rijk/ministeriele-regeling/regeling-omslag-werkwijze-eerste-en-tweedegraads-lerarenopleidingen-hbo-1999-200/BWBR0010922
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling omslag werkwijze eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen hbo 1999 - 2004 BWBR0010922 ministeriele-regeling geldend 1999-12-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010922 Regeling omslag werkwijze eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen hbo 1999 - 2004

Regeling omslag werkwijze eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen hbo 1999 - 2004

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen; b. b. hogeschool: een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; c. c. school voor voortgezet onderwijs: een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; d. d. instelling voor educatie en beroepsonderwijs: een instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 2

De minister kan projectsubsidie verstrekken voor activiteiten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, gericht op de omslag naar een meer vraaggerichte werkwijze van eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen in het hoger beroepsonderwijs, en voor activiteiten als bedoeld in artikel 9, gericht op de herstructurering van de opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen.

Artikel 3

1. Subsidie wordt slechts verleend aan een hogeschool die opleidingen verzorgt die zijn opgenomen in het onderdeel Onderwijs van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

2. Van de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd de opleiding tot leraar basisonderwijs, de opleiding leraar speciaal onderwijs, de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in lichamelijke opvoeding en de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst, met uitzondering van de opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen.

Artikel 4

Voor subsidieverlening is in de periode van 1999 tot en met 2004 een bedrag van maximaal ƒ 69,85 miljoen beschikbaar, te weten ƒ 35 miljoen in 1999, ƒ 9,45 miljoen in 2000, ƒ 6,5 miljoen in 2001, € 2,723 miljoen in 2002, € 2,836 miljoen in 2003, en € 3,018 miljoen in 2004. Van dit bedrag is tenminste 60% geoormerkt voor activiteiten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie.

Artikel 5

De subsidie per hogeschool is ten hoogste gelijk aan het bedrag voor die hogeschool, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf 2. Subsidieaanvraag

Artikel 6

1. Subsidie voor de periode 2000 tot en met 2004 wordt verleend op aanvraag.

2. Vooruitlopend op de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de hogescholen die in de bijlage bij deze regeling zijn genoemd, in 1999 een bedrag beschikbaar gesteld. Dit bedrag is bestemd voor de uitvoering van de in artikel 8, eerste lid en artikel 9 bedoelde activiteiten.

3. De omvang van het bedrag, bedoeld in het tweede lid, per hogeschool is opgenomen in de kolom van de bijlage bij deze regeling, die betrekking heeft op het kalenderjaar 1999.

4. Indien een hogeschool geen subsidieaanvraag, als bedoeld in het eerste lid, indient, wordt het bedrag als bedoeld in het tweede lid van de desbetreffende hogeschool teruggevorderd.

Artikel 7

De subsidieaanvraag omvat:

a. a. een meerjarenactiviteitenplan, als bedoeld in artikel 8, en indien van toepassing een aanvulling daarop als bedoeld in artikel 9; b. b. een meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 10; c. c. de overige gegevens, bedoeld in artikel 11.

Artikel 8

1.

Het meerjarenactiviteitenplan omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten in de jaren 2000 tot en met 2004, betreffende:

a. a. de ontwikkeling van een flexibel stelsel van lerarenopleidingen dat studenten op maat kan bedienen; b. b. de vergroting van de initiële instroom en zijinstroom uit niet-traditionele doelgroepen, onder andere door het aanbieden van flexibele trajecten op maat; c. c. de integratie van informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs van de lerarenopleidingen; d. d. de versterking van de samenwerking met scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs door het sluiten van regionale overeenkomsten; e. e. de samenwerking met andere lerarenopleidingen en andere opleidingen verbonden aan de eigen hogeschool en met opleidingen buiten de eigen hogeschool; f. f. de implementatie van het gemeenschappelijk curriculum en de kwaliteiten, bedoeld in artikel 7.13, tweede lid onder c, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor lerarenopleidingen, met inachtneming van de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 28 januari 1999 over vakverbreding tweedegraads lerarenopleidingen betreffende de aansluiting bij de vakkencombinaties in de basisvorming; g. g. de deskundigheidsbevordering van lerarenopleiders, relevant voor de omslag naar een meer vraaggerichte werkwijze van de lerarenopleidingen; h. h. het creëren van een verbreed beroepsperspectief; i. i. de verhoging van het afstudeerrendement van lerarenopleidingen tot minimaal het gemiddelde rendement van hbo-opleidingen.

2. In het meerjarenactiviteitenplan wordt aandacht besteed aan alle in het eerste lid genoemde doelen.

Artikel 9

Het meerjarenactiviteitenplan van de opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen omvat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten in de jaren 2000 tot en met 2004, in elk geval betreffende:

a. a. de ontwikkeling en voorbereiding van de in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs 2002 - 2003, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, op te nemen en te verzorgen opleidingen en afstudeerrichtingen en de stappen die daartoe vanaf 2000 worden gezet met aandacht voor de onderwijskundige, personele en organisatorische consequenties; b. b. de verbetering van de selectie- en verwijzende functie van de propedeutische fase; c. c. de vergroting van de culturele diversiteit; d. d. de inhoudelijke en organisatorische samenwerking met de culturele omgeving.

Artikel 10

De meerjarenbegroting biedt tot en met 2001 in guldens en voor de periode 2002 tot en met 2004 in euro's inzicht in de inkomsten en uitgaven die de hogeschool in verband met de te subsidiëren activiteiten voorziet voor de jaren 2000 tot en met 2004, waarbij de hogeschool uitgaat van:

a. a. het ten hoogste te verlenen subsidiebedrag genoemd in de bijlage bij deze regeling; b. b. de overige middelen, bedoeld in artikel 17, die de hogeschool voor de activiteiten inzet.

Artikel 11

De hogeschool geeft tevens inzicht in:

    1. de met scholen voor voortgezet onderwijs of instellingen voor educatie en beroepsonderwijs uit de regio gesloten respectievelijk te sluiten samenwerkingsovereenkomsten betreffende de onderwerpen, genoemd in artikel 8, eerste lid;
    1. de voorzieningen die de hogeschool heeft getroffen voor een actieve en kosteloze overdracht van de tussen- en eindresultaten van activiteiten en ontwikkelde producten naar lerarenopleidingen buiten de eigen hogeschool en naar andere betrokkenen.

Artikel 12

1. Subsidieaanvragen worden in twaalfvoud ingediend voor 1 januari 2000.

2. Vier van de subsidieaanvragen, bedoeld in het eerste lid, worden gericht aan: Cƒi, productgroep FTO, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer,

3. Acht van de subsidieaanvragen, bedoeld in het eerste lid, worden gericht aan: Onderwijsraad, Nassaulaan 6, 2514 JS Den Haag.

Paragraaf 3. Subsidieverlening

Artikel 13

De minister beslist over de subsidieverlening mede op basis van het advies van de Onderwijsraad.

Artikel 14

Subsidie wordt verleend voor de periode 1999 tot en met 2004.

Artikel 15

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 16

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het advies van de Onderwijsraad daartoe aanleiding geeft.

Paragraaf 4. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 17

Naast de verleende subsidie zet de subsidieontvanger een bedrag in dat tenminste gelijk is aan de verleende subsidie, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel 18

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Paragraaf 5. Subsidievaststelling

Artikel 19

Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20

1. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2. De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.

3. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.

Artikel 21

De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, bedoeld in artikel 20, eerste lid, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.

Artikel 22

1. Het verslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

2. De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het meerjarenactiviteitenplan.

3. Het verslag verschaft inzicht in de participatie van scholen voor voortgezet onderwijs of instellingen voor educatie en beroepsonderwijs, andere lerarenopleidingen en andere opleidingen verbonden aan de eigen hogeschool en van opleidingen buiten de eigen hogeschool, bij de uitvoering van de te subsidiëren activiteiten.

4. Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten, werkwijze en beoogde resultaten, vermeld in het meerjarenactiviteitenplan, en de feitelijke realisatie.

5.

Het verslag over het jaar 2002, tevens eindverslag, wordt vóór 1 juli 2003 gezonden aan:

• • Cƒi Productgroep BVH/BHO Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.

Paragraaf 6. Betaling

Artikel 23

De minister verstrekt jaarlijks per hogeschool een voorschot voor activiteiten, ten hoogste gelijk aan het jaarbedrag voor die hogeschool, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 24

Deze regeling wordt met de toelichting en de bijlage geplaatst in Uitleg OCenW-Regelingen. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 25

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 december 1999.

Artikel 26

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling omslag werkwijze eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen hbo 1999 - 2004.

Bijlage . bij de Regeling omslag werkwijze eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen hbo 1999-2004