rijk/ministeriele-regeling/regeling-onderwijskansen-voortgezet-onderwijs/BWBR0049325
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs BWBR0049325 ministeriele-regeling geldend 2024-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049325 Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs

Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
  • onderwijskansenscore: overeenkomstig artikel 5 berekende score van een vestiging die een indicatie geeft van de zwaarte van de problematiek op die vestiging op basis van de aggregatie van de onderwijsscores van de leerlingen van de vestiging;
  • onderwijsscore: cijfermatige indicatie van het verwachte risico op onbenut leerpotentieel van een individuele leerling, die op basis van statistische gegevens door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt bepaald;
  • school: school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
  • schoolplan: schoolplan als bedoeld in artikel 2.88 van de wet;
  • teldatum: 1 oktober van het tweede voorafgaande jaar waarop de bekostiging betrekking heeft;
  • vestiging: op de teldatum bestaande vestiging van een school als bedoeld in de artikelen 4.13, 4.14 of 4.16 van de wet;
  • wet: Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3

De minister verstrekt op grond van deze regeling aanvullende bekostiging, met als doel te voorkomen dat leerlingen, die door omgevingsfactoren een verhoogd risico lopen op het niet optimaal kunnen benutten van hun leerpotentie, afstromen, onnodig doubleren of voortijdig de school verlaten.

Artikel 4

1. De verstrekking van aanvullende bekostiging op grond van deze regeling vindt telkens plaats voor één kalenderjaar.

2. De aanvullende bekostiging wordt berekend overeenkomstig artikel 5, waarbij gebruik wordt gemaakt van het aantal op de teldatum bekostigde leerlingen per vestiging. Voor de toepassing van deze regeling tellen de leerlingen als bedoeld in artikel 6.10, tweede en derde lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor 100% mee.

3. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk vastgesteld in de maand april in het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

4. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel daaraan voorafgaande maand of maanden betaald.

5. De aanvullende bekostiging kan uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd worden vastgesteld op basis van een bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 5

1. Een vestiging wordt aanvullend bekostigd met een bedrag per eenheid onderwijskansenscore. Indien de vestiging een onderwijskansenscore heeft van nul, of die op grond van het vijfde lid wordt gelijkgesteld aan nul, dan wordt voor de desbetreffende vestiging geen aanvullende bekostiging verstrekt.

2. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekent jaarlijks de onderwijskansenscore van elke vestiging op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op de teldatum zijn ingeschreven op een vestiging, en maakt deze zo spoedig mogelijk openbaar.

3.

De onderwijskansenscore van een vestiging voor vmbo, havo of vwo is de uitkomst van de formule A B en wordt als volgt berekend:

A = A = som van de uitkomsten van de formule C D voor alle leerlingen van de vestiging die behoren tot de 15% van alle leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo met de laagste onderwijsscore, waarbij: C = C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo; D = D = onderwijsscore van de leerling; B = B = E x F x (C G) waarbij: E = E = aantal leerlingen van de vestiging; F = F = drempelwaarde van 12%; G = G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen die behoren tot de 15% leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo met de laagste onderwijsscore.

4.

De onderwijskansenscore van een vestiging voor praktijkonderwijs is de uitkomst van de formule A B en wordt als volgt berekend:

A = A = som van de uitkomsten van de formule C D voor alle leerlingen van de vestiging die behoren tot de 30% van alle leerlingen ingeschreven op het pro met de laagste onderwijsscore, waarbij: C = C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen ingeschreven op het pro; D = D = onderwijsscore van de leerling; B = B = E x F x (C G) waarbij: E = E = aantal leerlingen van de vestiging; F = F = drempelwaarde van 0%; G = G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen die behoren tot de 30% leerlingen ingeschreven op het pro met de laagste onderwijsscore.

5. De onderwijskansenscore, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. Indien de onderwijskansenscore negatief is, wordt deze gelijkgesteld aan nul.

6. De lijst met onderwijskansenscores wordt jaarlijks uiterlijk op 7 februari in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 1 bij deze regeling.

7. Het bedrag per eenheid onderwijskansenscore wordt jaarlijks uiterlijk op 7 februari in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 2 bij deze regeling.

8. De aanvullende bekostiging voor een vestiging voor vmbo, havo of vwo wordt bepaald door de voor deze vestiging in bijlage 1 opgenomen onderwijskansenscore te vermenigvuldigen met het in bijlage 2 opgenomen bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor vmbo, havo of vwo.

9. De aanvullende bekostiging voor een vestiging voor praktijkonderwijs wordt bepaald door de voor deze vestiging in bijlage 1 opgenomen onderwijskansenscore te vermenigvuldigen met het in bijlage 2 opgenomen bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor praktijkonderwijs.

10. Voor de toepassing van deze regeling wordt een vestiging waar zowel praktijkonderwijs als een andere schoolsoort wordt aangeboden, aangemerkt als twee vestigingen, te weten een vestiging voor praktijkonderwijs en een vestiging voor vmbo, havo en vwo.

Artikel 6

1. De minister verstrekt de aanvullende bekostiging voor alle vestigingen met een onderwijskansenscore van hoger dan 0, aan het bevoegd gezag van de school waar de vestiging aan toebehoort op 1 januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

2. Het recht van het bevoegd gezag op de aanvullende bekostiging voor een school vervalt, indien de school wordt opgeheven of de bekostiging wordt beëindigd.

Artikel 7

1. Het bevoegd gezag van de school geeft in het schoolplan aan hoe het de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling inzet voor het onderwijskundig beleid, de bewaking en de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

2. Het bevoegd gezag van de school licht de partijen in de omgeving van de school in over zijn beleid ter zake en betrekt opmerkingen daarover van die partijen herkenbaar bij het bepalen van dat beleid.

3. Het bevoegd gezag van de school betrekt de inzet van de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling bij het overleg met de gemeente over het ondersteunen van leerlingen die door omgevingsfactoren hun potentieel niet waar kunnen maken.

4. Het bevoegd gezag verstrekt via XBRL aanvullende informatie over de activiteiten die met de aanvullende bekostiging zijn ondernomen, bedoeld in artikel 3.

Artikel 8

1. De verantwoording van de besteding van de bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

2. De aanvullende bekostiging kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Verrekening van de eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.

Artikel 9

Wijzigt de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden.

Artikel 10

De Regeling leerplusarrangement vo wordt ingetrokken.

Artikel 11

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2024 en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 9 in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs.

Bijlage 1. Onderwijskansenscore per vestiging

Bijlage 2. Het totaal beschikbare budget en het bedrag per eenheid onderwijskansenscore

Het totaal beschikbare budget: € 185.925.774

Het bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor vmbo, havo of vwo: € 2.071,61

Het bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor praktijkonderwijs: € 2.571,74