rijk/ministeriele-regeling/regeling-monomestvergisting-2017/BWBR0039698
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling monomestvergisting 2017 BWBR0039698 ministeriele-regeling geldend 2017-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0039698 Regeling monomestvergisting 2017

Regeling monomestvergisting 2017

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *algemene uitvoeringsregeling:*
    Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

    *besluit:*
    Besluit stimulering duurzame energieproductie;

    *minister:* Minister van Economische Zaken;

    *nominaal elektrisch rendement:* quotiënt van het nominaal elektrisch vermogen en:
  
    
      a.
      de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor, en
    
    
      b.
      het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus;

a. a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor, en b. b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus;

    *nominaal vermogen:* maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik;

    *vergisting van uitsluitend dierlijke mest:* biologische afbraakreacties van verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren.

Paragraaf 2. Aanwijzing categorieën en openstelling

Artikel 2

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie:

a. a. aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest; b. b. aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW voor elektrisch vermogen en thermisch vermogen samen en een nominaal elektrisch rendement ten minste 20% waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest.

2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit.

Artikel 3

Het subsidieplafond bedraagt € 150 miljoen.

Artikel 4

Aanvragen om subsidie worden ontvangen in de periode van 4 juli 2017 09:00 uur tot 27 juli 2017 17:00 uur.

Paragraaf 3. Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel 5

1. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, tweede lid, van het besluit.

2. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, derde lid, van het besluit.

Artikel 6

1. In afwijking van artikel 2a, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling gaat een aanvraag om subsidie vergezeld van een haalbaarheidsstudie.

2. Indien een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend zonder de gegevens, bedoeld in artikel 56, vierde lid, onderdeel d, van het besluit, bevat de haalbaarheidsstudie een plan van aanpak en een tijdschema betreffende de werving van een locatie voor de realisatie van de productie-installatie en de verkrijging van de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie.

3. Indien een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met de gegevens, bedoeld in artikel 56, vierde lid, onderdeel d, van het besluit maar zonder de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie, bevat de haalbaarheidsstudie een plan van aanpak en een tijdschema voor de verkrijging van de vergunningen die zijn vereist voor de realisatie van de productie-installatie.

Artikel 7

1. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van het besluit.

2. Artikel 59, vierde lid, van het besluit is van toepassing op een aanvraag om subsidie.

Artikel 8

1. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in artikel 3, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

2. Ten behoeve van de rangschikking wordt het tenderbedrag van een subsidieaanvraag voor de productie van hernieuwbaar gas gecorrigeerd door het in de subsidieaanvraag genoemde tenderbedrag in euro per kWh te delen door een correctiefactor van 0,706.

Artikel 9

1. Het maximum tenderbedrag, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van het besluit, voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt € 0,088 per kWh.

2. Het maximum tenderbedrag bedoeld in artikel 51, tweede lid, van het besluit, voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 0,125 per kWh.

Artikel 10

1. De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het besluit bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, € 0,015 per kWh.

2. De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, € 0,030 per kWh.

Artikel 11

1. Voor een aanvraag als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de afgifte van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-ontvanger, en onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de afgifte van de beschikking tot subsidieverlening heeft aangetoond dat een bankgarantie overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 2 is afgegeven.

2. Indien niet tijdig aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, is voldaan komt het vrijgekomen budget beschikbaar voor een volgende aanvraag op basis van de rangschikking.

Paragraaf 4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel 12

1. In geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, tweede lid, meldt de subsidie-ontvanger aan de Minister de locatie waar de productie-installatie wordt geplaatst voor de aanvang van de bouw van de productie-installatie.

2. Een subsidie-ontvanger realiseert per adres één productie-installatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

3. Een subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in gebruik binnen twee jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

4. Artikel 3, eerste en tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling, is niet van toepassing op een aanvraag om subsidie.

Paragraaf 5. Algemene bepalingen

Artikel 13

Een subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt over een periode van twaalf jaar verstrekt.

Artikel 14

1. Het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van het besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 8.000 uren.

2. Het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 55, vijfde lid, van het besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 7.200 uren.

Artikel 15

1.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in:

a. a.

      artikel 40, derde lid, van het besluit;

b. b.

      artikel 40, vierde lid, van het besluit, met dien verstande dat het verschil in kWh dat ingevolge dat lid, bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar mag worden opgeteld, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt;

c. c.

      artikel 40, zesde lid, van het besluit.

2.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in:

a. a.

      artikel 40, zevende lid, van het besluit;

b. b.

      artikel 55, derde lid, van het besluit;

c. c.

      artikel 55, vierde lid, van het besluit, met dien verstande dat het verschil in kWh dat ingevolge dat lid bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar mag worden opgeteld, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt;

d. d.

      artikel 55, zevende lid van het besluit.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16

De correcties op het tenderbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom genoemde artikel, worden voor 2017 als volgt vastgesteld: voor wat betreft het bedrag bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk artikel 54, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag en voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdelen b en c, respectievelijk artikel 54, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit, het in de vierde kolom genoemde bedrag.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling monomestvergisting 2017.

Bijlage 1. als bedoeld in

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van de Regeling monomestvergisting 2017

  1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,;

en

  1. ......... ......., gevestigd te......... (hierna te noemen: Ondernemer);

..................................................

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Bijlage 2. als bedoeld in

DE ONDERGETEKENDE,

............................., gevestigd te ......., hierna te noemen de Bank,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank.