volgens de tabel in bijlage II).
Artikel 5
1.
De netto-tonnage (NT) van een schip wordt vastgesteld door middel van de volgende formule:
NT = K2 Vc (4d/3D)² + K3 (N1 + N2/10),
waarbij:
a) a) de faktor (4d/3D)² niet groter mag zijn dan 1; b) b) de term K2 Vc (4d/3D)² niet minder mag zijn dan 0,25 GT; en c) c) NT niet minder mag zijn dan 0,30 GT,
en waarbij:
- Vc = het totale volume van de ladingsruimten in kubieke meters,
- K2 = 0.2 + 0.02 log Vc (of zoals volgens tabel in bijlage II),
- K3 = 1.25 (GT + 10000)/10000,
- D = holte naar de mal midscheeps gemeten in meters als omschreven in artikel 2, onder b,
- d = diepgang naar de mal midscheeps gemeten in meters als omschreven in het tweede lid van dit artikel.
- N1 = aantal slaapplaatsen voor passagiers in hutten met niet meer dan acht kooien,
- N2 = aantal overige passagiers,
- N1 + N2 = totaal aantal passagiers dat het schip volgens het veiligheidscertificaat voor passagiersschepen mag vervoeren; indien N1 + N2 minder is dan 13, worden N1 en N2 geacht gelijk te zijn aan nul,
- GT = bruto-tonnage van het schip als vastgesteld krachtens het bepaalde in artikel 4.
2.
de diepgang naar de mal d, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is een van de navolgende diepgangen:
a. a. de diepgang overeenkomende met de lijn voor zomeruitwatering, niet de lijn voor houtvaartuitwatering zijnde, zoals aangegeven op het uitwateringscertificaat; b. b. voor passagiersschepen de diepgang overeenkomende met de hoogstgelegen indelingslastlijn zoals aangegeven op het veiligheidscertificaat voor passagiersschepen; c. c. voor schepen waaraan geen uitwateringslijn is toegekend: de maximaal toegestane diepgang dan wel 75 procent van de holte naar de mal midscheeps gemeten als omschreven in artikel 2, onder b.
Artikel 6
1. Indien de kenmerken van een schip, met name de in de artikelen 4 en 5 omschreven V, Vc, D, N1 of N2 worden gewijzigd en deze wijziging een vermeerdering van de krachtens artikel 5 vastgestelde netto-tonnage ten gevolge heeft, wordt de met de nieuwe kenmerken overeenkomende netto-tonnage van het schip onverwijld vastgesteld en toegepast.
2. Voor een schip waaraan gelijktijdig uitwateringslijnen zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a en b zijn toegekend, wordt slechts een netto-tonnage vastgesteld krachtens artikel 5, welke tonnage wordt berekend naar de toegekende uitwateringslijn die behoort bij het vervoer waaraan met het schip wordt deelgenomen.
3.
Indien de kenmerken van een schip, met name de in de artikelen 4 en 5 omschreven V, Vc, D, N1 of N2 worden gewijzigd of als de desbetreffende toegekende uitwateringslijn, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, niet meer van toepassing is door een verandering van het met het schip verrichte vervoer, en een zodanige wijziging leidt tot een vermindering van de netto-tonnage van het schip, zoals vastgesteld krachtens artikel 5, mag niet worden overgegaan tot uitgifte van een nieuwe Internationale Meetbrief (1969) waarop de aldus vastgestelde netto-tonnage is vermeld, alvorens twaalf maanden zijn verstreken na de datum waarop de oorspronkelijke Meetbrief was uitgegeven.
Het bepaalde in het derde lid van dit artikel is evenwel niet van toepassing in de volgende gevallen:
a. a. als op het schip, dat de vlag heeft gevoerd van een andere Staat, de Meetbrievenwet 1981 van toepassing wordt; b. b. als het schip veranderingen of wijzigingen ondergaat die door de Minister van Infrastructuur en Milieu ingrijpend geacht worden, zoals het wegnemen van een bovenbouw, waardoor een wijziging van de toegekende uitwateringslijn noodzakelijk wordt; of c. c. voor passagiersschepen, die worden gebruikt voor het vervoer van grote aantallen dekpassagiers tijdens speciale vaarten, zoals bij voorbeeld het vervoeren van pelgrims.
Artikel 7
1. Alle volumes begrepen in de berekening van bruto- en netto-tonnages worden gemeten, tot de binnenzijde van de huid of tot de begrenzingswanden bij metalen schepen en tot de buitenzijde van de huid of tot de binnenzijde van de begrenzingswanden bij schepen gebouwd van een ander materiaal, waarbij aangebrachte isolatie of soortgelijke materialen niet in aanmerking worden genomen.
2. Het volume van uitbouwsels wordt in het totale volume begrepen.
3. Het volume van voor de zee openstaande ruimten mag van het totale volume worden afgetrokken.
Artikel 8
1. Alle metingen bedoeld voor de berekening van volumes, worden verricht tot op 1 centimeter nauwkeurig.
2. De volumes worden berekend volgens voor de betrokken ruimte algemeen aanvaarde methoden en met een voor de Minister van Infrastructuur en Milieu aanvaardbare nauwkeurigheid.
3. De berekening dient voldoende gedetailleerd te zijn om gemakkelijke verificatie mogelijk te maken.
Hoofdstuk III
Artikel 9
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter.
Artikel 10
De romplengte en de rompbreedte worden uitgedrukt in meters tot twee cijfers achter de komma nauwkeurig.
Artikel 11
1.
De bruto-tonnage (GT) van een pleziervaartuig wordt vastgesteld volgens de volgende tabel:
| Oppervlakte (m2) romplengte × rompbreedte | GT zeiljacht | GT motorjacht |
|---|---|---|
| t/m 10 | 1 | 1 |
| 20 | 3 | 3 |
| 30 | 6 | 8 |
| 40 | 10 | 14 |
| 50 | 14 | 20 |
| 60 | 18 | 27 |
| 70 | 23 | 34 |
| 80 | 28 | 42 |
| 90 | 34 | 50 |
| 100 | 40 | 59 |
| 110 | 47 | 69 |
| 120 | 54 | 79 |
| 130 | 61 | 90 |
| 140 | 69 | 101 |
| 150 | 77 | 113 |
| 160 | 85 | 126 |
| 170 | 93 | 139 |
| 180 | 102 | 152 |
| 190 | 111 | 166 |
| 200 | 120 | 180 |
2. Voor tussengelegen oppervlakten wordt de GT door rechtlijnige interpolatie bepaald.
3. Voor een pleziervaartuig met twee of meer drijflichamen wordt de oppervlakte voor de tabel verkregen door de som van de oppervlakten van de afzonderlijke drijflichamen.
Artikel 12
-
- De netto-tonnage bedraagt 0,30 × de GT.
-
- De bruto- en netto-tonnage worden naar beneden afgerond op een getal zonder decimalen.
Hoofdstuk IIIA
Artikel 12a
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 15 meter.
Artikel 12b
De bruto-tonnage van een vissersvaartuig wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van verordening (EU) 2017/1130 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEU 2017, L 169).
Artikel 12c
1. De netto-tonnage bedraagt 0,30 × de GT.
2. De bruto- en netto-tonnage worden naar beneden afgerond op een getal zonder decimalen.
Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13
Het besluit metingsvoorschriften 1982 wordt ingetrokken.
Artikel 14
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling metingsvoorschriften.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1993.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.